16 augustus 2009

Dreuge boonties


Het is weer de tijd van de kalebassen. Een grote voor 1,50 of drie kleintjes voor een euro. Langs de wegen verschijnen de eerste rekjes met de oogst van particuliere kwekers. Het is ook de tijd van het manshoge snijmaïs. Het landschap verandert er door en niet louter ten goede. Want door die maïs gaat alles op elkaar lijken. Gisteren fietste ik met storm in de rug door het Vechtdal, bij Dalfsen omhoog naar Pieperij, vandaar naar Nieuw Moscou, en daarna verder omhoog naar Sleen. Landschappelijk passeer je dan heel verschillende streken maar door de eeuwige maïsvelden is de aarde overal bedekt met dezelfde groene gloed.
Bij aankomst in Sleen merkte ik dat het ook weer tijd is voor dreuge boonties. Althans: de boontjes worden weer gepunt aan draadjes geregen om op zolder te drogen. Zodat we in december weer aan de dreuge boonties kunnen, met grote stukken vet spek en sappige dikke worst. De maïs is dan allang tot veevoer vermalen, maar voor fietstochtjes van Zwolle naar Sleen is het dan helaas te koud. En zo is er altijd wel wat.

11 augustus 2009

Nederland


Nederland is het meest Nederlandse stukje Nederland. Ik was er zondagmiddag voor het eerst in mijn leven. De maximumsnelheid is er dertig kilometer per uur en je mag er niet parkeren, zag ik toen ik op de racefiets Nederland binnenreed. Verder kan ik u melden dat er een kunstenaar in Nederland woont, er is een rietdekkersbedrijf, er staan een paar prachtige oude boerderijen en er woont iemand die erg van hortensia’s houdt. Ook staat er binnen de grenzen van Nederland een ooievaarsnest. De vermoedelijke bewoner daarvan zag ik net buiten Nederland in een weiland naar voedsel zoeken.
In Nederland en omgeving is erg veel water, waarin momenteel de lelies welig tieren. Er zijn ook erg veel bruggen, die zondag om de haverklap openstonden. De pleziervaart is in Nederland namelijk heel populair, zoals overigens ook het wandelen en fietsen. Gevoetbald wordt er op zondagmiddag gelukkig niet zodat er een weldadige rust heerste tijdens mijn korte bezoek. Het was wel donker in Nederland, door de dreigende luchten waaruit heel af en toe een enkele druppel viel. Het kon de pulletjes in het slootje naast de rietschoven niet deren, net zomin als de jonge katjes die even verderop over een erf dartelden.
Nederland - u komt er door bij Nijeveen richting De Weerribben te gaan - is een bijzonder oord. Het is het enige buurtschap in Nederland met oranje letters op de plaatsnaamborden. En taalkundig gezien voorziet Nederland de meervoudsvorm in onze koninkrijksnaam van een logische basis. Zonder Nederland geen Nederlanden.
(Deze post stond vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden')

05 augustus 2009

De Heuvel van Hankate


Even voorbij Hankate, in de richting van Hellendoorn, doemt links van de weg een mysterieuze heuvel op. Momenteel is hij begroeid met maïs, maar 's winters ligt hij dreigend zwart een heuvel te wezen. Elke keer als ik er langs fiets verbaas ik me weer over die heuvel en vraag ik me af welke verhalen er in de volksmond de ronde doen over deze puist in het landschap. Ik vermoed dat er op de top ooit heksen zijn verbrand en het zou me erg tegenvallen als er niet eens iemand vermoord is of anders toch op zijn minst verkracht. De vrouwen van Hankate, Elen en het buurtschap Rhaan fietsen altijd zonder omkijken hard door want die eeuwenoude duivelsheuvel brengt bij sommige mannen onbedwingbare oerdriften naar boven... Nou ja, zoiets dus. Vanmiddag ben ik er gestopt om een foto van die duivelsheuvel te maken. Er graasde een koe op het weilandje voor de klim en door het maïs liep een pad naar de top (toegegeven, de hoogte komt er niet echt uit op de foto). Op de kaart zag ik dat het niet de Heuvel van Hankate of de Duivelsheuvel heet maar de Rhaanderesch. Hij is 19,5 meter hoog. Ik vind Rhaan maar een rare naam.

En nu iets heel anders

De Mopperlog-lezers (waren het er nou vier of vijf?) zijn gewend om hier ook de columns die ik voor Dagblad van het Noorden schrijf terug te vinden. En die gaan niet altijd over fietsen, zoals deze, die onder het kopje 'Tomtom' gisteren in de krant stond:
"Grote afwezige bij de opsomming van vakantie- ergernissen, zaterdag in deze krant, was natuurlijk de Tomtom. Lange tijd heb ik dit helleapparaat uit de auto weten te weren, maar begin dit jaar kwam het navigatiemonster op uitdrukkelijk verzoek van mijn vriendin dan toch aan boord. Helaas bracht een Vlaams sprekende dame ons inderdaad een paar keer op de plek van bestemming, zodat ik vergat wegenkaarten mee te nemen toen we begin juli op vakantie gingen. Dat hebben we geweten.
Het begon al in Duitsland toen het apparaat ons 88,7 kilometer voor de plaats van bestemming de Autobahn af wilde hebben terwijl ik toch bijna zeker wist dat onze eerste pleisterplaats náást de snelweg lag. Maar goed, zo’n ding zal het wel beter weten, denk je dan en dus tuften wij vele kilometers over smalle weggetjes door de Vulkaaneiffel met de ene wegopbreking na de andere. Toen we later doorreisden naar Italië stond er een file voor de Gotthardtunnel dus dachten we: we gaan gewoon de pas over. Helaas dacht Tomtom – wie heeft trouwens die belachelijke naam verzonnen? – daar anders over. Die liet ons afbuigen naar de Furkapas en stuurde ons vervolgens naar de autotrein onder de berg door, in de richting van een enorm drukke, bochtige tweebaansweg in het Rhônedal, waarbij we om de vijf kilometer door een dorpje kwamen waar je maar vijftig mocht.
Dat we daarna ook nog ónder de Simplonpas door moesten, verbaasde me allang niet meer. Ik had mijn luidruchtige woordenwisselingen met de Vlaamse dame allang gestaakt, volledig murwgeslagen. Wat we later in Italië nog meemaakten met Tomtom zal ik u besparen. Maar het is een wonder dat we nog leven."

03 augustus 2009

De wijde blik


Hoe opener het landschap, hoe wijder de blik. Dat viel me zaterdag weer eens op toen ik een tochtje van 100 kilometer maakte over de Veluwe en langs de IJssel. Op de heenweg, door en langs de bossen, was ik ook in mijn hoofd vooral met fietsen bezig, maar toen ik bij Emst de Veluwe verliet en richting Terwolde fietste, dacht ik vooral na over God. Het kan ook de cadans zijn geweest die de geest verruimde, maar ik denk dat het meer met de open luchten en de weidsheid van het landschap te maken had.
Dat van God zal ik uitleggen. Ik lees momenteel (al een paar maanden trouwens, het is taaie kost) De brief aan de Romeinen van Karl Barth, een van de bekendste theologische werken van de vorige eeuw. Een van de stellingen van Barth is dat God principieel onkenbaar is en radicaal anders. Ons voorstellingsvermogen schiet volledig tekort als het over God gaat. Barths Godsbeeld spreekt me erg aan. Het impliceert namelijk dat wij niks zinnigs kunnen zeggen over God en dat ook de benaming 'God' eigenlijk een zwaktebod is. God breekt hooguit in in ons leven, waardoor we een glimp op kunnen vangen van Hem (of is God Het?, of allebei en geen van beide? God als persoon zien, is ook weer zo'n inkapselende antropomorfisering van het/de Onzegbare, net als al die hoofdletters trouwens).
Geloof jij dan in het bestaan van God, zou u zich nu kunnen afvragen? Nou, ik geloof vooral in de beperktheid van de mens en kan heel slecht tegen mensen die denken de waarheid in pacht te hebben (of die waarheid nu religieus dan wel wetenschappelijk beargumenteerd wordt). Eén van de belangrijkste lessen van de evolutietheorie is volgens mij namelijk de principiële beperktheid van het dier mens. Wij denken wel alles te weten en dat we de wereld naar onze hand hebben gezet en de natuur bijna overal in cultuur hebben gebracht, maar vertel dat maar eens aan de vlieg die u 's nachts uit uw slaap houdt. Hij lacht u vierkant uit (tenminste, als hij een mens zou zijn). Ik wil maar zeggen: insecten zijn in evolutionair opzicht een oneindig meer succesvolle soort dan de mens en zij zullen ons ruimschoots overleven. En ze zijn niet de enige.
Maar wat ik bedoel is dit: er is oneindig veel dat ons begrip te boven gaat. Leven, dood, het begin, de eeuwigheid, de ervaringswereld van de mug, en die ontelbaar veel miljoenen '...'-en waar we niet eens een naam voor hebben omdat we hun bestaan niet waarnemen - we weten er niks van en die zo veelgeprezen Ratio van ons (die overigens ook maar een afgeleide van ons gevoel is, maar die ons toevallig de laatste eeuwen zoveel evolutionaire voordeeltjes heeft opgeleverd dat we hem als God zelve zijn gaan beschouwen) kan ons daar ook niet bij helpen. En voor al dat onzegbare is God nog niet eens zo'n gekke benaming. En laat ik het maar gewoon toegeven: waar ik er lange tijd van overtuigd was dat dit leven en deze wereld vooral een toevallig product van blinde evolutie waren, ben ik daar nu niet zo zeker meer van. De gedachte dat er een sturend 'Iets' is, komt me tegenwoordig toch iets waarschijnlijker voor, al denk ik dus wel dat dat Iets zich radicaal aan ons begripsvermogen onttrekt en we er dus niks zinnigs over kunnen zeggen.
Dat schoot door mijn hoofd in het weidse IJsselland. Maar ik dacht daarnaast natuurlijk ook aan mijn gemiddelde snelheid. Die lag zaterdag namelijk op 28,9 km per uur, wat ongekend hoog is voor mijn doen. Dat is dan de invloed van die Mont Ventoux weer. Enfin, tot zover.

30 juli 2009

Waarom?


Waarom fietst een weldenkend mens de Mont Ventoux op? Die vraag stelde een documentairemaker vorige week toen wij boven aankwamen bij het weerstation. Veel antwoorden kreeg hij niet. Is het de midlifecrisis? Extreme bewijsdrang? Een reiken naar de hemel? Of zijn we gewoon allemaal gek? Volgens mijn medefietsers B. en W. is er in ieder geval niks mythisch aan. Ik denk dat ze ongelijk hebben. Tegen een berg op fietsen is volgens mij juist één van de meest zuivere vormen van het klassieke heldenverhaal in het leven van de moderne, Westerse mens. Zoals ik hier al eens eerder heb opgemerkt appelleert fietsen (net als op vakantie gaan) volgens mij aan een oerdrang die in elk mens zit en die de evolutie van onze soort tot een succesverhaal heeft gemaakt (dat we ook aan ons succes ten onder gaan is weer een ander verhaal): de drang naar nieuwe horizonten en het verleggen van grenzen. Dezelfde drang die onze voorouders tienduizenden jaren geleden Afrika deed verlaten, onze gemeenschappelijke oermythe. Die mythe gaat over het veroveren van nieuwe leefgebieden, maar ook over ontdekkingsreizen naar onze ziel. Analoog aan de held in het klassieke epos, die veranderd is als hij na zijn omzwervingen weer thuiskomt. Of, om het bijbels te formuleren: "Hij doet ons dwalen opdat wij weten wat het betekent om thuis te komen." Toegegeven, dat gefiets is een armzalig alternatief voor een echte zoektocht, maar je moet toch wat als je alles al hebt.

29 juli 2009

Tijd en ruimte in de bergen


De Mont Ventoux dus. Met mijn tijd van 1 uur 47 minuten en 45 seconden was ik mijn medefietsers/-columnisten W. en B. respectievelijk ruim 5 minuten en 1 uur en 12 minuten te snel af (W. verzwijgt op zijn site natuurlijk niet voor niets mijn tijd). Een glorieuze overwinning van Dagblad van het Noorden op NRC en de Volkskrant derhalve. Maar wat me meer verbaasde was wat zo'n berg doet met je gevoel van tijd en ruimte. Je ziet het doel van je tocht al liggen als je op de fiets stapt en dat fietst heel anders dan zo'n ritje naar Kampen. Terwijl de top heel dichtbij lijkt en je ervaring van ruimte dus sterk vernauwt, tikt de tijd op zo'n klim veel langzamer. Een tochtje van twee uur over de Veluwe ervaar je alsof het in een scheet en een zucht voorbij is. Maar die zeven kwartier omhoog duurden maar en duurden maar, terwijl de klim me toch echt enorm meeviel en het eigenlijk wel makkelijk ging.
De beklimming van de Monte Beigua in Italië, die ik twee weken geleden in 1 uur en 20 minuten opfietste, leek veel langer te duren. Daar wist ik niet waar de top lag. In de hitte ploeterde ik 14 kilometer, bocht na bocht, door een dicht bos over slechte wegen met afwisselend grind, gaten, steenslag en plakkend nieuw asfalt, met sterk wisselende stijgingspercentages (nu eens 7 procent, dan 14 en dan weer 10). Pas in de laatste kilometer zag ik de top liggen, waar je vanaf 1249 meter hoogte over de Middelandse zee uitkijkt. Als je het eindpunt niet ziet, stroomt de tijd nog stroperiger.
In de bergen klinkt de ruimte in en strekt de tijd zich uit. Raar eigenlijk.

