27 mei 2009

De Burg. Honcooplaan is geen Alpe d'Huez


Nee, natuurlijk niet, Maar dankzij Alpe d'Huez ging ik vandaag wel makkelijk omhoog. Even voor Hattem gaat hij de Veluwe op, vlakbij een weide, de Burgemeester Honcooplaan. Als het echt omhoog gaat, rij je het bos in. Dankzij mijn nieuwe hoogtemetertje met percentages ontdekte ik dat de laatste vijfhonderd meter van de klim constant 5 % stijgt. Totale hoogteverschil: 31 meter. Nee, dan de Alpe d'Huez. Vorige week donderdag was het zover na een rustdag. Eerst koffie op een terrasje in Bourg d'Oisans en daarna meteen, de spieren nog koud, de berg op.

Alpe d'Huez, 13,3 km, 8,1 % gemiddeld.

Het is 12.43 uur als ik met William over de rotonde rij; voor me Symen en John, achter me Geert-Jan en Stefan. Harm is z'n handschoentjes vergeten en moet terug naar het terras. William stopt even voor de klim begint ('even iets rechtdoen', zegt hij). Ruud heeft Les Deux Alpes gedaan als voorbereiding en pikt aan bij Harm als die opnieuw naar de voet van de alp rijdt, nu met handschoentjes.
We zijn begonnen: John en Symen voor me, Geert-Jan haalt me in, ik schakel meteen terug naar mijn kleinste verzet (30-25). Dit is het moeilijkste stuk. Ik haal Geert-Jan weer in, maar zie John en Symen van me wegrijden. Zoals verwacht. Maar de benen zijn opmerkelijk goed, merk ik al snel. Ik rij moeiteloos 11 km per uur op het steilste stuk. Na een paar bochten heb ik Symen al te pakken. "Je kunt nog een tandje kleiner", zeg ik tegen hem als ik hem voorbij fiets. Een paar honderd meter voor me rijdt John. 'De Klepper' is de beste klimmer van ons groepje (na Ruud natuurlijk, maar die startte later). Een aangenaam rustpunt. Het gaat lekker, al vraag ik me wel af waar de anderen blijven. Symen reed hier, net als John, ooit binnen het uur omhoog, Harm had 1 uur 20 staan en Geert-Jan 1.10. Mijn doel vandaag: binnen anderhalf uur. Dus waar blijven ze?
Na een bocht of acht komt John steeds dichter bij. Wat gebeurt hier? Niemand die me inhaalt. Valt erg mee die klim, denk ik. Maar het is warm. Elke bocht drink ik wat. Volgens mij heb ik vandaag superbenen! Iets voor de helft haal ik John in. "Maak je niet ongerust", zeg ik tegen hem. "Ik stort nog wel in elkaar." Want dit kan niet goed blijven gaan, denk ik. Ik rij moeiteloos 12 km per uur, zie ik op mijn tellertje. En dat kan ik helemaal niet op zo'n klim.
Maar ik kan het vandaag wel. Niemand die me voorbijkomt, zelfs Ruud niet. Als ik de laatste bocht voor het dorp neem kan ik een paar bochten naar beneden kijken: niemand te zien. Geen John, geen Ruud, geen Harm, geen Geert-Jan. William was even daarvoor wel langszij gekomen. Bij Eric in de auto, opgegeven na twee bochten. Ik ga winnen! En ruim ook! Ik duik het tunneltje in maar heb geen flauw idee waar ik nu heen moet. Het is nog ongeveer een kilometer naar de finish weet ik, dus ik neem een weg omhoog. Na een paar helse bochten nadert het einde van het dorp. Ik herken het niet, maar hier zal het wel ongeveer zijn. Ik stop op een parkeerplaats. Het is 13.53 uur. In 1 uur en 10 minuten naar boven gereden met een gemiddelde van bijna 12 km per uur. Wonderen bestaan.

26 mei 2009

De Franse Alpen, deel 2: Col de la Croix de Fer


Col de la Croix de Fer vanaf Allemont; 27,5 km, 4,7 % gemiddeld (tussen km 12 en 14 gemiddeld ruim 11%)

Op de tweede dag (vorige week dinsdag) belandden we tussen de marmotten op de Croix de Fer. Fantastische klim! Loodzwaar in het begin door de hitte in de bossen, waarna een fijn terras wachtte bij de creperie van Rivier d'Allemont. Daarna de prachtige kronkel in de vallei, met een steile afdaling en een steile klim naar het stuwmeer en vervolgens vergezichten, sneeuw en marmotten in de 'eenvoudige', laatste kilometers naar 2057 meter.

25 mei 2009

De Franse Alpen, deel 1: Col de Sarenne


Col de Sarenne via Mizoen; 12,8 km, 7,8 % gemiddeld met een piek van 13,5 %

Op de eerste dag in de Alpen (vorige week maandag) dachten we te beginnen met een rustige beklimming door Alpe d'Huez 'van de makkelijke kant' te doen. Wie dat 'makkelijk' erbij bedacht had, weet ik niet meer, maar na de koffie in Freney d'Oisans (bereikt via een klim met 250 hoogtemeters die ook al aardig in de benen sloeg) begon een helse klim over vooroorlogse wegen. Ik schreef er de volgende column over voor Dagblad van het Noorden:

Col de Sarenne
Waarom doe je dit, denk je voor de tiende keer. Je hoort een donderslag in de verte en zet nog maar eens aan. Je fietst in de bergen, de handen losjes op het stuur, zweet druppelt van je gezicht op je tellertje. Het stijgingspercentage loopt weer op naar tien procent, zie je tot je verbazing. Dit zou toch een rustig ritje worden om te wennen aan de alpencols? Maar er zit nog tempo in: 10,8, 11,0, 10,8, 11,2 km per uur zegt het apparaat op je stuur, ook al barst je hart bijna uit elkaar.
Om je heen een desolaat landschap. Overal rotsen en kale hellingen, en geen mens te zien. Dit is een col uit de oertijd, schiet door je heen. Steenlawines hebben gaten in het wegdek geslagen en overal liggen rotsblokken en stenen waar je tussendoor slalomt. En je denkt: waar is die top in godsnaam? Toch niet bij die masten, die je vanuit je ooghoek een paar honderd meter hoger op een bergkam ziet staan? Opeens zie je honderd meter onder je een van je fietsmaatjes languit naast de weg liggen, uitgeput. Maar teruggaan is geen optie: nergens een plek om te schuilen als het noodweer losbarst.
Waarom doe je dit, denk je weer. Maar als je eenmaal boven staat tussen de sneeuw, bij die masten, en de koude wind om je oren suist op 1999 meter hoogte, weet je het weer. Bergop fietsen is een oerinstinct, een mythische reis naar het onbekende. Je wordt gedreven door dezelfde drang die je voorouders tienduizenden jaren geleden Afrika deed verlaten.
En je gaat weer verder in je eigen heldenverhaal. Over rampzalig slechte wegen naar beneden, door een riviertje heen, tot je bent afgedaald naar Alpe d'Huez en de weg weer glad wordt. En je denkt: weer een berg veroverd op de wereld.

Naschrift. Ik heb een theorietje: wielrennen is geen sport, maar een verhaal; het is geen spelletje, maar een afspiegeling van het leven zelf. Dat maakt het tot de mooiste sport (ook al is het dat dus niet) op aarde, zowel in wedstrijdverband als recreatief. Bij wedstrijden gaat het verhaal over winnaars en verliezers, helden en hun helpers, verslagenen, strijd, bedrog en complotten. De toerfietser schrijft zijn eigen oerverhaal. Elke tocht is een queeste, waarin de toerfietser de wijde wereld in trekt om zijn horizonten te verbreden. Zoals de held in een verhaal zijn vertrouwde wereld verlaat en op zoek gaat naar datgene wat de verstoring van de orde in zijn thuiswereld kan herstellen, zo verlaat de toerfietser keer op keer zijn huis om zijn verstoorde innerlijke orde te herstellen (of zichzelf terug te vinden) tijdens zijn tochten. En zoals je een goed verhaal steeds kunt herlezen (of een goed liedje wel honderd keer kunt beluisteren) kun je ook best steeds hetzelfde tochtje maken, want je vindt steeds iets nieuws (een veld boterbloemen of een verloren herinnering, bijvoorbeeld) of je hervindt je verloren rust. En denk nu niet meteen: 'Wat een gezwets!' Ik ben ervan overtuigd dat wielrennen aan een diep menselijk oerinstinct appelleert. Later meer hierover.

16 mei 2009

Boterbloemen langs de IJssel


M. en ik fietsen (heel zelden) ook wel eens samen. Zoals vanmiddag, een rondje Kampen via de dijkjes aan weerszijden van de IJssel. Dat is mijn zomeravondrondje van 40 kilometer, dat onder meer door Wilsum voert, met zijn kerkje uit 1050 (de op drie na oudste van Nederland). Vanmiddag overheerste het geel: de dijkjes waren bezaaid met boterbloemen, met tussendoor ook wat korenbloempaars, zuring en paardenbloempluisjes. Erg fraai allemaal natuurlijk maar ik moest vooral op M. letten. M. is aan het herstellen van een zware val, twee weken geleden. Ik kan u melden: het herstel verloopt voorspoedig. Op de heenweg moest ik haar heel even uit de wind zetten, maar op de terugweg werd ik bij Zalk alweer ouderwets gelost. Het was een laatste test voor mijn knie, alvorens ik morgen met collegae naar de Alpen vertrek. Voorlopig blijft het hier dus even stil. Over anderhalve week wachten u heldenverhalen over de beklimming van de Galibier, Alpe d'Huez, Les Deux Alpes en (o gruwel) de Collet de Vaujany (10 km, 9,5 % gem). Als de knie het houdt dus. Anders zult u het moeten doen met leesverslagen van Johan Fabers Alpe d'Huez en De brief aan de Romeinen van Karl Barth. Ook buitengewoon interessant natuurlijk.

13 mei 2009

De geur van vroeger

De geur is terug. Dat is een van de voordelen van de stijgende voorjaarstemperaturen. Als je 's winters fietst, ruik je veel minder. Vandaag, tussen Hardenberg en Beerze, bracht de geur van pas gemaaid gras op de velden tussen de bossen, me weer even terug naar een bergflank in Zweisimmen, waar ik als zesjarige 's zomers een keer een skistok vond. Daar rook het ook zo. Maar als ik langs het kanaal bij Vroomshoop weer heel sterk pas gemaaid gras ruik, komen andere beelden op. Raar fenomeen, geur. Dat werkt blijkbaar toch in combinatie met wat je ziet. Of misschien was die geur langs het kanaal door het nabije water toch net even anders. Bij de houtzagerij in het Rechterense Veld rook het naar zo'n klein stationnetje met een tandradtreintje. Ook een beeld uit het Zwitserland van mijn jeugd. Het zal wel een of ander impregneermiddel zijn.
Door al die geuren - de bossen ruiken ook weer zo lekker houtig! - ga je heel associatief denken. We denken wel dat we logisch handelende wezens zijn (en heel soms zijn we dat ook), maar voor ons welbevinden is associatief denken veel belangrijker. Ik voelde me intens gelukkig toen ik vanmiddag die bergflank rook en ik zou niet weten waarom.
En waarom besloot ik in Lemele opeens rechtsaf te slaan waar ik dat nog nooit eerder had gedaan? Niet omdat ik wist dat me aan het eind van het weggetje een prachtig uitzicht op de omgeploegde flanken van de Lemelerberg wachtte. Misschien rook ik het onbewust wel...
(Ik zat dus weer op de fiets vandaag. Mijn knie is nog een beetje dik, maar erg veel last had ik er niet van. En denk niet dat ik enorme afstanden heb afgelegd. Vroomshoop klinkt ver weg, maar dat is het niet als je vanuit Zwolle eerst met de trein oostwaarts rijdt naar Gramsbergen vanwege een straffe oostenwind. Mietje? Nou ja, 't is niet anders.)

11 mei 2009

Lichamelijke geschiktheid: ok

Denk nu niet: 'O jee, die kop heb ik eerder gezien; hij gaat toch niet ook...'. Nee, ik ga geen - ik herhaal: geen - topsportcarriere beginnen ook al stond dit inderdaad ook boven een van M.'s eerste bijdrages. Maar, toegegeven: ik heb vandaag ook een sportmedische keuring ondergaan. Dat heb ik echter gedaan met het oog op het komende weekje fietsen in de Alpen. Ik wilde gewoon even weten hoe groot de kans was dat ik dood neer zou vallen halverwege de beklimming van de Glandon of de Alpe d'Huez. Vorig jaar, tijdens de beklimming van de Grosse Scheidegg (16,4 km; 7,7 % gemiddeld; pieken tot 20 %) had ik namelijk - zoals wel vaker tijdens het fietsen - ook al het idee dat mijn hart het zou begeven.
En dus zat ik vanmiddag in het ziekenhuis met ontbloot bovenlichaam op de fiets, zuignapjes op mijn lijf, een mondkapje voor en trappen maar, steeds meer watt. Het begon bij 150 en bij 250 begon het zwaar te worden. Bij 275 watt had ik normaal gesproken opgegeven, maar door de aanmoedigingen van de arts, de assistent en de technische man bleef ik doorgaan en hield ik ook nog een minuut 300 watt trappen vol. Maar toen brak ik gelukkig mentaal (zoals gebruikelijk). Geen bloed geproefd, maar het zweet stroomde van mijn lijf.
De resultaten. Vetpercentage: 12,8 ('erg laag meneer!', zei de sportarts), maximale hartslag: 192 ('erg hoog voor uw leeftijd meneer!'), wattage: 4,2 per kilo lichaamsgewicht ('erg hoog voor een recreatieve sporter'). Conclusie: 'U bent prima in conditie!' Even daarvoor hadden maar liefst drie artsen naar het vocht in mijn rechterknie gekeken (de reden dat u een week heeft moeten wachten op deze bijdrage) met als uitkomst: de Alpen in en snel een beetje. En als de knie dikker wordt gewoon iboprufen slikken tegen de zwelling. Ik heb geen excuses meer.

