10 maart 2010

Afgestraft

De toekomst laat zich niet voorspellen of naar de hand zetten. En zeker niet door zulke nietige wezentjes als wij. Al onze plannenmakerij, of het nu het stimuleren van de economische ontwikkeling betreft of het tegengaan van de opwarming van de aarde, is niks anders dan een goedbedoeld (althans, daar gaan we maar even van uit) pogen dat hopelijk tot het gewenste resultaat leidt. We geven het de schijn van wetenschap door onderzoek te doen en er allerlei fraaie theorieen bij te ontwikkelen, maar uitendelijk komt het allemaal neer op 'God zegene de greep'.
Dat is een lange en wellicht wat merkwaardige inleiding op mijn fietstochtje van vanmiddag. Volgens de voorspellingen zou het vandaag heerlijk lenteachtig weer worden. Zon, een beetje wind uit de richting oost/noordoost en een graad of 7. Vertrouwend op het weerbericht was ik van plan daar eens even optimaal gebruik van te maken door om half twee op de trein te stappen naar Hardenberg (oost/noordoost) om vanaf daar lekker voor de wind uit, vrolijk fluitend en zingend, met de handjes losjes op het stuur, naar Zwolle terug te fietsen. Onderweg even de Lemelerberg meepikken, de vogels groetend (die weer steeds luidruchtiger worden), en af en toe even uitrusten van het nietsdoen op een bankje in de lentezon.
Maar de wind waaide dus niet uit oost/noordoost maar uit het noordwesten. En hij waaide niet een beetje maar een boel, dus van het fijne freewheelen kwam niks terecht. En die zon die scheen dus ook al nauwelijks. En het was geen 7 graden maar 3,5. En op het bankje was het stervenskoud. En die vogels hoorde je niet door de steeds harder wordende, gierende kutwind.
Conclusies: 1. mijn luiheid afgestraft en 2. wij armzalige idioten kunnen niet eens een halve dag vooruit goed voorspellen.

07 maart 2010

Verdronken land (2)

Eigenlijk was het dit weekeinde geen weer voor fietsen maar voor foto's maken. Vooral gisteren. Door de storm reed ik tussen Kampen en Zwolle ternauwernood boven de 20, terwijl de watervloed in de IJssel schitterende plaatjes opleverde zoals rechtsboven (die kerktoren in de verte is Zalk). Vandaag stond er minder wind, maar was het nog steeds steenkoud, behalve als je een windstil plekje vond in de zon. En ook sluierbewolking levert mooie vergezichten.

03 maart 2010

Verdronken land

Daar sta je dan als tractor. De vorst is uit de grond en dan wil je natuurlijk het land op. Lekker gier spuiten over het bouwland van de baas. Maar niks daarvan dus. De Marler waarden, aan de IJssel bij Wijhe, staan onder water. Brasems en voorntjes knabbelen aan de geknakte, bruine maisresten van vorig jaar. En ganzen, niet te vergeten. Duizenden, tienduizenden kolganzen. Op de paar stroken die niet zijn ondergelopen staan er nog veel meer dan op het verdronken land. Ze maken lawaai, vliegen af en toe op en zonder een V-formatie te vinden landen ze weer. En maken ze lawaai. Raar volk, kolganzen.

02 maart 2010

Moord in vogelland

Dan sta je daar met je fiets te wachten tot het stoplicht op groen springt als er opeens een luid gekrijs losbarst in de grijze lucht boven je. Je kijkt omhoog en ziet een zwarte vlek, een meter of twintig voor je, recht boven het fietspad waarover je straks je weg vervolgt. Een luchtgevecht in vogelland. De invallende schemering legt een grauwsluier over je waarneming, maar je ziet meteen dat dit geen onschuldige achtervolging is. Hier wordt strijd geleverd op leven en dood. Kauwtjes, constateer je, als je je blik focust; een stuk of vier. De intense vogelkreten doen bijna menselijk aan en snijden door je trommelvliezen. Onwillekeurig huiver je.
Dan dwarrelt er opeens een zwart pakketje loodrecht naar beneden. Het komt terecht op het fietspad voor je. Niet hard genoeg om dood te vallen, maar te hard om meteen weer op te vliegen. De aanvallers storten zich op het slachtoffer en het luchtgevecht wordt een grondgevecht. Er wordt gepikt en gefladderd en getriptrapt en gekrijst. Wat is dit, vraag je je af. Een afrekening in de plaatselijke kauwenkolonie? Een machtsstrijd? Een groepsverkrachting van een zwakke vrouwtjeskauw? Dan springt het stoplicht op groen en fiets je voorzichtig in de richting van het strijdtoneel. En je denkt: met een ruime boog eromheen, want voor je het weet zit je middenin een vogeloorlog.
Als je het gevecht nadert, vliegen de aanvallers krijsend weg, op de vlucht voor de fietser. Even later strompelvliegt ook het slachtoffer op, rakelings langs je voorwiel. Volledig gedesoriënteerd verdwijnt het in dezelfde richting als de aanvallers. Fatale vergissing in kauwtjesland.

(Deze post staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'. Het is mijn op twee na laatste voor de krant. Ook 'Dagblad' gaat over op tabloid en de algemene column op pagina 2, die ik eens in de veertien dagen mocht vullen, verdwijnt. Protestposts en -brieven s.v.p. niet aan mij richten maar aan de hoofdredactie.)

23 februari 2010

Een vlucht puttertjes

Een vlucht puttertjes, opvliegend uit een struikje even voorbij Hoonhorst. Een staartmees in het Rechterense veld, huppend van tak naar tak. Een statige grote zilverreiger aan de overkant van een zijarm van de Vecht tussen Hessum en Vilsteren. Een opstijgend squadron kolganzen bij Stuw (mijn schuld, vrees ik), tevergeefs zoekend naar een V-formatie. Even verderop grazende zwanen in de wei (de koeien staan nog op stal). Een overstekende kudde meerkoeten bij Welsum, niet naar links kijkend en ook niet naar rechts. Krassende kraaien op een vers geploegde akker even voorbij Dalfsen. Drie Vlaamse gaaien en twee houtduiven in een bosje bij Broekhuizen. Een buizerd, loerend op een paaltje in de buurt van Wythmen. En een vreemde vogel op een racefiets, doelloos dwalend over 's Heren wegen.

19 februari 2010

Johnny heeft geen graf

Hij is al ruim zes jaar dood maar heeft het eeuwige leven. Verbijsterd was ik vanmiddag, toen ik de Plato binnenwandelde (er ligt geen schaatsijs meer en voor fietsen was het geen weer) en American VI van Johnny Cash zag liggen. Dat kan toch niet? Wel dus. Een spin-off van Unearthed? Niks daarvan, tien nieuwe opnames. Ain't no grave heet deel zes van de American Recordings toepasselijk. 'Johnny's Final Studio Album' staat erop. Maar daar trappen we dus niet in. Stond bij American V niet ook al 'The Final Recordings'? Johnny gaat gewoon door daarboven en producer Rick Rubin heeft blijkbaar een lijntje met God.
De mooiste song op de cd is Cash's vertolking van For the good times van Kris Kristofferson. Een Frans Bauer-tekst op een André Hazes-melodie, maar om van te huilen zo mooi. Er staat één eigen compositie van Cash zelf op Ain't no grave: 1 Corinthians 15:55. 'Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uwe overwinning?', luidt die bijbeltekst. Johnny zingt trouwens: O death, where is thy sting? O grave, where is thy victory?' en in de NBV staat: 'Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?' Hel, graf of dood - wie het weet mag het zeggen. Maar de boodschap is duidelijk: over een jaar of vijf verschijnt American VII. Praise the Lord!

17 februari 2010

Job wordt oud

Opeens ging het niet meer. Ik was na het tweede rondje van de Belterwiedentocht even gaan zitten om wat te drinken toen opeens het besef doordrong dat het genoeg was geweest. Ik wilde nog twee rondjes doen om de 100 kilometer vol te maken, maar mijn rug bleef pijn doen. De laatste ronde schaatste ik bijna rechtop en dat is niet bevorderlijk voor de slag en de snelheid. Desondanks ging ik zitten met de overtuiging dat ik door zou gaan. Niet dus. Maar de beslissing om te stoppen was meer een fysieke openbaring dan een rationele beslissing. Een wonderlijke ervaring vond ik dat, maar ook begrijpelijk. Een overbelast lichaam corrigeert de geest als dat nodig is. De afgelopen acht dagen heb ik zeven dagen gesport, waarvan zes geschaatst. Met vijf officiële tochten (zie de medailleoogst op de foto) en in totaal 320 kilometer (terzijde: merkwaardig en zorgelijk dat die kilometerfixatie van het fietsen nu ook is overgeslagen naar het ijs; binnenkort meer hierover). En ik ben helaas geen 24 jaar meer. Job wordt oud en gaat nu een dutje doen op de bank.