28 juli 2009

Als de Mont Ventoux in Kampen lag


Stel dat. Dan zou de startstreep niet na een rotonde in Bedoin liggen maar op de Nieuwe Markt in Zwolle, ter hoogte van café De Hetebrij. Dan voelde je de klim echt in de benen slaan als je net de IJsseldijk was opgereden en aan de overkant het kerkje van Zalk zag naderen. Dan zou je even later bij de badende Schotse hooglanders Het Bos in rijden waar het echt steil werd en je langzaam maar zeker je ritme vond. Dan zou het oude kerkje van Wilsum Chalet Reynard zijn geweest, waar je vleugels kreeg en opeens 14, 15 km per uur op je teller had staan. Dan zou het monument voor Tom Simpson midden op de IJsselbrug hebben gestaan, daar waar nu een bankje een rustplaats biedt aan vermoeide wandelaars. Dan zou het na de brug 11 procent omhoog gaan naar het weerstation, waar je bijna vastliep in een file van auto's en trage fietsers en je noodgedwongen de laatste bocht binnendoor moest nemen. En dan zou de top van de Mont Ventoux een van de vele kerken zijn, waar je na 1 uur, 47 minuten en 45 seconden zou aankomen.
Geen slechte tijd voor een zoektocht naar God en de eeuwigheid.

04 juli 2009

Drie weken vakantie


Na een laatste, mislukte toer door het Vechtdal met zwaar zuchtende koeien, snel oprijzende maïsvelden, krijsende jonge ooievaars en een surrealistisch belicht bos vertrekken we morgen naar Neumagen. Hectoliters Riesling en biologische, Piemontse lekkernijen zullen een dreigende voorhoofdsholte-ontsteking en een vooralsnog matige conditie moeten ombuigen naar een glanzende vorm voor de beklimming van de Winderige Berg. Over ruim drie weken leest u hier en hier, deo volente, de resultaten. Auf wiedersehen! Ciao! Aju!

02 juli 2009

Hooglanders in de IJssel


De snotstromen zijn tot stilstand gekomen. Hoog tijd voor een trainingsritje om de conditie te testen, want er wachten de komende tijd de nodige klimmen. Volgende week oefenen op de Piesporter Berg, een week later iets meer uitdaging op de Monte Beigua om tot slot over drie weken de Mont Ventoux in twee uur op te kunnen fietsen.
Het prachtige rondje Zwolle-Kampen-Zwolle over de IJsseldijk leidde tot drie observaties: 1. niks is met de macht (26,5 km per uur gemiddeld is normaal), 2. mannen die ziek zijn stellen zich aan (zie 1.), 2. waarom zou je eigenlijk op vakantie gaan (veel mooiere beelden dan de Hooglanders in de IJssel bij Zalk zullen we in Duitsland, Italië en Frankrijk niet aantreffen). Morgen nog even een groter rondje en we reizen zondag met een gerust hart af naar de Mosel.

30 juni 2009

Juni


Het voordeel van een licht onwelbevinden (de opgezette klieren, de spierpijn en het snot zijn nog steeds niet weg) is dat je opeens zeeën van tijd hebt om te lezen. Fietsen is ook niet alles, zo blijkt maar weer. Vandaag vierde ik vakantie in eigen tuin met Juni van Gerbrand Bakker. De roman is massaal afgekraakt door de critici (op een enkele uitzondering na) maar mijn lieve vriendin M. was er erg over te spreken. Bovendien heb ik ooit Bakkers debuutroman Boven is het stil gerecenseerd voor Dagblad van het Noorden. Dat vond ik destijds een fantastisch boek en ik was dan ook erg benieuwd naar Juni. Welnu, ik ben inmiddels halverwege en kan niet anders dan concluderen dat Juni ook een roman is waarvoor het lastig superlatieven vinden is. Mijn gewaardeerde collega Joep had dat ook al geconstateerd in die ene positieve recensie die over Juni is geschreven.
Boven is het stil noemde ik in maart 2006 'een stilistisch wondertje', met onder meer als motivatie: "De beschrijvingen zijn onopgesmukt en de dialogen kort en kaal. Beschouwingen over het leven of poëtische stijlbloempjes vind je niet in Boven is het stil. Wel zinnen als: "Moeder was een ongehoord lelijke vrouw." Of: "Ik poep twee keer per dag. De eerste keer vlak na het melken, de tweede keer na de koffie." (...) Het knappe van deze roman is dat het onder de onbewogen, kale oppervlakte borrelt en kookt van emoties en onuitgesproken verlangens, die echter nergens hardop worden uitgesproken. Het komt ook nergens tot een uitbarsting, hetgeen de suggestieve kracht alleen maar vergroot. Daardoor is het ondanks alle soberheid toch een buitengewoon ontroerend boek geworden waarin, onuitgesproken, heel veel levenswijsheid en poëzie wordt opgeroepen."
Voor Juni geldt precies hetzelfde, maar dan nog net iets subtieler en weergalozer. Ik denk dat ik er inmiddels ook achter ben waarom de grachtengordelrecensenten daar anders over denken. In Juni wordt gesproken en gedacht zoals 60 procent van de Nederlanders praat en denkt, namelijk dat deel van de bevolking dat op het platteland of in een dorp woont of is opgegroeid. En ik vrees dat de hedendaagse grachtengordelmens (meer specifiek de ondersoort grachtengordelrecensent) zich daar geen voorstelling meer van kan maken. Die heeft zich verschanst in zijn stadse veste, waar - zo blijkt uit al die elkaar na kakelende een- of tweesterrenrecensies - het provincialisme al enger en enger wordt. Triest.

28 juni 2009

Ziek

Prachtig fietsweer (lekker zweterig), vier weken vakantie en zeeën van vrije tijd. De Vecht roept, de Lemelerberg schreeuwt om aandacht en dat bankje op de dijk even buiten Veessen vraagt zich af waar ik blijf. Helaas. Ik zit thuis en niet op mijn fiets. Spierpijn, opgezette klieren, hoofdpijn, wagonladingen snot in de keel. Lekker is dat.

24 juni 2009

Off-day


Soms wil het niet. En heel soms wil het helemaal niet. Pap in de benen, tegenwind, zijwind, pijn in de kuiten. Vandaag was zo'n dag. Prachtig weer, maar het ging niet. Naar Dalfsen geweest, naar Ommen, naar Vilsteren, langs de Vecht. Zelfs met wind mee kwam ik nauwelijks boven de 25 km per uur. Ik had eigenlijk ook helemaal geen zin. En als je dan ook nog een scootmobiel inhaalt en er gedachten opkomen als 'Zo zal ik over 35 jaar ook wel over de wegen razen', dan krijg je dus als eindresultaat: 63 km met een gemiddelde van 23,5. En nergens een trein te bekennen.

23 juni 2009

Toverrijst


Zolang die columns in Dagblad van het Noorden over eten gaan, misstaan ze niet zo op dit blog. Maar of toverrijst nu zulk goed wielervoedsel is... Dit is in ieder geval voorlopig de laatste column die hier te lezen zal zijn, want vanaf volgende week ben ik vier weken vrij van de krant. Maar wees gerust, de 'Job fietst'-bijdragen gaan nog twee weken door, want door 'omstandigheden' (zie Marijn fietst) zijn we nog lang niet op weg naar vakantieoorden.

21 juni 2009

Italiaanseweg

Een Vlaamse klim is het, ook al heet hij de Italiaanseweg. Gisteren sloeg hij venijnig in de benen, na 137 kilometer koers. Het bordje van de Jan Janssen Classic wees opeens naar rechts, het bos in. Ik zat net een paar kilometer comfortabel aan de staart van een groepje dat 32, 33 km per uur reed. Lekker uit de wind. Maar in dat bos zag ik alleen maar modder. Na een paar meter kwamen de eerste steentjes te voorschijn en langzaam rees uit de modder een klinkerpad op dat zich omhoog slingerde. Het was aardedonker in het bos, al kwam dat waarschijnlijk ook omdat ik mijn zonnebril nog op had. Het groepje waarin ik fietste, spatte uiteen. En weer bleek ik best aardig omhoog te komen, al duurde het bij de Jan Janssen Classic wel een kilometer of negentig voordat het klimmen echt goed ging. Ik ben een diesel en moet het hebben van de steile stukken. Onder de vijf procent ben ik een pannenkoek. Maar goed, de Italiaanseweg dus. Aangelegd in 1848 door een baron, als verbinding tussen zijn kasteel en het station van Wolfheze. Hij schijnt zo te heten vanwege zijn Italiaanse uiterlijk met haarspeldbochten en dergelijke. Het was een van de 38 klimmetjes van de Jan Janssen Classic, die bij elkaar opgeteld 1500 hoogtemeters opleverden. Twee keer Alpe d'Huez en dat op nog geen uurtje rijden van huis.

14 juni 2009

Zondagmiddag in Wilsum


Hoe weidser het uitzicht, hoe meer je met jezelf geconfronteerd wordt. Dat viel me vanmiddag weer eens op, gezeten op een bankje bij Wilsum op de IJsseldijk. Ik at een Snelle Jelle en bedacht me hoezeer ik in mezelf zit opgesloten. Net als die rondzoemende bij die een korenbloem besnuffelde, de wandelaars in de verte, en de lammetjes onderaan het talud. Allemaal levend in hun eigen wereld. Allemaal ingeperkt door wat ze met hun ogen, oren, neus (heeft een bij een neus?) en tastzin kunnen ervaren en het zenuwstelsel waarmee ze die ervaringen verwerken en waaruit hun handelen voortvloeit. En ik moest denken aan mijn vriend Reinier, die onlangs een debat voerde met de Verlichtingsfundamentalist Floris van den Berg, die denkt dat voor ons mensen de rede leidend zou moeten zijn en die religie ziet als een ziekte.
Reinier is theoloog, filmmaker, boekenschrijver, nog veel meer, en ook christen. Wij praten wel eens over God, Jezus, geloof, evolutie en andere zaken (muziek, lekker eten). Ik ben geen christen, althans ik zou nooit de verklaring ondertekenen waar Reinier zijn handtekening onder heeft gezet. Ik geloof wel dat de kennis die wij als mensen kunnen opdoen, beperkt is door wie en hoe wij zijn. Wij zitten allemaal opgesloten in onze leefwereld en over wat daarbuiten nog is, weten we niks. De wetenschap heeft onze leefwereld de laatste eeuwen flink opgerekt, maar er is een noodzakelijke grens die voortkomt uit de natuurlijke beperkingen van het dier 'mens' dat we nu eenmaal zijn. Net zoals een lammetje zit opgesloten in zijn lammetje-zijn en de bij in zijn bij-zijn (de bioloog Jakob von Uexküll heeft daar een prachtig boek over geschreven).
Twijfel is daarom ons eeuwig lot. Ik kan dus niet zo goed tegen mensen die denken dingen zeker te weten, zoals Floris. En mensen die rotsvast geloven in de ratio als onfeilbare bron van ons handelen, vind ik dom en gevaarlijk. Laat Floris e.c. maar eens logisch verklaren waarom ik vanmiddag op de fiets stapte. Ik weet het niet. Misschien omdat fietsen verslavend is en omdat ik gisteren maar een kort ritje had gemaakt. Maar ik had net zo goed voor de tv kunnen blijven hangen om na de Dauphiné Liberé ook de tweede etappe van de Ronde van Zwitserland te bekijken (waarom doen mensen dát überhaupt?). Ik twijfelde, maar iets in me (de rede was het niet) deed me besluiten toch een rondje Kampen te doen over de IJsseldijk. Maar waarom ging ik zitten op dat bankje bij Wilsum? En waarom begon ik te piekeren over die weidsheid en mijn eigen nietigheid? Daar had ik gisteren tijdens een tochtje door het Vechtdal geen last van. Toen keek ik naar de bloempjes (zie foto) en was mijn enige gedachte: 'Ben ik op tijd thuis voor de slotklim in de Dauphiné?'
Tot zover.

