09 juli 2014

Argentinië, 1978

Wat ik me herinner van het WK in Argentinië, in 1978:
- De achterkamer van mijn ouderlijk huis. Ik heb een WK-bal in mijn hand. Het is mijn tweede officiële WK-bal, want een jaar eerder hadden mijn broer en ik in de duinen bij Castricum een WK-bal uit 1974 gevonden. Op de radio klinkt Copacobana van Barry Manilow, de zomerhit van het jaar. Ook Don't cry for me Argentina, de zomerhit van 1977 van Julie Covington, wordt natuurlijk vaak gedraaid, deze zomer. Ik wil voetballen met mijn broer, maar het regent buiten.
- De glimmende oranje broeken van het Nederlands elftal in de wedstrijd tegen Iran. Oranje is mijn favoriete kleur maar dit - oranje broek, oranje sokken en oranje shirt - vind zelfs ik te veel. We winnen met 3-0 en ik geef alle spelers sterren in mijn schriftje.
- Ik lig in bed met de radio aan mijn oor. Nederland speelt in de tweede ronde tegen West-Duitsland. Natuurlijk denk ik aan 1974. Na Gerd dreigt nu Dieter Müller de boel te verzieken. Gelukkig maakt René van der Kerkhof 2-2.
- We kijken de laatste poulewedstrijd Nederland-Italië (uitslag 2-1) bij de buren, mijn broer en ik. Wij hebben namelijk geen televisie. Net als in 1974 terroriseren we de buren. 'Jullie mogen altijd bij ons komen kijken', had de buurman ooit gezegd. Hij hield niet van voetbal. We juichen om de afstandsschoten van Ernie Brandts en Arie Haan, drinken frisdrank en eten zoutjes.
- Zondagavond, de finale. Mijn zus is er ook bij. De kamer van de buren zit vol en we kijken naar het scherm. Overal wc-rollen op het veld.
- Het manchet van René van der Kerkhof.
- De bal op de paal van Rensenbrink.

Ik ben 13 jaar en ik haat Mario Kempes.

08 juli 2014

Roadkill #26: Fatale botsing

'Fatale botsing op Zwols fietspad', juli 2014, 10 x 5 cm (naaktslak, salamander en beton)

01 juni 2014

Roadkill #25: Atalanta

Roadkill #25: Atalanta op oude Zuiderzeedijk bij Blankenham, mei 2014, 8 x 8 cm (gekapseisde atalanta en asfalt) 

03 mei 2014

Roadkill #24: Geen paashaas

'Geen paashaas, vlak voor Uelsen', april 2014, 65 x 40 cm (asfalt, haas en witte verf)

17 april 2014

Pasen waar maken


Speciaal voor Goede Vrijdag en Pasen een oud interview ter overpeinzing (met enkele fietsfoto's ter illustratie). Het verscheen vorig jaar in Dagblad van het Noorden onder de kop: 'Pasen waar maken'. Het was een bijlageverhaal, dus wel even volhouden.