16 februari 2010

Boerenkool

Naast het Nederlands moet ook boerenkool hoognodig in de Grondwet worden opgenomen. Boerenkool met worst wel te begrijpen. Niet de varianten met van die flauwe liflafjes of vegetarische boerenkool met kaassaus en cashewnoten. Gewoon de aloude stamppot, gemaakt met kruimige aardappelen, peper, zout, echte boter en een gesnipperd uitje. En dan geserveerd met ambachtelijk gemaakte rookworst van de groene slager. Niet die slappe fabrieksrommel van Unox of die zwaar overschatte Hema-worst die veel te veel naar Franse mosterd smaakt.
Het is de hoogste tijd om onze boerenkool met worst te vrijwaren van vreemde smetten. Want de buitenlandse invloeden bedreigen niet alleen onze taal maar ook ons eten. Ik zag laatst al een recept voor boerenkoolrisotto voorbijkomen. En pasta met boerenkool en zongedroogde tomaatjes. De Italiaanse pervertering van onze traditionele oud-Hollandse keuken is al zo ver doorgeslagen dat er godbetert zelfs boerenkoolpesto schijnt te worden gemaakt. Als boerenkool-met-worsteter waan je je tegenwoordig bijna een vreemdeling in eigen land. Nog even en we krijgen ook tajine met boerenkool of boerenkoolcouscous op ons bord. Waanzin.
Hoogste tijd dus voor een grondwettelijke verankering van ons dierbare stamppotrecept. Ik stel voor een kuiltje vette jus als toevoeging te tolereren, maar in de wettekst een voorkeur op te nemen voor Zaanse of Groningse mosterd. En een verbod op spekjes. De ranzige gewoonte om overal maar uitgebakken spekjes doorheen te jassen, is een al even grote bedreiging van de Nederlandse smaak als al die buitenlandse invloeden. Over de positie van de snert zou een aparte bepaling kunnen worden opgenomen.
Eet smakelijk.

(Deze post staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'. Bijgaande foto is geen boerenkool, maar een fraaie compositie van schaats en ijs. Vandaag gemaakt op de Beulakkerwiede, alwaar ik weer een paar rondjes heb geschaatst.)

15 februari 2010

Het glijhupje

Eigenlijk is schaatsen veel mooier dan fietsen. Zeker als de omstandigheden zijn zoals vanmiddag op de Beulakkerwiede. Ik reed mijn rondjes bij de toertocht Rond de Wieden en het was vrij rustig op het ijs. Lage zon, eindeloze vergezichten, mooi ijs en daar was hij dan: het glijhupje. Eindelijk eens een ijsvloer waar je in je slag kon komen en de ruimte had om te glijden.
Ik hou van de trage, lange slag. Hoe langer hoe mooier, wat mij betreft. Links afzetten, glijden, langzaam het bovenlichaam kantelen, glijden, rechts afzetten, glijden, bovenlichaam kantelen, glijden. Zoals Piet Kleine schaatste, vroeger, met maximaal vier slagen op het rechte eind. En met het glijhupje tijdens de wisseling van de benen. Als dat hupje goed gaat, kom je in een trance en dan gaat alles vanzelf.
En dan vraag je je op een gegeven moment dus af waarom iedereen zo langzaam schaatst. Hoe kan dat? En hoe kan het nou dat die paar die sneller schaatsen sneller schaatsen? Als ik me inspan kan ik de meeste snellen wel bijhouden, maar dan ga je zweten en daar heb ik geen behoefte aan tijdens schaatsen. Ik heb al vijf dagen hetzelfde thermoshirt aan. Het ruikt nog steeds naar wasmiddel.
Eindeloos glijden is het geheim en het glijhupje is het tovermiddel. Dan schaats je moeiteloos 25 tot 30 km per uur. En op de fiets kost dat zweet. Daarom is schaatsen dus mooier dan fietsen.

(Inmiddels heb ik dit jaar meer schaatskilometers gemaakt dan fietskilometers: 280 om 250. Nog twee dagen om de buffer te vergroten, dan moet ik weer aan het werk).

13 februari 2010

Kadoelen (bij Barsbeek)

De Zwarte Meer Kadoelen Rondetocht dus. Raar woord, kadoelen. Ik kadoel, jij kadoelt, wij kadoelen. Maar het is dus geen werkwoord. Het is een plaatsnaam en er zijn maar liefst drie plekken in Nederland die zo heten. De naam is afgeleid van 'quaad dolen' (kwaad dolen) en duidt op 'een plek waar het moeilijk toeven is'. Wij waren vanmiddag bij de Overijsselse variant, vlakbij plaatsen met al even fraaie namen als Heetveld en Barsbeek. Ruig volk, denk je dan, maar dat viel erg mee. En het was helemaal niet moeilijk toeven in Kadoelen.
Druk was het er, dat wel. Duizenden schaatsers op een klein stukje van het Zwarte Meer, een van de randmeren. Daar was een rondje uitgezet rond het Vogeleiland. Dat was althans de bedoeling, maar blijkbaar was het ijs te slecht. Want de ronde van acht kilometer (volgens mij waren het er trouwens hooguit zes), bleef tussen wal en eiland. Het leverde fraaie, Hollandse ijstaferelen op. Hulpeloos vallende oude mannen, jankende kinderen, zwierende kerels met skibrillen (klompen langs de kant), kordaat voortprikkende tantetjes, koek en zopie en hamburgers, en gouden medailles voor iedereen. En dat allemaal op een bewolkte middag in Kadoelen.

12 februari 2010

Ganzenzonsverduistering

Opeens kwam er een enorm lawaai van rechts. Even later was de hemel donker. Duizenden gakkende kolganzen schoven tussen de zon en de aarde. Blinde paniek in de kop, leek het wel. Maar na een paar rondjes streken ze weer neer op de akker bij Blokzijl waarvan ze waren opgestegen. Loos alarm in ganzenland.
Ik en vele schaatsers met mij waren net te laat om de ganzenzonsverduistering op foto vast te leggen. Misschien was het ook onze schuld wel, dat gedoe in ganzenland. Wij reden even zinloze rondjes op het ijs. De mens en zijn aards gewemel als inspiratiebron voor andere dieren. Het moet niet gekker worden.
Voor mij was het vandaag de eerste officiële schaatstoertocht van het jaar, de Blokzijlermerentocht. Het gebruikelijke rondje van 35 kilometer was gehalveerd, maar het was prachtig. Vooral omdat de zon uitbundig scheen. Vijf rondjes was mijn doel, maar gisteren ben ik tijdens de voetbaltraining door mijn rug gegaan en na drie rondjes rechtopstaand schaatsen ging het niet meer. Het ijs werd bovendien steeds slechter. Het begrip 'uitgetrapte bocht' kreeg vooral in de buurt van Dwarsgracht een geheel nieuwe dimensie. Tijd om te stoppen dus. Geen risico's met het oog op de komende dagen.

10 februari 2010

Een maagdelijke ijspiste

Een van de mooiste ervaringen voor een skiër is een afdaling over een maagdelijke piste (voor de niet-skiërs onder u: een maagdelijke piste is een Hang, die vers besneeuwd is en waar nog niemand anders over naar beneden is gegaan). Als eerste je sporen in de sneeuw achterlaten geeft een soort oerervaring: hier wordt een nieuwe wereld ontdekt. Vanmiddag had ik bizar genoeg eenzelfde soort ervaring op het Drontermeer. Daar lag namelijk 9 centimeter verse sneeuw op (ik heb het nagemeten).
Nadat ik bij Noordeinde was opgestapt, hielden na een paar kilometer richting Elburg de schaatssporen opeens op, maar een medeschaatser uit Noordeinde, die hier gisteren ook al schaatste toen er nog geen vlok gevallen was, vertelde me dat we nog een stuk verder konden. Dus daar gingen we: als ware pioniers twee verse sporen trekkend door de diepe sneeuw, over ijs dat ondanks de sneeuwdeken van prima kwaliteit was (zo goed had ik het deze winter nog niet onder de ijzers gehad). Mijn onderbenen waren tot de knieën wit van de uiteengespleten, opgeschaatste sneeuw. Het was echt alsof we aan het skiën waren. Na anderhalve kilometer begon het meer om ons heen echter vervaarlijk te kraken, dus keerden we toch maar weer om.
Avontuur: prima, oerervaringen: nog beter. Maar een natte broek, daar was het toch echt te koud voor.