13 juni 2009

Oranje


Denk nu niet: 'Aha, hij is dus blij met Oranje.' Dat hele Nederlands elftal interesseert me geen lor. Ik kijk zelfs niet meer naar de interlands. En dat terwijl ik vroeger al 's middags op de bank klaar zat, bibberend van de spanning. (Maar goed, als die lapzwansen op het WK gaan presteren, komt dat wel weer terug. Zo ben ik ook wel weer). En nee, ik ben ook geen Rabobank-fan. Het heeft ook niks te maken met mijn fietstochtje van afgelopen woensdag langs Paleis het Loo in Apeldoorn. Of met die vermaledijde Naald aldaar. Het is veel simpeler. Ik hou gewoon van de kleur oranje. Mijn bureaublad is oranje, Orange was mijn favoriete frisdrank, ik heb een oranje Brompton, aan de muur hangen oranje schilderijen en mijn moeder breide vroeger oranje truien voor me. Over mijn moeder gesproken: die heb ik dus woensdag op de fiets opgezocht in Apeldoorn, alwaar zij met haar drie zusters op stap was (zie foto). Op de terugweg kwam ik tussen Elspeet en Gortel zowaar op een stukje Veluwe waar het compleet stil was: er stond geen wind, er was geen mens (de weg werd opeens onverhard, vandaar) en alleen een enkel vogeltje zorgde af en toe voor wat achtergrondgeluid. Stilte kan oorverdovend zijn.

09 juni 2009

Zoute haring

Kijk, hier gaan de zaken dus door elkaar lopen. Nu kan ik natuurlijk vertellen dat ik vroeger - lang geleden, toen ik nog in Groningen woonde - op mijn fietstochtjes door het Hogeland altijd stopte in de haven van Zoutkamp om een broodje haring te eten, maar dat is toch een wat geforceerde link met mijn column die vandaag in Dagblad van het Noorden stond. Alhoewel, vorige week maandag heb ik in de haven van Blokzijl ook nog een broodje haring weggewerkt tijdens mijn fietstocht (zie Muggenbeet). Zout en vet, altijd goed wielervoer voor magere mannetjes. Nou ja, hier is ie:

Column DvhN: Zolte heern
Alleen met het mondgevoel heb ik nog wel eens moeite. Dat ligt aan de substantie, die is me eigenlijk wat te week en te glibberig. Alsof er plotseling een extra tong in je mond zit. Nou is dat niet per se vervelend, maar wel als je geacht wordt het troepje ook nog te vermalen en door te slikken. Vooral de wat oudere, stijvere exemplaren kunnen zó ronduit smerig zijn dat de kale consumptie ervan kokhalsneigingen oproept. Daarom eet ik hem bijna nooit zonder uitjes. In combinatie met de knapperige, frisse aanbeet van een gesnipperde siepel zijn de zachte, glijerige structuren veel beter te pruimen. Nog los van de smaakversterkende werking, natuurlijk. Mijn theorie is dat door de prikkeling van de ui de neus gaat openstaan en de geur belangrijker wordt in de smaaksensatie. En zout, scherp en sterk gaan natuurlijk heel goed samen. Maar het liefst heb ik hem op een broodje. Zo’n zacht, wit puntje, bij voorkeur kakelvers. Dat mengt goed, veel beter dan roggebrood (vieze gewoonte, die zwarte korrels met veel te veel smaak van zichzelf, onder dat zachte, zilveren huidje). De kleverige massa die overblijft na een paar happen met wittebrood en wat herkauwen mag dan wat plakkerig zijn, maar door de droogheid van het brood is de ergste tongglibberij geneutraliseerd en kan het grote genieten beginnen. Als het broodje ook nog warm is, waardoor de kou (een serieus probleem!) wordt verdreven, dan is het paradijs nabij. Desondanks schijnen er mensen te zijn die alleen al bij de gedachte aan deze hemelse heerlijkheid gruwen. Zij moeten maar eens luisteren naar Allenig III van Daniël Lohues: "Lust joe gien zolte heern? Nooit stoppen met probeern."
Eet smakelijk!

04 juni 2009

De Franse Alpen, slot: geen Galibier


Het is zaterdag en warm. Ze willen de Galibier op, maar je hebt geen zin in drukke wegen met motorrijders. Dus sla je in je eentje af, richting La Berarde, een doodlopend dal dat, denk je, geleidelijk stijgt naar 1750 meter. Niks geleidelijk. Na het dorpje Venosc gaat het 10 % omhoog. Kale rotswanden, links een ravijn dat steeds dieper wordt en dreigende luchten. Als het gaat regenen, keer je om. Geen zin in glijpartijen met zulke afgronden in de buurt. Dan dat andere balkon maar, richting Villard Reculas, en je gaat bij Bourg d'Oisans opnieuw omhoog naar Alpe d'Huez, 15 van de 21 bochten. Drukkend warm, loodzwaar en geen tempo. Maar eenmaal boven wacht een prachtig, smal weggetje van Huez naar Villard Reculas, een dorpje met 57 inwoners. En dan de lange afdaling door de zwijgende bossen naar Allemont. Je gaat van 1500 naar 700 meter hoogte en komt in die vijftien kilometer geen enkele tegenligger tegen. Zelfs geen hert. Alleen op de wereld in de Franse Alpen.

03 juni 2009

Doosje


Assen Witten Eemster Hijken
Laaghalen Diever Leggeloo

Wittelte Havelte Wapserveen
Veendijk Eursinge Dieverbrug

Nijeveen
Kolderveen
Wanneperveen

Zwartsluis Hasselt
Frankhuis Zwolle

Doosje
brug niet toegankelijk voor diepladers
(94 km; 27,6 gem.)

01 juni 2009

Muggenbeet


Het effect van de alpen: een rondje Giethoorn, Steenwijkerwold en de Weerribben (totaal 110 km) tegen een gemiddelde van 28,2 km per uur. Met fikse tegenwind kan ik nu opeens boven de 25 blijven en op de terugweg voor de wind ging het sneller en sneller en sneller tot ik Zwolle weer naderde met ruim 40 op de teller. Ik voelde me zowaar even wielrenner. En dan te bedenken dat mijn gemiddelde voor de alpen rond de 25 km per uur lag. Merkwaardig.
In Steenwijkerwold (glooiende velden, ik wist niet dat je dat in Nederland had) reed vriendin M. een wedstrijd. Mijn doel vandaag was Muggenbeet in de Weerribben. Maar dat viel een beetje tegen na de pracht van Steenwijkerwold. Mijn nek zit nu wel vol bulten.

31 mei 2009

De Franse Alpen, deel 4: het balkon


Simpel klimmetje, denk je, als je de weg naar 'het balkon' op de kaart ziet. Het balkon is de hoogteweg tussen Freney d'Oisans en La Garde (op de klim naar Alpe d'Huez) met schitterend uitzicht over het dal. Puy heet het plaatsje waar we naar toe moeten. Maar als we omhoog fietsten, blijkt het de hel in de kleren van de hemel. Prachtige omgeving dus, maar wel drie kilometer klimmen met een gemiddeld (!) stijgingspercentage van 11 procent. Naast me zit John mompelend verwensingen te uiten. 'Na deze bocht zijn we boven, toch?' Helaas, nog een bocht. Het is verschroeiend heet. En we hebben Les Deux Alpes al in de benen (vanuit het dal 17 kilometer klimmen, met een klein knikje, tegen gemiddeld iets meer dan 6 procent). John heeft me op die klim op een kwartier gereden, maar nu dansen we zij aan zij naar boven. En daar wacht de beloning: adembenemende vergezichten. Even later gaat de smalle weg naar beneden, met een heel laag stenen muurtje als enige afscheiding tussen ons en een afgrond van 500 meter diep. Ik ga niet harder dan 20 km per uur op de weg die bezaaid ligt met stenen die van de rotswand zijn afgebrokkeld. John is alweer uit het zicht verdwenen.

Wanneer wordt fietsen wielrennen?


Is er een verschil tussen wielrenners en fietsers? Natuurlijk, als je de sport in wedstrijdverband uitoefent, ben je een wielrenner ('Marijn fietst' is dus technisch gezien een onjuiste blognaam). Maar als je zelf, in je strakke pakje, recreatief op de racefiets zit, fiets je dan of wielren je? Bij toertochtjes in groepsverband lijkt het antwoord me ook duidelijk: kop over kop tegen de wind in stoempen doen alleen echte wielrenners. Maar wat als je, zoals ik gisteren, in het Vilsterse veld een landweggetje in fietst en, gezeten in het gras aan een slootkant, een kwartier tussen de boterbloemen en de libelle's naar de wolken aan de hemel staart? Ben je dan nog een wielrenner? Ik ben een eenzame fietser/wielrenner. Tegen de wind in mag ik graag aanpikken bij een groepje omdat dat nu eenmaal veel makkelijker fietst (nog liever rij ik in het zog van een tractor, zoals gistermiddag tussen Ommen en Hardenberg; moeiteloos rij je dan boven de 40 km per uur tegen de wind in, waardoor je je onmiddelllijk wielrenner voelt...). Maar over het algemeen fiets/wielren ik het liefst alleen. Je ziet veel meer van de omgeving (toch meer een fietser dus), het geeft je bij een zware tocht een heroischer gevoel (toch wielrenner), en je wordt helemaal teruggeworpen op jezelf. Het is een kwestie van karakter, denk ik: je hebt eenzame helden en helden die bij voorkeur in groepsverband opereren. Ik ben meer het type poor lonesome cowboy. Maar of ik daarmee nu meer fietser en minder wielrenner ben dan de keuvelaars die hun tochtjes bij voorkeur met medefietsers/-wielrenners maken...

27 mei 2009

De Burg. Honcooplaan is geen Alpe d'Huez


Nee, natuurlijk niet, Maar dankzij Alpe d'Huez ging ik vandaag wel makkelijk omhoog. Even voor Hattem gaat hij de Veluwe op, vlakbij een weide, de Burgemeester Honcooplaan. Als het echt omhoog gaat, rij je het bos in. Dankzij mijn nieuwe hoogtemetertje met percentages ontdekte ik dat de laatste vijfhonderd meter van de klim constant 5 % stijgt. Totale hoogteverschil: 31 meter. Nee, dan de Alpe d'Huez. Vorige week donderdag was het zover na een rustdag. Eerst koffie op een terrasje in Bourg d'Oisans en daarna meteen, de spieren nog koud, de berg op.

Alpe d'Huez, 13,3 km, 8,1 % gemiddeld.

Het is 12.43 uur als ik met William over de rotonde rij; voor me Symen en John, achter me Geert-Jan en Stefan. Harm is z'n handschoentjes vergeten en moet terug naar het terras. William stopt even voor de klim begint ('even iets rechtdoen', zegt hij). Ruud heeft Les Deux Alpes gedaan als voorbereiding en pikt aan bij Harm als die opnieuw naar de voet van de alp rijdt, nu met handschoentjes.
We zijn begonnen: John en Symen voor me, Geert-Jan haalt me in, ik schakel meteen terug naar mijn kleinste verzet (30-25). Dit is het moeilijkste stuk. Ik haal Geert-Jan weer in, maar zie John en Symen van me wegrijden. Zoals verwacht. Maar de benen zijn opmerkelijk goed, merk ik al snel. Ik rij moeiteloos 11 km per uur op het steilste stuk. Na een paar bochten heb ik Symen al te pakken. "Je kunt nog een tandje kleiner", zeg ik tegen hem als ik hem voorbij fiets. Een paar honderd meter voor me rijdt John. 'De Klepper' is de beste klimmer van ons groepje (na Ruud natuurlijk, maar die startte later). Een aangenaam rustpunt. Het gaat lekker, al vraag ik me wel af waar de anderen blijven. Symen reed hier, net als John, ooit binnen het uur omhoog, Harm had 1 uur 20 staan en Geert-Jan 1.10. Mijn doel vandaag: binnen anderhalf uur. Dus waar blijven ze?
Na een bocht of acht komt John steeds dichter bij. Wat gebeurt hier? Niemand die me inhaalt. Valt erg mee die klim, denk ik. Maar het is warm. Elke bocht drink ik wat. Volgens mij heb ik vandaag superbenen! Iets voor de helft haal ik John in. "Maak je niet ongerust", zeg ik tegen hem. "Ik stort nog wel in elkaar." Want dit kan niet goed blijven gaan, denk ik. Ik rij moeiteloos 12 km per uur, zie ik op mijn tellertje. En dat kan ik helemaal niet op zo'n klim.
Maar ik kan het vandaag wel. Niemand die me voorbijkomt, zelfs Ruud niet. Als ik de laatste bocht voor het dorp neem kan ik een paar bochten naar beneden kijken: niemand te zien. Geen John, geen Ruud, geen Harm, geen Geert-Jan. William was even daarvoor wel langszij gekomen. Bij Eric in de auto, opgegeven na twee bochten. Ik ga winnen! En ruim ook! Ik duik het tunneltje in maar heb geen flauw idee waar ik nu heen moet. Het is nog ongeveer een kilometer naar de finish weet ik, dus ik neem een weg omhoog. Na een paar helse bochten nadert het einde van het dorp. Ik herken het niet, maar hier zal het wel ongeveer zijn. Ik stop op een parkeerplaats. Het is 13.53 uur. In 1 uur en 10 minuten naar boven gereden met een gemiddelde van bijna 12 km per uur. Wonderen bestaan.

