14 mei 2012

Limburg is niet vlak

Limburg is niet vlak. Maar er groeien wel asperges.

16 april 2012

Geen zomer

Vanmiddag heb ik bij Genne de eerste zwaluwen gezien. Ook de paardenbloemen bloeien overal. En de dijk naar Kampen was zachtpaars van de pinksterbloemen. Maar het is nog geen Pinksteren en ook geen zomer; het is zelfs nauwelijks lente.
Het was zeven graden en er woei een najaarsstorm.

23 maart 2012

Boze geesten

Ondanks het mooie weer was het woensdag een dag voor boze geesten. Ik kwam er drie tegen tijdens mijn eerste voorjaarsrit.

1. "Daar heb je weer zo'n bosvernieler", zei een oude mevrouw in Boswachterij Staphorst tegen me.
Ze stond een paar meter verderop. Ik had haar niks gevraagd.
Terwijl ik op mijn kaart keek, kwam er een mountainbiker aangefietst. Hij reed keurig op het fietspad dat ik nu juist wilde vermijden: zand en steentjes, niet geschikt voor racefietsers.
"Ze maken alles kapot. Maar je moet ze eens horen als er een hond losloopt in het bos!"
De oude vrouw draaide zich mismoedig om. Ik zag geen hond, maar vermoedde dat er een blafapparaat ergens onaangelijnd tussen de bomen rondzwierf.
"Sommige mensen zijn bang voor honden, mevrouw", zei ik tegen haar.
 "Als je je hond los laat lopen krijg je meteen een boete. Ze zouden die bosvernielers eens een bekeuring moeten geven!"
Ze klonk verongelijkt.
"Die meneer op zijn mountainbike reed keurig over het fietspad, mevrouw."
"Puur toeval", zei ze. "Bosvernielers zijn het."
Ze werd steeds kwader. Ik vouwde mijn kaart op en stapte op mijn racefiets.
"Een prettige middag nog mevrouw", zei ik toen ik haar passeerde. Ze keek me aan met een argwanende blik in haar ogen en zei niks terug.

2. Ik was voor de zoveelste keer vandaag verdwaald. Vlak daarvoor was ik nog vloekend en tierend Meppel binnen gefietst, toen mijn telefoon ging.
"Job, met G. Stoor ik?"
"Nee hoor", zei ik. Ik had weer eens een verkeerde afslag genomen en was in westelijke richting afgedwaald, terwijl ik naar het Zuiden moest, naar IJhorst.
G. had nieuws waar ik nog chagrijniger van werd. Met de pest in het lijf fietste ik door De Wijk en IJhorst. Ik was moe en had geen zin meer, maar het was nog zeker dertig kilometer naar Zwolle.
Toen ik bij de boze mevrouw wegfietste, vroeg ik me af waarom ik zelf eigenlijk zo boos was geweest, even daarvoor. Waarom maken we het onszelf soms zo moeilijk? Het was mooi weer en vijf kilometer extra op de racefiets is geen straf als je van huis bent vertrokken voor een ritje van tachtig kilometer. 'Als je niet moe wilt worden, moet je niet gaan fietsen', hield ik mezelf voor. Met de boosheid verdween ook de vermoeidheid. Dat de wind was gedraaid, en net als op de heenweg schuin in de rug waaide, hielp ook.

3. Ik had het graf van mijn hardloper bezocht, in Ruinerwold. Volgende week gaat het toneelstuk in première, dat Jan Veldman van mijn boek maakte. Reden genoeg om weer eens bij hem langs te gaan.
"Hoe is het, ouwe", vroeg ik, terwijl ik op het bankje zat, vlak naast de kist met botten.
Geen antwoord natuurlijk. Ook boze geesten zwijgen als ze dood zijn. Bijna veertig jaar is Luurt Huizenga al niet meer onder ons. Rondom hem liggen genoeg Drenten begraven die minder lang op aarde hebben rond gelopen. Het zal wel inbeelding zijn geweest, maar ik meende nog steeds de boosheid te kunnen voelen die zijn leven zo heeft verzuurd.
Nochtans was het was fijn mijmeren aan het graf, terwijl de vogels het voorjaar toezongen. Het was warm in de zon en mijn benen voelden vol aan. Na een half uur waren we uitgepraat.
"Nou, ouwe, het ga je goed." Met de fiets aan de hand verliet ik het kerkhof om even later een verkeerde afslag te nemen.

(Mooi boek trouwens, Boze geesten, geschreven door de meest boze geest uit de Russische literatuur. Heel actueel ook, in deze tijd waarin boosheid onze natuurlijke levenshouding lijkt te worden.)

13 maart 2012

Namen

Haerst.
Genne, Holten, Streukel, Zuideindigerslag.
Zwartewaterklooster.
De Velde, Veldiger buitenland, Kievitsnest.
Nadorsterlanden, Boven Jutjesriet.
Genne-Overwaters, Zuidelijk Jutjesriet.
Frankhuis.