07 februari 2010

Een gat in de kosmos

Misschien zit er wel een gat in de kosmos bij Elshof. Of een of andere trap naar boven. Weet ik veel. Het is in ieder geval een omgeving die noodt tot nadenken. Al kan dat natuurlijk ook gewoon toeval zijn, want zo vaak fiets ik daar niet. Hoe dan ook, net als eerder kwamen ze weer bij Tempelberg (misschien is het die naam wel, in combinatie met mijn brein en verder niks), die gedachten. En zoals zo vaak gingen ze weer over de ontvankelijkheid voor het onvatbare. En over atheïsme (waarschijnlijk omdat mijn vriend Reinier daar onlangs een paar postjes aan heeft gewijd op zijn blog).
Atheïsme is studeerkamerwijsheid, dacht ik, terwijl ik de pedalen zinloos en vermoedelijk ook redeloos rond trapte. Volgens mij bestaan er geen niet-intellectuele, niet-Westerse atheïsten. En dat is veelzeggend. (Ik las laatst in National Geographic wel een verhaal over de laatste jager-verzamelaars in Tanzania, die volgens de auteur nauwelijks geïnteresseerd waren in religie of andere spirituele zaken. Maar ik vermoed dat de schrijver met een Westers godsbeeld in zijn hoofd zat en de volstrekte vanzelfsprekendheid van hun sacrale ervaring van het alledaagse leven over het hoofd heeft gezien. De Roemeense godsdienstwetenschapper Mircea Eliade heeft daar trouwens een prachtige studie over geschreven: De magie van het alledaagse).
Voort pedalerend kwam ook de gedachte in me op dat atheïsme vooral een stedelijk fenomeen is dat floreert in koude klimaten. Opgesloten in de stad, opgesloten in huis, opgesloten in de rede, en een stevig slot op de deur naar ervaringen die je even doen opgaan in het universum, de kosmos, of wat voor naam je er ook aan wil geven (ontologische heelheid, vrede met het bestaan, zen, God, et cetera). In warme landen, waar het leven zich veel meer buiten en op straat afspeelt, doet niemand moeilijk over God, zelfs veel wetenschappers niet. Kijk maar naar de Latijnse landen.
Dus, daarom en derhalve het volgende vermoeden: atheïsten leven in een te beperkte wereld en zijn afgesneden van een wezenlijk deel van de menselijke ervaring. Ze zijn daardoor ergens hun ontvankelijkheid voor het onvatbare kwijtgeraakt. En ze zijn zichzelf, door de vrijwillige opsluiting in hun eigen geest, te belangrijk gaan vinden. In combinatie met een schromelijke overschatting van de redelijke vermogens van de mens, kan dat tot een naar soort fundamentalisme van de rede leiden (zoals je dat ziet bij mensen als Richard Dawkins en de filosoof Floris van den Berg, die vreemd genoeg de laatste tijd nogal hot is; er is overigens weinig rationeels aan dit bozige atheïsme, want een logisch doordenken van de evolutietheorie zou een mens ook via de beslotenheid van de studeerkamer in een koude, grimmige wereld, kunnen voeren naar het inzicht in onze beperktheid en nietigheid, maar dat gebeurt merkwaardig genoeg dus nooit).
Natuurlijk, ik generaliseer enorm. Maar toch denk ik dat er een kern van waarheid in deze gedachten zit (die overigens in rap tempo verdwenen toen ik na Heeten tegen de wind in naar het Noorden fietste en het heel erg koud kreeg). Als je niet buiten komt en niet meer in verwondering om je heen kunt kijken, als je de wijde blik bent kwijtgeraakt, dan zou je kunnen gaan denken dat de rede volstaat. En dan word je nooit geconfronteerd met het gat in de kosmos bij Elshof. Of het er nu is of niet.

05 februari 2010

Het beste van de jaren nul

Zoals eerder beloofd, hierbij de mooiste cd's van de jaren nul (de afgelopen tien jaar dus). Ik zie de laatste tijd steeds meer van dit soort lijstjes verschijnen en helaas klopt daar doorgaans niks van. Om een voorbeeld te noemen: in de laatste Platomania staan wel honderd lijstjes van Plato-medewerkers en recensenten, maar niemand noemt de American Recordings van Johnny Cash. Ik bedoel maar. En mijn nummer 1 ben ik ook maar een keer tegengekomen. Nou ja, hier mijn top 10. Doe er uw voordeel mee.

1. Lambchop Is a woman
Objectiviteit is natuurlijk volstrekte flauwekul als het om muziek gaat. Maar dit is toch echt de mooiste van de afgelopen tien jaar. Een hommage aan het langzame leven. Natuurlijk spelen ook persoonlijke herinneringen mee bij dit soort lijstjes. Zo associeer ik deze cd altijd met een zwoele avond in maart 2002 in een hotelkamer in San Benedetto del Tronto. Ik was in Italië om verhalen te verzamelen voor een roze krantenbijlage. Want de Giro kwam dat jaar naar Groningen. En zoals heel veel avonden daarvoor en daarna luisterde ik in mijn eentje naar Is a woman. Het was een mooie avond, maar niet echt speciaal. En toch komt altijd deze weer naar boven drijven als ik de cd opzet. Dat is dus nostalgie. Met Caterpillar bevat deze cd trouwens ook het mooiste liedje van de afgelopen tien jaar.

2. Johan Pergola
Perfecte liedjes. Jammer dat Johan zo'n beroerde liveband is. Ik heb een stuk of vijf concerten bijgewoond de afgelopen tien jaar en elke keer was het veel te hard, overstuurd en slecht in balans. En dan blijft er dus niks van deze muziek over, want het is juist de perfectie die deze liedjes zo briljant maakt. Vandaar waarschijnlijk dat ik de laatste cd van Johan, die veel ruwer is opgenomen dan de drie voorgangers, zo'n tegenvaller vind. En Pergola is toch ook echt beter dan dan THX JHN. Associatie: de snelweg bij Lemmer, op weg naar oom Kees en tante Ria, en de hoge bergen van Zwitserland, jodelahiehodelahiehee.

3. Johnny Cash American recordings
Okee, dat zijn dus vijf cd's en een box met restjes en psalmen. Maar hier ga ik niet uit kiezen, want ze zijn allemaal even mooi. Om het maar eens pathetisch te formuleren: een groots muzikaal testament van een bewogen en doorleefd bestaan. En als u er dan toch eentje wilt, doe dan My mother's hymn book maar. Associatie: geen, of als toch dan schaatsen op de uiterwaarden van de IJssel, al heb ik geen flauw idee waarom.

4. Daryll-Ann Trailer tales
Geen Weeps (de beste van de jaren negentig), maar wel mijn op-een-na-favoriete van Jelle Paulusma (want Anne Soldaat deed hier al niet echt meer mee). En waarom Jelle Paulusma mijn grote held is kunt u hier lezen.

5. Sam Baker Mercy
Ik had hier ook de andere twee cd's van Sam Baker kunnen noemen (Pretty world en Cotton) want die zijn even goed. Ook over Sam Baker heb ik hier al eerder geschreven.

6. Ron Sexsmith Blue boy
Van Ron Sexsmith kun je alle cd's ongehoord kopen. Allemaal steengoed. Fallen, dat op deze cd staat, is misschien wel het mooiste liefdesliedje van de jaren negentig (al is Caterpillar uiteindelijk ook een liefdeslied). Waar bij Lambchop Is a woman op eenzame hoogte staat (ik hou niet zo van het veelgeprezen Nixon; alleen What another man spills komt wat mij betreft in de buurt van Is a woman, maar die is uit de jaren negentig), daar zijn al Rons albums uit de jaren nul geweldig (bijna elk jaar verscheen er wel eentje). Ambachtelijke liedjes worden het wel genoemd. Dat klopt, maar deze vakman is wel uitzonderlijk goed.

7. Great Lake Swimmers Bodies and minds
Net als Is a woman ook van die mooie, lome americana die het langzame, contemplatieve leven bezingt. Misschien nog wel wat dieper dan Lambchop. Ook over Great Lake Swimmers schreef ik hier al eerder. Heel jammer dat Tony Dekker op zijn laatste cd's voor een groter geluid heeft gekozen en meer is gaan rocken.

8. The Shins Wincing the night away
Wat steviger dan het voorgaande, want ik hou echt niet alleen van rustig. Bevat met Australia het vrolijkste liedje van de afgelopen tien jaar. Keihard draaien en weg zijn alle muizenissen. Met een volstrekte onzintekst, al kan het zijn dat me wat ontgaat. Ook de andere twee cd's van The Shins zijn trouwens geweldig. So says I op Chutes too narrow is bijna even euforisch vrolijk als Australia.

Ik hou het bij deze acht, want die steken er wat mij betreft echt boven uit. Er is natuurlijk nog veel meer moois verschenen, maar om de top 10 te completeren moet ik kiezen uit Greg Brown (Evening call), Tindersticks (bijna alle cd's), Thomas Dybdahl (One day you'll dance for me New York City), Coldplay (Parachutes), Daniël Lohues (Allenig 2), Ponoka (Built to fly), Spinvis, Boards of Canada (Geogaddi), At the close of everyday (Het liedboek voor de mensen), De Kift (Hoofdkaas), Stiller Has (Stelzen), Amy Winehouse (Frank), The Flaming Lips (Yoshimi battles the pink robots), The Church (After everything now this), Mark Olson & Gary Louris (Ready for the flood), Kris Kristoffersen (This old road) en Sufjan Stevens (Illinois). En dat wil ik niet.