26 mei 2009

De Franse Alpen, deel 2: Col de la Croix de Fer


Col de la Croix de Fer vanaf Allemont; 27,5 km, 4,7 % gemiddeld (tussen km 12 en 14 gemiddeld ruim 11%)

Op de tweede dag (vorige week dinsdag) belandden we tussen de marmotten op de Croix de Fer. Fantastische klim! Loodzwaar in het begin door de hitte in de bossen, waarna een fijn terras wachtte bij de creperie van Rivier d'Allemont. Daarna de prachtige kronkel in de vallei, met een steile afdaling en een steile klim naar het stuwmeer en vervolgens vergezichten, sneeuw en marmotten in de 'eenvoudige', laatste kilometers naar 2057 meter.

25 mei 2009

De Franse Alpen, deel 1: Col de Sarenne


Col de Sarenne via Mizoen; 12,8 km, 7,8 % gemiddeld met een piek van 13,5 %

Op de eerste dag in de Alpen (vorige week maandag) dachten we te beginnen met een rustige beklimming door Alpe d'Huez 'van de makkelijke kant' te doen. Wie dat 'makkelijk' erbij bedacht had, weet ik niet meer, maar na de koffie in Freney d'Oisans (bereikt via een klim met 250 hoogtemeters die ook al aardig in de benen sloeg) begon een helse klim over vooroorlogse wegen. Ik schreef er de volgende column over voor Dagblad van het Noorden:

Col de Sarenne
Waarom doe je dit, denk je voor de tiende keer. Je hoort een donderslag in de verte en zet nog maar eens aan. Je fietst in de bergen, de handen losjes op het stuur, zweet druppelt van je gezicht op je tellertje. Het stijgingspercentage loopt weer op naar tien procent, zie je tot je verbazing. Dit zou toch een rustig ritje worden om te wennen aan de alpencols? Maar er zit nog tempo in: 10,8, 11,0, 10,8, 11,2 km per uur zegt het apparaat op je stuur, ook al barst je hart bijna uit elkaar.
Om je heen een desolaat landschap. Overal rotsen en kale hellingen, en geen mens te zien. Dit is een col uit de oertijd, schiet door je heen. Steenlawines hebben gaten in het wegdek geslagen en overal liggen rotsblokken en stenen waar je tussendoor slalomt. En je denkt: waar is die top in godsnaam? Toch niet bij die masten, die je vanuit je ooghoek een paar honderd meter hoger op een bergkam ziet staan? Opeens zie je honderd meter onder je een van je fietsmaatjes languit naast de weg liggen, uitgeput. Maar teruggaan is geen optie: nergens een plek om te schuilen als het noodweer losbarst.
Waarom doe je dit, denk je weer. Maar als je eenmaal boven staat tussen de sneeuw, bij die masten, en de koude wind om je oren suist op 1999 meter hoogte, weet je het weer. Bergop fietsen is een oerinstinct, een mythische reis naar het onbekende. Je wordt gedreven door dezelfde drang die je voorouders tienduizenden jaren geleden Afrika deed verlaten.
En je gaat weer verder in je eigen heldenverhaal. Over rampzalig slechte wegen naar beneden, door een riviertje heen, tot je bent afgedaald naar Alpe d'Huez en de weg weer glad wordt. En je denkt: weer een berg veroverd op de wereld.

Naschrift. Ik heb een theorietje: wielrennen is geen sport, maar een verhaal; het is geen spelletje, maar een afspiegeling van het leven zelf. Dat maakt het tot de mooiste sport (ook al is het dat dus niet) op aarde, zowel in wedstrijdverband als recreatief. Bij wedstrijden gaat het verhaal over winnaars en verliezers, helden en hun helpers, verslagenen, strijd, bedrog en complotten. De toerfietser schrijft zijn eigen oerverhaal. Elke tocht is een queeste, waarin de toerfietser de wijde wereld in trekt om zijn horizonten te verbreden. Zoals de held in een verhaal zijn vertrouwde wereld verlaat en op zoek gaat naar datgene wat de verstoring van de orde in zijn thuiswereld kan herstellen, zo verlaat de toerfietser keer op keer zijn huis om zijn verstoorde innerlijke orde te herstellen (of zichzelf terug te vinden) tijdens zijn tochten. En zoals je een goed verhaal steeds kunt herlezen (of een goed liedje wel honderd keer kunt beluisteren) kun je ook best steeds hetzelfde tochtje maken, want je vindt steeds iets nieuws (een veld boterbloemen of een verloren herinnering, bijvoorbeeld) of je hervindt je verloren rust. En denk nu niet meteen: 'Wat een gezwets!' Ik ben ervan overtuigd dat wielrennen aan een diep menselijk oerinstinct appelleert. Later meer hierover.

16 mei 2009

Boterbloemen langs de IJssel


M. en ik fietsen (heel zelden) ook wel eens samen. Zoals vanmiddag, een rondje Kampen via de dijkjes aan weerszijden van de IJssel. Dat is mijn zomeravondrondje van 40 kilometer, dat onder meer door Wilsum voert, met zijn kerkje uit 1050 (de op drie na oudste van Nederland). Vanmiddag overheerste het geel: de dijkjes waren bezaaid met boterbloemen, met tussendoor ook wat korenbloempaars, zuring en paardenbloempluisjes. Erg fraai allemaal natuurlijk maar ik moest vooral op M. letten. M. is aan het herstellen van een zware val, twee weken geleden. Ik kan u melden: het herstel verloopt voorspoedig. Op de heenweg moest ik haar heel even uit de wind zetten, maar op de terugweg werd ik bij Zalk alweer ouderwets gelost. Het was een laatste test voor mijn knie, alvorens ik morgen met collegae naar de Alpen vertrek. Voorlopig blijft het hier dus even stil. Over anderhalve week wachten u heldenverhalen over de beklimming van de Galibier, Alpe d'Huez, Les Deux Alpes en (o gruwel) de Collet de Vaujany (10 km, 9,5 % gem). Als de knie het houdt dus. Anders zult u het moeten doen met leesverslagen van Johan Fabers Alpe d'Huez en De brief aan de Romeinen van Karl Barth. Ook buitengewoon interessant natuurlijk.

13 mei 2009

De geur van vroeger

De geur is terug. Dat is een van de voordelen van de stijgende voorjaarstemperaturen. Als je 's winters fietst, ruik je veel minder. Vandaag, tussen Hardenberg en Beerze, bracht de geur van pas gemaaid gras op de velden tussen de bossen, me weer even terug naar een bergflank in Zweisimmen, waar ik als zesjarige 's zomers een keer een skistok vond. Daar rook het ook zo. Maar als ik langs het kanaal bij Vroomshoop weer heel sterk pas gemaaid gras ruik, komen andere beelden op. Raar fenomeen, geur. Dat werkt blijkbaar toch in combinatie met wat je ziet. Of misschien was die geur langs het kanaal door het nabije water toch net even anders. Bij de houtzagerij in het Rechterense Veld rook het naar zo'n klein stationnetje met een tandradtreintje. Ook een beeld uit het Zwitserland van mijn jeugd. Het zal wel een of ander impregneermiddel zijn.
Door al die geuren - de bossen ruiken ook weer zo lekker houtig! - ga je heel associatief denken. We denken wel dat we logisch handelende wezens zijn (en heel soms zijn we dat ook), maar voor ons welbevinden is associatief denken veel belangrijker. Ik voelde me intens gelukkig toen ik vanmiddag die bergflank rook en ik zou niet weten waarom.
En waarom besloot ik in Lemele opeens rechtsaf te slaan waar ik dat nog nooit eerder had gedaan? Niet omdat ik wist dat me aan het eind van het weggetje een prachtig uitzicht op de omgeploegde flanken van de Lemelerberg wachtte. Misschien rook ik het onbewust wel...
(Ik zat dus weer op de fiets vandaag. Mijn knie is nog een beetje dik, maar erg veel last had ik er niet van. En denk niet dat ik enorme afstanden heb afgelegd. Vroomshoop klinkt ver weg, maar dat is het niet als je vanuit Zwolle eerst met de trein oostwaarts rijdt naar Gramsbergen vanwege een straffe oostenwind. Mietje? Nou ja, 't is niet anders.)

11 mei 2009

Lichamelijke geschiktheid: ok

Denk nu niet: 'O jee, die kop heb ik eerder gezien; hij gaat toch niet ook...'. Nee, ik ga geen - ik herhaal: geen - topsportcarriere beginnen ook al stond dit inderdaad ook boven een van M.'s eerste bijdrages. Maar, toegegeven: ik heb vandaag ook een sportmedische keuring ondergaan. Dat heb ik echter gedaan met het oog op het komende weekje fietsen in de Alpen. Ik wilde gewoon even weten hoe groot de kans was dat ik dood neer zou vallen halverwege de beklimming van de Glandon of de Alpe d'Huez. Vorig jaar, tijdens de beklimming van de Grosse Scheidegg (16,4 km; 7,7 % gemiddeld; pieken tot 20 %) had ik namelijk - zoals wel vaker tijdens het fietsen - ook al het idee dat mijn hart het zou begeven.
En dus zat ik vanmiddag in het ziekenhuis met ontbloot bovenlichaam op de fiets, zuignapjes op mijn lijf, een mondkapje voor en trappen maar, steeds meer watt. Het begon bij 150 en bij 250 begon het zwaar te worden. Bij 275 watt had ik normaal gesproken opgegeven, maar door de aanmoedigingen van de arts, de assistent en de technische man bleef ik doorgaan en hield ik ook nog een minuut 300 watt trappen vol. Maar toen brak ik gelukkig mentaal (zoals gebruikelijk). Geen bloed geproefd, maar het zweet stroomde van mijn lijf.
De resultaten. Vetpercentage: 12,8 ('erg laag meneer!', zei de sportarts), maximale hartslag: 192 ('erg hoog voor uw leeftijd meneer!'), wattage: 4,2 per kilo lichaamsgewicht ('erg hoog voor een recreatieve sporter'). Conclusie: 'U bent prima in conditie!' Even daarvoor hadden maar liefst drie artsen naar het vocht in mijn rechterknie gekeken (de reden dat u een week heeft moeten wachten op deze bijdrage) met als uitkomst: de Alpen in en snel een beetje. En als de knie dikker wordt gewoon iboprufen slikken tegen de zwelling. Ik heb geen excuses meer.

03 mei 2009

NK wielrennen voor journalisten

Over een a-typische fietservaring, die tenminste nog een beetje aansluit bij Marijn fietst, maar waarin ook de verschillen meteen genadeloos duidelijk worden.

Om meteen maar inconsequent te beginnen (zie vorige blog) een wedstrijdverslag. Gemiddeld 1 keer per jaar fiets ik namelijk ook een wedstrijd. Vorig jaar was dat de Oog op Morgen Bokaal, afgelopen zaterdag maakte ik mijn debuut op het NK voor journalisten. In de B-categorie wel te verstaan. Vooraf was ons aardbeien met slagroom beloofd en dus togen we (Stentor-collega C. en ik) naar het Brabantse Zundert.
Eenmaal aangekomen bleken de aardbeien op de akker tegenover het mobiele erepodium nog in volle bloei te staan, dus in die aardbeien geloofde ik al niet meer. In een goede wedstrijd trouwens ook niet. Tijdens een prachtig soloritje door het Vechtdal op Koninginnedag (even buiten Zwolle, in Herfte, waande ik me al in het buitenland op de schitterende slingerweggetjes, en toen 50 kilometer later bij Hankate zowaar een heuvel naast de weg oprees, jubelde mijn hart: Engeland! ik wil naar Engeland! (maar dit alles natuurlijk geheel terzijde)) had ik al zoveel last van mijn rechterknie, dat ik niet zwaarder kon trappen dan 39-19 (voor wie dit niks zegt: met zo'n verzet win je nog niet bij de kleuters). Bij het inrijden op het rondje van 3,5 km even buiten Zundert (achter een kleine rimpel in het landschap zag je nog net de kerktoren liggen) speelde de knie meteen op.
Meteen na de start ging het tempo rap richting de 45 km/pu en wonder boven wonder werd ik niet meteen gelost. Dat voelde al als een overwinning. Maar in de tweede ronde sloeg de twijfel toe: Waarom doe ik dit? Voel ik die knie nou of niet? Ik ga over twee weken met collega's in de Alpen fietsen en zit ik me nu niet te forceren? Hee lul, kijk uit, je drukt me van de weg! Enfin (om ook maar eens in de geest van Martin Bril te schrijven, dat schijnt erg hip te zijn): na een kwartier vond ik het wel goed en liet ik me uitzakken naar een volgend groepje.
Conclusie: geen wedstrijdmentaliteit. 't Is niet anders. Even later sloot ik aan bij mijn collega W. en reed ik de wedstrijd uit met een lekker vaartje van ongeveer 32 km/pu (wat al zo'n 7 km boven mijn normale tempo ligt). Door even achter een vrachtwagen te stayeren, die ons vlak daarvoor de weg had versperd waardoor we ook nog gedubbeld werden, kon ik zowaar nog als beste loser finishen. Twintigste plek, nauwelijks gezweet, geen last van de knie. Ik ben tevreden.