03 mei 2009

NK wielrennen voor journalisten

Over een a-typische fietservaring, die tenminste nog een beetje aansluit bij Marijn fietst, maar waarin ook de verschillen meteen genadeloos duidelijk worden.

Om meteen maar inconsequent te beginnen (zie vorige blog) een wedstrijdverslag. Gemiddeld 1 keer per jaar fiets ik namelijk ook een wedstrijd. Vorig jaar was dat de Oog op Morgen Bokaal, afgelopen zaterdag maakte ik mijn debuut op het NK voor journalisten. In de B-categorie wel te verstaan. Vooraf was ons aardbeien met slagroom beloofd en dus togen we (Stentor-collega C. en ik) naar het Brabantse Zundert.
Eenmaal aangekomen bleken de aardbeien op de akker tegenover het mobiele erepodium nog in volle bloei te staan, dus in die aardbeien geloofde ik al niet meer. In een goede wedstrijd trouwens ook niet. Tijdens een prachtig soloritje door het Vechtdal op Koninginnedag (even buiten Zwolle, in Herfte, waande ik me al in het buitenland op de schitterende slingerweggetjes, en toen 50 kilometer later bij Hankate zowaar een heuvel naast de weg oprees, jubelde mijn hart: Engeland! ik wil naar Engeland! (maar dit alles natuurlijk geheel terzijde)) had ik al zoveel last van mijn rechterknie, dat ik niet zwaarder kon trappen dan 39-19 (voor wie dit niks zegt: met zo'n verzet win je nog niet bij de kleuters). Bij het inrijden op het rondje van 3,5 km even buiten Zundert (achter een kleine rimpel in het landschap zag je nog net de kerktoren liggen) speelde de knie meteen op.
Meteen na de start ging het tempo rap richting de 45 km/pu en wonder boven wonder werd ik niet meteen gelost. Dat voelde al als een overwinning. Maar in de tweede ronde sloeg de twijfel toe: Waarom doe ik dit? Voel ik die knie nou of niet? Ik ga over twee weken met collega's in de Alpen fietsen en zit ik me nu niet te forceren? Hee lul, kijk uit, je drukt me van de weg! Enfin (om ook maar eens in de geest van Martin Bril te schrijven, dat schijnt erg hip te zijn): na een kwartier vond ik het wel goed en liet ik me uitzakken naar een volgend groepje.
Conclusie: geen wedstrijdmentaliteit. 't Is niet anders. Even later sloot ik aan bij mijn collega W. en reed ik de wedstrijd uit met een lekker vaartje van ongeveer 32 km/pu (wat al zo'n 7 km boven mijn normale tempo ligt). Door even achter een vrachtwagen te stayeren, die ons vlak daarvoor de weg had versperd waardoor we ook nog gedubbeld werden, kon ik zowaar nog als beste loser finishen. Twintigste plek, nauwelijks gezweet, geen last van de knie. Ik ben tevreden.

Job fietst ook

Beste lezer! Mopperlog wordt (tijdelijk) uitgebreid en aangevuld met het blog 'Job fietst ook'. Dit naar aanleiding van het blog Marijn fietst van mijn lieve vriendin M. De nieuwe ondertitel van mijn blog ('Het andere wielrennen') geeft al aan dat u hier geen wedstrijdverslagen, hartslagfrequenties en andere topsportachtige zaken zult aantreffen. Hier zal het gaan om de schoonheid van het Vechtdal, mediteren op stapelwolken en steeds verder wegzakkende gemiddelde snelheden. En nu even niks, want het regent. En Job fietst dus niet als het regent...

28 april 2009

Column DvhN: Laguna

Eén van mijn collega’s op de redactie van deze onvolprezen krant (u mag zelf raden wie) verwisselt vaker van auto dan van onderbroek. Hij is pas 34 jaar, maar heeft al 128 auto’s versleten. Ik heb niks met auto’s. Zo lang het ding rijdt, een beetje comfortabel zit en niet te vaak problemen oplevert, ben ik tevreden. Zo komt het dat ik inmiddels al acht jaar in een Renault Laguna rij, mijn tweede auto ooit. Ik kocht hem toen hij al 110.000 kilometer had gereden.
Na een paar maanden ontdekte ik stukjes glas in de stoelzitting, littekens van een moeilijke jeugd. Inmiddels staan er bijna 280.000 kilometer op de teller. Dat schijnt vrij bijzonder te zijn voor een auto met een benzinemotor. Mijn Laguna en ik hebben samen heel Nederland gezien, we raasden over de Duitse Autobahn en overleefden smalle autosnelwegen in Italië; hij bracht mij over vele bergpassen, startte zonder aarzeling bij -22 graden Celsius en weigerde in al die jaren slechts één keer dienst door een klein ongemakje (terwijl de Laguna bij de Wegenwacht toch bekend staat als een notoir probleemgeval). De laatste jaren heeft mijn trouwe vierwieler zelfs spontaan enkele kwaaltjes zelf opgelost. Een lek in het koelsysteem was vorig jaar opeens weer dicht en een raar geluid bij de uitlaat verdween op even wonderbaarlijk wijze.
Ik heb helemaal niks met auto’s, maar de band met mijn Laguna wordt steeds sterker naarmate het afscheid dichterbij komt. Vanmorgen bracht ik hem naar de garage voor misschien wel zijn laatste bandenwissel. Bij het afscheid gaf ik hem een bemoedigend klopje op het dashbord. Sterkte jongen, zet hem op.

14 april 2009

Column DvhN: God als gat

"God is het gat in onze kennis", zei de Groningse filosoof Coen Simon zaterdag in deze krant. Ik vond het een mooie uitspraak om in het paasweekeinde wat op te herkauwen. Met Pasen herdenken we immers de opstanding van Jezus, de mensgeworden God (dit even voor degenen onder u die dat niet weten; u schijnt met velen te zijn; tenminste, dat beweerde deze krant vrijdag). Veel christenen beschouwen de opstanding als een vaststaande, historische waarheid. Als kennis dus. Zoals EO-coryfee Andries Knevel, die zaterdag in de Volkskrant bijna een pagina de ruimte kreeg om die visie met rationele argumenten kracht bij te zetten.
Voortbordurend op Simon zou je Jezus ook kunnen zien als het mensgeworden gat in onze kennis. Jezus’ leven, zijn lijden, zijn sterven en zijn opstanding, zoals beschreven in de evangeliën, worden dan (bijvoorbeeld) een metaforische openbaring van onbegrijpelijke, alomvattende liefde en onbaatzuchtigheid, die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. En dat is weer een fijne inspiratiebron voor meditatie, gedachtenexperimenten, je eigen ethische handelen of desnoods een mystieke ervaring. Enfin, het houdt je van de straat.
Ik combineerde het herkauwen op Simons uitspraak met het lezen van De Bijbel van Karen Armstrong. Daarin laat de Britse godsdiensthistorica zien op welke uiteenlopende wijzen de bijbel in de loop der eeuwen geïnterpreteerd is. Het is een zeer verhelderend boek, waaruit onder meer blijkt dat Simons ’God als gat’-gedachte een veel langere traditie kent dan de rationalistische benadering van de bijbel die Knevel en de zijnen (onder wie de creationisten) voorstaan. Die is namelijk nog geen 150 jaar oud.

10 april 2009

Column DvhN (oud maar weer actueel): The Passion of the Christ

Hij is vijf jaar oud maar kan nog best mee, deze column van vijf jaar geleden (de film is op paaszaterdag te zien op tv):

Toeschouwers die ter plekke dood neervallen; neonazi's die na afloop huilend van berouw naar het politiebureau rennen; extatische bekeringsverhalen en heftige demonstraties buiten de bioscoopzalen. De wereldwijde ophef rond The Passion of the Christ, maakt nieuwsgierig. Dus ik hollend naar de bioscoop. Ik was zestien jaar toen het geloof mij definitief ontviel. God bestaat, concludeerde ik destijds, maar alleen in de gedachten van mensen. Het duurde even, maar uiteindelijk werd mijn leven er een stuk aangenamer op.
De interesse in geloofszaken ben ik echter nooit verloren. En ik ben een blijmoedig mens en sta open voor alles. Dat viel dus tegen. Twee uur lang heb ik verveeld toegekeken. Het eerste uur vanwege de saaiheid van de film (dat krijg je als je de scènes en teksten al letterlijk van buiten kent); het tweede uur vanwege de al snel afstompende orgie van bloed en geweld. En het vermeende antisemitisme van de film dan? Ja hallo, dan zijn de bijbel en Bachs Matthäus Passion ook antisemitisch.
Door de volledige concentratie op het fysieke lijden van Jezus in The Passion, dringt zich - als je een beetje door de bloedspetters heenkijkt - wel nadrukkelijk de vraag op wat één dag extreem lijden nu eigenlijk zo bijzonder maakt? Een beetje politiek gevangene in een schurkenstaat heeft het tegenwoordig al zwaarder, om nog maar te zwijgen van het jarenlange lijden in de concentratiekampen. En voor zover ik weet, is daar nog nooit iemand na drie dagen weer uit de dood opgestaan met slechts gaten in handen en voeten. Maar ik geloof niet dat het filmmaker Mel Gibson daarom te doen was.

22 maart 2009

Hardloper Huizenga - Het verhaal van een vergeten wonderatleet

Het is eindelijk zover: mijn boek over de legendarische Groningse hardloper Louwe Huizenga is klaar en ligt in de winkels. Hardloper Huizenga - Het verhaal van een vergeten wonderatleet is verschenen bij LJ Veen en kost 17,50 euro (174 blz.; dat is dus slechts tien cent per bladzijde). Er is ook een website over het boek met laatste nieuws, recensies, reacties en dergelijke: www.hardloperhuizenga.nl. Koop dat boek!

18 maart 2009

Column DvhN: Topsport

Het is nu tweeënhalf jaar geleden dat mijn vriendin en ik nieuwe racefietsen kochten. Mijn oude barrel was na vijftien jaar trouwe dienst hoognodig aan vervanging toe en het leek M. ook wel leuk om af en toe eens een rondje mee te fietsen. Ik had beter moeten weten. M. had toen al de gewoonte ontwikkeld om elke dag op mijn oude mountainbike naar haar werk te gaan. Op zich niks bijzonders, ware het niet dat de afstand tussen haar woon- en werkplek ruim 20 kilometer bedroeg. Het kwam regelmatig voor dat M. enigszins verbaasd opmerkte dat andere fietsers zo langzaam reden. "En ik haal ook af en toe racefietsers in", voegde ze er achteloos aan toe.
Al tijdens onze eerste fietsvakantie in Italië – we hadden die racefietsen net twee weken – werd ik elke dag door M. naar de kloten gereden, zoals dat in algemeen beschaafd wielerjargon heet. Ze begon er steeds meer lol in te krijgen en ging bij een toerwielerclubje rijden. Maar ook daar ging het M. zelfs bij het snelste mannengroepje al gauw te langzaam. Ze bleek in de wieg gelegd voor fietsen, al kwam ze daar helaas pas na ruim een kwart leven achter.
Vorige zomer reed M. haar eerste wedstrijdje en sinds drie maanden volgt ze serieuze trainingsschema’s. Ze is nu 30 en gaat proberen alsnog de top te halen. Afgelopen weekeinde mocht ze meetrainen met de ploeg van Leontien van Moorsel; ze kon moeiteloos meekomen. Ik leef opeens samen met een topsporter.

06 maart 2009

Column DvhN: De Omloop

Ik kan natuurlijk nog een keer gaan uitleggen waarom Charles Darwin (wetenschap – theorie – kennis) en Genesis 1 (religie – verhaal – ervaring) prima met elkaar te verenigen zijn. Of betogen dat we elkaar dankzij de pseudo-wetenschappelijke toekomstvisioenen van allerhande economen en andere onheilsprofeten in recordtempo naar de verdoemenis aan het praten zijn. Maar gelukkig zijn er sinds zaterdag weer belangrijker zaken om ons druk over te maken: het is weer koers. Het wielerleven begint elk jaar, zoals bekend, met de Omloop Het Volk. Daar kunnen de Ronde van Quatar, de Ronde van Californië en al die andere rare wedstrijden ver weg niks aan veranderen. (En dat de Omloop Het Volk tegenwoordig de Omloop Het Nieuwsblad wordt genoemd – ach, Donar schijnt ook Capitals te heten…)
Het was een prachtige seizoensopening, zaterdag. De Rabobank was machtiger dan ooit tevoren (wat natuurlijk meteen weer stof tot nadenken biedt), maar Erik Dekker toonde zich gelukkig net zo’n slechte ploegleider als Erik Breukink. Dus we kunnen nog dagenlang napraten over hoe onbenullig onze oranjehelden de kansen op een vroege overwinning nu weer hebben verprutst. Aangestoken door al die wielrenners op de Vlaamse heuvels, heb ik zelf zondag voor het eerst dit jaar de Sallandse Heuvelrug opgezocht, met onder meer de gruwelijke beklimming van de Motieweg. Laat die Alpe d’Huez maar komen! Gelukkig was ik op tijd thuis om te zien hoe Karsten Kroon weer eens net niet won, in Kuurne. Nu nog even het eerste dopinggeval en we zitten er weer helemaal in.
Het is koers. Het leven is weer begonnen.

