31 augustus 2010

De blik omhoog


Zaterdag in Groningen, slingerende wegen.
De zon scheen maar buien dreigden.
Plaatsen met namen als Leegkerk en Enumatil.
(Ik moest naar Aduard waar vriendin M. een wedstrijd fietste; 't is niet anders.)
Met de blik omhoog zocht ik mijn weg.
Den Horn, Zuidhorn, Noordhorn, en nergens regen.
De wolken volgden een voorspelbare weg.
Den Ham, Briltil.
Ja, Briltil.
Het bleef droog tot Aduard.

19 augustus 2010

Een levende slang

Ha, een dode slang! Dat dacht ik tenminste toen ik vanmiddag vlak voor Wezep uitweek voor een gekruld schepsel dat roerloos aan de kant van de weg lag. Aangezien ik dode dieren verzamel, keerde ik onmiddellijk om teneinde ook deze vangst voor de eeuwigheid vast te leggen. Om vervolgens te bemerken dat dit beest niet dood was, maar lekker van de warmte aan het genieten was op het asfalt. Hij keek me aan en stak zijn tong een paar keer uit. Of beter: zij. Want de oplettende lezer heeft natuurlijk allang gezien dat het hier om een hazelworm gaat van, gezien de strepen, de vrouwelijke kunne (strikt genomen is het geen slang maar een pootloze hagedis, want dat is zo'n beest nu eenmaal, maar hij ziet eruit en beweegt als een slang).
Omdat mevrouw de hazelworm op een nogal gevaarlijk plaats lag - auto's en fietsers bedreigden voortdurend haar leven - probeerde ik de zonaanbidster van de weg af te leiden, maar Hazeltje was tamelijk hardleers. Pas toen ik echt dichtbij kwam met mijn camera trok ze zich tergend langzaam terug van het asfalt en kronkelde ze richting een beschermend dek van afval en rotte bladeren.

11 augustus 2010

De bramen zijn rijp

Nou ja, niet allemaal. Maar aan de struiken die ik vanmiddag in de Noordoostpolder passeerde, vlakbij Kraggenburg, hingen heel grote, diepdonkerrode. Dus ging het water uit de bidon en de bramen erin. Inmiddels staan er vier potjes bramen-frambozenjam op het aanrecht (die frambozen lagen nog in de vriezer, vandaar). Heeft het toch nog enig nut, al dat gefiets.

08 augustus 2010

Stoplichtscène

"'Weg!', zei ik. Weg! En je hoeft nooit meer terug te komen.' Nou, ik heb haar ook nooit meer terug gezien." De vrouw stond te wachten bij een stoplicht in Zwolle, fiets tussen de benen. Ze had het tegen een zwijgende man, die naast haar een beetje voor zich uit zat te staren. Hij was zo groot dat hij niet af hoefde te stappen. We wachtten tot het licht weer op groen sprong. "Woest was ik. Ja, mijn hele huis naar de kloten! 'Weg!', zei ik. 'Weg!' Goh, wat was ik kwaad. Na tweeëneenhalf jaar... Betweterd." Ze had zwart geverfd haar, een ring door de neus en een ring door de lippen, waardoor haar accent niet makkelijk te duiden was. Tot ze 'betweterd' zei dan. Waar ze het over had werd me niet duidelijk, maar ze was nog steeds kwaad. Ontzettend kwaad.
Nee, doe mij toch maar het Overijsselsch Kanaal met zijn bloeiende Sint Jacobskruid (of wat dat gele spul ook mag wezen).