Job fietst ook

Beste lezer! Mopperlog wordt (tijdelijk) uitgebreid en aangevuld met het blog 'Job fietst ook'. Dit naar aanleiding van het blog Marijn fietst van mijn lieve vriendin M. De nieuwe ondertitel van mijn blog ('Het andere wielrennen') geeft al aan dat u hier geen wedstrijdverslagen, hartslagfrequenties en andere topsportachtige zaken zult aantreffen. Hier zal het gaan om de schoonheid van het Vechtdal, mediteren op stapelwolken en steeds verder wegzakkende gemiddelde snelheden. En nu even niks, want het regent. En Job fietst dus niet als het regent...

28 april 2009

Column DvhN: Laguna

Eén van mijn collega’s op de redactie van deze onvolprezen krant (u mag zelf raden wie) verwisselt vaker van auto dan van onderbroek. Hij is pas 34 jaar, maar heeft al 128 auto’s versleten. Ik heb niks met auto’s. Zo lang het ding rijdt, een beetje comfortabel zit en niet te vaak problemen oplevert, ben ik tevreden. Zo komt het dat ik inmiddels al acht jaar in een Renault Laguna rij, mijn tweede auto ooit. Ik kocht hem toen hij al 110.000 kilometer had gereden.
Na een paar maanden ontdekte ik stukjes glas in de stoelzitting, littekens van een moeilijke jeugd. Inmiddels staan er bijna 280.000 kilometer op de teller. Dat schijnt vrij bijzonder te zijn voor een auto met een benzinemotor. Mijn Laguna en ik hebben samen heel Nederland gezien, we raasden over de Duitse Autobahn en overleefden smalle autosnelwegen in Italië; hij bracht mij over vele bergpassen, startte zonder aarzeling bij -22 graden Celsius en weigerde in al die jaren slechts één keer dienst door een klein ongemakje (terwijl de Laguna bij de Wegenwacht toch bekend staat als een notoir probleemgeval). De laatste jaren heeft mijn trouwe vierwieler zelfs spontaan enkele kwaaltjes zelf opgelost. Een lek in het koelsysteem was vorig jaar opeens weer dicht en een raar geluid bij de uitlaat verdween op even wonderbaarlijk wijze.
Ik heb helemaal niks met auto’s, maar de band met mijn Laguna wordt steeds sterker naarmate het afscheid dichterbij komt. Vanmorgen bracht ik hem naar de garage voor misschien wel zijn laatste bandenwissel. Bij het afscheid gaf ik hem een bemoedigend klopje op het dashbord. Sterkte jongen, zet hem op.

14 april 2009

Column DvhN: God als gat

"God is het gat in onze kennis", zei de Groningse filosoof Coen Simon zaterdag in deze krant. Ik vond het een mooie uitspraak om in het paasweekeinde wat op te herkauwen. Met Pasen herdenken we immers de opstanding van Jezus, de mensgeworden God (dit even voor degenen onder u die dat niet weten; u schijnt met velen te zijn; tenminste, dat beweerde deze krant vrijdag). Veel christenen beschouwen de opstanding als een vaststaande, historische waarheid. Als kennis dus. Zoals EO-coryfee Andries Knevel, die zaterdag in de Volkskrant bijna een pagina de ruimte kreeg om die visie met rationele argumenten kracht bij te zetten.
Voortbordurend op Simon zou je Jezus ook kunnen zien als het mensgeworden gat in onze kennis. Jezus’ leven, zijn lijden, zijn sterven en zijn opstanding, zoals beschreven in de evangeliën, worden dan (bijvoorbeeld) een metaforische openbaring van onbegrijpelijke, alomvattende liefde en onbaatzuchtigheid, die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. En dat is weer een fijne inspiratiebron voor meditatie, gedachtenexperimenten, je eigen ethische handelen of desnoods een mystieke ervaring. Enfin, het houdt je van de straat.
Ik combineerde het herkauwen op Simons uitspraak met het lezen van De Bijbel van Karen Armstrong. Daarin laat de Britse godsdiensthistorica zien op welke uiteenlopende wijzen de bijbel in de loop der eeuwen geïnterpreteerd is. Het is een zeer verhelderend boek, waaruit onder meer blijkt dat Simons ’God als gat’-gedachte een veel langere traditie kent dan de rationalistische benadering van de bijbel die Knevel en de zijnen (onder wie de creationisten) voorstaan. Die is namelijk nog geen 150 jaar oud.

10 april 2009

Column DvhN (oud maar weer actueel): The Passion of the Christ

Hij is vijf jaar oud maar kan nog best mee, deze column van vijf jaar geleden (de film is op paaszaterdag te zien op tv):

Toeschouwers die ter plekke dood neervallen; neonazi's die na afloop huilend van berouw naar het politiebureau rennen; extatische bekeringsverhalen en heftige demonstraties buiten de bioscoopzalen. De wereldwijde ophef rond The Passion of the Christ, maakt nieuwsgierig. Dus ik hollend naar de bioscoop. Ik was zestien jaar toen het geloof mij definitief ontviel. God bestaat, concludeerde ik destijds, maar alleen in de gedachten van mensen. Het duurde even, maar uiteindelijk werd mijn leven er een stuk aangenamer op.
De interesse in geloofszaken ben ik echter nooit verloren. En ik ben een blijmoedig mens en sta open voor alles. Dat viel dus tegen. Twee uur lang heb ik verveeld toegekeken. Het eerste uur vanwege de saaiheid van de film (dat krijg je als je de scènes en teksten al letterlijk van buiten kent); het tweede uur vanwege de al snel afstompende orgie van bloed en geweld. En het vermeende antisemitisme van de film dan? Ja hallo, dan zijn de bijbel en Bachs Matthäus Passion ook antisemitisch.
Door de volledige concentratie op het fysieke lijden van Jezus in The Passion, dringt zich - als je een beetje door de bloedspetters heenkijkt - wel nadrukkelijk de vraag op wat één dag extreem lijden nu eigenlijk zo bijzonder maakt? Een beetje politiek gevangene in een schurkenstaat heeft het tegenwoordig al zwaarder, om nog maar te zwijgen van het jarenlange lijden in de concentratiekampen. En voor zover ik weet, is daar nog nooit iemand na drie dagen weer uit de dood opgestaan met slechts gaten in handen en voeten. Maar ik geloof niet dat het filmmaker Mel Gibson daarom te doen was.

22 maart 2009

Hardloper Huizenga - Het verhaal van een vergeten wonderatleet

Het is eindelijk zover: mijn boek over de legendarische Groningse hardloper Louwe Huizenga is klaar en ligt in de winkels. Hardloper Huizenga - Het verhaal van een vergeten wonderatleet is verschenen bij LJ Veen en kost 17,50 euro (174 blz.; dat is dus slechts tien cent per bladzijde). Er is ook een website over het boek met laatste nieuws, recensies, reacties en dergelijke: www.hardloperhuizenga.nl. Koop dat boek!

18 maart 2009

Column DvhN: Topsport

Het is nu tweeënhalf jaar geleden dat mijn vriendin en ik nieuwe racefietsen kochten. Mijn oude barrel was na vijftien jaar trouwe dienst hoognodig aan vervanging toe en het leek M. ook wel leuk om af en toe eens een rondje mee te fietsen. Ik had beter moeten weten. M. had toen al de gewoonte ontwikkeld om elke dag op mijn oude mountainbike naar haar werk te gaan. Op zich niks bijzonders, ware het niet dat de afstand tussen haar woon- en werkplek ruim 20 kilometer bedroeg. Het kwam regelmatig voor dat M. enigszins verbaasd opmerkte dat andere fietsers zo langzaam reden. "En ik haal ook af en toe racefietsers in", voegde ze er achteloos aan toe.
Al tijdens onze eerste fietsvakantie in Italië – we hadden die racefietsen net twee weken – werd ik elke dag door M. naar de kloten gereden, zoals dat in algemeen beschaafd wielerjargon heet. Ze begon er steeds meer lol in te krijgen en ging bij een toerwielerclubje rijden. Maar ook daar ging het M. zelfs bij het snelste mannengroepje al gauw te langzaam. Ze bleek in de wieg gelegd voor fietsen, al kwam ze daar helaas pas na ruim een kwart leven achter.
Vorige zomer reed M. haar eerste wedstrijdje en sinds drie maanden volgt ze serieuze trainingsschema’s. Ze is nu 30 en gaat proberen alsnog de top te halen. Afgelopen weekeinde mocht ze meetrainen met de ploeg van Leontien van Moorsel; ze kon moeiteloos meekomen. Ik leef opeens samen met een topsporter.

06 maart 2009

Column DvhN: De Omloop

Ik kan natuurlijk nog een keer gaan uitleggen waarom Charles Darwin (wetenschap – theorie – kennis) en Genesis 1 (religie – verhaal – ervaring) prima met elkaar te verenigen zijn. Of betogen dat we elkaar dankzij de pseudo-wetenschappelijke toekomstvisioenen van allerhande economen en andere onheilsprofeten in recordtempo naar de verdoemenis aan het praten zijn. Maar gelukkig zijn er sinds zaterdag weer belangrijker zaken om ons druk over te maken: het is weer koers. Het wielerleven begint elk jaar, zoals bekend, met de Omloop Het Volk. Daar kunnen de Ronde van Quatar, de Ronde van Californië en al die andere rare wedstrijden ver weg niks aan veranderen. (En dat de Omloop Het Volk tegenwoordig de Omloop Het Nieuwsblad wordt genoemd – ach, Donar schijnt ook Capitals te heten…)
Het was een prachtige seizoensopening, zaterdag. De Rabobank was machtiger dan ooit tevoren (wat natuurlijk meteen weer stof tot nadenken biedt), maar Erik Dekker toonde zich gelukkig net zo’n slechte ploegleider als Erik Breukink. Dus we kunnen nog dagenlang napraten over hoe onbenullig onze oranjehelden de kansen op een vroege overwinning nu weer hebben verprutst. Aangestoken door al die wielrenners op de Vlaamse heuvels, heb ik zelf zondag voor het eerst dit jaar de Sallandse Heuvelrug opgezocht, met onder meer de gruwelijke beklimming van de Motieweg. Laat die Alpe d’Huez maar komen! Gelukkig was ik op tijd thuis om te zien hoe Karsten Kroon weer eens net niet won, in Kuurne. Nu nog even het eerste dopinggeval en we zitten er weer helemaal in.
Het is koers. Het leven is weer begonnen.

20 februari 2009

Column DvhN: Charles Darwin

Charles Darwin was vroeger bij ons thuis een naam die niet hardop werd uitgesproken. De evolutietheorie was een gevaarlijke dwaalleer, die te vuur en te zwaard bestreden moest worden en de bedenker ervan gold als de verpersoonlijking van het Kwaad. Wij geloofden dat de Bijbel van kaft tot kaft letterlijk waar was en gelukkig hadden we Willem Ouweneel. Deze bioloog, filosoof en theoloog gold tijdens mijn jeugd in evangelische kringen als een briljante wetenschapper die in zijn boeken en in het tijdschrift Bijbel & Wetenschap korte metten maakte met de evolutietheorie. Alle twijfel over de letterlijke waarheid van Genesis 1, werd bij ons thuis – vaak met een beroep op Ouweneel – de kop ingedrukt. Fossielen van vroege mensachtigen?
Die waren door de Satan zelve in de aardlagen geplaatst om ons in verzoeking te brengen. De koolstof-14-dateringsmethode, die erop leek te wijzen dat de aarde toch echt ouder was dan zesduizend jaar, was ook zo’n hot issue. Maar de creationisten hadden overal een antwoord op.
Ouweneels opvattingen zijn tegenwoordig een stuk genuanceerder. Al veel eerder dan Andries Knevel zag hij de onhoudbaarheid in van het creationisme, zoals wij dat als kinderen kregen ingepeperd. Hij is erachter gekomen dat evolutietheorie en geloof elkaar helemaal niet uitsluiten en profileert zich nu nederig als een ’ontstaansagnost’, iemand die gelooft dat het ontstaan van het leven onkenbaar is. Dat lijkt me een zeer gezonde opvatting. De ironie wil dat het tegenwoordig de diehard-volgelingen van Charles Darwin zijn die op hun beurt dogmatisch volharden in hun godloochening.