03 februari 2010

De weg als vijand

De weg is mijn vriend, normaal gesproken. We hebben een goede band, de weg en ik. Hij leidt me naar waar ik wil zijn. Niet dat ik vaak naar een bepaalde plek wil. Het gaat me meer om het op de weg zijn zelf. De tocht is belangrijker dan het doel; dat is de zin van het fietsen. Zoals een probleem vruchtbaarder is dan een oplossing (twijfel is immers de motor van ons bestaan). Maar goed, de weg is dus essentieel.
Normaal gesproken kun je op de weg vertrouwen. Er zit wel eens een gat in. En er ligt wel eens een glasscherf of een scherp steentje op. Soms komt dat in je band en rij je lek. Big deal. Nieuw bandje steken en je vervolgt je weg (dat is eigenlijk een heel mooie uitdrukking van de band tussen de fietser en de weg: 'je weg vervolgen'). Waar het om gaat is dat de weg meestal een vanzelfsprekendheid is (net als die twijfel). Je kunt erop vertrouwen, afgezien dan van die enkele keer dat je lek rijdt.
Maar vandaag dus niet. Dat kwam door de sneeuw. Er was weer eens een paar centimeter gevallen. Ik dacht dat de zon en de dooi het probleem wel verholpen hadden toen ik vanmiddag begon aan mijn tweede rondje Knobbel van dit jaar (ik moet klimkilometers maken want Alpe d'Huez wacht; ik heb er alweer 10 klimkilometer opzitten volgens mijn tellertje; 360 hoogtemeters in totaal, een kwart Alpe). Maar die sneeuw lag er dus nog. Half gesmolten maakte het de weg op veel stukken spekglad. Zelfs op De Dellen moest ik voortdurend op de weg letten om niet onverhoeds onderuit te schuiven.
Dat fietst niet fijn, als je steeds met je aandacht bij het wegdek moet zijn. Het leidt af van de tocht. Ik was op een gegeven moment alleen nog maar bezig met de gedachte: 'Hoe kom ik zonder vallen thuis.' Dat is geen fietsen, dat is overleven (op een heel bescheiden niveau, ik geef het toe, al dacht ik daar anders over toen me vrachtwagens tegemoet kwamen bij 't Harde en ik op de grote weg reed in plaats van op het fietspad dat helemaal verijsd was; je zult maar onderuit gaan...).
Nu is overleven natuurlijk een belangrijk onderdeel van ons zijn. Maar met fietsen zoek ik toch naar iets anders dan naar het naakte fysieke bestaan (alhoewel?). De weg is mijn vriend in een reis naar iets anders (harmonie? God? mezelf? leegte?). De weg is in zekere zin zelfs dat andere. Maar aan dat andere kwam ik vanmiddag niet toe. Vandaag was de weg was geen vriend maar een vijand.
(Wat overigens niet betekent dat ik niet lekker gefietst heb. De zon verschool zich op De Dellen op een gegeven moment magistraal achter de rand van een enorme stapelwolk, die opeens dreigend opdoemde. Dat ik heb ik toch ook nog gezien, naast het loeren naar de vijand... Kortom: Het ontaardt al snel in onzin als je wat zinnigs probeert te schrijven over al dat gefietst.)

02 februari 2010

Moslims en honden

Meer honden en minder moslims dus. Alsmede de invoering van stadscommando's en preventief fouilleren voor extra veiligheid. Toch fijn dat de PVV eindelijk eens een beetje concreet wordt nu de partij in Den Haag en Almere meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen. Nog een paar PVV-standpunten: geen islamitisch onderwijs en geen halalvoedsel meer op scholen en in ziekenhuizen. Schone en gezellige winkelstraten. Afschaffen van subsidies voor kunst en andere 'linkse hobby's', behalve voor instellingen die vaderlands erfgoed beheren. Keiharde aanpak van dierenbeulen. En, nog zo'n fijne: bestaande moskeeën onder toezicht stellen. Maar het mooiste vond ik toch wel deze: 'Hardleerse overlastgevers en asociale gezinnen verplicht huisvesten in containerwoningen buiten de woonwijken'.
Vrij vertaald, met inachtneming van de bekende Wildersiaanse nuance: concentratiekampen voor afwijkende elementen, alle moslims zo snel mogelijk het land uit, elke stad zijn eigen Ordnungspolizei, en een herdershond met snor voor alle rechtgeaarde Nederlanders (ik ga er gemakshalve maar even vanuit dat dát achter het idee zit om de hondenbelasting af te schaffen). En voor zover het nog niet duidelijk was: de moslims en de linkse intelligentsia zijn de schuld van alles en confrontatie is de enige remedie. Toegegeven, die 'keiharde aanpak van dierenbeulen' is een mooi streven. Ware het niet dat aan de perfide kiloknallers van de bioindustrie minder belang wordt gehecht dan aan ritueel slachten.
Bekijk die websites van de PVV over Almere en Den Haag eens. Ik zeg: knettergek.

(Deze post staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'. Ik had me voorgenomen om nooit een letter vuil te maken aan Geert W. want de enige die daar garen bij spint in dit debiliserende land is Geert zelf. Maar nu ben ik er dus toch ingetrapt. Nou ja, u kunt nu later in ieder geval niet meer zeggen: 'Ik wist van niks.')

27 januari 2010

Een dode haas op het ijs

Hij lag in het Kanaal Almelo-De Haandrik, midden op het ijs. Een dode haas. Zijn achterwerk was half weggevreten. Of misschien was er een schaatser over hem gevallen, toen hij nog helemaal onder de sneeuw lag. Gefileerde hazenbilletjes door het ijzer van een Noor.
Ik vermoed dat hij voor de sneeuwval, afgelopen weekend, is vastgevroren. Zijn achterpoten waren namelijk vastgeklonken in het ijs. En om hem heen lag zeker een centimeter sneeuw op het kanaal. Daar vries je niet aan vast. Maar hoe komt een haas midden in een kanaal? Is hij van de ene wal op het ijs gesprongen en gleed hij steeds uit op het gladde ijs toen hij aan de andere kant weer op de wal wilde springen? Hij lag op het stuk tussen Vriezenveen en Daarlerveen waar de wal vrij hoog is. Wat een wrede dood. Het vroor hier afgelopen weekeinde vijftien graden en dan sta je daar dus als haas: midden op een spiegelgladde vloer. Steeds weer onderuit gaan tot je je uiteindelijk uitgeput neerlegt op het ijs, wachtend op het bitter koude einde.
Het kan natuurlijk ook zijn dat een roofvogel hem te pakken had genomen. De hap bleek echter te vet voor het beest (een buizerd? een wouw?) zodat hij hem van grote hoogte moest laten vallen. Maar dan moet de gulzigaard na een paar hapjes uit de billen van de haas zijn buik dus al vol hebben gehad. Onwaarschijnlijk. Ik ga voor het eerste scenario.
Er kon dus toch nog geschaatst worden vandaag. Een zoektochtje op internet wees uit dat ik kon kiezen tussen het Kanaal Almelo-De Haandrik (fraaie naam trouwens), het Schildmeer en het Damsterdiep tussen Groningen en Appingedam. Vanwege de afstand en de voorspelde ijzel en sneeuw toch maar voor het kanaal gekozen. Bij twee bruggen moest gekluund worden, maar dan had je wel een stuk van ruim 10 kilometer. Met redelijk ijs.
Vooral het stuk tussen Vriezenveen en Aadorp was prachtig. Er lag nog een centimetertje sneeuw op het ijs, maar daaronder was het spiegelglad. Op andere stukken was veel sneeuwijs dat in de loop van de middag steeds brosser werd. Fondantijs heet dat tegenwoordig en er is niks vervelender dan dat. Steeds weer met een ruk overeind komen om een val voorover te voorkomen. Maar wat dondert het: ik heb een paar uurtjes geschaatst, in totaal een kilometer of vijftig. Waarmee mijn schaatskilometers dit jaar vooralsnog gelijke tred houden met mijn fietskilometers. Nu graag nog even de Noorderrondritten (ik heb al sinds de invoering van het iesbewies een startplek op de 150 km, tevergeefs tot nu toe) en dan mag het wel weer twintig graden worden.

20 januari 2010

De eerste kilometers

Het nieuwe fietsjaar is begonnen! Zaterdag de eerste 35 kilometer tussen de wegdooiende sneeuwvelden en vandaag 50 kilometer door het Vechtdal, dat na de regen van de laatste dagen alweer bijna sneeuwvrij was. Zaterdag 1 graad en snijdende wind, vandaag 3 graden en iets minder wind. Met het zonnetje erbij was het bijna aangenaam te noemen, ware het niet dat mijn voeten dus niet warm worden. Ik heb inmiddels bijna alles geprobeerd: van pantykousjes tot skisokken.

18 januari 2010

Zeikerds

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar mij kunnen al die verhalen over zongebrek, blauwe maandagen, geitenruimen, de Irak-commissie, gemiste medailles en de gevaren van asbest eventjes niet meer zoveel schelen. Een stelletje zeikerds, dat zijn we, zoals deze krant zaterdag terecht schreef. "Als de realiteit om de hoek komt kijken, kunnen we daar niet mee uit de voeten", zei hoogleraar James Kennedy in een fraai verhaal in de weekendbijlage. Wij Nederlanders willen alles onder controle hebben en als er ook maar iets afwijkends gebeurt, start ons gezeur. Zoals twee weken geleden bijvoorbeeld, toen ik op deze plek eindeloos doorzanikte over een file in Oostenrijk.
"We zijn ons hoge niveau van welvaart en voorzieningen zo vanzelfsprekend gaan vinden, dat het ongezond is geworden", stelde dominee Bram Grandia. Ik denk dat hij helemaal gelijk heeft. In de 200.000 jaar dat de moderne mens op aarde rondloopt, is er nog nooit een generatie geweest die het zo goed heeft gehad als wij nu in West-Europa. En ondertussen klagen we maar door over sneeuwoverlast, vertraagde treinen, files (inderdaad), vaccinaties en stroomstoringen. Maar ik vrees dat onze zeikmentaliteit nog wel wat verder gaat dan dat soort trivialiteiten.
Want we zijn ook nog eens een stelletje ongelofelijk egoïstische zeikerds. In Haïti zijn vorige week misschien wel 200.000 mensen omgekomen, maar wij maken ons vooral zorgen om de twintig tot dertig Nederlanders die toevallig op het eiland waren. Hun lot vinden we blijkbaar belangrijker dan dat van al die tienduizenden anderen. We zijn tot op het bot verziekt.