20 februari 2009

Column DvhN: Charles Darwin

Charles Darwin was vroeger bij ons thuis een naam die niet hardop werd uitgesproken. De evolutietheorie was een gevaarlijke dwaalleer, die te vuur en te zwaard bestreden moest worden en de bedenker ervan gold als de verpersoonlijking van het Kwaad. Wij geloofden dat de Bijbel van kaft tot kaft letterlijk waar was en gelukkig hadden we Willem Ouweneel. Deze bioloog, filosoof en theoloog gold tijdens mijn jeugd in evangelische kringen als een briljante wetenschapper die in zijn boeken en in het tijdschrift Bijbel & Wetenschap korte metten maakte met de evolutietheorie. Alle twijfel over de letterlijke waarheid van Genesis 1, werd bij ons thuis – vaak met een beroep op Ouweneel – de kop ingedrukt. Fossielen van vroege mensachtigen?
Die waren door de Satan zelve in de aardlagen geplaatst om ons in verzoeking te brengen. De koolstof-14-dateringsmethode, die erop leek te wijzen dat de aarde toch echt ouder was dan zesduizend jaar, was ook zo’n hot issue. Maar de creationisten hadden overal een antwoord op.
Ouweneels opvattingen zijn tegenwoordig een stuk genuanceerder. Al veel eerder dan Andries Knevel zag hij de onhoudbaarheid in van het creationisme, zoals wij dat als kinderen kregen ingepeperd. Hij is erachter gekomen dat evolutietheorie en geloof elkaar helemaal niet uitsluiten en profileert zich nu nederig als een ’ontstaansagnost’, iemand die gelooft dat het ontstaan van het leven onkenbaar is. Dat lijkt me een zeer gezonde opvatting. De ironie wil dat het tegenwoordig de diehard-volgelingen van Charles Darwin zijn die op hun beurt dogmatisch volharden in hun godloochening.

03 februari 2009

Column DvhN: Kwakzalverij

Eigenlijk is het verbijsterend dat de Vereniging tegen Kwakzalverij zich nog nooit op de economische en sociale wetenschappen heeft gestort. Oké, directe gevolgen voor onze gezondheid hebben alle voorspellingen van deze hooggeleerde dames en heren niet. Maar de onheilstijdingen waarmee economen en aanverwante maatschappijkundologen ons de laatste tijd overspoelen, zijn heel wat gevaarlijker dan een onschuldig pilletje van een homeopathische huisarts of een handoplegging door deze of gene aardstraaldeskundige.
Nu is er weer de voorspelling van de Groningse hoogleraar vastgoedontwikkeling Ed Nozeman dat de huizenmarkt het komende jaar met 20 procent gaat zakken als het consumentenvertrouwen niet herstelt. Dat is net zoiets als een meteoroloog die voorspelt dat de gemiddelde jaartemperatuur gaat stijgen als het dit jaar twee graden warmer wordt dan vorig jaar. Met dit verschil dat een meteoroloog er niks aan kan doen als het inderdaad warmer wordt, terwijl de voorspelling van Nozeman de parameter ’consumentenvertrouwen’ juist in hoge mate beïnvloedt.
Het trieste is dat politici, consumenten en de media zich laten meevoeren door de stroom zichzelf versterkende onheilsboodschappen van wetenschappers die nog niet eens in staat zijn gebleken om een megacatastrofe als de kredietcrisis te voorspellen en hun theorieën voortdurend moeten aanpassen aan de actualiteit. Ik heb groot nieuws: de toekomst is niet te voorspellen! Met het oog op de geestelijke volksgezondheid zou er dan ook onmiddellijk een verbod moeten komen op toekomstprofetieën.

21 januari 2009

Top 10 pop 2008

Zoals beloofd nu eindelijk dan toch nog mijn beste tien (pop)cd's van 2008, die zoals gebruikelijk (bijna) allemaal weer eens in alle andere lijstjes ontbraken.

1. Paulusma iRecord
Zie paar blogjes verderop (hieronder).

2. Daniel Lohues Allenig II
Sympathieke teksten, prachtige muziek met een paar juweeltjes voor de eeuwigheid.

3. De Kift Hoofdkaas
De beste Kift-cd sinds Koper met als hoogtepunt Heisa-ho-joechei.

4. Adele 19
Merkwaardig vaak vergeten door de andere lijstjesmakers. De enige nieuwe souldiva die met Amy kan wedijveren.

5. The Girls We make love not songs
Vergeet The Arctic Monkeys en luister naar deze jongens uit Meppel. Grijs gedraaid (bij wijze van spreken dan) tijdens mijn zomervakantie.

6. Giant Sand Provisions
Prachtige americana van Howie Gelb. Fabelachtig geluid (ongelofelijke productie).

7. Ron Sexsmith Exit Strategy of the Soul
Lang niet de beste van Ron, maar ook een mindere Ron is nog altijd steengoed.

8. Lambchop Ohio
Is a woman is nog altijd een van mijn meest dierbare cd's. De albums die erna kwamen vielen altijd een tikje tegen, maar op Ohio komt Kurt Wagners fijne fluisterzang weer in de buurt.

9. Tindersticks The hungry saw
Altijd fijn. Luister vooral naar het liedje Yesterdays tomorrows.

10. Unbunny Snow tires
Eigenlijk al wat ouder, maar pas in 2008 in ons land uitgebracht. Om de top-10 rond te maken zeg maar, want dit doet op zijn beste momenten soms denken aan Darryl-Ann (en dan ben je dus automatisch echt goed).

Column DvhN: Raffelen

Na het swaffelen hebben we nu dus het slimmen. En we hadden al het wappen en het rimmen. De aantrekkingskracht van de korte a en i op onze jeugdige taalvernieuwers is op zich al een studie waard, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Voor wie het gemist heeft: slimmen is een uit Amerika overgewaaide, nieuwe manier van dronken worden via een in wodka gedrenkte tampon, die vaginaal of anaal wordt ingebracht. Klinkt smerig, maar kijk mij er niet op aan; ik heb het niet verzonnen. Ook niet geprobeerd trouwens. Maar het schijnt goed te werken, al is het niet erg gezond.
We kunnen natuurlijk zedenmeesterig deze nieuwerwetse praktijken ernstig gaan veroordelen, maar dat zal het kabinet binnenkort wel doen. En aangezien het mode is om te gruwen en schreeuwerig schande te spreken van het ouderwetse, degelijke burgerfatsoen en de bijpassende regelcultuur (zie de discussie rond het roken in kroegen), is een creatievere benadering van het slimmen wellicht effectiever. Kortom: wat valt er anaal of vaginaal nog meer in te brengen met maximaal effect?
Dan denk je natuurlijk meteen aan nicotine. Slimmen biedt dé uitkomst voor al het gedoe rond het rookverbod. Ik zou alle rokers willen voorstellen om het zogenaamde raffelen eens te proberen. Met sigaretten of shag zal het wat lastig gaan maar met nicotinekauwgum of -pleisters moet het lukken. Het heeft alleen maar voordelen: de kick is groter (directe opname in het bloed) en dus zal die unieke rokersgezelligheid er alleen maar bij winnen, terwijl de niet-raffelaars geen gezondheidsbedreigende overlast meer ondervinden.

P.S. Voor wie de superieure woordgrap is ontgaan (iedereen, vrees ik): raffelen is een bestaand woord en betekent onder meer 'kletspraat uitslaan'.

16 januari 2009

Column DvhN: Paulusma

De lijstjestijd is voorbij, maar mijn nummer één van 2008 op popgebied ben ik nergens tegengekomen: 'iRecord' van Paulusma. Dat ligt natuurlijk aan mij. Op één of andere manier kom ik altijd weer bij de muziek van Jelle Paulusma terecht. Daryll-Ann, zijn vorige band, is een anker in mijn leven. Dat klinkt misschien overdreven, maar zo ervaar ik het nu eenmaal. Als ik 'Weeps' opzet, mijn favoriete popalbum aller tijden, dan valt alles op zijn plaats.
Waarom? Ik heb er lang en vaak over nagedacht. Maar veel verder dan dat ik me heel erg thuisvoel in deze muziek kom ik niet. Waar ik wel achter ben gekomen, is dat Daryll- Ann (en popmuziek in het algemeen) bij mij een andere emotie oproept dan klassieke muziek. Bach – mijn andere held – gaat dieper, maar Paulusma is persoonlijker. Op één of andere manier past zijn muziek perfect bij de grondhouding waarmee ik in het leven sta. Ik vermoed dat het vooral veel te maken heeft met de bitterzoete melancholie van Paulusma’s melodieën. En dat het Nederlandse muziek is, speelt ook een rol: extreme emoties ontbreken, het is bijna burgerlijk.
Paulusma’s muziek roept een gevoel van bijna-harmonie op. Alsof de oplossing steeds nét om de hoek ligt, dichtbij maar voorgoed onbereikbaar – wat natuurlijk de condition humaine is. Het ademt een sfeer van verloren paradijzen, net als de boeken van F. Springer, ook zo iemand bij wie ik me helemaal thuisvoel. Enfin, luister er eens naar, zou ik zeggen. Met woorden kom je domweg niet ver als het over muziek gaat.

P.S. Binnenkort op dit blog mijn top 10 van pop-cd's van 2008. Vergeet alle andere lijstjes maar. Wat betreft de klassieke muziek: dé cd van 2008 is Ralph van Raats uitvoering van 'The People United Will Never Be Defeated!' van Frederic Rzewksi. Een Naxos-cd, dus kost geen drol. Kopen!

24 december 2008

Column DvhN: Fruitmixje

Het was zo’n berichtje dat heel erg naar het nieuwe wielerseizoen deed verlangen: ’Duel Emmen uitgesteld door voedselvergiftiging’. Elf voetballers van FC Emmen werden vorige week opeens ziek. "Waarschijnlijk een bedorven fruitmixje", luidde de officiële verklaring. Trainer Paul Krabbe was volgens deze krant één van de eersten die er buikkrampen van kreeg en een officiële doktersverklaring was opmerkelijk snel voorhanden. Gevolg: wedstrijd tegen MVV afgelast. Als wielerliefhebber weet je dan genoeg: typisch gevalletje van doping. Krijg je met nieuwe trainers die koste wat het kost moeten presteren. Ten einde raad grijpen ze dan naar de pillenpot of naar dubieuze voedingssupplementen.
Ik zag het al helemaal voor me: clubarts slaat groot alarm omdat de maskeringsmiddelen niet werken. "Ze komen de dopingcontrole niet door zaterdag!" Paniek alom, behalve bij no-nonsenseman Krabbe: "Jongens, ik voel de diarree al komen!" Mooie herinneringen aan de Tour de France van 1991 (de intralipid-affaire bij de PDM-ploeg) kwamen naar boven. Dat zou smullen worden met het ene na het andere verhaal over het mysterieuze fruitmixje. "Onzichtbare schimmel op de bananen én wormen in de appels", aldus een ontdane FC Emmen-kok. De volgende dag een woedende reactie van de leverancier: "Ik verkoop geen rot fruit! Ik eis excuses!" Enzovoorts. En over vijftien jaar in de memoires van Krabbe het échte verhaal.
Maar helaas. Niks meer gehoord van dat fruitmixje. Het gaat om een voetbalploeg en niet om wielrenners.

16 december 2008

Column DvhN: Stervend Bos

Dan fiets je door het stervende bos en opeens is hij daar: een paarse wolk, half verscholen achter de kale kruinen van de bladloze bomen. Het is een kleintje, en aan de randen wordt hij al wat grijs, dat langzaam maar zeker naar wit neigt. Maar in de kern is hij wonderlijk dieppaars en dreigend. Zoals alle wolken in deze tijd van het jaar is de vorm wat wattig: geen scherpe lijnen of duidelijke grenzen. Diffuus, aan de randen oplossend in het wolkenloze blauw. En je denkt: wat een vreemd contrast met het zonlicht, dat, nu de winter er aan komt, juist veel scherper en feller wordt. Je fietst verder door het stervende bos en de weerspiegeling van de zon op de natte wegen, die in december ook niet meer droog worden, verblindt je.
De tranen stromen over je wangen. Dus kijk je maar opzij. Je ziet de naaldbomen die fier groen blijven en de dood trotseren. Maar het sterven overheerst: het lage, kale struikgewas dat als een grijze sluier de bodem bedekt; de zwarte aarde, die op sommige plekken verdrinkt in plassen; de onheilspellende modderwegen naar het hart van het bos; de rottende bruine bladeren.
En dan stuit je opeens op een maïsveld tussen de bomen en je denkt: een dodenakker; de lichtbruine stelen, afgesneden en gebroken, steken als kruisen uit de zwarte aarde omhoog. Maar het is een sterven dat bruist van het leven. Als de zonnestralen de bodem bereiken, lijkt die te knisperen van frisheid, alsof het nieuwe leven niet kan wachten om het licht te begroeten. Het is een dood die nieuw leven belooft. En als je verder fietst door het stervende bos denk je: wat is het toch mooi om te leven.

05 december 2008

Column DvhN (vers): Evolutie en geloof

Nog één keer dan. De evolutietheorie zegt niet dat de mens van de aap afstamt, maar dat mensapen en mensen zich hebben ontwikkeld uit dezelfde voorouders. En dat is toch écht iets anders. De evolutietheorie is ook geen levensovertuiging, zoals enkele christenfundamentalisten ons nu weer proberen wijs te maken. Het is een wetenschappelijke theorie die na Darwin een grote ontwikkeling heeft doorgemaakt en aanzienlijk aan verklarende kracht heeft gewonnen. Daar gaat het namelijk om in wetenschap. Evolutietheorie en geloof sluiten elkaar ook helemaal niet uit. Ook al beweren ds. Orlando Bottenbley c.s. alsmede de evolutiefundamentalisten (ja, die zijn er helaas ook: Midas Dekkers, Richard Dawkins, dat soort betweters) van wel.
Eén van de belangrijkste inzichten van de moderne evolutietheorie is dat ons menszijn principiële beperkingen oplegt aan ons denk- en waarnemingsvermogen. We kunnen, gegeven onze biologische staat, niet verder kijken dan onze eigen, menselijke belevingswereld. Hoezeer die, vooral dankzij de wetenschap, de laatste honderden jaren ook is uitgedijd. Wetenschap, religie – en ook kunst en ’gezond verstand’ – zijn succesvolle overlevingsstrategieën in onze struggle for life, om het maar eens Darwiniaans te formuleren. Maar het blijft mensenwerk dat in het licht van de eeuwigheid (of de evolutie) weinig voorstelt.
Het zou fijn zijn als al die fundamentalisten, die zo overtuigd zijn van hun eigen gelijk, eens wat nederigheid zouden betrachten en zich wat meer van hun eigen nietigheid bewust werden. Pas dan ontstaat er ook weer écht ruimte voor God. Maar dat is een ander verhaal.