03 februari 2009

Column DvhN: Kwakzalverij

Eigenlijk is het verbijsterend dat de Vereniging tegen Kwakzalverij zich nog nooit op de economische en sociale wetenschappen heeft gestort. Oké, directe gevolgen voor onze gezondheid hebben alle voorspellingen van deze hooggeleerde dames en heren niet. Maar de onheilstijdingen waarmee economen en aanverwante maatschappijkundologen ons de laatste tijd overspoelen, zijn heel wat gevaarlijker dan een onschuldig pilletje van een homeopathische huisarts of een handoplegging door deze of gene aardstraaldeskundige.
Nu is er weer de voorspelling van de Groningse hoogleraar vastgoedontwikkeling Ed Nozeman dat de huizenmarkt het komende jaar met 20 procent gaat zakken als het consumentenvertrouwen niet herstelt. Dat is net zoiets als een meteoroloog die voorspelt dat de gemiddelde jaartemperatuur gaat stijgen als het dit jaar twee graden warmer wordt dan vorig jaar. Met dit verschil dat een meteoroloog er niks aan kan doen als het inderdaad warmer wordt, terwijl de voorspelling van Nozeman de parameter ’consumentenvertrouwen’ juist in hoge mate beïnvloedt.
Het trieste is dat politici, consumenten en de media zich laten meevoeren door de stroom zichzelf versterkende onheilsboodschappen van wetenschappers die nog niet eens in staat zijn gebleken om een megacatastrofe als de kredietcrisis te voorspellen en hun theorieën voortdurend moeten aanpassen aan de actualiteit. Ik heb groot nieuws: de toekomst is niet te voorspellen! Met het oog op de geestelijke volksgezondheid zou er dan ook onmiddellijk een verbod moeten komen op toekomstprofetieën.

21 januari 2009

Top 10 pop 2008

Zoals beloofd nu eindelijk dan toch nog mijn beste tien (pop)cd's van 2008, die zoals gebruikelijk (bijna) allemaal weer eens in alle andere lijstjes ontbraken.

1. Paulusma iRecord
Zie paar blogjes verderop (hieronder).

2. Daniel Lohues Allenig II
Sympathieke teksten, prachtige muziek met een paar juweeltjes voor de eeuwigheid.

3. De Kift Hoofdkaas
De beste Kift-cd sinds Koper met als hoogtepunt Heisa-ho-joechei.

4. Adele 19
Merkwaardig vaak vergeten door de andere lijstjesmakers. De enige nieuwe souldiva die met Amy kan wedijveren.

5. The Girls We make love not songs
Vergeet The Arctic Monkeys en luister naar deze jongens uit Meppel. Grijs gedraaid (bij wijze van spreken dan) tijdens mijn zomervakantie.

6. Giant Sand Provisions
Prachtige americana van Howie Gelb. Fabelachtig geluid (ongelofelijke productie).

7. Ron Sexsmith Exit Strategy of the Soul
Lang niet de beste van Ron, maar ook een mindere Ron is nog altijd steengoed.

8. Lambchop Ohio
Is a woman is nog altijd een van mijn meest dierbare cd's. De albums die erna kwamen vielen altijd een tikje tegen, maar op Ohio komt Kurt Wagners fijne fluisterzang weer in de buurt.

9. Tindersticks The hungry saw
Altijd fijn. Luister vooral naar het liedje Yesterdays tomorrows.

10. Unbunny Snow tires
Eigenlijk al wat ouder, maar pas in 2008 in ons land uitgebracht. Om de top-10 rond te maken zeg maar, want dit doet op zijn beste momenten soms denken aan Darryl-Ann (en dan ben je dus automatisch echt goed).

Column DvhN: Raffelen

Na het swaffelen hebben we nu dus het slimmen. En we hadden al het wappen en het rimmen. De aantrekkingskracht van de korte a en i op onze jeugdige taalvernieuwers is op zich al een studie waard, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Voor wie het gemist heeft: slimmen is een uit Amerika overgewaaide, nieuwe manier van dronken worden via een in wodka gedrenkte tampon, die vaginaal of anaal wordt ingebracht. Klinkt smerig, maar kijk mij er niet op aan; ik heb het niet verzonnen. Ook niet geprobeerd trouwens. Maar het schijnt goed te werken, al is het niet erg gezond.
We kunnen natuurlijk zedenmeesterig deze nieuwerwetse praktijken ernstig gaan veroordelen, maar dat zal het kabinet binnenkort wel doen. En aangezien het mode is om te gruwen en schreeuwerig schande te spreken van het ouderwetse, degelijke burgerfatsoen en de bijpassende regelcultuur (zie de discussie rond het roken in kroegen), is een creatievere benadering van het slimmen wellicht effectiever. Kortom: wat valt er anaal of vaginaal nog meer in te brengen met maximaal effect?
Dan denk je natuurlijk meteen aan nicotine. Slimmen biedt dé uitkomst voor al het gedoe rond het rookverbod. Ik zou alle rokers willen voorstellen om het zogenaamde raffelen eens te proberen. Met sigaretten of shag zal het wat lastig gaan maar met nicotinekauwgum of -pleisters moet het lukken. Het heeft alleen maar voordelen: de kick is groter (directe opname in het bloed) en dus zal die unieke rokersgezelligheid er alleen maar bij winnen, terwijl de niet-raffelaars geen gezondheidsbedreigende overlast meer ondervinden.

P.S. Voor wie de superieure woordgrap is ontgaan (iedereen, vrees ik): raffelen is een bestaand woord en betekent onder meer 'kletspraat uitslaan'.

16 januari 2009

Column DvhN: Paulusma

De lijstjestijd is voorbij, maar mijn nummer één van 2008 op popgebied ben ik nergens tegengekomen: 'iRecord' van Paulusma. Dat ligt natuurlijk aan mij. Op één of andere manier kom ik altijd weer bij de muziek van Jelle Paulusma terecht. Daryll-Ann, zijn vorige band, is een anker in mijn leven. Dat klinkt misschien overdreven, maar zo ervaar ik het nu eenmaal. Als ik 'Weeps' opzet, mijn favoriete popalbum aller tijden, dan valt alles op zijn plaats.
Waarom? Ik heb er lang en vaak over nagedacht. Maar veel verder dan dat ik me heel erg thuisvoel in deze muziek kom ik niet. Waar ik wel achter ben gekomen, is dat Daryll- Ann (en popmuziek in het algemeen) bij mij een andere emotie oproept dan klassieke muziek. Bach – mijn andere held – gaat dieper, maar Paulusma is persoonlijker. Op één of andere manier past zijn muziek perfect bij de grondhouding waarmee ik in het leven sta. Ik vermoed dat het vooral veel te maken heeft met de bitterzoete melancholie van Paulusma’s melodieën. En dat het Nederlandse muziek is, speelt ook een rol: extreme emoties ontbreken, het is bijna burgerlijk.
Paulusma’s muziek roept een gevoel van bijna-harmonie op. Alsof de oplossing steeds nét om de hoek ligt, dichtbij maar voorgoed onbereikbaar – wat natuurlijk de condition humaine is. Het ademt een sfeer van verloren paradijzen, net als de boeken van F. Springer, ook zo iemand bij wie ik me helemaal thuisvoel. Enfin, luister er eens naar, zou ik zeggen. Met woorden kom je domweg niet ver als het over muziek gaat.

P.S. Binnenkort op dit blog mijn top 10 van pop-cd's van 2008. Vergeet alle andere lijstjes maar. Wat betreft de klassieke muziek: dé cd van 2008 is Ralph van Raats uitvoering van 'The People United Will Never Be Defeated!' van Frederic Rzewksi. Een Naxos-cd, dus kost geen drol. Kopen!

24 december 2008

Column DvhN: Fruitmixje

Het was zo’n berichtje dat heel erg naar het nieuwe wielerseizoen deed verlangen: ’Duel Emmen uitgesteld door voedselvergiftiging’. Elf voetballers van FC Emmen werden vorige week opeens ziek. "Waarschijnlijk een bedorven fruitmixje", luidde de officiële verklaring. Trainer Paul Krabbe was volgens deze krant één van de eersten die er buikkrampen van kreeg en een officiële doktersverklaring was opmerkelijk snel voorhanden. Gevolg: wedstrijd tegen MVV afgelast. Als wielerliefhebber weet je dan genoeg: typisch gevalletje van doping. Krijg je met nieuwe trainers die koste wat het kost moeten presteren. Ten einde raad grijpen ze dan naar de pillenpot of naar dubieuze voedingssupplementen.
Ik zag het al helemaal voor me: clubarts slaat groot alarm omdat de maskeringsmiddelen niet werken. "Ze komen de dopingcontrole niet door zaterdag!" Paniek alom, behalve bij no-nonsenseman Krabbe: "Jongens, ik voel de diarree al komen!" Mooie herinneringen aan de Tour de France van 1991 (de intralipid-affaire bij de PDM-ploeg) kwamen naar boven. Dat zou smullen worden met het ene na het andere verhaal over het mysterieuze fruitmixje. "Onzichtbare schimmel op de bananen én wormen in de appels", aldus een ontdane FC Emmen-kok. De volgende dag een woedende reactie van de leverancier: "Ik verkoop geen rot fruit! Ik eis excuses!" Enzovoorts. En over vijftien jaar in de memoires van Krabbe het échte verhaal.
Maar helaas. Niks meer gehoord van dat fruitmixje. Het gaat om een voetbalploeg en niet om wielrenners.

16 december 2008

Column DvhN: Stervend Bos

Dan fiets je door het stervende bos en opeens is hij daar: een paarse wolk, half verscholen achter de kale kruinen van de bladloze bomen. Het is een kleintje, en aan de randen wordt hij al wat grijs, dat langzaam maar zeker naar wit neigt. Maar in de kern is hij wonderlijk dieppaars en dreigend. Zoals alle wolken in deze tijd van het jaar is de vorm wat wattig: geen scherpe lijnen of duidelijke grenzen. Diffuus, aan de randen oplossend in het wolkenloze blauw. En je denkt: wat een vreemd contrast met het zonlicht, dat, nu de winter er aan komt, juist veel scherper en feller wordt. Je fietst verder door het stervende bos en de weerspiegeling van de zon op de natte wegen, die in december ook niet meer droog worden, verblindt je.
De tranen stromen over je wangen. Dus kijk je maar opzij. Je ziet de naaldbomen die fier groen blijven en de dood trotseren. Maar het sterven overheerst: het lage, kale struikgewas dat als een grijze sluier de bodem bedekt; de zwarte aarde, die op sommige plekken verdrinkt in plassen; de onheilspellende modderwegen naar het hart van het bos; de rottende bruine bladeren.
En dan stuit je opeens op een maïsveld tussen de bomen en je denkt: een dodenakker; de lichtbruine stelen, afgesneden en gebroken, steken als kruisen uit de zwarte aarde omhoog. Maar het is een sterven dat bruist van het leven. Als de zonnestralen de bodem bereiken, lijkt die te knisperen van frisheid, alsof het nieuwe leven niet kan wachten om het licht te begroeten. Het is een dood die nieuw leven belooft. En als je verder fietst door het stervende bos denk je: wat is het toch mooi om te leven.

05 december 2008

Column DvhN (vers): Evolutie en geloof

Nog één keer dan. De evolutietheorie zegt niet dat de mens van de aap afstamt, maar dat mensapen en mensen zich hebben ontwikkeld uit dezelfde voorouders. En dat is toch écht iets anders. De evolutietheorie is ook geen levensovertuiging, zoals enkele christenfundamentalisten ons nu weer proberen wijs te maken. Het is een wetenschappelijke theorie die na Darwin een grote ontwikkeling heeft doorgemaakt en aanzienlijk aan verklarende kracht heeft gewonnen. Daar gaat het namelijk om in wetenschap. Evolutietheorie en geloof sluiten elkaar ook helemaal niet uit. Ook al beweren ds. Orlando Bottenbley c.s. alsmede de evolutiefundamentalisten (ja, die zijn er helaas ook: Midas Dekkers, Richard Dawkins, dat soort betweters) van wel.
Eén van de belangrijkste inzichten van de moderne evolutietheorie is dat ons menszijn principiële beperkingen oplegt aan ons denk- en waarnemingsvermogen. We kunnen, gegeven onze biologische staat, niet verder kijken dan onze eigen, menselijke belevingswereld. Hoezeer die, vooral dankzij de wetenschap, de laatste honderden jaren ook is uitgedijd. Wetenschap, religie – en ook kunst en ’gezond verstand’ – zijn succesvolle overlevingsstrategieën in onze struggle for life, om het maar eens Darwiniaans te formuleren. Maar het blijft mensenwerk dat in het licht van de eeuwigheid (of de evolutie) weinig voorstelt.
Het zou fijn zijn als al die fundamentalisten, die zo overtuigd zijn van hun eigen gelijk, eens wat nederigheid zouden betrachten en zich wat meer van hun eigen nietigheid bewust werden. Pas dan ontstaat er ook weer écht ruimte voor God. Maar dat is een ander verhaal.