Zondag is het Pasen, het feest van de opstanding van Jezus. Wouter Slob, hoogleraar theologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en predikant in Zuidlaren, vertelt over de relevantie van Pasen, de troost van de zonde en de leegte van Facebook.
Door Job van Schaik
"Ik heb nauwelijks geloofstwijfel gekend", zegt Wouter Slob. "Als kind vond ik het rare nonsens, dat geloof – een bizarre hobby. Ik ben keurig hervormd opgevoed en toen ik op de middelbare school zat, werd er geregeld over religie gesproken. Dan blèrde ik van de daken dat je ook in een krat bier kon geloven. Als mensen er steun aan hebben door ergens in te geloven, prima. Maar de juiste beschrijving van de werkelijkheid vind je natuurlijk in de wetenschap. Daarvan was ik overtuigd."
Slob (48) is predikant en hoogleraar theologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Juist de wetenschap bracht hem terug bij het geloof en de kerk. "Ik ben theologie gaan studeren omdat ik godsdienst een fascinerend verschijnsel vond en wetenschap superieur achtte aan religie. Dat laatste idee ben ik helemaal kwijtgeraakt. Daar geloof ik niks meer van." Op de universiteit kwam hij erachter dat kale feiten niet bestaan, ook niet binnen de wetenschap. "Feiten zijn altijd constructies die mede bepaald worden door het verhaal of de theorie waarbinnen ze functioneren."
Dat besef kan tot rare filosofische gevolgtrekkingen leiden, weet Slob. "Je kunt beweren dat alles een projectie is, maar dat is natuurlijk bizar. Dit bureau hier is geen projectie. Hier zit ik gewoon aan. Het heeft geen zin dat te ontkennen. De wereld is hard. Maar als de wereld hard is, waarom is God dan niet hard als ik omgang met Hem heb?" Slob kwam tot de slotsom dat wetenschap en godsdienst hun eigen waarheden hebben, die kwalitatief verschillen en naast elkaar bestaan.
"Theologische feiten zijn niet minder betrouwbaar dan historische of natuurwetenschappelijke", zegt Slob. Probleem is dat de godgeleerden zich gevoegd hebben naar de eisen van de wetenschap. "Na de Reformatie is binnen de theologie de nadruk komen te liggen op het bestaan van God en de beschrijfbaarheid van zijn eigenschappen. Dat lijkt mij het summum van religieus wantrouwen, want daarmee open je de mogelijkheid dat God niet bestaat. Ik vind dat op het godslasterlijke af. ’Bestaan’ impliceert een beperking in ruimte en tijd en dat verdraagt zich slecht met de notie van de Eeuwige Alomtegenwoordigheid. Voor mij is het juist een belangrijk punt dat God vooral zichzelf blijft en niet samenvalt met wat wij ervan denken."
Het koppelen van geloof aan historische en wetenschappelijke kennisclaims op grond van de bijbel vormt een heilloze weg, vindt Slob. "Ik denk dat de godsdienst zich daarmee heel erg in de voeten heeft geschoten. Want als vervolgens de kennisclaims niet meer geloofwaardig blijken te zijn, dan haakt iedereen af. Neem de scheppingsleer: als je de keuze moet maken tussen schepping of evolutie dan moet je jezelf of tot idioot verklaren en creationist worden, of je moet je verstand blijven gebruiken, maar dan mag je dus niet meer gelovig zijn."
Volgens Slob is dat een ernstige misvatting van wat geloven betekent. "Geloven is leven met God. Het is niet een kennisclaim maar een uiting van vertrouwen. Niet dat jij weet hoe het zit, maar dat Hij jou kent." Vanuit dat perspectief beziet Slob ook zijn eigen terugkeer in de kerk. "Ik heb niet het gevoel dat ik het geloof heb teruggevonden – het heeft mij teruggevonden. Ik weet het niet meer, maar God kent mij. Dat is het gevoel dat ik erbij heb en dat geeft een grote rust."
Geloven is geen kwestie van waar zíjn maar van waar máken, zegt Slob. "Het gaat over een waarheid waar je naartoe mag leven, die je zelf gestalte mag geven en waarin de liefde van Christus aanwezig wordt gesteld. Het is dus veel meer een existentiële waarheid, waarin mensen tot hun recht en ontplooiing kunnen komen, dan dat het een beschrijving is van een stand van zaken of een feitelijkheid. Een waarheid die veel meer te maken heeft met integriteit en met overtuiging – met wie jij bent."
Dat is ook de betekenis van Pasen, meent Slob. "Pasen gaat natuurlijk over de Opstanding van Christus. De vraag is: wat vier je precies? Waar gebeurt Pasen? Gebeurde dat misschien aan het graf van twintig eeuwen geleden; of misschien ook niet? Dat is een historische, maar geen religieuze vraag. Ik denk dat Pasen gebeurt in de paasochtenddienst; meer specifiek wanneer de voorganger zegt ’De Heer is opgestaan’ en de gemeente antwoordt ’Ja, Hij is waarlijk opgestaan’. Dan gaat het er niet over of het echt gebeurd is maar over ’waarlijkheid’: een waarheid die jij je laat aanzeggen en die jij zelf voor je rekening neemt. Wat je dan doet, is bevestigen dat de Opstanding het perspectief is waaronder jij je leven wil leiden en je identiteit ziet. Het is een vorm van overgave en vertrouwen. Daarom is het geloof ook een waagstuk."