02 augustus 2010

Terug naar het Hogeland

In 1994 kocht ik mijn eerste racefiets, een Peugeot Champagne. Dat was toen al een oud model, maar hij was goedkoop en veel geld had ik niet. Ik woonde in de stad Groningen en ontdekte die zomer het Hogeland. Oneindige vlaktes met ergens aan de horizon altijd wel een kerktoren. Rogge, tarwe, aardappels en vlas op het land. Verlaten boerderijen en prachtige wierdedorpjes zonder nieuwbouwwijken. En het Reitdiep dat daar majestueus doorheen kronkelde. Vier of vijf zomers lang duurde mijn eerste fietsperiode. Toen hing ik mijn Peugeot op in de schuur om hem er in de jaren daarna nog maar een enkele keer uit te halen. Waarom? Ik weet het niet meer. Maar wat voor altijd in mijn geheugen gegrift stond, was de kale, verlaten schoonheid van Noord-Groningen.
Oostum, met de klim naar het kerkje, een van de weinige bulten in dit vlakke land. Warfhuizen, waar ik elke keer als ik er doorheen fietste dacht: Hier wil ik ooit wonen. Zoutkamp, waar ik altijd een haring at bij de viskar in het haventje. Kloosterburen, Kruisweg en Kleine Huisjes, waar de katholieken woonden. Ach, Kleine Huisjes... Ooit sprak ik daar Luurt Huizenga, een oomzegger en naamgenoot van mijn hardloper. Hij was al ver in de tachtig en haalde aan het begin van de avond in de tuin van zijn boerderij herinneringen op aan zijn legendarische oom. De rimpels in zijn gezicht kregen extra tekening in het scherpe licht van de ondergaande zon. 'Het waren andere tijden', zei hij, steeds maar weer. Ja, het waren andere tijden.
Zaterdag was ik even terug in Noord Groningen. Ik logeerde in Wehe-Den Hoorn en maakte een rondje op de racefiets. De motregen ging langzaam over in echte regen en bedekte alles met een grijze waas. En toch dacht ik weer: Hier wil ik ooit wonen. Misschien is het de roep van de uitgestrektheid, die alles in perspectief zet. Of de kaarsrechte bomenrijen, die je alleen hier ziet. Hier word je genadeloos geconfronteerd met je eigen nietigheid. En hier is rust. Stilte. Het eerste dat me opviel waren de verschillende gewassen op het land. Bij ons is bijna alles snijmaïs, maar in Groningen wisselen rogge, tarwe, vlas, aardappelen en spelt elkaar af en is maïs in de minderheid. Helaas zijn er ook van die lelijke witte windmolens gekomen, achter de dijk bij Hornhuizen, waar de echte vlakte begint, richting de Wadden. Dit vlakke land was ooit water. Misschien was dat nog wel wat me het meest verbaasde: naast heel veel kraaien vlogen hier ook meeuwen. Afgedwaald, of gelokt door de roep van de in de klei verzonken zee.

20 juli 2010

Moe

Dat was dus iets te veel allemaal. Gisteren, tijdens mijn eerste vlakke ritje over de Veluwe en langs de IJssel, kreeg ik de trappers niet rond. Hondsmoe. Geen kracht. Geen zin. Warm. 't Was niks. En dan was daar nog die bij, die meende me in mijn nek te moeten prikken, bij Wapenveld. Tot overmaat van ramp bleek mijn tellertje ook nog kapot, dus gemiddelde snelheden en andere gegevens van deze vlakke lijdensweg kan ik niet geven. Gelukkig hebben we de vakantiefoto's nog.

18 juli 2010

Klimmen (2)

Sattelegg (top op 1192 meter): 11,7 km, 6,4 % gemiddeld
Naters-Blatten (top op 1326 meter) en hoger naar Taätsche (1800 meter) en Egga (1647 meter): 7,5 km, 8,5 % gemiddeld en dus nog langer en zwaarder
De Klim der Klimmen (top op 1327 meter): 7,5 km, 8,5 % gemiddeld
Il Mottarone (top op 1490 meter): 16,6 km, 6,6 % gemiddeld
Madonna del Sasso (top op 638 meter) en hoger naar Monte di Prerro (951 meter): 5 km, 7,1 % gemiddeld en later gruwelijke pieken tot ruim 20 %
Campello Monti (top op 1305 meter): 19,1 km, 5,2 % gemiddeld
Luzzogno (top op 690 meter): 2,5 km, 7,8 % gemiddeld
Alpe d'Huez (top op 1815 meter): 13,2 km, 8,1 % gemiddeld
Col de la Machine (top op 1011): 17,5 km, 4 % gemiddeld
Col de Tourniol (top op 1145 meter): 12 km, 6,1 % gemiddeld
Col de l'Echarasson (top op 1146 meter): 12 km, 7,4 % gemiddeld

Ruim 13.000 hoogtemeters in ruim 220 klimkilometers (met een gemiddeld stijgingspercentage van 6 procent derhalve) bij temperaturen van boven de dertig graden. Dat was een fijne vakantie.