Column DvhN (oud, maar nog altijd relevant): Dikke boeken

Eind vorige eeuw kondigde de even eloquente als arrogante Duitse literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki het einde aan van de dikke roman. In zijn literatuurtalkshow op de Duitse zender ZDF (ja, dat waren nog eens tijden, lieve lezertjes: toen waren er nog televisieprogramma’s waarin op prime time over literatuur werd gediscussieerd...) betoogde de toen al oude en inmiddels hoogbejaarde literatuurpaus dat het leven te snel zou worden voor romans van meer dan 200 bladzijden. De westerse mens zou het geduld en de rust er niet meer voor kunnen opbrengen.
Reich-Ranicki kon schrijvers maken en breken, maar de toekomst voorspellen ging hem (zoals vele, vele anderen) minder goed af. Zelden verschenen er zoveel dikke boeken als tegenwoordig. En ze worden gelezen. Ik heb zelf net 'Het lot van de familie Meijer' van Charles Lewinsky uit (667 blz.) en het gaf alleen maar rust en diepe voldoening. Andere dikke boeken die ik recentelijk tot mij heb genomen: 'De opwindvogelkronieken' van Haruki Murakami (schitterende roman, 891 blz.), 'Boetekleed' van Ian McEwan (507 blz.; veel beter dan de film), 'De Rotters club' (423 blz.) en 'De gesloten kring' (463 blz.) van Jonathan Coe, die tezamen een prachtig beeld oproepen van het moderne Engeland. En last but not least: 'Q' van Luther Blisset (719 blz.): fabelachtige roman over de uiterst geweldadige begintijd van de Reformatie, verplichte kost voor alle evangelische christenen.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over mijn vriendin M. die net alle Harry Potters heeft herlezen (3567 blz.). Reich-Ranicki hoor je er inmiddels niet meer over. Zijn talkshow is helaas al jaren ter ziele. Zelfs de toekomst kun je het best aan romanciers over laten, weet hij nu ongetwijfeld. Hij zal immers ook 'Wolkenatlas' van David Mitchell (540 blz.) wel hebben gelezen...

NASCHRIFT: Momenteel ben ik 'De Welwillenden' aan het lezen van Jonathan Littell; bijna duizend pagina's nazi-gruwelen vanit het perspectief van een SS'er. Zeer indrukwekkend.

Column DvhN (licht belegen): Heisa-ho-joechei

Afgelopen vrijdag was ik weer eens bij een optreden van De Kift, de enige popgroep in Nederland die rijkssubsidie ontvangt. Het is een schande. Oké, terwijl het Nederlands Kamerkoor, Reinbert de Leeuws Asko/Schönberg Ensemble en Ton Koopman en zijn Amsterdams Barokorkest flink moeten inleveren, krijgt De Kift de komende jaren bijna vijf keer zoveel geld als de afgelopen jaren. Dat is heel mooi, maar als je het afzet tegen het bedrag dat naar klassieke muziek gaat, dan komt het geweeklaag van voornoemde gezelschappen – ondersteund door politiek zwaarwichtige vriendjes, maar gelukkig genegeerd door de minister Plasterk – al snel over als gezeur in de marge. Maar goed, De Kift krijgt dus wel geld en dat is een zegen voor de mensheid.
Ik heb vorige week het NNO, Laurie Anderson, Lou Reed en Lambchop zien optreden, en hoewel Kurt Wagners schitterende fluisterzang ook een zegen voor het oor was, viel alles in het niet bij de literaire fanfarepunk van De Kift. Prachtige teksten (bewerkingen van werken uit de wereldliteratuur), geweldige podiumact (live altijd spetterend), en een uniek geluid (waaronder dit keer ook een kartonnen doos vol lege conservenblikjes in de slagwerksectie). Vernieuwende muziek, die in cd-vorm ook nog eens in heuse kunstwerkjes wordt verpakt.
Misschien moeten De Leeuw, Koopman en hun politieke vriendjes een keertje naar De Kift gaan en uit volle borst meezingen met de nieuwste De Kift-klassieker Heisa-ho, op een tekst van Shakespeare: "Laat klacht en zuchten overslaan tot heisa-ho-joechei!" Kunnen ze de zaken weer eens in perspectief zien.

03 december 2008

Column DvhN (licht belegen): De nieuwe wereld

k begrijp er niet veel van, laat ik dat vooropstellen. Twaalfhonderd miljard euro verdampt? Fascinerend, maar wat moet ik me erbij voorstellen? Gaat het om geld waar zich ooit mensen voor in het zweet hebben gewerkt? Of hebben die miljarden alleen maar door de lucht gezweefd, ergens tussen banken in en op de beurzen? Of is daar geen verschil tussen? Hoe dan ook, het zijn historische tijden. De kredietcrisis is een gebeurtenis die de wereld ingrijpender zal veranderen dan de val van de Muur in 1989 of de aanslagen van 11 september 2001, zoveel is wel zeker. De Groningse geschiedfilosoof Frank Ankersmit verklaarde in Trouw dat we op de drempel staan van een nieuw tijdperk. Hoe de wereld er uit ziet als we die drempel eenmaal zijn overgestapt, weet niemand.
Ik vind het mateloos fascinerend. We hebben ook de klimaatcrisis, de energiecrisis en de voedselcrisis nog, maar die kunnen we voorlopig voor ons uitschuiven en afwentelen op de verworpenen der aarde. De kredietcrisis breekt echter onmiddellijk in. Het mooie is dat er dankzij al die crises plotseling weer plaats is voor hoop op een betere wereld. Volgens Herman Wijffels (laten we hopen dat die man ooit nog eens premier wordt) zal de nieuwe wereld beter worden. Het voze roofkapitalisme en de ongebreidelde hebzucht zullen uit de financiële sector verdwijnen. Menselijke behoeftes komen weer centraal te staan.
’Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde.’ Dat liedje van vroeger klinkt de laatste tijd steeds vaker in mijn hoofd. Dat het ook gruwelijk fout kan gaan, daar moeten we maar even niet aan denken.

Recensie DvhN: Paul Verhoeven

Vooruit, we gooien er ook een keertje een recensie op. Paul Verhoeven, 'Jezus van Nazaret'. Ik heb hem vier sterren gegeven, 't is maar dat u het weet:

In afwachting van het koninkrijk van God

Boek: Jezus van Nazaret. Auteur: Paul Verhoeven (in samenspraak met Rob van Scheers). Uitgeverij: Meulenhoff. Prijs: € 19.90 (288 blz.).

Jezus was een briljante, revolutionaire, joodse sekteleider die door zijn militante opvattingen in conflict kwam met de autoriteiten in Palestina, wat hij met de dood moest bekopen. Kort samengevat is dat het beeld van de historische Jezus dat Paul Verhoeven in het boek Jezus van Nazaret schetst. De regisseur van films als Spetters en Basic Instinct heeft in zijn biografie de informatie die over Jezus te vinden is in de Bijbel en enkele historische bronnen (Flavius Josephus, Celsus) gestript van wat hij politieke en christelijke ’spin’ noemt: de goddelijke, anti-politieke saus (en chronologie) die de evangelisten en de kerk over Jezus’ levensverhaal hebben gegoten.
Verhoeven (70) is al zijn hele leven gefascineerd door Jezus. Na een korte maar heftige ervaring bij de Pinkstergemeente nam hij in 1966 afscheid van de goddelijke Jezus, waarna hij op zoek ging naar de historische persoon die achter hem schuilgaat. Het resultaat van die jarenlange zoektocht mag er wezen. Jezus van Nazaret is een fascinerend boek dat, hoe speculatief ook, verrassende perspectieven op de figuur van Jezus biedt. In de publiciteit rond het boek is Verhoevens Jezus neerzet als een scheten latende drinkebroer, die ter wereld kwam nadat Maria tijdens de joodse opstand in Galilea van 4 v.C. verkracht was door een Romeinse soldaat. Maar dat is zeker niet het meest interessante dat Verhoeven over Jezus te melden heeft.
Volgens Verhoeven was Jezus een timmerman met organisatietalent die rond zijn dertigste een volgeling werd van Johannes de Doper. Na de tempelreiniging – die Verhoeven vlak na Jezus’ doop plaatst – kwam het tot een breuk met Johannes en zette Jezus zijn eigen doperse beweging op. Nadat Johannes was gearresteerd, vluchtte Jezus de woestijn in waar zich een enorme ommekeer in zijn denken voltrok. Toen hij terugkeerde begon hij zijn prediking, waarbij hij zelden lang op één plek bleef, omdat hij constant op de vlucht was voor de autoriteiten.
Volgens Verhoeven was Jezus’ centrale boodschap dat het koninkrijk Gods nabij was. De christelijke leer focust op de dood van Jezus en de opstanding, maar dat is volgens Verhoeven ’spin’. Jezus’ eigen boodschap komt volgens hem het zuiverst naar voren in de parabels, die Jezus bedoelde als letterlijke openbaringen van het koninkrijk van God en niet als allegorie of metafoor. Het gedrag van de barmhartige Samaritaan en de vader van de verloren zoon was in Jezus’ ogen het koninkrijk van God. Als dat koninkrijk daadwerkelijk zou inbreken en de geest van God over de mensen kwam, zou iedereen zich zo gedragen.
De spontane genezingen die hij verrichtte, zag Jezus als tekenen van het koninkrijk van God. Verhoeven noemt de opstanding en de vele wonderen die in de Bijbel beschreven worden onzinnige verdichtingen; maar hij gelooft wel dat Jezus, als een gebedsgenezer, mensen kon genezen van blindheid, doofstomheid en verlammingen. Dat was niet alleen een schokkende ervaring voor de mensen in zijn omgeving, maar vooral voor Jezus zelf.
Verhoeven signaleert verschillende ontwikkelingen in Jezus’ denken, die samenhangen met een aantal existentiele crises die hij onderging. Eerst zag Jezus zichzelf alleen als verkondiger van de goede boodschap. Later dacht hij dat hem een centrale plaats was toebedeeld in het koninkrijk Gods als plaatsvervanger van God op aarde. Nog later – toen hij al bij verstek ter dood veroordeeld was – dacht Jezus dat hij eerst moest sterven voordat het koninkrijk Gods een feit zou worden. Enkele maanden voor zijn dood radicaliseerde Jezus toen hij tot de conclusie kwam dat het koninkrijk Gods alleen met geweld bewerkstelligd kon worden
Jezus optreden als excorsist en prediker werd door de Romeinse en joodse religieuze autoriteiten als zeer bedreigend ervaren. Jezus’ boodschap – een radicaal nieuwe ethiek van verdraagzaamheid – ging lijnrecht in tegen de joodse leer en gebruiken, en zijn toekomstvisioenen hielden een omverwerping van het Romeinse regime in. Jezus was een rebel, die door zijn exorcismen, zijn charisma en zijn briljante verbale gaven mensen wist te mobiliseren. Daarom eindigde hij, samen met enkele van zijn volgelingen, aan het kruis.
Een maand na verschijning is Verhoevens biografie al aan zijn vierde druk toe. Dat zal zeker te maken hebben met het feit dat Verhoeven een BN’er is. Maar hij heeft ook werkelijk wat te melden. Hij onderbouwt zijn Jezus-beeld nauwgezet, zeer gedetailleerd en met grote kennis van zaken, volop gebruik makend van de bronteksten en een schat aan theologische studies. Bovendien bekijkt hij als filmregisseur de overgeleverde informatie met een dramaturgische blik, wat verrassende inzichten oplevert.
Verhoevens biografie zal fundamentalistische christenen ongetwijfeld tegen de borst stuiten omdat hij Jezus van zijn goddelijkheid ontdoet. Maar hij doet het liefdevol en integer en met grote bewondering voor Jezus’ gedachtengoed. Ook Paul Verhoeven houdt van Jezus, maar op een andere manier.

NASCHRIFT: naar de normen van het DvhN was deze recensie al veel te lang. Maar ik had graag nog willen toevoegen dat Verhoeven Paulus helaas goeddeels buiten beschouwing laat. Want zijn fraaie (en ook overtuigende) speculaties ten spijt, verklaart dit niet hoe het mogelijk is dat Paulus amper twintig jaar na Jezus' dood al goddelijke eigenschappen aan Jezus toekent. Hoe het mogelijk is dat een kleine groep, zwaar onderdrukte navolgers van Jezus uit kon groeien tot de grootste religie op aarde blijft ook onbelicht, al gaat dat natuurlijk de kaders Verhoevens boek te buiten. Maar die twee aspecten zijn naar mijn mening wel de belangrijkste 'godsbewijzen', dus ik ben wel zeer benieuwd naar Verhoevens visie erop. Nog even voor de goede orde: Ik ben overtuigd van de grootsheid van Jezus, maar niet van zijn goddelijkheid.

Column DvhN (belegen): Collegae

Ja, ik heb het ook wel eens met een collega gedaan. Met meerdere zelfs, moet ik bekennen. Nee, collegae, niet op mijn huidige werkplek, maar op een vorige. Met ex-collegae dus. Met eentje heb ik zelfs jaren samengewoond, maar inmiddels is ze naast ex-collega ook ex-vriendin. Die dingen gebeuren. Op de werkplek zelf heb ik het overigens nooit gedaan, ook toen niet. Eén op de acht mensen dus wel, als we dat onderzoek van de The Guardian mogen geloven. Waar doen ze dat in vredesnaam? In een donker hoekje van het fietsenhok? Op het toilet? Achter de boekenkast? Onder het bureau? Het is een vunzige wereld.
Mijn huidige vriendin is ook een ex-collega. Toch heb ik het niet met haar gedaan als collega. Dat houdt overigens niet in dat we nooit seks gehad hebben. Maakt u zich geen zorgen. Toen wij nog collegae waren, was ik trouwens haar chef, maar zij deed dus niet aan seks om hogerop te komen. Eén op de vijf mensen doet dat wel. Jammer, maar ’t is niet anders. Als mijn vriendin (en ex-collega dus) dat zou doen, zou ze ook mijn vriendin niet zijn. Ik hou niet van mensen die zich omhoog neuken. Ik heb het zelf ook nooit met mijn chef gedaan. Nooit in de verleiding gekomen ook, maar dat terzijde. Maar één op de vijf mannen/vrouwen heeft daar dus geen problemen mee.
Je gaat toch anders naar je collegae kijken door zo’n onderzoek. Wat doen ze nog meer in het fietsenhok, behalve roken? En wie van de vijf zou behoren tot de groep (would be)-omhoogneukers? Om nog maar te zwijgen van de chefs, stelletje schuinsmarcheerders. Soms ben je als werkloze toch echt beter af.