Of Jezus tweeduizend jaar geleden daadwerkelijk is opgestaan uit de dood, is volgens Slob niet de juiste vraag. "Het gaat erom dat je bewaard bent in Christus, dat er verzoening is in Christus, dat je gered bent. Ik koppel daaraan ook het begrip zonde. In de recente theologie is zonde een omstreden begrip geweest, omdat het zo’n negatief mensbeeld met zich mee lijkt te brengen. Ik ben er juist van overtuigd dat de zondigheid het meest troostrijke is dat je iemand kunt toewensen. Als je niet zondig mag zijn, dan moet je perfect zijn en dat is een last die niemand waarmaakt."
Slob ziet het overal om zich heen gebeuren. "Mensen hebben massaal het gevoel dat hun leven er niet toe doet. Dat komt omdat ze geacht worden zich te spiegelen aan het succes van anderen. Dat roept ons van alle kanten toe: via Facebook en andere sociale media, via de showbizzverhalen, via al die talentenjachten en spelletjes op tv – overal. Het gaat allemaal om opgeklopt succes. Wie iemand zelf is, in zijn verdriet of in zijn angst, in zijn teleurstelling of juist in zijn mislukking – daaraan komt niemand toe. Dat durft ook niemand te laten zien, want als je je kwetsbaarheid laat zien, word je meteen afgemaakt."
De boodschap van Pasen is heel relevant in deze tijd, meent Slob. "Pasen gaat over het besef dat je gered bent. En dat gaat in de eerste plaats over jouw concrete leven hier op aarde, met alles wat is misgegaan. Dat jouw leven er desondanks toe doet. Voor Christus, of in de liefde van Christus, of hoe je het ook zeggen wil, gaat het er helemaal niet om hoe succesvol jij bent. Dingen die je voor iedereen verborgen houdt en tegen niemand durft te zeggen, die je zelf niet eens onder ogen wilt zien omdat je je ervoor schaamt – die mag je bij Christus openleggen. En met dat alles ben je welkom aan de avondmaalstafel."
Slob is niet pessimistisch over de toekomst van het christendom. "Eerlijk gezegd denk ik dat onze tijd hunkert naar zo’n perspectief. Dit is waar Facebook om draait, dit is waar consumentisme om draait. Mensen proberen de leegte van hun bestaan op te vullen met succes, grote auto’s, rijkdom en poppenkast. Je ziet het overal – er is grote existentiële armoede. De leegte van het bestaan geeuwt ons tegemoet. Je verheugt je op een nieuwe computer, je betaalt er een hoop geld voor, rijdt ermee naar huis, pakt hem uit, installeert hem en de bevrediging is weg. Op naar de volgende aankoop."
Het christendom biedt een uitweg uit die leegte, meent Slob. "Niet door te vertellen hoe het zit en overtuigingen aan anderen op te dringen, maar door anderen te helpen met waarmee zij zitten. Ik weet namelijk ook niet hoe het zit – God weet hoe het zit. Ik tast een beetje rond en probeer dat te doen waarvan ik denk dat het naar Gods wil is. En daarvoor vind ik een soort richtlijn in de Schrift. Maar het is een richtlijn die vooral gestalte moet krijgen in je eigen geleefde leven, door de geboden van God handen en voeten te geven. En in de eerste plaats is dat het gebod van de liefde."
Het is het waar máken van Pasen in de navolging van Christus. "Nederigheid en dienstbaarheid, daar gaat het om. In de liefde van Christus gaat het altijd om de ander. Wat is de de zin van het leven? Wanneer beteken jij iets? Als je iets betekent voor iemand anders. In de onderlinge relatie wordt jouw identiteit erkend. Dat is heel essentieel. Waar je op zo’n manier wordt erkend en bevestigd, daar kom je volledig tot je recht. En dat vindt uiteindelijk zijn inspiratie en zijn kracht, theologisch gezien, in de relatie met God. Jij bent en mag zijn wie je bent omdat jouw bestaan in Gods liefde bevestigd is."
De theologische waarheid is dan ook vooral een relationele waarheid, zegt Slob. "In onze tijd staat de autonomie van de mens heel hoog in het vaandel. Volgens mij is dat de dood in de pot. In de autonomie raak je namelijk jezelf volledig kwijt omdat je voor niemand meer iets betekent. En anderen betekenen alleen nog iets voor jou voor zover je ze kunt gebruiken. Het is de leugen van deze tijd dat je jezelf zult vinden in jezelf. Nee, je vindt jezelf in de ander! En andersom. Die relatie is heel essentieel en als je die secundair maakt, wat een autonoom subject doet, dan verlies je jezelf. Want wat is dan de zin van het leven? Niks! Want je betekent niks voor iemand. Je bent volledig inwisselbaar."

09 april 2014

Roadkill #23: Hommel

'Hommel in Hattemerbroek', april 2014, 2 x 1,8 cm (hommelrommel, mos en rood asfalt).

06 april 2014

Roadkill #22: Wilde eend (v)

'Wilde eend (v) vlak voor Purmerend', maart 2014, 35 x 25 cm (lauwwarme eendenborst, niet-geplukt, op een bedje van gras en zand)