27 juni 2010

Dans dans dans

In Limburg is dus wel graan. Ik zag gisteren meerdere varianten. En aardappelen dus. Prachtig land, Limburg. Ik fietste er wat in het rond vanwege het NK, waar vriendin M. het heel goed deed. En ik ontdekte een halve Doodeman in het dal van de Geleenbeek: tussen Spaubeek en Puth gaat links een weggetje omhoog naar Sweikhuizen (ja, we zijn echt nog steeds in Nederland). Het is zelfs een officiële route van het ANWB-fietsnetwerk. Dat moet het werk zijn geweest van een sadist met een hekel aan oude mensen. Want de argeloze zeventigjarige die hier omhoog probeert te fietsen valt gegarandeerd binnen tien meter om. Het gaat meteen met elf procent omhoog en komt driehonderd meter lang niet meer onder dat percentage. Heerlijk dansen als voorbereiding op de Furkapas, derhalve. Dans dans dans dus (Dansu dansu dansu). Maar dat is meer voor in de tuin.

25 juni 2010

Wuivend graan en stramme kuiten

Wonderlijk. In de wijde omgeving van Zwolle is bijna geen graan meer te vinden. Overal staat maïs dat in deze tijd nog maar een decimeter hoog is maar de wereld alweer danig vergroent. Ik wil meer goudgeel, wuivend graan! Zoals dit verborgen veldje tussen Raalte en Elshof (ja, die foto is bewerkt, iets dat ik normaal nooit doe, maar 't was niks; niet dat het nu wel iets is, maar goed). Ik wil overigens ook minder stramme kuiten.

14 juni 2010

Heino, lang geleden

Het moet 1978 geweest zijn. Of het toen ook al De Schaarshoek heette, weet ik niet. En die nep-straaljager? Hing die er al? Ik twijfel en zie vage beelden van vroeger opduiken in mijn hoofd. Er lopen nog steeds kinderen rond, net als in 1978. 'Summercamp' staat op de borden in Heino die naar het kamp leiden. Dat was in de jaren zeventig nog niet zo. Toen heette een summercamp nog gewoon een zomerkamp. Ik was er met de eerste klas van mijn middelbare school, het Pascal College uit Zaandam. Een schoolreisje van vijf lange dagen. Hans L. en Rina D. waren de populairste kinderen van de klas. Ik was zo'n jongetje dat er bij hing. Verlegen, stil, op zichzelf. Alleen op het voetbalveld liet ik me soms gelden.
Ik fiets door Heino en probeer het dorp te bekijken vanuit mijn herinneringen van 32 jaar geleden. De straten, de huizen, het spoor. Soms vang ik een glimp op van mezelf en zie ik dat jongetje van 12 jaar weer lopen. Bij de kerk in het dorp, langs de winkels, op het landweggetje waar we een avondwandeling maakten met de klas, over de weg naar Het Nijenhuis. En even voel ik de verlatenheid van de heimwee weer. Verschrikkelijk vond ik dat schoolreisje. Wie ooit kinderheimwee heeft gevoeld, weet waar ik het over heb. Bittere ellende en wanhoop over de tijd die restte tot de terugkeer. Diepe, onbegrepen eenzaamheid, dat vooral. Een dag heb ik me ziek gehouden en bleef ik alleen achter in die donkere barakken, waar onze slaapvertrekken waren. Die deprimerende onderkomens staan er nog steeds, zie ik, net als die gruwelijke kantine.
Ik fiets verder en hoor de kinderstemmen achter me vervagen. Als ik de afslag naar Raalte neem, bevind ik me opeens in het landschap van 32 jaar geleden. Een verlaten klinkerweggetje, dezelfde sfeer, dezelfde kleuren, hetzelfde gevoel van triestheid en verlatenheid. Maar nu vermengd met een gevoel van treurnis over het onstuitbare verglijden van de tijd. Een half leven is voorbijgegaan sinds die dagen op De Schaarshoek. En dat geldt voor iedereen van toen, in Heino, lang geleden.