Column (oud en helaas beschimmeld): Vakantie

Nee, ik ben nog niet geweest. Vrijdag vertrekken we, maar waarheen zeg ik niet. Nederlanders houden namelijk niet van landgenoten als ze op vakantie zijn, las ik in deze krant. Zo is het maar net. Mijn vriendin M. en ik zijn afgelopen winter een weekje wezen skiën in een klein dorp in Zwitserland: geen enkele Nederlander tegengekomen! Een paradijslijke ervaring. Ik ga nu dus ook niet vertellen welk dorp dat was, want dan trekt u daar volgend jaar ook massaal heen.
Overigens hoorden we in de sneeuw wel een keertje Nederlands spreken, maar dat bleek godzijdank afkomstig van Vlaamse wintersporters. We gaan nu weer naar de bergen. Dit keer om ze met de fiets te beklimmen in plaats van ze op skies af te dalen. Nee, inderdaad: erg avontuurlijk ingesteld zijn wij niet.
De ene dag op de racefiets cols oprijden (ik heb er eentje uitgezocht van tien kilometer tegen ruim 9 procent gemiddeld; ja, het is fijn sterven in het wiel van M.), de andere dag met een boek bij het meer uitrusten met een literfles bier bij de hand. 'De nazi en de kapper' van Edgar Hilsenrath moet dit jaar mijn zomerboek worden en Benjo Maso’s 'Wij waren allemaal goden' gaat mee om af te kicken van de Tour.
Misschien nog tegen een balletje trappen met de plaatselijke jeugd en de nabijgelegen steden B. en B. bekijken, maar daar houdt het wel mee op. We hopen opnieuw verschoond te blijven van contact met landgenoten. Tenzij u mij op die helse col wilt komen aanmoedigen of duwen natuurlijk. Afspraak 9 augustus op de flanken van de Große Scheidegg. Maar geen oranje flauwekul graag.

Column DvhN (oud maar naar nu blijkt zeer terecht): Trots op Rita

Was ik net van plan er eens een stevige column aan te wijden, is Rita me voor! Wat een moordwijf is dat toch… Rita mag dan TON zijn, ik ben TOR. Want ook ik stoor me mateloos aan al die slavernijmonumenten die overal maar verrijzen. Je kunt tegenwoordig geen straathoek meer omslaan of je struikelt erover. En waarom? We hebben er onze welvaart toch grotendeels aan te danken? Nou dan: wees er trots op! Simpel toch?
Het is godgeklaagd, die weg-met-ons-mentaliteit. Luidkeels Rita bedankt! en Mijn Nederland zingend, heb ik vanmorgen grote opruiming gehouden: de hele rijst- en pastavoorraad ging resoluut de vuilniszak in. En de olijfolie er rap achteraan. Weg met die rommel van spleetogen en spaghettivreters! De vriezer ligt inmiddels vol met speklappen en boerenkool en ik heb een mooi voorraadje reuzel op de kop getikt.
Het moet maar eens echt afgelopen zijn met die aanpasserij! Neem nou die boerka’s… Gek word je er van! Het lijkt wel alsof er geen Nederlandse vrouw meer op straat loopt in ons land! Om over die alpinopetten van die Fransozen nog maar te zwijgen! Weg ermee! Crimineel tuig is het. Taakstraffen? Hoog tijd voor de herinvoering van de Rijnlandse holpunter. Dat zal ze leren die vervelende kut-Marokkaantjes. En er zijn natuurlijk niet alleen veel te veel moskeeën, ook die synagoges mogen wel weg. Want joden slachten ook zonder verdoving en blieven ook al geen speklap.
Houzee voor de nieuwe simpelheid! Nu nog even het wapenbezit normaliseren zodat we elkaar massaal over de kling kunnen jagen en alle problemen zijn definitief opgelost.

Column DvhN (oud maar naar nu blijkt zeer terecht): 3,7 miljard

John Paulson heeft vorig jaar 3,7 miljard dollar verdiend. Het nieuws haalde deze krant niet, maar De Volkskrant besteedde er eind vorige week een klein stukje aan. De 52-jarige Paulson is actief in de wondere wereld van de hedge funds. Hij is schatrijk geworden dankzij de kredietcrisis en de ineenstorting van de Amerikaanse huizenmarkt.
3,7 miljard dollar. Dat is bij de huidige wisselkoers zo’n 2,3 miljard euro. Een onvoorstelbaar bedrag. Laten we er van uitgaan dat Paulson een redelijk harde werker is en zo’n vijftig weken per jaar heeft gewerkt à vijftig uur per week. Dan kwam er in huize Paulson dus per week ruim 46,7 miljoen euro binnen. Om het nog iets concreter te maken: per uur toucheerde Paulson gemiddeld 934.697 euro. Per minuut is dat 15.578 euro. Per seconde 259,64 euro.
’s Ochtends de computer aanzetten leverde Paulson al een aardig startbedrag op (30.000 bij een Windows-pc; 10.000 bij een Apple). Een zakendinertje? Weer een paar miljoen erbij! Kopje koffie halen uit de automaat: goed voor een slordige 30.000 euro. Het is een weinig verheffende gedachte dat John Paulson vorig jaar tijdens het doen van een grote boodschap meer geld verdiende dan u en ik in een heel jaar.
We kunnen er lollig over gaan doen, maar zulke bedragen zijn natuurlijk absurd. En Paulson was niet de enige. George Soros toucheerde in 2007 2,9 miljard dollar, James Simons 2,8 miljard, Philip Falcone 1,7 miljard; en zo kunnen we nog wel even doorgaan. En dat in belangrijke mate over de ruggen van de armste Amerikanen, de voornaamste slachtoffers van de huizencrisis. Lang leve de dictatuur van de vrije markt.

Column DvhN (oud): Lawaaidagen

Soms probeer ik me voor te stellen hoe het geweest moet zijn om tweehonderd jaar geleden te leven. Vooral veel armoede en smerigheid, vrees ik. En meer geweld dan tegenwoordig, ongetwijfeld. Veel ellende dus, maar ook: stilte. Goddelijke tijden dus, ondanks alles. Tegenwoordig moet je op een windstille dag een Alpentop beklimmen om in Europa nog een plek te bereiken waar je niks hoort. En dan maar hopen dat er geen vliegtuig overkomt.
Stel je voor: je loopt of fietst als het donker is de stad of het dorp uit en je hoort niks. Geen airco’s, geen zoemende generators, geen verkeer, geen fabrieken, geen muziekinstallaties - geen enkele vorm van mechanisch geluid. Het moet een paradijslijke toestand zijn geweest, ondanks alle ellende. Helaas wist men vroeger waarschijnlijk niet beter en kon niemand er dus van genieten zoals wij dat nu zouden doen.
Ik heb het in Nederland in mijn hele leven maar één keer meegemaakt, jaren geleden, tijdens een fietstochtje op het Groninger land, ergens in de buurt van Oldehove. Ik was gestopt om even een banaan te eten en werd overvallen door de stilte. Geen auto in de buurt, geen zuchtje wind en geen vogel te horen. Ik hoorde het bloed in mijn oren stromen en kon wel janken van geluk. Op zulke momenten merk je pas hoe de afwezigheid van lawaai je bij de keel kan grijpen. En wat we tegenwoordig missen.
Ik wens de omwonenden en milieufederaties veel succes in hun strijd tegen het TT-circuit in Assen.

01 oktober 2008

Column DvhN: Rookverbod (2)

Mark Rutte en de regeltjes, het zou de naam van een popband kunnen zijn. Maar helaas. De VVD-leider hield vorige week in deze krant een vlammend betoog tegen de doorgeslagen overheidsbemoeienis. Er zijn namelijk te veel regeltjes, vindt Mark. Zoals het rookverbod. Hij luidde de noodklok: het legendarische café de Klomp in Etten-Leur dreigt carnaval niet meer te halen! De overheid moet kleiner en de kroegbazen en hun rokende klanten moeten het zelf weten als ze een stinkstok willen opsteken. Vindt Mark.
Een waarlijk groots inzicht van de man die het kabinet op Prinsjesdag een gebrek aan visie verweet. De ijskappen smelten, er is een wereldwijde voedselcrisis, olietekorten dreigen, de financiële wereld is in rep en roer en wat doet Mark? Hij ontwikkelt speciaal voor de Dagbladlezers een heuse visie op het rookverbod. Mark, bedankt! Wat hij alleen vergat te melden is dat roken erg ongezond is. En dat je ook van meeroken kanker kunt krijgen. Dat is nou net het verschil met alcohol, Mark: als je buurman een borrel drinkt, heeft jouw lever daar geen last van.
Waar een te kleine overheid toe kan leiden, hebben we de laatste tijd in de VS kunnen zien. Daar kondigt het failliet van de doorgeslagen vrije markt zich aan. Hoog tijd dus voor méér regels en grootschalige nationalisaties, te beginnen met alle nutsbedrijven. Maar ja dat kan Mark natuurlijk niet verkopen aan zijn achterban.
Blijft de dreigende teloorgang van café de Klomp in Etten-Leur, nog vóór het carnaval. Gewoon verbieden dat carnaval, Mark. Zijn we ook van die ellende af.

Column DvhN: Rookverbod (1)

Het is toch op z’n minst merkwaardig, al die commotie over het rookverbod. Je zou bijna vergeten waarom er in horecagelegenheden niet meer gerookt mag worden. Voor wie het niet meer weet: roken is ongezond, zowel voor de paffer zelfve als voor zijn/haar omgeving. Je kunt er kanker van krijgen alsmede verschillende long-, hart- en vaatziekten. Ik heb nooit gerookt, maar kamp sinds twee jaar wel met luchtwegproblemen. Volgens mijn arts kunnen die heel goed zijn veroorzaakt door jarenlang meeroken. Hartelijk dank daarvoor, rokende familieleden, vrienden en (ex-)collegae!
Als hoestend mens ben ik blij met het rookverbod. Mijn cafébezoek is sinds 1 juli flink toegenomen. Dat kroeguitbaters nu moord en gewoon de brand erin schreeuwen, begrijp ik nog wel. In alle doorrookte jaren hebben ze nooit veel moeite gedaan om hun stinkholen ook voor niet-rokers aantrekkelijk te maken en daarvoor betalen ze nu de rekening. Maar al die begripvolle reacties op de overtredingen van het rookverbod begrijp ik dus niet. Ik vrees dat het typisch Nederlands is. Wij zijn nu eenmaal goed in gedogen en slecht in handhaven. Illegaal een filmpje of cd downloaden? Moet kunnen. Te hard rijden? Natuurlijk. Beetje sjoemelen bij het invullen van je belastingformulier? Slim hoor. Regels en wetten zijn leuk en aardig, zolang we er zelf maar niet te veel last van hebben. Gelukkig is het heel modieus om tekeer te gaan tegen de overvloed aan regelgeving, dus we hebben ook nog een heus argument (al hoor je dan weer niemand over dat racistische boerkaverbod).
We zijn een a-sociaal volk geworden.

05 september 2008

Column DvhN: Sms-archief

"Theo van Gogh is doodgeschoten, weet je dat al?" Dit sms’je kreeg ik op 2 november 2004 om negen minuten over tien van mijn vriendin. Ja, ik bewaar ze ook en dat doe ik al heel lang. Het zijn niet alleen jongeren die geen afscheid kunnen nemen van hun smsberichten, zoals deze krant zaterdag berichtte. Van Gogh is mijn oudste. Toen ik vier jaar geleden een nieuwe telefoon kreeg, was ik tot mijn spijt opeens mijn halve archief kwijt.
Volgens onderzoek, uitgevoerd door telefoonbedrijf Hi, bewaren jonge vrouwen vooral lieve sms’jes. Jonge mannen hebben een opvallende voorkeur voor sms’jes waarmee anderen te chanteren zijn (wat dat betreft is er in de tweehonderdduizend jaar dat de moderne mens nu op aarde rondloopt weinig veranderd). Verder blijkt dat de meeste bewaar-sms’jes na zes maanden toch sneuvelen. Dan is de inbox vol of wordt er weer eens een nieuw model telefoon aangeschaft. Maar de redding is nabij, want Hi publiceert zo’n onderzoek natuurlijk niet voor niets: het bedrijf introduceert een sms-bewaarservice. Briljant idee, maar net te laat. Ik heb vorige week woensdag weer eens een grote schoonmaak gehouden, omdat mijn berichten-inbox bijna vol was. Met bloedend hart heb ik een vijftigtal sms’jes voorgoed de vergetelheid in gestuurd. Daaronder, tot mijn grote verdriet, per ongeluk ook het eerste sms’je dat ik ooit van mijn tachtigjarige moeder ontving.
Het was een erg fraai, vertederend exemplaar. Hij ging ongeveer zo: "I% SMS NU OO%. ALLEEN DE % LU%T NIET EN DE LETTERS ZIJN WEL ERG GROOT. %US MA."