(Deze post staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'. De man op het plaatje is een inwoner van Agra, in India. Hij is geen zeikerd, vermoedelijk. Maar er moet toch een plaatje bij en mijn bezoek aan India lag mede ten grondslag aan deze post/column. In tegenstelling tot ons hebben veel mensen in India namelijk wel gegronde redenen tot klagen dan wel zeiken.)

16 januari 2010

Nogmaals India




Nog een paar (de laatste). Wie er nog meer wil zien moet even langs komen. Ik heb er 250 op mijn pc staan.

13 januari 2010

Veluwemeertocht

Morgen is ie pas, maar vandaag heb ik alvast een paar rondjes verkend: de Veluwemeertocht. Bij Elburg is een rondje van zo'n zes kilometer uitgezet. Het ijs was erbarmelijk, met opgevroren sneeuw, dichtgesneeuwde voetsporen en een erg brosse bovenlaag op sommige stukken. Doorlopend oppassen dus. Maar er werd druk geschaafd, geschoven en geborsteld voor de wedstrijd. De wind was vandaag snijdend, maar de zon was prachtig.
Zo'n rondje van zes kilometer heb je na vijf keer wel gezien, dus het was een kort tochtje vandaag. Het was pas mijn tweede natuurijservaring van het jaar. En dat blijft prachtig. Want op de ijsbaan vind je geen warmetenenijs.

12 januari 2010

Fietsen in India

Dat heb ik dus niet gedaan, tijdens mijn bliksembezoek aan India. Nou ja, India: een dag Delhi en twee dagen Agra, waarvan tien uur in de bus. Maar dan zie je dus wel heel erg veel fietsers. Zoals die man met die dozen. Ook mooi, je mag in India gewoon op de snelweg fietsen. En door rood. Alles mag, maar je bent wel vogelvrij, zoals alle weggebruikers uitgezonderd loslopende koeien, ezels en waterbuffels.
Op de doorgaande weg van Delhi naar Agra zagen wij: een oude man op een tractor die doodgemoedereerd aan spookrijden deed en niemand die er vreemd van opkeek, een olifant die vlak na ons van links de weg op kwam, fietsers, bromfietsers, tuktuks, veel bont beschilderde vrachtwagens (allemaal minimaal vijftig jaar oud), de befaamde 'killer busses' (het openbaar vervoer vindt plaats met volledig doorgeroeste bussen die nauwelijks nog kunnen remmen en daardoor bij veel ongelukken betrokken zijn), een kudde waterbuffels, een karavaan dromedarissen, heel veel rondzwervende koeien, een familie met kleine kinderen op een motor maar zonder helm, en duizenden, duizenden andere mensen.
Langs de kant van de weg waren veel fietsenmakers actief. En bandenplakkers (zelfs een scheur van twintig centimeter wordt nog gerepareerd; als je geen geld hebt, ben je automatisch veel milieubewuster), wielenverkopers, eettentjes, handelaars, en zo kan ik tot in het oneindige blijven opsommen. Het waren te veel indrukken in te weinig tijd, te veel mensen, te veel kleuren, te veel geluiden (met de claxon als belangrijkste communicatiemiddel), te grote contrasten (uitzinnige rijkdom in de paleizen en hotels van Delhi tot de families die langs de weg slapen onder een stukje zeildoek met een vuurtje van afval als verwarming, of mensen die gewikkeld in niks meer dan een doek lagen te creperen).
We zagen natuurlijk ook de monumenten waarvoor we waren gekomen (de Taj Mahal, het Rode Fort in Agra met zijn vele resusaapjes, en nog zo wat). En sjaals en mutsen, want het was koud. Delhi kende de koudste dag in zeven jaar met 12 graden Celsius en dichte mist. Nog nooit meegemaakt: na de landing op het vliegveld van Delhi was het zicht zo slecht dat zelfs de voorrijwagen van de luchthaven verdwaalde op weg naar de gate, waardoor we uiteindelijk 3,5 uur in het vliegtuig moesten wachten voor we eindelijk voet op Indiase bodem konden zetten. De mist was hardnekkig. Alleen de eerste en de derde dag kwam de zon er 's middags even door, waardoor de wereld er nog kleurrijker uitzag.
Maar goed, dat zijn geen problemen als je ziet in wat voor omstandigheden de armen zich daar staande moeten houden. Dan hebben de dieren het makkelijker, want die worden tenminste nog gevoed, zoals de koe hiernaast in de straat die leidt naar de Taj Mahal. Alle tijd om even rustig om zich heen te kijken, wachtend op de stoep. Fascinerend land.

05 januari 2010

File

Rechts loopt voor de tweede keer dezelfde vrouw voorbij: pet met klep op het hoofd, handen in de jaszakken, stevige tred, de granieten blik strak vooruit. Ze wandelt stug door, langs de onafzienbare rij auto's die zich door het dal slingert. Hoe lang staan we nu al stil? Je besef van tijd en ruimte verdwijnt langzaam als je de hele dag in de file staat. In de laatste vier uur hebben we dertig kilometer afgelegd. Motor starten, lichten aan, stukje rijden, motor uit, lichten uit, tien minuten stilstaan, enzovoorts. Links besneeuwde bergen, rechts besneeuwde bergen, achter ons auto's, voor ons auto's.
We zijn op de terugweg van onze skivakantie in het oostelijke puntje van Zwitserland. De route voert door Oostenrijk. En daar moet je dus niet zijn op de eerste zaterdag van het nieuwe jaar. Het wordt koud in de auto. Buiten rennen twee meisjes voorbij. 'Oh the glory when you ran outside', zingt Sufjan Stevens. Nergens politie te zien, geen idee wat er aan de hand is, want aan verkeersinformatie doet men niet in dit deel van Oostenrijk. Daar komt de vrouw met de granieten blik weer langszij. Na elke bocht wordt de hoop op verlossing opnieuw de grond in geboord. Hoe kan dit in vredesnaam, vragen we ons af?
Machteloze woede maakt langzaam maar zeker plaats voor berusting. We krijgen een zetje van de Duitse auto achter ons. Sorry, mompelt de bestuurder verdwaasd. Dit is traditie, vertelt een van de schaarse landgenoten in de file ons uiteindelijk. Duitsers gaan altijd allemaal tegelijk op zaterdag naar huis na hun skivakantie. Sonntag Ruhetag. Waarom weten wij dat niet?
Na zeveneneenhalf uur zijn we de file uit. Nooit meer Oostenrijk.

(Deze post staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden').

23 december 2009

Top 10 van 2009

Zoals de trouwe Mopperlog-lezer weet, ben ik het doorgaans geheel oneens met de lijstjes met favoriete boeken en cd's die elk jaar verschijnen. Ook dit jaar zijn weer de verkeerde cd's aangeprezen, met als dieptepunt toch wel de hoge positie die Anne Soldaat overal inneemt met In another life. Zoals ik hier al vaker heb gesteld: Jelle Paulusma was het muzikale brein van Daryll-Ann en niet Anne Soldaat (best aardig plaatje hoor, daar niet van, maar mijn lijstje haalt ie niet, ook al was de oogst dit jaar erg mager). Derhalve opnieuw een alternatief lijstje met mijn favoriete popcd's van het afgelopen jaar. Het zijn er slechts vijf, want meer aanraders heb ik niet (in januari volgt mijn top 10 van het eerste decennium van deze eeuw).

1. The Beatles Remastered
Voor het gemak maar even als 1 titel gerekend, want anders zou de hele top 5 uit Beatles-cd's bestaan. Briljant klinkend oppoetswerk, waaruit blijkt dat Lennon & McCartney in de jaren zestig toch echt van het niveau Bach waren.

2. Sam Baker Cotton
Zie en beluister deze post.

3. Awkward I I really should whisper
Prachtige cd (van een Groninger) met bijzondere luisterliedjes.

4. Lily Allen Is's not me, it's you
De lekkerste automuziek van het afgelopen jaar.

5. Ponoka Built to fly
Fijne stem, fijne muziek, fijn bandje. Er wordt in Nederland toch echt heel veel goede muziek gemaakt.

Bonus: Peter Fox Stadtaffe
Op speciaal verzoek van vriendin M., die zich geblesseerd door de zomer sleepte op deze muziek.

22 december 2009

Job schaatst ook

Ik ben dus zo’n idioot die ondanks een weeralarm en waarschuwingen van de politie toch het ijs op gaat. Zondagmiddag glibberden we met zijn zevenen over besneeuwde weggetjes naar het Veluwemeer. Bij het gehucht Noordeinde kon geschaatst worden, hadden we gehoord. We parkeerden de auto’s op de dijk, ploegden door de opgewaaide sneeuw over een weiland naar de rietkraag, en jawel: er waren mensen op het ijs! Niet meer dan vijf, maar er werd geschaatst. De zon brak door, het witte land lichtte op, en na een paar slagen hoorden we het geklapwiek van een viertal zwanen vlak boven ons hoofd. Het was magistraal.
Ik ben niet zo van de onverantwoorde risico’s, maar bij natuurijs vergeet ik dat nog wel eens. Zo stond ik begin jaren negentig een keer op het Paterswoldsemeer toen dat nog echt niet kon. Ik was alleen, het begon al wat te schemeren en het ijs golfde bij elke afzet. Stilstaan was geen optie en vallen al helemaal niet. Heel ver weg zag ik nog zo’n gek over het ijs glijden, maar verblind door de euforie van de eerste streken dacht ik geen moment aan het gevaar. Dat kwam ’s avonds pas, toen niemand geloofde dat ik al geschaatst had.
Zondag was het ook nog levensgevaarlijk op het ijs, las ik op internet. Maar wij stelden onszelf gerust met de wetenschap dat het Veluwemeer op de plek waar wij schaatsten niet dieper is dan een halve meter. Nou ja, behalve dan bij dat ene stuk gitzwart wonderijs, dat we aan het eind van de middag ontdekten. Toen de eerste de gok genomen had, volgde de rest. Je krijgt een merkwaardig soort vertrouwen in elkaar dat nergens op gebaseerd is. Maar ja, er lag ijs en het ijs zong onweerstaanbaar.