04 juni 2010

Een streep zonder einde

Soms is fietsen in Nederland net zo mooi als in de bergen. En soms zelfs nog mooier, als je weet dat de stilte komt. Zoals langs het Overijsselsch Kanaal. Je hebt er een paar van die schaarse plekken zonder mensengeluid. En als je daar dan stopt, hoor je veel: kwakende kikkers, ruziënde rietzangers, het gekras van een kraai, plonzende vissen, gezoem. In de verte zie je een blauwe truck geluidloos langs de horizon bewegen, terwijl er een libelle op je been landt. Achter je en aan de overkant strekken de landerijen zich uit. Een landschap dat is gevormd door mensen, maar dat de mens tegelijk rigoureus overstijgt, in het kleine en in het grote. Vliegende kevers, minuscule vliegjes om je heen, zwaluwen die op jacht zijn boven het wateroppervlak, en overal bloeiende bloemen. Paars, geel, wit, rood, groen. Daarboven de blauwe lucht met zijn belofte van oneindigheid en de brandende, machtige zon. De optrekkende warmte die zich als een deken om je heen krult. Het zijn momenten dat je je opgenomen voelt in een geheel dat zich aan de logica onttrekt en alles overstijgt. Helemaal alleen en verbonden met alles om je heen, in totale nietigheid. Alsof je liefdevol wordt opgenomen door een eeuwige, alomvattende hand die alles vasthoudt en één maakt, maar tegelijk alles door de vingers laat glippen in oneindige verscheidenheid en complete vrijheid. En als je verder fietst, hoop je dat het kanaal voor altijd doorloopt, als een streep zonder einde.

02 juni 2010

De Burgemeester Honcooplaan is geen Croix de Fer

De Veluwe is natuurlijk maar een rimpeltje in het landschap. Ontstaan door de stuwende kracht van een gletsjer tijdens een van de laatste ijstijden. Nog geen half miljoen jaar oud. Nee, dan zijn de Alpen andere koek. Honderd keer ouder en ontstaan door de immense krachten binnen in de aarde. Het verschil is te zien en je voelt het ook in de benen. Toch heb ik vandaag nog zo'n 430 hoogtemeters overbrugd tijdens mijn tochtje van ruim 130 kilometer over de Veluwe. Met de Burgemeester Honcooplaan als belangrijkste col: 30 meter hoogteverschil in een paar honderd meter. Merkwaardig genoeg ging ik minder hard omhoog dan vorige week tijdens de laatste kilometers van de prachtige Col de la Croix de Fer, toen ik een fijn ritme te pakken had. En eenmaal boven zag ik geen skiërs. Ook geen sneeuw trouwens.
Ik crosste vandaag kriskras over de Veluwe om mijn lieve vriendin M. te zien koersen. De Parel van de Veluwe stond op het programma en ik zag M. maar liefst vier keer langskomen: op de Knobbel, bij Hulshorst en twee keer in Harderwijk. En wat doe je dan, als het peloton langsraast? Het tafereel vastleggen voor de eeuwigheid op een schitterende actiefoto. Helaas. Je klikt te vroeg. Je klikt tegen de zon in. Je klikt te laat. Het apparaat stelt scherp op een boom in plaats van op renners. Het hele plaatje blijkt bewogen. Of je blijkt zomaar twee toeschouwers met tegengestelde belangen voor de lens te hebben gehad, terwijl er nog net een vage kont uit beeld rijdt.

01 juni 2010

Col de la Morte

Bovenop de Col de la Morte staat een bord, zoals op alle cols. Maar op de Morte hangt er een rond blauw bordje bij met de tekst: 'Stationnement en long obligatoire'. Het is een combinatie waar je vanzelf over na gaat denken.
Het is geen fijne berg, de Col de la Morte. De top is maar 1368 meter hoog, maar de klim begint al op 370 meter hoogte. Vijftien kilometer lang is de Berg des Doods. Nergens wordt hij echt steil, maar er zijn ook geen vlakke stroken om op adem te komen. De dood is alleen te bedwingen via de weg der geleidelijkheid en dat betekent in dit geval stijgingspercentages die voortdurend tussen de zeven en acht procent schommelen. Alleen helemaal onderaan en bovenop de top vlakt hij af, waardoor het gemiddelde op 6,5 procent blijft steken.
De klim gaat grotendeels door bos, waar het in de zon toch verraderlijk warm kan worden. Wij beklommen de Morte 's ochtends, maar waanden ons af en toe in het vagevuur. Medeklimmer H. dook halverwege zelfs in een bergbeekje om af te koelen. Boven waaide echter een koele wind. En gelukkig was er een koffietentje dat crêpes serveerde. Alle tijd om dat ronde blauwe bordje te bestuderen. Volgens mij betekent de tekst: 'Lang verblijf verplicht', wat natuurlijk heel toepasselijk is op de Berg des Doods, al is het wel wat frustrerend. Heb je net de dood overwonnen, mag je niet verder.
Het bord ziet er niet uit als een flauwe grap. Maar een regulier verkeersbord is het ook niet. Misschien is het er wel opgehangen om passanten tot nadenken te dwingen. In Frankrijk doen ze immers nog aan filosofie en besteden ze wél aandacht aan de geestelijke en culturele ontwikkeling van het volk.