15 juli 2008

Column DvhN: Riccardo Riccò

We kunnen natuurlijk wel doen alsof er belangrijker zaken zijn, maar het leven draait deze weken uiteraard maar om één ding: de Tour de France. Gelukkig is wielrennen nog een échte sport en geen schaamlap voor carnavaleske zuippartijen zoals de grote voetbaltoernooien. We worden – de Heer zij geprezen – dus niet dagelijks lastiggevallen door oranje gekken en al te overdreven aandacht in de media.
Daarvoor moeten we trouwens ook de Rabobank danken, want wat zou er gebeurd zijn als Robert Gesink wel had meegedaan aan de Tour? Onze oranjegekleurde landgenoten grijpen tegenwoordig immers elke gelegenheid aan om hun onlesbare feestdorst te bevredigen en na de etappe naar Hautacam is het zonneklaar dat Gesink zomaar de Tour had kunnen winnen. Waren al die vervloekte welpies weer uit hun holen gekropen! Wetenschappelijk onderzoek heeft overigens inmiddels aangetoond dat het bij oranjegekte gaat om een zeer kleine, maar zeer nadrukkelijk in de media aanwezige groep mensen, die allen behoren tot een zeer recent geëvolueerde, enigszins gedegenereerde ondersoort van de homo sapiens sapiens, de zogenoemde homo sapiens ludens neerlandensis. Maar dit geheel terzijde.
Dankzij de typisch Nederlandse lafheid en misplaatste voorzichtigheid van Erik Dekker en consorten kunnen we nu heerlijk rustig van deze Tour genieten, want ook voor successen van Thomas Dekker hoeven we immers niet te vrezen.
Nu alleen nog even ophouden met dat eeuwige gezanik over doping. Die demarrage van Riccardo Riccò op de Aspin! Dát is het leven!

21 mei 2008

Column DvhN: Computers

De computer is de vloek van de moderne mens. Sinds dit helleapparaat massaal zijn intrede heeft gedaan in het dagelijks leven is het welbevinden van de mensheid met rasse schreden achteruitgehold. Weigerende machines, programma’s die vastlopen, schermen die plots zwart of blauw worden en ongehoord ingewikkelde nieuwe software nopen tot veelvuldig schelden en tieren in huiskamers en op de werkvloer. Technologische vernieuwingen willen qua hardware nog wel eens voordelen opleveren, maar qua software blijft de altijd weer beloofde efficiencyslag steevast uit door ‘aanloopproblemen’, ‘bugs’, ‘gebruikersfouten’ of andere wegmoffeleufemismen. In het bedenken dáárvan zijn computertechneuten namelijk aanzienlijk sterker dan in het daadwerkelijk verbeteren van hun satanswerk.
Door ons lot middels allerlei netwerken aan computers te verbinden hollen we en masse onze ondergang tegemoet. Het is slechts een kwestie van tijd voor de eerste wereldwijde storing het maatschappelijk leven volledig lam legt. En over een jaar of twintig zal een explosieve groei van rsi-achtige aandoeningen onder jonge dertigers helaas bewijzen dat het menselijk lichaam na 200.000 jaar evolutie nog lang niet geschikt is voor een leven achter het toetsenbord.
Tot nu toe heb ik welgeteld één nuttige computertoepassing ontdekt, te weten: de buienradar op internet. Alvorens op de racefiets te stappen en het leven in alle eenzaamheid ongestoord te kunnen overpeinzen, kun je nu van tevoren zien welke route je moet fietsen om droog te blijven. Om vervolgens weer door die vervloekte fietscomputer te worden opgejut om toch vooral die honderd omwentelingen per minuut te halen.

Oude column DvhN: Tapuit

Dan rijd je over de IJsseldijk richting Kampen, terwijl het lentegroen bijna pijn doet aan je ogen – ja, het leven kan mooi zijn –, en plotseling denk je dat je gek wordt. Eindelijk weer in je korte broek op de racefiets, zweef je dwars door het ontbottende land. Woeste sapstromen hebben het landschap omgetoverd in een feest der zinnen en de zon zingt in je hoofd van zorgeloos geluk. Je bandjes zoeven over het asfalt, waarvan het zwart – net als het groen – ook al intenser van kleur lijkt, alsof het jaargetijde je waarneming verscherpt. En dan daarbij de luchten – ach, die luchten… Alsof je door een Bruckner-symfonie fietst.
Maar dan is daar dus opeens dat vogeltje dat met je mee vliegt. En je denkt dat het niet waar kan zijn, wat nu gebeurt. Ze kijkt je aan met haar zwartgestreepte ogen, terwijl ze in haar zacht golvende vlucht naast je zweeft, van paaltje naar paaltje, kilometers lang. Natuurlijk, ze vliegt veel sneller dan jij fietst, maar steeds weer wacht ze, wippend op een paaltje links van de dijk, tot je langszij komt. Het hoofd wiegend, lonkend de ogen. En dan vliegt ze weer op, en kijkt je zijwaarts aan, als in een paringsdans. En je denkt, met tranen in je ogen, dat dit niet bestaat. Tot het moment dat er opeens geen paaltjes meer zijn, links van je, en ze opeens is verdwenen, naar links zwenkend richting de uiterwaarden.
Alsof er zonder paaltjes geen liefde meer mogelijk is tussen fietser en vogel.

31 maart 2008

Van oude menschen... Alles gaat voorbij

Onderstaand verhaal verscheen in de Boekenweek-bijlage van Dagblad van het Noorden.

Het motto van de boekenweek, ‘Van oude menschen’, is ontleend aan het meesterwerk van Louis Couperus uit 1906. Kunstredacteur Job van Schaik herlas het boek en concludeerde, niet voor het eerst, dat de roman uit 1906 het beste Nederlandse boek is dat hij kent.

Ik zal een jaar of zeventien zijn geweest toen ik Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan… voor het eerst las. Wat ik er als tiener van vond, weet ik niet meer. Merkwaardig genoeg zie ik mezelf nog wel met de roman van Louis Couperus, een lelijke, goedkope uitgave met een blauw omslag en gemoderniseerde spelling, op een stoel in de huiskamer van mijn ouderlijk huis zitten. En, zo merkte ik bij elke herlezing, de beelden die het boek in mijn hoofd oproept, zijn altijd hetzelfde gebleven. De bovenkamer van het huis van de stokoude mevrouw Dercksz aan de Nassaulaan in Den Haag, met in zijn stoel bij het raam haar minnaar van vroeger, de oude meneer Takma, ziet er in mijn hoofd nog net zo uit als die eerste keer.
Daar heeft zelfs de televisieserie van Van oude menschen, die ik verschillende keren heb gezien, geen verandering in kunnen brengen. Volgens mij komt dat door de enorme beeldende kracht van Couperus’ taal. Ik ken geen andere schrijver, Tsjechov wellicht uitgezonderd, die zo krachtig een situatie kan neerzetten of zo fraai een mens kan typeren. Het impressionistische taalgebruik van Couperus, met zijn vele neologismen (vaak werkwoordelijk gebruikte bijvoeglijke of zelfstandige naamwoorden), werkt enorm concretiserend. Hij is als een schilder die bestaande woorden mengt tot nieuwe begrippen, die – zonder dat je precies wéét waar ze voor staan – je wel onmiddellijk doen begríjpen waar ze op duiden. Neem de beschrijving van dokter Roelofsz, de partner in crime van de oude Takma en Ottilie:

Dercksz: – Zoo-zoo-zoo, murmelde de oude dokter. Hij zat, difforme massa van waterzuchtige zwaarlijvigheid, gezakt over een stoel; zijn eene stijve been hield hij strak vooruit, en de golving van zijn buik hing daar schuin overheen; zijn geheel geschoren, maar van rimpels verknoeid gezicht was als dat van een heel oude monnik; zijn dun grijs haar scheen, weggevreten door mot, nog in rafels aan zijn schedel te hangen, die als een globe was, met aan den slaap éen ader, zwaar en-relief rivierende; hij lispte en murmelde uitroep na uitroep; achter gouden bril zwommen zijn wateroogen. – Zoo-zoo-zoo, Ottilie, gaat jou Lot eindelijk trouwen…

De tweede keer dat ik Van oude menschen las, was tijdens mijn studie Nederlands, nu bijna twintig jaar geleden. Aanleiding was het beroemde proefschrift, Verhaal en lezer, van W. Blok over Couperus’ meesterwerk, dat ik moest bestuderen. Ik herinner me nog goed mijn conclusie van toen: als er ooit in de geschiedenis van de mensheid een roman is geschreven die stilistisch en compositorisch perfect in elkaar zit, dan is het Van oude menschen.
Toen ik onlangs de roman voor de derde keer las, kwam ik erachter dat die conclusie toch wel erg gestuurd was door de studie van Blok. Ik geloof inmiddels ook niet meer zo in het belang van perfectie van stijl en compositie in literatuur (en de kunsten in het algemeen). Vakmanschap blijft bewondering afdwingen, maar het moet wel in dienst staan van het gevoel dat een kunstwerk probeert over te brengen of de ervaring die het wil oproepen. En wat dat betreft is Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan… na ruim honderd jaar nog steeds heel actueel en, naar mijn mening, onovertroffen in de Nederlandse letteren. Het meeslepende verhaal over oude mensen en hun worsteling met een misdaad, die zestig jaar voordien in Nederlands-Indië is gepleegd, gaat vooral over liefde, haat, vergankelijkheid en de betrekkelijkheid van een mensenleven. Universele thema’s, maar ongelofelijk knap door Couperus ingebed in zijn beschrijvingen van het alledaagse leven van een gegoede Haags-Indische familie rond de vorige eeuwwisseling.
Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan… confronteert je (naast nog heel veel meer) onverbiddelijk met je eigen sterfelijkheid; de angst voor de ouderdom ("O God… o God… zoó oud te worden, zóó af te wachten, zoo langzaam de dingen te zien voorbijgaan…"), de last van het verleden ("En dan dat verleden dat je meêzeult, meêzeult… Iederen dag gooit er het zijne bij, onverbiddelijk. Wij, arme muilezels, trekken maar voort, tot we niet meer kunnen, en er bij doòd vallen…") en de dood als bevrijding, die tegelijk een zinloos einde is van een nietig leven.

Column (licht belegen): Postkantoor

Donderdagavond om acht uur vergadert de Tweede Kamer op aandringen van de SP over de sluiting van de postkantoren. Dat wordt dus nog een klein berichtje in de krant van vrijdag of zaterdag en verder kraait geen haan er meer naar. Onbegrijpelijk. Toen vorige week bekend werd dat TNT Post binnen vijf jaar de laatste 250 postkantoren gaat sluiten, dacht ik dat er een storm van protesten zou opsteken. Klanten die zich vastketenen aan postkantoren, aanslagen op brievenbussen, demonstraties van Afghaanse parlementariërs, etcetera.
Maar nee hoor, niks van dat alles. We maken ons liever druk over een onbenullig filmpje, waarvan we de strekking allang kennen. Dat er 1850 banen verdwijnen en Nederland over vijf jaar het eerste land ter wereld is zonder postkantoren, kan niemand blijkbaar wat schelen. Hoe leg je dat straks uit aan een toerist? ’Het postkantoor? Nee, sorry, hebben we niet; maar u kunt wel naar het servicecentrum in die drogisterij daar.’
Ik weet ook wel dat de tijden veranderen. Mijn vriendin en ik wonen nota bene in een oud postkantoor; zo’n fraai, klassiek exemplaar van de Groninger architect C.H. Peters. Op de plek waar vroeger de sorteerruimte was, zijn nu appartementen gebouwd. Maar beneden ons zit godzijdank nog steeds één van de 250 hoofdpostkantoren.
De directeur retail van TNT Post maakte het nieuws bekend. Zo’n functie zegt al genoeg. Weer een monumentale instelling die wordt geofferd aan de ptimaliseringsdrift van het grootkapitaal. Misschien toch maar weer eens SP stemmen bij de volgende verkiezingen.

Column DvhN (belegen): Vloeken

Persoonlijk hou ik niet zo van vloeken. Maar als er dan een keer eentje (heel zachtjes natuurlijk) uitfloept, dan is het wel een authentieke, oud-Hollandse krachtterm en niks met ’shit’ of ’fuck’. Volgens onderzoek dat vorige week verscheen, is de vloek waarin de naam des Heren en zijn Naaste Verwanten wordt gebruikt echter op zijn retour. Wij Nederlanders vloeken liever internationaal verantwoord. Maar het allerliefste wensen we elkaar een dodelijke ziekte toe, zo wees de vloekstudie uit.
Het stemt treurig, zo’n onderzoek. Hoe moet dat verder met deze maatschappij, nu de voortschrijdende verloedering ook het vloeken al heeft aangetast? Want laten we wel wezen: het is toch een stuk sympathieker om een flinke vloek van een Opperwezen over jezelf af te roepen, dan om je medemens de kanker of de tering toe te wensen.
Bovendien zijn de meeste oud-Hollandse God-, Jezus- en Maria-verwensingen in feite schietgebedjes. Etymologisch gezien vraag je in de vloek der vloeken God namelijk niet om jezelf te verdoemen, zoals de Bond tegen het Vloeken ons wil doen geloven, maar om je te verlossen uit de situatie die de krachtterm uitlokt (oftewel: ’God verdoem het’). Maar los daarvan blijft de conclusie van de vloekstudie een bittere: het Nederlandse volk is nu echt van God los en ook anderszins op het verkeerde pad beland.
Ik zie maar één oplossing en ik hoop op de steun van de Bond tegen het Vloeken: het repertoire van kapitein Haddock uit Kuifje moet de nieuwe vloeknorm worden. De kapitein beschikt over een zeer uitgebreide collectie met voor elke situatie meerdere fraaie varianten. De grote kraakvogel mag me kraken als het niet lukt.