Column DvhN (oud, maar nog altijd relevant): Dikke boeken

Eind vorige eeuw kondigde de even eloquente als arrogante Duitse literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki het einde aan van de dikke roman. In zijn literatuurtalkshow op de Duitse zender ZDF (ja, dat waren nog eens tijden, lieve lezertjes: toen waren er nog televisieprogramma’s waarin op prime time over literatuur werd gediscussieerd...) betoogde de toen al oude en inmiddels hoogbejaarde literatuurpaus dat het leven te snel zou worden voor romans van meer dan 200 bladzijden. De westerse mens zou het geduld en de rust er niet meer voor kunnen opbrengen.
Reich-Ranicki kon schrijvers maken en breken, maar de toekomst voorspellen ging hem (zoals vele, vele anderen) minder goed af. Zelden verschenen er zoveel dikke boeken als tegenwoordig. En ze worden gelezen. Ik heb zelf net 'Het lot van de familie Meijer' van Charles Lewinsky uit (667 blz.) en het gaf alleen maar rust en diepe voldoening. Andere dikke boeken die ik recentelijk tot mij heb genomen: 'De opwindvogelkronieken' van Haruki Murakami (schitterende roman, 891 blz.), 'Boetekleed' van Ian McEwan (507 blz.; veel beter dan de film), 'De Rotters club' (423 blz.) en 'De gesloten kring' (463 blz.) van Jonathan Coe, die tezamen een prachtig beeld oproepen van het moderne Engeland. En last but not least: 'Q' van Luther Blisset (719 blz.): fabelachtige roman over de uiterst geweldadige begintijd van de Reformatie, verplichte kost voor alle evangelische christenen.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over mijn vriendin M. die net alle Harry Potters heeft herlezen (3567 blz.). Reich-Ranicki hoor je er inmiddels niet meer over. Zijn talkshow is helaas al jaren ter ziele. Zelfs de toekomst kun je het best aan romanciers over laten, weet hij nu ongetwijfeld. Hij zal immers ook 'Wolkenatlas' van David Mitchell (540 blz.) wel hebben gelezen...

NASCHRIFT: Momenteel ben ik 'De Welwillenden' aan het lezen van Jonathan Littell; bijna duizend pagina's nazi-gruwelen vanit het perspectief van een SS'er. Zeer indrukwekkend.

Column DvhN (licht belegen): Heisa-ho-joechei

Afgelopen vrijdag was ik weer eens bij een optreden van De Kift, de enige popgroep in Nederland die rijkssubsidie ontvangt. Het is een schande. Oké, terwijl het Nederlands Kamerkoor, Reinbert de Leeuws Asko/Schönberg Ensemble en Ton Koopman en zijn Amsterdams Barokorkest flink moeten inleveren, krijgt De Kift de komende jaren bijna vijf keer zoveel geld als de afgelopen jaren. Dat is heel mooi, maar als je het afzet tegen het bedrag dat naar klassieke muziek gaat, dan komt het geweeklaag van voornoemde gezelschappen – ondersteund door politiek zwaarwichtige vriendjes, maar gelukkig genegeerd door de minister Plasterk – al snel over als gezeur in de marge. Maar goed, De Kift krijgt dus wel geld en dat is een zegen voor de mensheid.
Ik heb vorige week het NNO, Laurie Anderson, Lou Reed en Lambchop zien optreden, en hoewel Kurt Wagners schitterende fluisterzang ook een zegen voor het oor was, viel alles in het niet bij de literaire fanfarepunk van De Kift. Prachtige teksten (bewerkingen van werken uit de wereldliteratuur), geweldige podiumact (live altijd spetterend), en een uniek geluid (waaronder dit keer ook een kartonnen doos vol lege conservenblikjes in de slagwerksectie). Vernieuwende muziek, die in cd-vorm ook nog eens in heuse kunstwerkjes wordt verpakt.
Misschien moeten De Leeuw, Koopman en hun politieke vriendjes een keertje naar De Kift gaan en uit volle borst meezingen met de nieuwste De Kift-klassieker Heisa-ho, op een tekst van Shakespeare: "Laat klacht en zuchten overslaan tot heisa-ho-joechei!" Kunnen ze de zaken weer eens in perspectief zien.

03 december 2008

Column DvhN (licht belegen): De nieuwe wereld

k begrijp er niet veel van, laat ik dat vooropstellen. Twaalfhonderd miljard euro verdampt? Fascinerend, maar wat moet ik me erbij voorstellen? Gaat het om geld waar zich ooit mensen voor in het zweet hebben gewerkt? Of hebben die miljarden alleen maar door de lucht gezweefd, ergens tussen banken in en op de beurzen? Of is daar geen verschil tussen? Hoe dan ook, het zijn historische tijden. De kredietcrisis is een gebeurtenis die de wereld ingrijpender zal veranderen dan de val van de Muur in 1989 of de aanslagen van 11 september 2001, zoveel is wel zeker. De Groningse geschiedfilosoof Frank Ankersmit verklaarde in Trouw dat we op de drempel staan van een nieuw tijdperk. Hoe de wereld er uit ziet als we die drempel eenmaal zijn overgestapt, weet niemand.
Ik vind het mateloos fascinerend. We hebben ook de klimaatcrisis, de energiecrisis en de voedselcrisis nog, maar die kunnen we voorlopig voor ons uitschuiven en afwentelen op de verworpenen der aarde. De kredietcrisis breekt echter onmiddellijk in. Het mooie is dat er dankzij al die crises plotseling weer plaats is voor hoop op een betere wereld. Volgens Herman Wijffels (laten we hopen dat die man ooit nog eens premier wordt) zal de nieuwe wereld beter worden. Het voze roofkapitalisme en de ongebreidelde hebzucht zullen uit de financiële sector verdwijnen. Menselijke behoeftes komen weer centraal te staan.
’Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde.’ Dat liedje van vroeger klinkt de laatste tijd steeds vaker in mijn hoofd. Dat het ook gruwelijk fout kan gaan, daar moeten we maar even niet aan denken.

Recensie DvhN: Paul Verhoeven

Vooruit, we gooien er ook een keertje een recensie op. Paul Verhoeven, 'Jezus van Nazaret'. Ik heb hem vier sterren gegeven, 't is maar dat u het weet:

In afwachting van het koninkrijk van God

Boek: Jezus van Nazaret. Auteur: Paul Verhoeven (in samenspraak met Rob van Scheers). Uitgeverij: Meulenhoff. Prijs: € 19.90 (288 blz.).

Jezus was een briljante, revolutionaire, joodse sekteleider die door zijn militante opvattingen in conflict kwam met de autoriteiten in Palestina, wat hij met de dood moest bekopen. Kort samengevat is dat het beeld van de historische Jezus dat Paul Verhoeven in het boek Jezus van Nazaret schetst. De regisseur van films als Spetters en Basic Instinct heeft in zijn biografie de informatie die over Jezus te vinden is in de Bijbel en enkele historische bronnen (Flavius Josephus, Celsus) gestript van wat hij politieke en christelijke ’spin’ noemt: de goddelijke, anti-politieke saus (en chronologie) die de evangelisten en de kerk over Jezus’ levensverhaal hebben gegoten.
Verhoeven (70) is al zijn hele leven gefascineerd door Jezus. Na een korte maar heftige ervaring bij de Pinkstergemeente nam hij in 1966 afscheid van de goddelijke Jezus, waarna hij op zoek ging naar de historische persoon die achter hem schuilgaat. Het resultaat van die jarenlange zoektocht mag er wezen. Jezus van Nazaret is een fascinerend boek dat, hoe speculatief ook, verrassende perspectieven op de figuur van Jezus biedt. In de publiciteit rond het boek is Verhoevens Jezus neerzet als een scheten latende drinkebroer, die ter wereld kwam nadat Maria tijdens de joodse opstand in Galilea van 4 v.C. verkracht was door een Romeinse soldaat. Maar dat is zeker niet het meest interessante dat Verhoeven over Jezus te melden heeft.
Volgens Verhoeven was Jezus een timmerman met organisatietalent die rond zijn dertigste een volgeling werd van Johannes de Doper. Na de tempelreiniging – die Verhoeven vlak na Jezus’ doop plaatst – kwam het tot een breuk met Johannes en zette Jezus zijn eigen doperse beweging op. Nadat Johannes was gearresteerd, vluchtte Jezus de woestijn in waar zich een enorme ommekeer in zijn denken voltrok. Toen hij terugkeerde begon hij zijn prediking, waarbij hij zelden lang op één plek bleef, omdat hij constant op de vlucht was voor de autoriteiten.
Volgens Verhoeven was Jezus’ centrale boodschap dat het koninkrijk Gods nabij was. De christelijke leer focust op de dood van Jezus en de opstanding, maar dat is volgens Verhoeven ’spin’. Jezus’ eigen boodschap komt volgens hem het zuiverst naar voren in de parabels, die Jezus bedoelde als letterlijke openbaringen van het koninkrijk van God en niet als allegorie of metafoor. Het gedrag van de barmhartige Samaritaan en de vader van de verloren zoon was in Jezus’ ogen het koninkrijk van God. Als dat koninkrijk daadwerkelijk zou inbreken en de geest van God over de mensen kwam, zou iedereen zich zo gedragen.
De spontane genezingen die hij verrichtte, zag Jezus als tekenen van het koninkrijk van God. Verhoeven noemt de opstanding en de vele wonderen die in de Bijbel beschreven worden onzinnige verdichtingen; maar hij gelooft wel dat Jezus, als een gebedsgenezer, mensen kon genezen van blindheid, doofstomheid en verlammingen. Dat was niet alleen een schokkende ervaring voor de mensen in zijn omgeving, maar vooral voor Jezus zelf.
Verhoeven signaleert verschillende ontwikkelingen in Jezus’ denken, die samenhangen met een aantal existentiele crises die hij onderging. Eerst zag Jezus zichzelf alleen als verkondiger van de goede boodschap. Later dacht hij dat hem een centrale plaats was toebedeeld in het koninkrijk Gods als plaatsvervanger van God op aarde. Nog later – toen hij al bij verstek ter dood veroordeeld was – dacht Jezus dat hij eerst moest sterven voordat het koninkrijk Gods een feit zou worden. Enkele maanden voor zijn dood radicaliseerde Jezus toen hij tot de conclusie kwam dat het koninkrijk Gods alleen met geweld bewerkstelligd kon worden
Jezus optreden als excorsist en prediker werd door de Romeinse en joodse religieuze autoriteiten als zeer bedreigend ervaren. Jezus’ boodschap – een radicaal nieuwe ethiek van verdraagzaamheid – ging lijnrecht in tegen de joodse leer en gebruiken, en zijn toekomstvisioenen hielden een omverwerping van het Romeinse regime in. Jezus was een rebel, die door zijn exorcismen, zijn charisma en zijn briljante verbale gaven mensen wist te mobiliseren. Daarom eindigde hij, samen met enkele van zijn volgelingen, aan het kruis.
Een maand na verschijning is Verhoevens biografie al aan zijn vierde druk toe. Dat zal zeker te maken hebben met het feit dat Verhoeven een BN’er is. Maar hij heeft ook werkelijk wat te melden. Hij onderbouwt zijn Jezus-beeld nauwgezet, zeer gedetailleerd en met grote kennis van zaken, volop gebruik makend van de bronteksten en een schat aan theologische studies. Bovendien bekijkt hij als filmregisseur de overgeleverde informatie met een dramaturgische blik, wat verrassende inzichten oplevert.
Verhoevens biografie zal fundamentalistische christenen ongetwijfeld tegen de borst stuiten omdat hij Jezus van zijn goddelijkheid ontdoet. Maar hij doet het liefdevol en integer en met grote bewondering voor Jezus’ gedachtengoed. Ook Paul Verhoeven houdt van Jezus, maar op een andere manier.

NASCHRIFT: naar de normen van het DvhN was deze recensie al veel te lang. Maar ik had graag nog willen toevoegen dat Verhoeven Paulus helaas goeddeels buiten beschouwing laat. Want zijn fraaie (en ook overtuigende) speculaties ten spijt, verklaart dit niet hoe het mogelijk is dat Paulus amper twintig jaar na Jezus' dood al goddelijke eigenschappen aan Jezus toekent. Hoe het mogelijk is dat een kleine groep, zwaar onderdrukte navolgers van Jezus uit kon groeien tot de grootste religie op aarde blijft ook onbelicht, al gaat dat natuurlijk de kaders Verhoevens boek te buiten. Maar die twee aspecten zijn naar mijn mening wel de belangrijkste 'godsbewijzen', dus ik ben wel zeer benieuwd naar Verhoevens visie erop. Nog even voor de goede orde: Ik ben overtuigd van de grootsheid van Jezus, maar niet van zijn goddelijkheid.