(Wij zijn na de koffie en de crêpes overigens natuurlijk gewoon verder gefietst. Zoals het hoort, volgde na het overwinnen van de Berg des Doods een hemels mooie tocht door de vallei van de Roizonne. Via het pittoreske bergdorpje Oris-en-Rattier daalden we over verlaten wegen door bloeiende alpenweiden af naar Valbonnais. Vanaf daar fietsten we terug door de zo mogelijk nog mooiere vallei van de Malsanne, waar woeste berghellingen en Heidi-land tot een fraaie, bijna onwerkelijke synthese zijn gekomen. Via de prachtige Col d'Ornon, waar de bomen in mei in duizend kleuren groen blad dragen, keerden we huiswaarts naar Les Sables. Een route van bijna 100 kilometer en een van de mooiste fietstochten die ik ooit gemaakt heb.)

30 mei 2010

Klimmen

Zes dagen in de alpen:
- 432 kilometer gefietst
- 149 kilometer geklommen
- 8967 hoogtemeters overwonnen
- gemiddeld stijgingspercentage 6,01 procent
- gemiddelde snelheid plusminus 22 kilometer per uur
Bedwongen bergen van naam:
- Col d'Ornon (de makkelijkste, van beide kanten)
- Col de la Croix de Fer (de beroemdste)
- Col de la Morte (de zwaarste)
- Alpe d'Huez (vanaf Alemont tot Huez)
- La Bérarde (de mooiste)
- Col de Sarenne (de meest legendarische; zie foto)
Conclusies: ik kan beter klimmen dan vorig jaar, maar het dalen is nog minder geworden. 't Is niet anders. Later meer.

14 mei 2010

Vier op een rij

Dat een zo'n jonge stier denkt: 'Ach, laat ik eens op die hoop grond gaan staan die mijn baas daar heeft opgeworpen', dat begrijp ik nog wel. En dat zijn broertje vervolgens een kijkje komt nemen, dat snap ik ook nog. Maar dat vier van die pinken die hoop beklimmen en daar vervolgens zij aan zij op blijven staan, daar kan ik dus niet bij. En dan vervolgens ook nog een beetje met zijn allen dom naar een voorbijkomende fietser gaan staan staren! Wat bezielt die beesten? Niks waarschijnlijk. Een beetje lekker staan, met je hoeven in de zwarte aarde. Wat moet je anders, als jonge stier zijnde? Nou, lekker op de grond in het gras liggen bijvoorbeeld, zoals die andere twee, achter die hoop grond.

13 mei 2010

Houtverlangen


Ik wil naar het hout. Maar de wind staat verkeerd. Noordwest in plaats van oost. En het hout ligt in het Salland, natuurlijk. Wat nu? 'It don't hurt anymore', zingt Johnny Cash. De meest logische windoptie is Kampereiland. Maar daar is geen hout. En de polder is deprimerend als het zo bewolkt is. 'It's water; cool, clear water', zingt Johnny (of zingt-ie 'cruel'?). Die industrie bij Kampen en Hasselt. Mastenbroek, het lelijkste stuk land hier in de omgeving. Ik wil bruin, oranjeachtig hout! 'I dreamed that all the world agreed to put an end to war', zingt Johnny. De Weerribben kan ook, natuurlijk. Maar daar was ik zondag al. Boswachterij Staphorst dan? Hout alom! En dan door naar het graf van mijn hardloper. Maar dan heb je dat vervelende stuk bij Nieuwleusden. 'Until we meet again', zingt Johnny. Of toch maar thuis op de bank? Verder lezen in Numeri. Of The Old Way. Eerst maar een cappuccino.