(Deze post staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'.)

16 december 2009

Idioot

Vandaag ben ik definitief toegetreden tot het illustere gezelschap van de fietsidioten. Ik ben op de racefiets gestapt terwijl het vroor, er sneeuw voorspeld werd alsmede een kleine kans op ijzel, en strooizout 's Heren wegen wit deed uitslaan. Het was eigenlijk best lekker. Ik was met vijf lagen warm genoeg gekleed, mijn handen kwamen na bevriezingsverschijnselen vanzelf op temperatuur, en alleen mijn voeten werden kouder en kouder, ondanks de pantykousjes van vriendin M. Alleen moet je dus niet halverwege foto's gaan maken, want dan krijg je het echt koud. Zeker als het zo waait als vandaag. Mijn tellertje gaf dan wel niet meer dan -1 graad Celsius aan, door de stevige wind was de gevoelstemperatuur Siberisch. De Hel van '63 was, vergeleken met het Vechtdal van vanmiddag, een knappend haardvuurtje, zoals u ook aan bijgaande foto kunt zien, gemaakt na een plaspauze op een landweggetje in het Vilsterse veld.
Nu de vorstbarrière is genomen, wordt de vraag of ik mijn voetbalcarrière nog wel moet hervatten weer wat actueler. U moet weten dat ik een potje voetballen met mijn teamgenoten van Gronitas eigenlijk nog leuker vind dan op de racefiets zitten (nou ja, op zijn minst even leuk als bezigheid op een doordeweekse donderdagavaond, tenzij het allemaal te fanatiek wordt). Door problemen met mijn knie is er van voetballen dit jaar nog niet veel gekomen al dacht ik er net weer over om mijn rentree te maken. Door de vorst kan die in ieder geval een maandje worden uitgesteld. En eind januari denk ik waarschijnlijk weer dat ik er misschien maar helemaal mee moet stoppen, want na een week of zes voetballen heb ik doorgaans weer last van mijn knie en dan komt dus de Amstel Gold Race in gevaar.
En zo is er altijd wel wat.

09 december 2009

Fietsen in het donker

Niet doen als je in het donker fietst: 1. lek rijden (gelukkig had ik mijn leegloper in de schemering en was er nog net genoeg licht om een nieuw bandje te steken), 2. schrikken als je eigen schaduw je in rap tempo voorbijkomt bij het passeren van een lantaarnpaal, 3. aan overstekende herten en zwijnen denken als je dertig fietst over een smal paadje door een donker bos (en zeker niet als je een half jaar eerder een hert voor de auto hebt gehad), 4. auto's tegenkomen die groot licht voeren, 5. bijna tegen burgerfietsers aanrijden die zonder licht de wegen tussen Hoonhorst en Wythmen befietsen terwijl je dat dus niet ziet, 6. steeds harder gaan fietsen omdat je niet meer op je tellertje kunt kijken vanwege de duisternis. Wordt vervolgd.

08 december 2009

Klimaattop

Het klimaat dus. Ik weet allang niet meer wat ik ervan moet vinden. Even leek het erop dat de onheilsprofeten het pleit beslecht hadden en kooldioxide definitief vijand nummer 1 van de wereldvrede was. Maar de sceptici zijn weer met een flinke inhaalrace bezig. Afwachten dus wie de komende weken de wedstrijd wint. Kopenhagen uit, altijd lastig. Eerlijk gezegd denk ik dat het resultaat er niet zoveel toe doet als we niet tegelijkertijd bereid zijn om naar onszelf te kijken. En dan bedoel ik niet onze regeringen, de bankiers of de multinationals, maar u en ik. Want hoe groot of klein de invloed van die kooldioxide ook is, met de energiecrisis, de voedselcrisis, de armoede en ondervoeding, de uitputting van landbouwgronden, de afnemende biodiversiteit, de overbevolking en al die andere crises, is het zonneklaar dat het zal moeten beginnen bij onszelf, de grootverbruikers van de aarde.
Zijn we bereid om de bladblazer te laten staan en de hark ter hand te nemen? Zijn we bereid om (veel) minder vlees te eten? Zijn we bereid om ski- en vliegvakanties in te ruilen voor de camping in Limburg? Zijn we bereid om vaker de fiets of het openbaar vervoer te nemen? Zijn we bereid om in de supermarkt verwegproducten als parmaham en Argentijnse biefstukken te laten staan en te kiezen voor lokale varianten? Zijn we bereid om de verwarming thuis een graad lager te zetten? Zijn we bereid om onze oude auto af te rijden in plaats van om de twee jaar een nieuwe te kopen? Zijn we bereid om de nieuwste gadgets te laten voor wat ze zijn? Zijn we bereid om genoegen te nemen met een veel lager welvaartsniveau?
Als ik naar mijn eigen antwoorden kijk, word ik niet erg vrolijk.

(Deze post stond vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'. Geen fiets en geen mopper, 't is niet anders. Mede geinspireerd door het 'Het goede leven', het nieuwe boek van mijn vriend Reinier Sonneveld. Een uiterst confronterend maar steengoed boek. Op christelijke leest geschoeid (of beter gezegd: op Jezus) en gericht op christenen, maar ook een heel heldere en daarom erg vervelende spiegel voor niet- en andersgelovigen. Lees dat belangrijke boek!)

05 december 2009

Eenzame fietser

Ik ben tegenwoordig vaak de enige racefietser op de weg. Vanmiddag kwam ik zelfs geen mountainbiker tegen. Ik heb ze geteld: drie gewone fietsers (waaronder een heel oude man), vier paardenmeisjes (inclusief paarden), twee wandelaars (in het bos) en verder alleen maar auto's. En zelfs daarvan waren er maar weinig. Toen ik het Rechterense veld naderde vanuit de richting van Heino was het zo stil op de weg dat ik even dacht dat er wat mis was met de wereld.
Misschien ligt het aan mij. 's Zomers, fietsend in het zonnetje met een korte fietsbroek, denk ik altijd: 'Ik kan me niet voorstellen dat ik in het najaar, als er regen dreigt, als het waait, als de lucht loodgrijs is, als het net aan zeven graden is, nog op zaterdagmiddag op de fiets stap.' Blijkbaar denken veel fietsers zo en vergeten ze de gedachte te testen op een grauwe dag als vandaag. Want vanmiddag dacht ik: 'Ik kan me niet voorstellen dat ik dat 's zomers altijd denk.' De loodgrijze luchten hebben hun eigen schoonheid, het maakt de wereld bijna schemerig. Je fiets langs huizen waar het licht brand en dat geeft een merkwaardig soort gezelligheid, zeker als je door een oer-Hollands landschap rijdt als het Vechtdal. Zo van: ha, straks lekker ook onder de schemerlamp, met een boekje op de bank en een glas bokbier binnen handbereik.
Het is ook de eenzaamheid die fietsen in deze tijden zo aantrekkelijk maakt. Ik heb al eens uitgelegd dat ik een eenling ben op de racefiets. En dat gevoel wordt natuurlijk alleen maar sterker als je niemand tegenkomt. Maar raar is het wel, die rust, want je stuit aan het eind van de herfst op heel andere dingen dan 's zomers. Vanmiddag zag ik tijdens een tochtje van 50 kilometer bijvoorbeeld: een dode haas, heel veel paarden in de wei (zonder roodgemijterde Spanjolen overigens), kale, zeer welriekende bomen, een enkele gek geworden koe, mooie stukken boomschors, en heel veel paddenstoelen. Zoals de fel oranje spons hierboven. Ik heb hem niet terug kunnen vinden in mijn paddenstoelengids.