Column DvhN (belegen): Collegae

Ja, ik heb het ook wel eens met een collega gedaan. Met meerdere zelfs, moet ik bekennen. Nee, collegae, niet op mijn huidige werkplek, maar op een vorige. Met ex-collegae dus. Met eentje heb ik zelfs jaren samengewoond, maar inmiddels is ze naast ex-collega ook ex-vriendin. Die dingen gebeuren. Op de werkplek zelf heb ik het overigens nooit gedaan, ook toen niet. Eén op de acht mensen dus wel, als we dat onderzoek van de The Guardian mogen geloven. Waar doen ze dat in vredesnaam? In een donker hoekje van het fietsenhok? Op het toilet? Achter de boekenkast? Onder het bureau? Het is een vunzige wereld.
Mijn huidige vriendin is ook een ex-collega. Toch heb ik het niet met haar gedaan als collega. Dat houdt overigens niet in dat we nooit seks gehad hebben. Maakt u zich geen zorgen. Toen wij nog collegae waren, was ik trouwens haar chef, maar zij deed dus niet aan seks om hogerop te komen. Eén op de vijf mensen doet dat wel. Jammer, maar ’t is niet anders. Als mijn vriendin (en ex-collega dus) dat zou doen, zou ze ook mijn vriendin niet zijn. Ik hou niet van mensen die zich omhoog neuken. Ik heb het zelf ook nooit met mijn chef gedaan. Nooit in de verleiding gekomen ook, maar dat terzijde. Maar één op de vijf mannen/vrouwen heeft daar dus geen problemen mee.
Je gaat toch anders naar je collegae kijken door zo’n onderzoek. Wat doen ze nog meer in het fietsenhok, behalve roken? En wie van de vijf zou behoren tot de groep (would be)-omhoogneukers? Om nog maar te zwijgen van de chefs, stelletje schuinsmarcheerders. Soms ben je als werkloze toch echt beter af.

Column (oud en helaas beschimmeld): Vakantie

Nee, ik ben nog niet geweest. Vrijdag vertrekken we, maar waarheen zeg ik niet. Nederlanders houden namelijk niet van landgenoten als ze op vakantie zijn, las ik in deze krant. Zo is het maar net. Mijn vriendin M. en ik zijn afgelopen winter een weekje wezen skiën in een klein dorp in Zwitserland: geen enkele Nederlander tegengekomen! Een paradijslijke ervaring. Ik ga nu dus ook niet vertellen welk dorp dat was, want dan trekt u daar volgend jaar ook massaal heen.
Overigens hoorden we in de sneeuw wel een keertje Nederlands spreken, maar dat bleek godzijdank afkomstig van Vlaamse wintersporters. We gaan nu weer naar de bergen. Dit keer om ze met de fiets te beklimmen in plaats van ze op skies af te dalen. Nee, inderdaad: erg avontuurlijk ingesteld zijn wij niet.
De ene dag op de racefiets cols oprijden (ik heb er eentje uitgezocht van tien kilometer tegen ruim 9 procent gemiddeld; ja, het is fijn sterven in het wiel van M.), de andere dag met een boek bij het meer uitrusten met een literfles bier bij de hand. 'De nazi en de kapper' van Edgar Hilsenrath moet dit jaar mijn zomerboek worden en Benjo Maso’s 'Wij waren allemaal goden' gaat mee om af te kicken van de Tour.
Misschien nog tegen een balletje trappen met de plaatselijke jeugd en de nabijgelegen steden B. en B. bekijken, maar daar houdt het wel mee op. We hopen opnieuw verschoond te blijven van contact met landgenoten. Tenzij u mij op die helse col wilt komen aanmoedigen of duwen natuurlijk. Afspraak 9 augustus op de flanken van de Große Scheidegg. Maar geen oranje flauwekul graag.

Column DvhN (oud maar naar nu blijkt zeer terecht): Trots op Rita

Was ik net van plan er eens een stevige column aan te wijden, is Rita me voor! Wat een moordwijf is dat toch… Rita mag dan TON zijn, ik ben TOR. Want ook ik stoor me mateloos aan al die slavernijmonumenten die overal maar verrijzen. Je kunt tegenwoordig geen straathoek meer omslaan of je struikelt erover. En waarom? We hebben er onze welvaart toch grotendeels aan te danken? Nou dan: wees er trots op! Simpel toch?
Het is godgeklaagd, die weg-met-ons-mentaliteit. Luidkeels Rita bedankt! en Mijn Nederland zingend, heb ik vanmorgen grote opruiming gehouden: de hele rijst- en pastavoorraad ging resoluut de vuilniszak in. En de olijfolie er rap achteraan. Weg met die rommel van spleetogen en spaghettivreters! De vriezer ligt inmiddels vol met speklappen en boerenkool en ik heb een mooi voorraadje reuzel op de kop getikt.
Het moet maar eens echt afgelopen zijn met die aanpasserij! Neem nou die boerka’s… Gek word je er van! Het lijkt wel alsof er geen Nederlandse vrouw meer op straat loopt in ons land! Om over die alpinopetten van die Fransozen nog maar te zwijgen! Weg ermee! Crimineel tuig is het. Taakstraffen? Hoog tijd voor de herinvoering van de Rijnlandse holpunter. Dat zal ze leren die vervelende kut-Marokkaantjes. En er zijn natuurlijk niet alleen veel te veel moskeeën, ook die synagoges mogen wel weg. Want joden slachten ook zonder verdoving en blieven ook al geen speklap.
Houzee voor de nieuwe simpelheid! Nu nog even het wapenbezit normaliseren zodat we elkaar massaal over de kling kunnen jagen en alle problemen zijn definitief opgelost.

Column DvhN (oud maar naar nu blijkt zeer terecht): 3,7 miljard

John Paulson heeft vorig jaar 3,7 miljard dollar verdiend. Het nieuws haalde deze krant niet, maar De Volkskrant besteedde er eind vorige week een klein stukje aan. De 52-jarige Paulson is actief in de wondere wereld van de hedge funds. Hij is schatrijk geworden dankzij de kredietcrisis en de ineenstorting van de Amerikaanse huizenmarkt.
3,7 miljard dollar. Dat is bij de huidige wisselkoers zo’n 2,3 miljard euro. Een onvoorstelbaar bedrag. Laten we er van uitgaan dat Paulson een redelijk harde werker is en zo’n vijftig weken per jaar heeft gewerkt à vijftig uur per week. Dan kwam er in huize Paulson dus per week ruim 46,7 miljoen euro binnen. Om het nog iets concreter te maken: per uur toucheerde Paulson gemiddeld 934.697 euro. Per minuut is dat 15.578 euro. Per seconde 259,64 euro.
’s Ochtends de computer aanzetten leverde Paulson al een aardig startbedrag op (30.000 bij een Windows-pc; 10.000 bij een Apple). Een zakendinertje? Weer een paar miljoen erbij! Kopje koffie halen uit de automaat: goed voor een slordige 30.000 euro. Het is een weinig verheffende gedachte dat John Paulson vorig jaar tijdens het doen van een grote boodschap meer geld verdiende dan u en ik in een heel jaar.
We kunnen er lollig over gaan doen, maar zulke bedragen zijn natuurlijk absurd. En Paulson was niet de enige. George Soros toucheerde in 2007 2,9 miljard dollar, James Simons 2,8 miljard, Philip Falcone 1,7 miljard; en zo kunnen we nog wel even doorgaan. En dat in belangrijke mate over de ruggen van de armste Amerikanen, de voornaamste slachtoffers van de huizencrisis. Lang leve de dictatuur van de vrije markt.

Column DvhN (oud): Lawaaidagen

Soms probeer ik me voor te stellen hoe het geweest moet zijn om tweehonderd jaar geleden te leven. Vooral veel armoede en smerigheid, vrees ik. En meer geweld dan tegenwoordig, ongetwijfeld. Veel ellende dus, maar ook: stilte. Goddelijke tijden dus, ondanks alles. Tegenwoordig moet je op een windstille dag een Alpentop beklimmen om in Europa nog een plek te bereiken waar je niks hoort. En dan maar hopen dat er geen vliegtuig overkomt.
Stel je voor: je loopt of fietst als het donker is de stad of het dorp uit en je hoort niks. Geen airco’s, geen zoemende generators, geen verkeer, geen fabrieken, geen muziekinstallaties - geen enkele vorm van mechanisch geluid. Het moet een paradijslijke toestand zijn geweest, ondanks alle ellende. Helaas wist men vroeger waarschijnlijk niet beter en kon niemand er dus van genieten zoals wij dat nu zouden doen.
Ik heb het in Nederland in mijn hele leven maar één keer meegemaakt, jaren geleden, tijdens een fietstochtje op het Groninger land, ergens in de buurt van Oldehove. Ik was gestopt om even een banaan te eten en werd overvallen door de stilte. Geen auto in de buurt, geen zuchtje wind en geen vogel te horen. Ik hoorde het bloed in mijn oren stromen en kon wel janken van geluk. Op zulke momenten merk je pas hoe de afwezigheid van lawaai je bij de keel kan grijpen. En wat we tegenwoordig missen.
Ik wens de omwonenden en milieufederaties veel succes in hun strijd tegen het TT-circuit in Assen.

01 oktober 2008

Column DvhN: Rookverbod (2)

Mark Rutte en de regeltjes, het zou de naam van een popband kunnen zijn. Maar helaas. De VVD-leider hield vorige week in deze krant een vlammend betoog tegen de doorgeslagen overheidsbemoeienis. Er zijn namelijk te veel regeltjes, vindt Mark. Zoals het rookverbod. Hij luidde de noodklok: het legendarische café de Klomp in Etten-Leur dreigt carnaval niet meer te halen! De overheid moet kleiner en de kroegbazen en hun rokende klanten moeten het zelf weten als ze een stinkstok willen opsteken. Vindt Mark.
Een waarlijk groots inzicht van de man die het kabinet op Prinsjesdag een gebrek aan visie verweet. De ijskappen smelten, er is een wereldwijde voedselcrisis, olietekorten dreigen, de financiële wereld is in rep en roer en wat doet Mark? Hij ontwikkelt speciaal voor de Dagbladlezers een heuse visie op het rookverbod. Mark, bedankt! Wat hij alleen vergat te melden is dat roken erg ongezond is. En dat je ook van meeroken kanker kunt krijgen. Dat is nou net het verschil met alcohol, Mark: als je buurman een borrel drinkt, heeft jouw lever daar geen last van.
Waar een te kleine overheid toe kan leiden, hebben we de laatste tijd in de VS kunnen zien. Daar kondigt het failliet van de doorgeslagen vrije markt zich aan. Hoog tijd dus voor méér regels en grootschalige nationalisaties, te beginnen met alle nutsbedrijven. Maar ja dat kan Mark natuurlijk niet verkopen aan zijn achterban.
Blijft de dreigende teloorgang van café de Klomp in Etten-Leur, nog vóór het carnaval. Gewoon verbieden dat carnaval, Mark. Zijn we ook van die ellende af.

Column DvhN: Rookverbod (1)

Het is toch op z’n minst merkwaardig, al die commotie over het rookverbod. Je zou bijna vergeten waarom er in horecagelegenheden niet meer gerookt mag worden. Voor wie het niet meer weet: roken is ongezond, zowel voor de paffer zelfve als voor zijn/haar omgeving. Je kunt er kanker van krijgen alsmede verschillende long-, hart- en vaatziekten. Ik heb nooit gerookt, maar kamp sinds twee jaar wel met luchtwegproblemen. Volgens mijn arts kunnen die heel goed zijn veroorzaakt door jarenlang meeroken. Hartelijk dank daarvoor, rokende familieleden, vrienden en (ex-)collegae!
Als hoestend mens ben ik blij met het rookverbod. Mijn cafébezoek is sinds 1 juli flink toegenomen. Dat kroeguitbaters nu moord en gewoon de brand erin schreeuwen, begrijp ik nog wel. In alle doorrookte jaren hebben ze nooit veel moeite gedaan om hun stinkholen ook voor niet-rokers aantrekkelijk te maken en daarvoor betalen ze nu de rekening. Maar al die begripvolle reacties op de overtredingen van het rookverbod begrijp ik dus niet. Ik vrees dat het typisch Nederlands is. Wij zijn nu eenmaal goed in gedogen en slecht in handhaven. Illegaal een filmpje of cd downloaden? Moet kunnen. Te hard rijden? Natuurlijk. Beetje sjoemelen bij het invullen van je belastingformulier? Slim hoor. Regels en wetten zijn leuk en aardig, zolang we er zelf maar niet te veel last van hebben. Gelukkig is het heel modieus om tekeer te gaan tegen de overvloed aan regelgeving, dus we hebben ook nog een heus argument (al hoor je dan weer niemand over dat racistische boerkaverbod).
We zijn een a-sociaal volk geworden.