11 mei 2010

Schijngevechten over doping

Er is weer eens een dopingdiscussie losgebarsten. Karl Vannieuwkerke en Maarten Ducrot hebben er zelfs ruzie over. Zwart-wit gesteld komt het hierop neer: Karl de Dopingheilige tegenover Maarten de Dopingrealo. Zoals gebruikelijk zijn het weer schijngevechten die gevoerd worden en komt de fundamentele discussie niet aan bod. Daarom op deze plek maar eens een herplaatsing van een opinieartikel dat ik negen jaar geleden schreef, toen ik nog wielerjournalist was van het Nieuwsblad van het Noorden. Nog steeds actueel en het kan prima als eerste aanzet dienen voor een fundamentele discussie. Wel even doorbijten want het is een lang verhaal. En vergeet ook het naschrift niet te lezen!

DE WANKELE BASIS VAN HET DOPINGVERBOD (NvhN, juli 2001)
De discussie over doping is weer in alle hevigheid losgebarsten na de recente schandalen in de Giro d'Italia en het verhoogde nandrolon gehalte bij Edgar Davids en Frank de Boer. Terwijl de voetballers nog op de nodige clementie mogen rekenen in de publieke opinie, worden de wielrenners als vanouds behandeld als zondaars en criminelen. Want dopinggebruik is een misdaad tegen de sport, zo is de algemene opvatting. En wie voor vrijgave van doping durft te pleiten, is al bijna even erg. Joop Atsma, voorzitter van de Nederlandse wielerbond KNWU en Tweede Kamerlid voor het CDA, stelde zelfs onlangs in het tv programma Rondom Tien, voorstanders van vrijgave medeverantwoordelijk voor de dood van dopinggebruikers. Maar waarom is het gebruik van doping nu eigenlijk zo verwerpelijk?
Argumenten
Het verbod op dopinggebruik in de sport wordt doorgaans met twee inhoudelijke argumenten (of afgeleiden ervan) gerechtvaardigd: (1) dopinggebruik is oneerlijk en (2) dopinggebruik is schadelijk voor de gezondheid. Waarheden als koeien waar weinig op af lijkt te dingen, zo op het eerste gezicht. Maar hoe sterk zijn deze argumenten werkelijk?
Oneerlijkheid in de sport begint al in de genen. De ene sporter heeft meer talent dan de andere. Iemand die 2.10 meter lang is, is als basketballer een stuk beter af dan iemand die 1.60 meter lang is. En als skiër kun je beter in Zwitserland wonen dan in Nederland. Ongelijkheid in aanleg en prestatievermogen is de basis van alle sportactiviteiten. Als iedereen precies hetzelfde zou kunnen, zou er geen competitie mogelijk zijn.
Maar vergroot dopinggebruik de al bestaande verschillen dan niet? Ja, maar doping is allerminst het enige middel waarmee sporters hun natuurlijke grenzen pogen te verleggen. Trainingsarbeid, hoogtestages, hogedruktenten, speciale voeding, materiaalontwikkeling, medische begeleiding; in de topsport blijft geen middel onbeproefd om prestaties te verbeteren. Zijn die middelen eerlijker dan doping? Waarom zou je op basis van een streven naar eerlijke krachtmeting doping wel verbieden, terwijl ondertussen de ene sporter tien keer zoveel geld ter beschikking heeft voor begeleiding en materiaal dan de andere? Kortom, waarom de grens leggen bij dopinggebruik? Het feit dat dopinggebruik de capaciteit van sporters om een bepaalde prestatie te leveren vergroot, kan niet als zodanig als geldig argument voor het verbod op doping worden gebruikt.
Gezondheid
Dat het gebruik van doping schadelijk kan zijn voor de gezondheid behoeft geen betoog. De voorbeelden van dopingslachtoffers in de sport zijn legio: Tom Simpson, de epo-wielerdoden in de jaren '80, de voormalige Oostblok-sporters. Maar ook voor het gezondheidsargument moet je je afvragen of het een rationeel geldig argument is. Niet alleen dopinggebruik kan schadelijk zijn voor de gezondheid, ook overbelasting, overtraining en het voortdurend verleggen van de lichamelijke grenzen is geen gezonde bezigheid. Om nog maar te zwijgen van de gezondheidsrisico's die boksers, autosporters en motorsporters lopen bij het uitoefenen van hun sport.