Column DvhN (oud): Dikke boeken

Ja beste mensen, hij leeft nog hoor! Hoe lang nog is helaas maar de vraag: vanmorgen in het ziekenhuis een uitgebreid longonderzoek gehad en je weet het maar nooit tegenwoordig, met die ziekenhuizen... Affijn: hier een tijdloze column van vorige week, getiteld 'Dikke boeken.
"Eind vorige eeuw kondigde de even eloquente als arrogante Duitse literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki het einde aan van de dikke roman. In zijn literatuurtalkshow op de Duitse zender ZDF (ja, dat waren nog eens tijden, lieve lezertjes: toen waren er nog televisieprogramma’s waarin op prime time over literatuur werd gediscussieerd...) betoogde de toen al oude en inmiddels hoogbejaarde literatuurpaus dat het leven te snel zou worden voor romans van meer dan 200 bladzijden. De westerse mens zou het geduld en de rust er niet meer voor kunnen opbrengen.
Reich-Ranicki kon schrijvers maken en breken, maar de toekomst voorspellen ging hem (zoals vele, vele anderen) minder goed af. Zelden verschenen er zoveel dikke boeken als tegenwoordig. En ze worden gelezen. Ik heb zelf net Het lot van de familie Meijer van Charles Lewinsky uit (667 blz.) en het gaf alleen maar rust en diepe voldoening. Andere dikke boeken die ik recentelijk tot mij heb genomen: De opwindvogelkronieken van Haruki Murakami (schitterende roman, 891 blz.), Boetekleed van Ian McEwan (507 blz.; veel beter dan de film), De Rotters club (423 blz.) en De gesloten kring (463 blz.) van Jonathan Coe, die tezamen een prachtig beeld oproepen van het moderne Engeland. En last but not least: Q van Luther Blisset (719 blz.): fabelachtige roman over de uiterst geweldadige begintijd van de Reformatie, verplichte kost voor alle evangelische christenen. En dan heb ik het nog niet eens gehad over mijn vriendin M. die net alle Harry Potters heeft herlezen (3567 blz.).
Reich-Ranicki hoor je er inmiddels niet meer over. Zijn talkshow is helaas al jaren ter ziele. Zelfs de toekomst kun je het best aan romanciers over laten, weet hij nu ongetwijfeld. Hij zal immers ook Wolkenatlas van David Mitchell (540 blz.) wel hebben gelezen...

12 februari 2008

Column DvhN (vers): Alpensterren

Daar sta je dan weer, hoog in de Alpen, je hoofd in de nek, de blik omhoog. In de vriesnacht ontvouwt zich boven je een immens spektakel van licht en vormen. Het zwart van de hemel is bezaaid met sterren die samensmelten tot de meest uiteenlopende figuren. Natuurlijk, thuis pik je de steelpan er op een heldere nacht ook wel uit, maar dat puntslofje was je nog niet eerder opgevallen, of dat kleine groepje sterren dat je nauwelijks ziet als je er naar kijkt maar dat opeens duidelijk oplicht in je ooghoeken als je je blik afwendt. In de bergen zie je pas echt hoeveel licht de nachtelijke hemel bevat.
En je loopt nog wat verder, richting de skipistes even buiten het dorp, helemaal aan het uiteinde van dit afgelegen dal in Graubünden. Hier verstoren alleen nog een paar straatlantaarns in de verte het zicht op het oogverblindende hemellicht, dat majestueus wordt omlijst door de besneeuwde bergtoppen. En je kijkt achter de talloos veel miljoenen sterren boven je nog verder terug in de tijd en ruimte waar de lichtpuntjes zijn vervaagd tot vreemd kronkelende lichtwolken die je doen denken aan de geest uit Aladins wonderlamp.
Zoals altijd bij de winterse confrontaties met de Alpensterren rest uiteindelijk slechts verbijstering over die ongelofelijke hoeveelheid hemellicht, even vanzelfsprekend als onbegrijpelijk. En ondergedompeld in dit overweldigende universum, besef je weer even hoe klein en onbeduidend en tijdelijk en onwetend je eigenlijk bent.

Column DvhN (zeer verlaat): The Girls

Nee, ik ben dit jaar niet op Noorderslag geweest. Dat kwam zo: een week eerder was ik in Hoogeveen bij een concert van The Girls. Heel leuk bandje, hoor. Die jongens uit Meppel gaan het dit jaar maken. Luister maar eens naar hun liedjes op www.myspace.com/thegirlsnl. Maar ’levend’ klinkt de meeste popmuziek tegenwoordig vaak toch heel anders, helaas. Een enorme bak teringherrie was het in Het Podium, en een enorme bak teringherrie bleef het het hele concert. De geluidsman in Hoogeveen ging frontaal in de aanval op de verzamelde gehoororganen. Dat had hij blijkbaar al veel vaker gedaan, en met groot succes, want de meeste aanwezigen bleven gewoon zonder oordopjes vooraan vrolijk meedansen, terwijl ik af en toe de zaal moest onvluchten omdat de tsunami aan geluid onverdraaglijk werd.
Of het op Noorderslag beter was, weet ik dus niet. Ik zat zaterdagavond lui op de bank naar de tv-registratie te kijken. Niet dat ik daar nou erg vrolijk van werd (volgens de NOS draait Noorderslag blijkbaar volledig om de uitreiking van de Popprijs, wat eigenlijk een niet serieus te nemen bijnummertje is; dat de beste Nederlandse band aller tijden, Daryll-Ann, die prijs nooit heeft gewonnen, zegt voldoende – maar dit geheel terzijde), maar op de tv zit tenminste een volumeknop.
Er zat vandaag op kantoor wel iemand tegenover me met één nasuizend oor. Die was dus wel op Noorderslag geweest. En naast me zat een andere Oosterpoort-bezoeker die ook al klaagde over interne naherrie. Laat zo’n Wilders zich daar eens een keer druk om maken.

28 december 2007

Column DvhN (verlaat): Grondwak

Nu dus echt veel te laat, want inmiddels hebben we al op natuurijs gestaan, maar ja, wat is nieuw? Grondwak derhalve:
"Het leven is er sinds afgelopen weekend een stuk mooier op geworden. Want of de vorst nu wel of niet doorzet, we kunnen eindelijk weer echt schaatsen. Zondagmiddag was ik op de vijf kilometer lange kunstijsbaan van Flevonice, bij Biddinghuizen. Het was prachtig, fantastisch, schitterend, heerlijk, geweldig en nog zo wat meer. Het vrije uitzicht over het polderland, de windmolens in de verte, de gure tegenwind, de eindeloze schaduwen van de schaatsers, het hobbelige werkijs – het waren oud-Hollandse taferelen die door het scherpe novemberzonnetje in een prachtig licht werden gezet. En toen de schemer naderde en het avondrood de hemel en de vlakte kleurde, was het aardse paradijs even heel nabij.
Godzijdank was er geen muziek langs het slingerende ’slootje’ van vijf meter breed, alleen het schrapen van ijzers, de wind om je oren en – later op de middag – in de verte het geluid van een verdwaalde Zamboni. Want al die oud-Hollandse sentimenten zijn leuk en aardig, maar een beetje innovatie van het schaatsplezier kan natuurlijk geen kwaad. Zo maakten we zondag ook kennis met het grondwak. Het was op een derde van de baan: een hoekje ijs, afgezet met oranje pilonnetjes, waar de ondergrond doorheen kwam.
Natuurlijk, niet alle vernieuwingen zijn even geslaagd: de lelijke buiskragen die de kunstmatige vorst voeden, schijnen nog te worden weggewerkt in riet en het is ook even wennen dat de weg annex skeelerbaan net zo hoog ligt als het ijs. Maar wat dondert het: eindelijk kun je weer ouderwets in je slag komen en volgt niet na elke 100 meter die vervloekte bocht naar links. Het schaatsen heeft in de Flevopolder het ritme van het leven hervonden."

08 december 2007

Column DvhN (vertraagd): Edwin

Edwin dus. Donderdag krijgt RTL-paragnoste Sonia Pereira de naam door van gene zijde in De Oosterpoort in Groningen en prompt vliegt zaterdagochtend een deel van bioscoop Images in de fik. Dat kan geen toeval zijn. Images- directeur Peter Bon geeft kraker Pino de schuld. Dankzij Sonia weten we wel beter: de brandstichter in ’t Zandt heeft zijn werkgebied uitgebreid. Al kan het natuurlijk ook zijn dat Pino eigenlijk Edwin heet en Images gebruikte als uitvalsbasis.
Ondertussen zitten alle Edwinnen uit ’t Zandt en wijde omgeving op hete kolen. En ook ver daarbuiten, overigens. RTV Noord-verslaggever Edwin Pasveer overweegt zijn baard te laten groeien uit angst voor herkenning en oud-voetballer Edwin Vurens wordt door diverse media al genoemd als hoofdverdachte. Ondertussen blijft Anneke Grönloh (u weet wel, zij van Brandend Zand) in alle toonaarden ontkennen dat ze een zoon heeft die Edwin heet, terwijl Edwin de Roy van Zuydewijn al een schadevergoeding heeft geëist van Sonia. In Manchester wordt Edwin van de Sar lastig gevallen door de paparazzi en paparazzo Edwin Smulders ervaart nu zelf aan den lijve hoe het is om te worden achtervolgd.
Ik denk eerlijk gezegd dat het allemaal op een interpretatiefoutje berust. Het kan namelijk ook zijn dat de brandstichter van ’t Zandt een spijkerbroek van het merk Edwin droeg. Want zo duidelijk zijn die boodschappen van gene zijde doorgaans niet. Dat verandert de zaak natuurlijk drastisch. Zelfs ík heb nog een Edwin-spijkerbroek in de kast liggen.
En dan mogen we God nog op onze bloten knieën danken dat Sonia Pereira niet de naam Mohammed doorkreeg.

20 november 2007

Column DvhN: Great Lake Swimmers

En dan sta je daar weer, oog in oog met Tony Dekker. "I am part of a large family", zingt hij, terwijl zijn gezicht gevangen wordt in een lichtstraal, die de hoekige kaaklijn van extra reliëf voorziet. En je denkt niet meer, maar gaat op in die wonderschone falsetstem, breekbaar als het dunste glas. "I said my piece, I said peace", zingt de stem.
Even later merk je hoe stil het is om je heen. Alsof dit geen popconcert in Hedon is, maar een eredienst. Honderdvijftig toeschouwers die opgaan in de hypnotiserende altcountry van Great Lake Swimmers en vergeten er doorheen te praten. En ja, frontman Tony Dekker heeft wel wat van Jezus, met dat ingevallen, bebaarde gezicht. Dezelfde gepijnigde blik, dezelfde boodschap van liefde.
En je denkt terug aan de eerste keer dat je Tony Dekker zag, twee jaar geleden in een klein kroegje in Groningen. Onderweg van Parijs naar Denemarken, op zoek naar onderdak voor de nacht, gaf hij een concert. "Oh wake me please when this is over", zong hij en iedereen dronk en praatte er doorheen. De breekbare stem gebroken, totdat langzaam maar zeker iedereen toch zweeg. "Moving pictures, silent films."
En nu, in Hedon, staat hij daar weer, nog altijd onhandig bewegend, stuntelige danspasjes, onzeker, verlegen. Dezelfde muziek van eenvoud en simpele gebaren. En als hij zingt, denk je: ja, er zijn nog helden. En later, als je na anderhalf uur met je dierbaren Hedon verlaat, weet je weer even zeker dat God bestaat. "I never saw you, never heard you. But I knew that you were there. Everywhere I could feel you all around me."

12 november 2007

Column DvhN: Post

Russische en Oekraïense vrouwen willen mij ontmoeten. Erwin de Vries geeft op 18 november een concert in De Oude Remise in Nieuweschans. Als ik toevallig een penisvergroting overweeg, dan moet ik dat niet doen: er zijn nu pillen voor, meldt Marinangeli Hong. Volgens collega Martin van der Kooij van de internetredactie moeten we op maandag wat meer berichten op de website zetten. Arthouse heeft een dvd uitgebracht van de opera Don Pasquale van Donizetti. Tamara Bowers heeft een legale versie van Adobe Encore DVD 2.0 voor me, voor slechts 49,95 dollar. Met Wondercum spuit je meer, harder en langer en wordt de smaak sterk verbeterd, zegt Brianne Jesenia. Christie’s veilt opnieuw 99 schilderijen van Toon Hermans. Within Temptation wint een World Music Award. Vriendin M. stuurt een foto van haarzelf met baby Liva op schoot. Misschien moet ik haar maar eens vragen of mijn penis haar poesje wel echt bevredigt, vraagt Wallart Lacy zich af. In het filmhuis van bioscoop Movie Unlimited in Meppel draait deze week Ten Canoes. De chef van de beeldredactie meldt dat we grote moeite hebben om dit jaar binnen het fotobudget te blijven. Jan Smit staat op nummer één in de Top 100. Volgens Wilma Mars loopt het storm bij de kaartverkoop voor het bluesfestival in Hoogeveen. In Haren gaat in januari de cursus Actief Muziekbeluisteren weer van start. Ze zal je de kleren van het lijf scheuren als je je pik vergroot, belooft Jonathanater Perino. Volgens de Nederlandse Vereniging van Journalisten keren we terug naar de tijden van de DDR.
Ziedaar, de oogst van een uurtje e-mail op de kunstredactie van deze krant. De bijbelse plagen vallen erbij in het niet.

26 oktober 2007

Column DvhN: Arnon en ik

Tot mijn grote spijt en ergernis word ik wel eens met 'Arnon' aangesproken. Dat komt doordat ik, net als Arnon Grunberg, een kop met warrige, donkerblonde krullen heb, een bril draag en van vergelijkbaar statuur ben. In de tijd dat Grunberg nog voornamelijk werd gezien als de auteur van het telefoonboek kon ik de grap nog wel verdragen. Maar nu Grunberg zich steeds meer als de nieuwe Mulisch gaat profileren, wordt het allemaal wat pijnlijk.
Ik houd niet van Grunberg. Ik heb twee keer geprobeerd een boek van hem te lezen en beide keren kwam ik niet verder dan bladzijde dertig. Het is niet slecht geschreven hoor, maar het bloedeloze geneuzel sprak me in het geheel niet aan: cynische mooischrijverij, stilistisch zo dood als een pier. Bijna net zo erg als het quasi- filosofische geouwehoer van De Neus, al zit daar tenminste nog leven in. Om Mulisch kan ik me kwaad maken, terwijl Grunbergs pseudo- intellectualistische gezever meer werk is voor opgetrokken schouders.
Maar goed, dit is natuurlijk slechts de bescheiden mening van uw columnist en die weet heel goed dat meningen over literatuur voor 90 procent een kwestie van smaak zijn. Het vervelende van schrijvers als Grunberg en Mulisch is echter dat ze zichzelf zo enorm goed vinden, dat ze hun eigen bagger als de maat der dingen hanteren. Zo meent Grunberg regelmatig zijn collegae over de hekel te moeten halen, zoals recentelijk weer A.F.Th. van der Heijden. Het is zielige aandachttrekkerij, waar Jan Wolkers (die merkwaardig genoeg wel van Grunberg hield) in zijn laatste dagen uitbundig om gelachen zal hebben.
Morgen toch maar weer eens naar de kapper.