29 november 2009

Over misbruik gesproken

Ik fietste vanmiddag door het Rechterense veld, bij Dalfsen, toen ik even stopte om te pissen. Ik zette mijn fiets tegen een bankje en liep een klein stukje het bos in. Na gedane zaken liep ik terug naar mijn fiets en net op dat moment kwam er een auto voorbij. Ik dacht bij mezelf: stel nu dat er vanmiddag in de bossen bij Hattem, een kilometer of dertig verderop, aan de andere kant van de IJssel, een meisje is verkracht door een racefietser die net als ik een rode jas droeg en een lange zwarte broek aan had, dan is het niet uit te sluiten dat ik binnenkort verdachte ben in een rechtszaak waarin ik beschuldigd word van kindermisbruik, gepleegd op een plek waar ik aantoonbaar niet geweest ben. Want zo werkt het Openbaar Ministerie in Nederland.
Onzin? Vergezocht? Lees het boek Over misbruik gesproken van mijn goede Dagblad-collega Paul Bosman en u zult de komende nachten niet zo gerust meer slapen. Als een getuige je mijlenver van de plaats van delict zogenaamd herkend heeft via een compositietekening waar je in geen eeuwen op lijkt, dan kun je bij het Nederlandse OM zomaar de lul zijn. Ik kende Pauls verhaal al grotendeels. Maar toen ik dit weekeinde het boek las dat hij schreef over het kafkaëske juridische gevecht dat zijn leven twee jaar beheerste, was ik opnieuw verbijsterd. Leugens, bedrog, gedraai, gekonkel en vooral nooit fouten toegeven, ook al is het zonneklaar dat je de ene blunder op de andere hebt gestapeld - zo werkt het Openbaar Ministerie in Groningen blijkbaar. En het OM wordt gedekt tot op het hoogste niveau (de Procureurs-Generaal) dus blijkbaar is liegen, bedriegen, draaien en konkelen normaal bij de OM's in Nederland.
Even kort het verhaal: Paul kreeg in december 2006 door het OM in Groningen het stempel 'pedo' op zijn voorhoofd gedrukt toen hij een oproep kreeg om als verdachte voor te komen in een kindermisbruik-zaak op het Duitse waddeneiland Norderney. Er was geen onderzoek gepleegd door de politie, Paul was nooit gehoord, er was geen bewijsmateriaal en er was geen gelijkenis met de compositietekening die van de dader was gemaakt. Wel waren er twee getuigen die Paul op het moment van het delict gezien en gesproken hadden, kilometers verderop bij een sportwedstrijd. Er was dus wel een perfect alibi. Later, veel later, bleek ook nog dat Paul voor de Duitse justitie nooit verdachte is geweest. Maar omdat de officier van justitie hardnekkig volhardde in een lachwekkende vertaalfout - "Meneer Bosman, ik heb het zinnetje nog eens laten vertalen en 'Er kommt als Tatverdächtiger in Betracht' betekent 'Hij is een verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan'" (blz. 111) - veranderde zijn leven, en dat van zijn gezin, twee jaar in een hel. Voortdurend liep hij op tegen de gepantserde, ontmenselijkte muren van het OM en de arrogantie van de macht.
Ik schaam me dat ik Paul in die periode niet wat vaker gevraagd heb hoe het met hem ging en hoe de zaak er voor stond. Want hoe langer zijn strijd tegen het OM duurde, hoe eenzamer hij zich voelde. Ik realiseer me na lezing van dit boek pas echt hoe razend Paul twee jaar lang is geweest, en hoe wanhopig hij zich gevoeld heeft. En hoe ongelofelijk smerig en schandalig het OM heeft gehandeld door hem zonder enige concrete aanleiding (en dat geeft het OM ook nog gewoon toe!) het stempel 'pedo' op te drukken, middels een onwettige, maar blijkbaar vaker toegepaste, juridische constructie.
Over misbruik gesproken: lees dat boek (het is een klassieke pageturner), huiver en word vooral heel boos. Want morgen kunnen u of ik aan de beurt zijn.

(P.S. Bijgaande foto heb ik met de zelfontspanner gemaakt in het bos waar ik stond te pissen. Als er ergens in Nederland gisteren een meisje is verkracht door een fietsende klootzak met zulke kleding aan, dan vertoon ik dus gelijkenis met de dader. Net zoals Paul, omdat hij Duits met een Nederlands accent sprak, gelijkenis vertoonde met die smeerlap op Norderney. Want dat was de reden waarom de Duitse justitie hem heel even als 'mogelijke verdachte' aanmerkte. 'Er kommt als Tatverdächtiger in Betracht' betekent namelijk niks anders dan dat.)

24 november 2009

Bladblazers

Wie in een tuinrijke omgeving woont, heeft het natuurlijk allang gemerkt: 2009 is het jaar van de Grote Doorbraak van de bladblazer. Voorheen zag je vooral gemeenteambtenaren met deze apparaten in de weer en bleef de ellende beperkt tot parken, plantsoenen en een enkele particuliere tuin. Maar deze herfst zie je ze overal. En je hoort ze. Allemachtig, wat hoor je die krengen! Zaterdag fietste ik in een landelijke omgeving langs een mevrouw die in haar zeer riante tuin oorverdovend aan het blazen, zuigen dan wel hakselen was (ja, die dingen kunnen helaas alles). Onbewust wijk je voor die orkaan van takkeherrie toch wat uit naar links (komt ook door de te ver weggeblazen bladeren die de weg spekglad maken) en het scheelde niet veel of ik werd geschept door een auto die me net op dat moment passeerde. Die had ik dus niet gehoord. Een eerste reden om die apparaten te verbieden: levensgevaarlijk!
Een tweede reden is de verstorende werking van de bladblazer op de natuur. Niet alleen wordt de isolerende en grondvoedende werking van een mooi bladerdek verpest (blad beschermt uw kwetsbare plantjes heel goed tegen de vorst, bladblazende tuinbezitters, en rottend blad verhoogt de grondkwaliteit), maar denk ook eens aan al die vogels, egeltjes en veldmuizen die met een gehoorbeschadiging uw tuin ontvluchten. Of die arme mollen! Niet alleen blind, maar dankzij uw blowjob nu ook nog stokdoof. Maar de belangrijkste reden voor een onmiddellijk verbod is natuurlijk dat die bladblazers milieuvervuilend zijn: ze stinken (de benzinevarianten dan) en verbruiken heel wat meer energie dan de gemiddelde gloeilamp.
En dan nog even dit: wat is er mis met een hark?

(Deze post stond vandaag als column in Dagblad van het Noorden. Met dank aan het eerder postje van mijn vriendin M. De foto is vlakbij de tuin genomen met de bladblazende mevrouw, bij een van die prachtige Saksische boerderijen in de buurt van Hoonhorst.)

22 november 2009

Synchronie

Gisteren had ik het weer eens, op het fietspad langs de Lemelerveldseweg, vlak voor Heino. Ik heb het altijd als ik daar fiets op het stuk weg na de flauwe bocht naar rechts: opeens komen heel sterke herinneringen op aan een fietspad bij het dorp Een in Drenthe. Daar kwam ik vijftien jaar geleden regelmatig, tijdens mijn eerste racefietsperiode, toen ik nog in Groningen woonde en op een Peugeot Champagne Noord-Groningen en Drenthe befietste. Vrijdag had ik het trouwens ook op de Veluwe, bij de rotonde bij landgoed Tongeren. Altijd als ik daar de afslag neem naar Tongeren, komen beelden in me op van een fietstochtje rond het Lago d'Orta, waar vriendin M. en ik vierenhalf jaar geleden op vakantie waren. Het gaat om een bocht van hooguit twintig meter, meer is het niet: maar als ik die bocht langs de bosrand neem, verschijnt steevast een soortgelijke bocht uit Italië voor mijn geestesoog.
Het is een wonderlijk soort synchronie, dat automatisch in je hoofd wordt opgeroepen. Ik ben er nog niet achter waar het door komt. Het is niet alleen het landschap, want bochten langs bosranden heb je overal en betonfietspaden zoals die langs de Lemelerveldseweg ook. Maar de omgeving speelt wel een rol. Ook bij Een fiets je langs een bos in de verte en heb je een bomenrij rechts van de weg en lichte glooiingen in het land. Maar misschien is het ook wel de geur of de stand van de zon (ik heb die synchronie-gevoelens vooral bij zonnig weer). Lopen die wegen bij Een en het Lago d'Orta soms precies parallel, nadat je een correctie hebt toegepast voor de andere ligging ten opzichte van de stand van de zon? Wie het weet, mag het zeggen.

20 november 2009

De Dellen, een hand en een oude vriend

Je fietst het bos uit en voor je doemen de zachte rondingen van De Dellen op in het scherpe licht. Het rode vuur is gedoofd, de eerste storm heeft de herfstkleuren weggeblazen. Wat rest zijn zwarte, kale sprieten. In de gevelde stammen gloeit het nog fel oranje na, als een laatste kramp van hartstochtelijk leven, postuum bewijs van de sapstromen die een zomer lang voor warmte zorgden. En je streelt troostend haar gladde, vochtige huid met liefdevolle omwentelingen. 'Ga maar', zoemen de banden in hun soepele wieling, 'slaap zacht, trek de deken over je heen, eerst de bladeren, dan de regen, en dan de sneeuw'. En als je verder glijdt langs haar gewelfde rug, voel je de Knobbel opkomen in je benen. Een machtige borst, als een kroon op het hoofd van de Dellen. Maar je laat hem rechts liggen en steekt over: je moet door want een oude vriend verwacht bezoek.
Onderweg, op landgoed Tongeren, zie je een hand die grijpt naar het onvatbare. Maar in zijn machteloosheid wordt het grijpen wijzen: zie het blauw en het eerste wolkenwit dat voor de zon kruipt. En je denkt: het wit zal grijs worden en zwart, en regen valt in de duisternis op de vingers en druppelt uit haar starre greep. Zoals alles wat je wilt vastpakken je ontglipt en onherkenbaar verandert. Nee, dan heb je meer aan oude vrienden.
Je fietst een brugje over en daar ligt hij, rustig wachtend. Strak spiegelt hij als begroeting je bewegingen op het asfalt. En je denkt: lang niet gezien en verzint excuses. De wind stond niet goed, mompel je zacht tegen het water links van je. Drie zwanen zwemmen zwijgend naar de rietkraag. Pas als je omkijkt, zie je het antwoord terug in de sluierwolken die voor de zon schuiven. De Vecht trekt 's zomer nu eenmaal meer, probeer je nog. Maar uitvluchten zijn overbodig. De wind blaast je naar huis, over de rechte lijn met zachte bochten. En je denkt: eigenlijk ben ik al thuis.