Nee, de zon scheen niet.

25 februari 2012

Kijken naar de Omloop

Job fietst even niet. Dat komt omdat hij wat teveel geschaatst heeft. De spieren, pezen en aanhechtingen op zijn scheenbenen zijn al wekenlang van slag. Maar vandaag keek Job wel naar het fietsen, net als deze vader en zoon. In België werd het wielerseizoen geopend met de Omloop Het Volk die tegenwoordig abusievelijk Omloop Het Nieuwsblad wordt genoemd. Marijn fietst fietste daar namelijk. Het was prachtig weer en Job verlangde hevig naar zijn fiets. Hij was na de finish van de vrouwen graag samen met vader en zoon weer opgestapt voor nog een ritje in het Vlaamse land.

23 februari 2012

Frits Staal

Aan het sterven van zijn helden merkt een mens dat hij ouder wordt. Afgelopen zondag is Frits Staal overleden. Staal was een taalkundige, logicus en filosoof waar ik voor het eerst van hoorde, toen ik heel lang geleden in Leiden Sanskriet studeerde. Aangezien ik nergens een behoorlijke necrologie van Staal heb gelezen, hier wat persoonlijke notities.
Frits Staal was een rationalist pur sang. Hij is bekend geworden door zijn boeken over mystiek en rituelen. Vooral zijn theorie over het ontstaan van taal vanuit mantra's (betekenisloze, gestructureerde klanken, vergelijkbaar met vogelgezang) en de syntaxis van het ritueel heeft me altijd gefascineerd. Heel kort samengevat: voordat onze voorouders taal gingen gebruiken, zongen en prevelden ze mantra's. Toen ze op een zeker moment aan de mantra's betekenis gingen hechten ontstond taal. Staal ontdekte dat de syntaxis van talen grote overeenkomsten vertoont met de regels van het ritueel, dat een pretalig verschijnsel is en ook bij dieren voorkomt.
Staal kende als sanskritist als weinig anderen de rijke Indiase taalfilosofische traditie, die in de vijfde eeuw na Christus al verder was dan de westerse taalfilosofie ooit zou komen en die hem op het spoor van het ritueel zette (grappig voorbeeldje, dat ik terugvond in mijn aantekeningen: "dat wat gezegd wordt onzegbaar te zijn wordt door die onzegbaarheid zelf gezegd en is dus gezegd en zegbaar", aldus Bhartṛhari).
Staal bestudeerde in 1975 een uitvoering van het zeker 3000 jaar oude Agnicayana-ritueel, waarvan de rituele handelingen maar liefst twaalf dagen duurden (er zijn overigens theoretische, rituele constructies bekend uit de Vedische literatuur, die meer dan 1000 jaar duren...). Volgens Staal ontstond complex ritueel handelen, zoals het Agnicayana, toen de mens zich bewust werd dat de wereld om hem heen beïnvloedbaar was door handelend op te treden (de fase die Merlin Donald - een andere held, die gelukkig nog in leven is - de mimetische cultuur noemt en die begint met Homo erectus (2 miljoen jaar geleden) en die bij het verschijnen van de moderne mens (200.000 jaar geleden) wordt aangevuld met een volgende cultuurlaag, waarin taal de hoofdrol speelt).
Volgens Staal is het ritueel een in zichzelf besloten vorm van fysiek handelen, zonder extrensieke betekenis, zin of functie: in de handeling zelf ligt de betekenis. Het ritueel is volgens hem een uitbeelding van volmaakt handelen.
Naar aanleiding van zijn dood heb ik het ruim drie uur durende marathoninterview dat Max Pam in 1992 had met Staal nog eens beluisterd. Mooiste uitspraken (vrij geciteerd):
"Er is geen vooruitgang in de filosofie: filosofen draaien altijd rondjes om dezelfde vragen. Alle gebieden in de filosofie waarop echt vooruitgang is geboekt zijn wetenschap geworden."
"Ik ben meer geïnteresseerd in de achterliggende structuren en de geschiedenis dan in de actualiteit. Wie alleen het nieuws volgt, is als iemand die een biertje bestelt, de schuimkraag opdrinkt en als het schuim op is meteen een nieuwe bestelt."

18 februari 2012

Carnaval

Het is carnaval in Zwolle. Vreemd genoeg begint men hier eerder, zuipt men hier meer, gaat men hier 's nachts langer door en maakt men hier meer herrie dan in de gebieden waar carnaval thuishoort. Niet-katholieken die carnaval vieren: zelden toont het leven zich van een treuriger zijde. Gelukkig was het bij Zalk, langs de ingezakte ijsvlaktes op de uiterwaarden van de IJssel, geen carnaval.