Naschrift: Kijk, een mens kan dus van mening veranderen. Sterker nog: mensen (ik dus, in dit geval) moeten hun meningen niet zo snel en zeker niet zo onbehouwen de wereld in slingeren. Want sinds zijn doorgaans briljante Voetnoten in de Volkskrant verschijnen, vind ik Grunberg erg goed. Zijn boeken lees ik nog steeds niet, maar de manier waarop hij in luttele zinnen zijn (en vaak ook mijn) mening messcherp en zo nodig vilein weet te formuleren is verbijsterend knap. Ik houd nu dus wel van Grunberg. 

14 oktober 2007

Column DvhN: Oordopjes

Afgelopen zaterdag tijdens Take Root was het weer eens zover. Terwijl de anderen in de grote zaal van De Oosterpoort in Groningen zo te zien zorgeloos feest vierden, moest ik na nog geen dertig seconden de zaal uitvluchten. Het geluid bij het afsluitende concert van Southside Johnny was zo godsgruwelijk hard dat ik het fysiek niet kon verdragen. Het voelde letterlijk alsof mijn trommelvliezen begonnen in te scheuren.
Ik verbaas me wel vaker over het geluidsvolume bij popconcerten. Ik heb vorig jaar drie concerten van Johan, één van mijn favoriete bands, in het clubcircuit bijgewoond en drie keer was het niet om aan te horen: met een afgrijselijke orkaan van geluid werden alle prachtliedjes volledig overstuurd de zaal in geslingerd en vakkundig om zeep geholpen.
"Ja, hallo! Doe dan ook oordopjes in, sukkel", kreeg ik gisteren te horen, toen ik weer eens mijn beklag deed bij één van mijn collega's die ook op Take Root was. Nou nee dus. Je moet toch wel compleet van de pot gerukt zijn om serieus te overwegen oordopjes in te doen als je naar muziek wilt luisteren! Helaas wordt tegenwoordig door alle betrokken instanties het gebruik van oordopjes bij concerten aangeraden - het zoveelste bewijs van de debilisering van onze maatschappij. Want feitelijk is dat natuurlijk hetzelfde als in de bioscoop een film vertonen met het zaallicht nog aan en tegen klagers zeggen dat ze maar een zonnebril moeten opzetten als ze last hebben van al dat extra licht. Tip: je kunt ook gewoon het zaallicht uitdoen, oftewel: het geluid zachter zetten.
Noem me gerust een zeikerd; dat ben ik vast ook. Maar wel eentje zonder gehoorbeschadiging.

Column DvhN (vertraagd): Referendum

Vandaag beslist de PvdA-fractie of ze een referendum wil over het gewijzigde verdrag voor de Europese Unie. Een advies van een niet-PdvA'er: Zeg in godsnaam nee! Ik beloof bij deze plechtig dat ik dan bij de eerstvolgende verkiezingen PvdA stem. En de laatste keer dat ik dát gedaan heb, was Joop den Uyl nog partijleider. Toen we in 2005 moesten stemmen over de Europese Grondwet heb ik blanco gestemd. Ondanks alle folders, discussies en aandacht in de media, had ik niet het idee dat ik genoeg kennis had om te bepalen of ik voor of tegen moest zijn. Maar mijn blanco-stem destijds was vooral een proteststem (zonder nut overigens: blanco- stemmen werden niet eens geregistreerd).
Veel politici doen de laatste jaren alsof referenda het summum van democratie zijn. Volslagen onzin. Een referendum is een zwaktebod van volksvertegenwoordigers die hun verantwoordelijkheid afschuiven. In een vertegenwoordigende democratie als de onze kies je eens in de zoveel tijd volksvertegenwoordigers. Die nemen de beslissingen en als je het niet met ze eens bent, stem je ze bij de volgende verkiezingen weg. Dat is de basis van onze staatsvorm, en die wordt door referenda uitgehold.
Het zal wel door de terreur van de opiniepeilingen komen dat er tegenwoordig zo snel om referenda wordt geroepen. Het schijnt dat 61 procent van Nederland een EU-referendum wil, dus dan moet dat er komen. Terwijl we eigenlijk de buffer tussen de doorgaans oerconservatief brallende vox populi en onze volksvertegenwoordigers (die ervoor betaald worden om met verstand van zaken te oordelen over dit soort kwesties) juist zouden moeten koesteren.
En wie toch al die referenda wil, kan altijd nog naar Zwitserland emigreren of D66 stemmen.

23 september 2007

Lang leve Mopperlog!

Lieve lezertjes! Ben ik mij daar helemaal vergeten de eerste verjaardag van dit blog te vieren. Afgelopen vrijdag was het zover, dit heuglijke feit. En dat op dezelfde dag dat Mopperjob zijn 42ste verjaardag vierde en zijn tiende (!) bezoeker mocht begroeten! Ja ja, ooit zal alles goed toch komen met deze, onze wereld. Nu nog eens een reactie posten op de prachtcolumns op mopperlog en Mopperjob is helemaal tevreden. Al realiseer ik me ook wel dat er weinig toe te voegen valt aan de briljante analyses van de condition humaine alhier, te mopperlog...

22 september 2007

Gouden oude mopper DvhN: Verjaardag

Van vier jaar geleden, maar helaas nog steeds actueel:

Afgelopen zondag was het weer zover, de jaarlijks terugkerende dag der gruwelen. Mijn 38ste verjaardag (Ja, ja: 42 inmiddels). Weer een jaar dichter bij de dood, waarmee ik dan ook van harte werd gefeliciteerd! Waanzin is het. Alsof ik blij ben dat de aftakeling toeslaat en het herstel na een potje voetballen steeds langer duurt. Dat je als kind graag een partijtje geeft, okee. Maar na het bereiken van de stemgerechtigde leeftijd zou een verjaardag een dag van rust, rouw en bezinning moeten zijn.
Ik begrijp ook niks van mensen die elk jaar weer uitgebreide feesten geven. Sinds vele jaren vier ik mijn verjaardag in beperkte kring. Vriendin (indien voorhanden), ouders, broer en zussen plus een enkele oom en tante. Geen vrienden. Die weten niet dat ik jarig ben of volstaan met een kaartje of sms'je. Dat ik het überhaupt nog vier, is alleen omdat mijn moeder het zo leuk vindt om op bezoek te komen.
Maar dan nog. Ook voor tien gasten moet je in de rij staan bij de bakker voor de verplichte taart. Daarna wacht de supermarkt voor toostjes, tapenade, kaas, chips en drank. Vervolgens door naar de visboer om daar weer tien minuten in de rij te staan voor een lading haring. En altijd nog een keer vloekend terug naar de supermarkt omdat je iets vergeten bent.
Vervolgens ben je een dag gasten aan het voederen, draait het espressoapparaat overuren (waarmee ook de dood van die prachtmachine met rasse schreden naderbij komt), vernielen neefjes en nichtjes onderdelen van het interieur en ben je na afloop gebroken.
Verjaardagen. Een grotere kwelling van geest en lichaam is nauwelijks denkbaar. Gelukkig is er nog de troost van marsepeingebak.

12 september 2007

Gouden oude mopper DvhN: Hinderlijke onderbreking

Nou vooruit dan, op veler verzoek (het regent werkelijk reacties alhier te mopperlog) een toegift van vijf jaar geleden (9 sept 2002). Zoveel is er dus niet veranderd, de laatste vijf jaar.

Verbijsterend eigenlijk. Edgar Davids scoort 1-0 voor Nederland en het doet me helemaal niks. Ik zit voor de tv met voetbalvrienden van Gronitas zaterdag 3 en kijk naar Nederland tegen Wit-Rusland. Het enige waar ik me echt druk over kan maken, zijn mijn kansen bij Kolonisten van Catan. Even voor half negen stond ik op het punt een beslissende slag te slaan in dit prachtspel.
Oranje als hinderlijke onderbreking van een spelletje. Ben ík nou zo diep gezonken? Ik betrap me er zelfs op dat ik stiekem hoop dat Nederland verliest. De Oranje- moeheid, wanneer stak het voor het eerst de kop op? Ik weet het niet meer, maar het heeft alles te maken met een almaar toenemende ergernis over de voetballers van Oranje. Ik vind het erg moeilijk om enthousiast te worden voor een team dat geacht wordt ook mij te vertegenwoordigen, en waar mensen als Edgar Davids en Patrick Kluivert in voetballen. Mishandeling, verkrachting, dood door schuld, denk ik dan automatisch, ook al is het niet allemaal bewezen.
En dan die gezichtsuitdrukkingen. De grenzeloze arrogantie die zelfs zo'n Jaap Stam en Edwin van der Sar tegenwoordig uitstralen. Ik word er kotsmisselijk van. Natuurlijk, als ik zo veel geld zou verdienen en de status van halfgod zou hebben, zou ik me ongetwijfeld ook raar gaan gedragen. Maar daar gaat het dus niet om. Oranje is van óns, en daar hebben die voetballers zich maar naar te gedragen. Ruud van Nistelrooij, de broertjes De Boer en Pierre van Hooijdonk, het zijn zo'n beetje de enige spelers die me nog sympathiek zijn. Maar ja, Van Nistelrooij bakt er niks van, Pierre zit op de bank en Ronald de Boer is niet eens geselecteerd.
Oké, als Kluivert over twee jaar het winnende doelpunt scoort in de EK-finale zal ik weer het hardst juichen van iedereen. En natuurlijk zal ik dan bij hoog en bij laag ontkennen dat ik ooit dit stukje geschreven heb.

Column DvhN: Leuk voetbal

Alweer een verloren avond, was de overheersende gedachte in onze huiskamer na negentig minuten verveling bij Nederland - Bulgarije. Mijn vriendin M. was zaterdagavond weer eens de meest verstandige geweest. Na vijf minuten voetbal had ze het wel gezien en nam ze Harry Potter ter hand. Wat later verdween ze naar de achterkamer om op de sofa in slaap te vallen op het gepruttel van tv-commentator Leo Oldenburger, dat al even saai en nietszeggend was als het gedoe op het veld.
Van ons had M. verder geen last, want wij waren door het geploeter in de Arena al snel zo murw geslagen dat zelfs het doelpunt van Sneijder nauwelijks nog enige opwinding veroorzaakte. "Nou, die zit er in", constateerde mijn zwager B. nog wel. Mijn zus D. was net even naar de keuken gegaan om een espressootje te maken. "Het is 1-0", zeiden we toen ze weer terugkwam. "Ah", zei D., "mooi zo." En we staarden maar weer naar het tv- scherm, waarop de spelers van Oranje opgefokt heen en weer draafden, grossierend in balverlies en tot niets leidende aanvallen. "Hoe is het toch mogelijk dat voetbal zo populair is", vroeg B. zich af.
Maar natuurlijk hadden we het weer eens verkeerd gezien. "Het is positief dat we nu met zijn allen een mooie avond hebben beleefd", verklaarde Ruud van Nistelrooij na afloop. Dat was, als we het ons goed herinnerden, de speler die achttien keer de bal terug of opzij had getikt en één keertje richting doel had geschopt. En de bondscoach, die elke keer weer een nieuwe opstelling poogt te verzinnen en hard op weg is om meer (ex-)Ajacieden op te stellen dan er ooit bij Ajax zelf gespeeld hebben, had ook al genoten van leuk voetbal.
Ach ja. Als je iets maar hard en vaak genoeg roept dan wordt het vanzelf waar.

05 september 2007

Column DvhN (vertraagd): Galgenaas!

Het roepen van 'homo!' naar een politieagent mag niet. Althans, niet in Meppel en, zo vermoed ik, ook niet in de rest van Drenthe. Een agent voor homo uitmaken is namelijk beledigend, zo oordeelde politierechter J. M. M. van Woensel vrijdag. Als ik de rechter goed heb begrepen, is dat zo omdat de agenten het zelf beledigend vonden.
In De Bosch mag je wel 'homo!' roepen naar oom agent, bleek eerder vorige week. De rechter aldaar oordeelde dat de term homo op zich niet beledigend was. Maar, zo voegde de rechter er aan toe, als er 'vieze homo!' of 'vuile homo!' geroepen wordt dan mag de knoet erover.
Merkwaardig. Als ik 'hetero!' of 'vuile hetero!' zou roepen naar een agent, denk ik niet dat veel van onze geüniformeerde vrienden zich er druk om zouden maken (homo's uitgezonderd, wellicht). En wat nu als ik 'wafelijzer!', 'anakoloet!', 'vriendelijke vriend!' of 'onderwateradmiraal!' zou roepen? Je zult maar een agent treffen die het als beledigend ervaart, dan ben je met J. M. M. van Woensel dus in de aap gelogeerd (overdrachtelijk gesproken natuurlijk, edelachtbare).
Anders wordt het natuurlijk als we de wat sterkere varianten van het kapitein Haddock-repertoire in de strijd gaan werpen, zoals 'stuk ectoplasma!', 'Basji-bozoek!', 'schildvleugelig insect!', 'in egelvet gebraden kolokwint!', 'Patagonische zoeloe!', 'gepaneerde mestbol!' of 'galgenaas!'; maar dit terzijde.
Waar het om gaat, is natuurlijk dat agenten de aanroeping 'homo!' blijkbaar zó beledigend vinden dat ze je ervoor voor de rechter slepen. Ik zou zeggen: Gewoon lachen en 'homo!' terug roepen. Als het tuig zich dan beledigd voelt en agressief wordt, heb je als agent écht een reden om in te grijpen.
Maar ja. De grote kraakvis mag me kraken als het ooit zover komt. Verroeste kaapstanders!