17 november 2009

Eetbaar of niet?

Wie in deze tijd van het jaar nog paddestoelen in de supermarkt koopt is gek of bang. Overal schieten oesterzwammen de grond uit en eekhoorntjesbrood is beschikbaar in hoeveelheden vergeleken waarmee de wonderbaarlijke vermenigvuldigingen in het niet vallen. En dan heb je nog tal van andere al dan niet eetbare soorten. Want dat is natuurlijk het probleem: welke is eetbaar? Is het gezwel dat uit bovenstaande boom steekt geschikt voor consumptie? Zo ja, dan moet u even naar De Dellen rijden waar ik dit exemplaar vanmiddag aantrof. Er groeiden vier van deze houtige joekels aan deze ene stam, dus dat is zeker een kilo eiwitrijk voedsel als het hier een lekkere paddestoel betreft.
En die dakjes hiernaast? Delicatesse of puur vergif? Te vinden naast het fietspad tussen Epe en Heerde, een stukje bosinwaarts. Ik heb even mijn paddestoelenboekje geraadpleegd en ik vrees dat het bij de exemplaren op bijgaande foto's gaat om een tonderzwam en dennenmoorder. Bij het kopje 'eetbaarheid' staat bij beide soorten vermeld 'ongenietbaar'. Niet giftig derhalve, maar dus ook niet erg smakelijk. De tonderzwam (linksboven) werd volgens mijn gidsje vroeger wel gebruikt om vuur mee te maken, dus als u een open haard heeft dan moet u toch even op de racefiets springen: hij schijnt een 'aangename, fruitige geur' te verspreiden.
En denk nu niet dat ik na elk fietstochtje een bidon vol paddestoelen mee naar huis neem. Ik ben weliswaar niet gek maar wel bang.

15 november 2009

Nattigheid van onder

Een groot nadeel van fietsen in de herfst is de nattigheid. De nattigheid van boven is dankzij de buienradar nog tot aanvaardbare proporties terug te brengen, maar de nattigheid van onder is onontkoombaar. De wegen blijven nat, plassen gaan niet meer weg, modder spat op bij elke omwenteling. Gevolg: na elk tochtje een gore fiets en enorm smerige kleren. Vanmiddag lukte het weer om de nattigheid van boven geheel te ontlopen, maar na een klein rondje van 33 kilometer langs Herfte, Lenthe (helaas met h), Hoonhorst, Dalfsen, Emmen en Wythmen zaten ik en mijn rijwiel onder de modder. Toch maar eens spatborden aanschaffen.

11 november 2009

Georg Elser

Zaterdag stond er een verbijsterend verhaal in deze krant. Het ging over Georg Elser die in 1939, helemaal in zijn eentje, de wereldgeschiedenis bijna een totaal andere wending had gegeven. Maar de bom waarmee de Duitse timmerman Adolf Hitler had willen doden, ging acht minuten te laat af. Hitler had die avond haast en daardoor overleefde hij de aanslag. Acht minuten! Ik kende het verhaal nog niet, maar het zette je automatisch aan het denken: wat als het Elser was gelukt?
Waarschijnlijk zou Duitsland ten onder zijn gegaan aan een interne machtsstrijd en zou de Holocaust nooit hebben plaatsgevonden. De Muur zou nooit gebouwd zijn en misschien zou Stalin van de chaos gebruik hebben gemaakt om Duitsland binnen te vallen, en daarna Nederland. Ik ben benieuwd hoe de communist Albert Schwertman uit Finsterwolde (ook in de krant van zaterdag) dan had teruggekeken. Als een Held van het Nederlandse Volk? Of zou hij rücksichtlos zijn weggezuiverd?
En hoe zouden wij nu terugkijken op Georg Elser? Zouden we in de krant een bijlage hebben besteed aan De Aanslag, in plaats van aan De Muur? Waarschijnlijk niet. Ik denk dat Elser als een soort Volkert van der G. voortgeleefd zou hebben, als een eenzame gek die een omstreden politicus vermoordde. Hitler moest zijn grote gruwelwerk immers nog beginnen. Misschien dat in Israël een straat naar hem vernoemd zou zijn. Alhoewel, ook Israël zou dan waarschijnlijk nooit gesticht zijn.
Als het verhaal van Georg Elser ons iets leert dan is het wel dat het verleden net zo onvoorspelbaar is als de toekomst. We moeten het doen met het heden. Het kan geen kwaad om ons dat eens wat vaker te realiseren.

(Deze post stond gisteren als column in 'Dagblad van het Noorden'. Met fietsen heeft het niks te maken, maar dat geldt ook voor het weer van de laatste dagen.)

04 november 2009

Verslaafd

Het heeft even geduurd voor het besef doordrong, maar vandaag ontdekte ik dat het toch echt zo is: ik ben verslaafd. Ik kan niet meer zonder de racefiets. De hele dag heb ik naar buiten zitten kijken of ik al kon. Maar het regende en regende en regende. Een impulsieve aankoop van de complete, geremasterde Beatles hielp ook al niet (maar wat zijn ze mooi, die afgestofte opnames!). Het bleef knagen en ik werd steeds chagrijniger. Het verlangen naar de fiets drukte alles weg. Ik ben momenteel drie buitengewoon interessante boeken aan het lezen (Karl Barth, De brief aan de Romeinen; Augustinus, De Stad van God; Adrienne Mayor, The First Fossil Hunters), maar ook daar kon ik me niet toe zetten.
Om tien over vier zag ik en streepje blauw in de lucht en besloot ik toch maar te gaan, ook al is het tegenwoordig om vijf uur bijna donker en gaf de buienradar nog steeds overal buien aan. Eenmaal op het zadel veranderde mijn humeur op slag. Ik werd euforisch! Toen ik de Veluwe naderde jubelden hart en benen een loflied op de fiets, ook al was het 8 graden, hing rechtsboven een vervaarlijk donkere wolk en was mijn kont al zeiknat van al het water op de weg. Toen het donker werd (moeders, wees gerust: ik had lichtjes mee), steeg mijn stemming nog steeds. Geweldig, die Veluwe in de schemering! Ik ga goede lampen kopen en een klik-reflector! En zo'n fluorescerend hemd! En dan ga ik 's avonds fietsen! En ook 's nachts! Waarom heb ik dat niet eerder ontdekt, fietsen in het donker?

27 oktober 2009

Herfstvuur

Je fietst door het bos en opeens lijkt de wereld in brand te staan. Even geen naaldbomen meer langs de kant van de weg. En ook het lieflijke, geelgroene bladerdek dat net nog opvallend sappig en vol van leven oplichtte in de scherpe najaarszon is verdwenen. Het is nu alles fel oranje en diep donkerrood boven je en naast je. De zon geeft de bladeren een ongekende intensiteit en de weg verandert in een spoor van as in het brandende bos. Je denkt zelfs even te voelen dat het echt warmer wordt, maar de thermometer op je fietstellertje geeft nog steeds 15 graden aan.
Er lijkt geen einde te komen aan de overweldigende zee van stervend blad, die alle denkbare tinten rood en oranje in zich herbergt. En je denkt: wonderlijk, dat de naderende dood het leven zoveel kleur geeft. Alsof het stokken van de sapstromen een voorheen ongekende passie oproept, en de bomen en het struikgewas pas in hun jaarlijkse doodsstrijd alle registers opentrekken. Maar als je even stopt om het herfstvuur van dichtbij te bekijken, zie je dat de strijd eigenlijk al gestreden is: in de grote bladeren aan de struiken zijn gaten gevallen, het vuur vreet zichzelf van binnenuit op.
Een paar kilometer verderop dooft de vlammenzee langzaam maar zeker uit en verschijnen kleinere bladeren aan de bomen, met zachtere kleuren van verval. Links van de weg zie je plotseling een klein, vergeten maïsveldje, ontkomen aan het hakselgeweld, dat elders kale, zwarte velden heeft gecreëerd met vale kruisen als overblijfsels van het machinaal geknakte leven. Maar het slappe, vaalgele loof oogt futloos, alsof het niet weet hoe het op eigen kracht moet sterven. En je fietst verder en denkt: het einde komt voor alles en iedereen anders.

(Deze half-mislukte, melodramatische post zonder clou staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'. 't Is niet anders. En de foto geeft ook al niet weer wat ik bedoel. En ja, dat van dat 'machinaal geknakte leven' heeft u al eerder gelezen, maar de 'Dagblad'-lezers nog niet. Zoals mijn oud-collega Ger van Gelder in dergelijke gevallen altijd zei: Dat loopt dan even zo.)

25 oktober 2009

Zuurstokje en ik

Vanmiddag rond 16.15 uur fietsten zuurstokje en ik allebei tussen Wapenveld en Hattem. Alleen maar toch samen: zonder het te weten reed ik een paar minuten voor haar uit. Zij kwam uit Deventer, ik uit Heerde. Maar we zagen allebei het gat in de lucht boven de IJsselcentrale. En we stopten allebei om een foto te maken. U mag kiezen welke u het mooiste vindt.