Topsport is domweg geen gezonde bezigheid. Dus waarom zou om redenen van gezondheid juist dopinggebruik verboden moeten worden? Is het niet logischer om de gezondheidsrisico's van dopinggebruik over te laten aan de verantwoordelijkheid van de sporters zelf, zoals dat ook bij andere maatschappelijke activiteiten het geval is? Of een concertpianist tijdens een pianoconcours onder de betablokkers zit of niet, interesseert niemand. Dat hij of zij wint mede dankzij het gebruik van kalmerende middelen met schadelijke neveneffecten, zal ons worst zijn. Waarom de farmacologische beperkingen alleen opleggen aan atleten?
De prijs die betaald wordt voor het bereiken van de maatschappelijke top, op welk gebied dan ook, is een keuze die je als mens zelf maakt. Waarom zou een sporter die keuze niet mogen maken? Vanwaar het paternalisme van sportorganisaties? Als ondersteunend argument wordt nog wel eens aangevoerd dat het vrijgeven van doping zou leiden tot ongebreidelde farmacologische experimenten op alle niveau's, dus ook bij de breedtesporters. Los van de vraag of dat in sommige takken van sport niet al op grote schaal gebeurt onder het huidige dopingregime, werpt ook hier zich weer de vraag op: waarom de beperking tot een verbod op dopinggebruik? Waarom dan niet ook roken en alcoholgebruik verbieden?
Criminalisering
Het gezondheidsargument is bovendien ook om te draaien. Het huidige beleid bevordert de gezondheid namelijk ook niet echt. Het kan nu bijvoorbeeld gebeuren dat dokters bij de behandeling van zieke renners af moeten zien van de meeste effectieve medicijnen omdat deze op de dopinglijst staan. De waas van geheimzinnigheid die rond doping hangt en de criminalisering ervan, leidt bovendien tot levensgevaarlijke experimenten, die wellicht te voorkomen zijn met goede voorlichting en deskundig advies. Daarnaast heeft de nu al 30 jaar durende heksenjacht op doping getuige de zich aaneenrijgende serie van dopingschandalen weinig tot niets opgeleverd.
Het gebruik van middelen die op de verboden lijst staan, is ook allerminst per definitie schadelijk. Gebruik van bepaalde middelen kan de gezondheidsrisico's die de bovenmenselijk zware en zeer ongezonde inspanningen die door topsporters geleverd worden (zoals bijvoorbeeld het rijden van de Tour de France) zelfs aanzienlijk verminderen.
De twee belangrijkste argumenten die gebruikt worden ter legitimering van het verbod op doping zijn rationeel bekeken dus uiterst wankel. Waarom is het verbod er dan toch? Dat heeft alles te maken met de rol die sport in de huidige maatschappij speelt en de enorme commerciële belangen die ermee gemoeid zijn. Door de sponsors, de van sponsors afhankelijke grote sportorganisaties zoals het IOC en de FIFA, en de media wordt ons een ideaalbeeld van zuivere en eerlijke sport voorgeschoteld, waarbij topsporters een welhaast goddelijke verering ten deel valt.
Wondermiddel
Sport is na het wegvallen van de ideologische en religieuze zekerheden voor velen uitgegroeid tot het nieuwe wondermiddel dat de maatschappij bijeenhoudt. Zie de Oranje-gekte bij het voetbal en de stortvloed aan sportinformatie in de media. Daarnaast wordt sport door overheden gezien als middel tot het oplossen van allerlei maatschappelijke problemen; van de integratie van sociaal zwakkeren tot het stimuleren van de volksgezondheid. Sport is een hype geworden en de topsporter een rolmodel. En rolmodellen gebruiken geen doping.
Daarnaast is presteren en winnen op bijna alle maatschappelijke gebieden tot absolute norm is verheven. Dat, gevoegd bij de waanzinnige geldbedragen die tegenwoordig in de sportwereld rondgaan en de steeds hogere eisen die door media, publiek en sponsors aan topsporters worden gesteld, leidt onherroepelijk tot een verdere verwetenschappelijking van de sport, waarvan dopinggebruik slechts een onderdeel is. Dát is het werkelijke probleem; de dopingdiscussie versluiert een veel fundamenteler discussie.
Sport (en vooral topsport) is gewoon te belangrijk geworden, er gaat te veel geld in om, de commerciële belangen zijn te groot. En daar zijn we met zijn allen verantwoordelijk voor. Steeds geavanceerder dopinggebruik is net als de ontwikkelingen op het gebied van materiaal en trainingsmethoden inherent aan een wereld waarin het 'altius, citius, fortius' de norm is en mensen heel veel geld over hebben voor sport. De meest logische volgende stap is genetische manipulatie en of doping nu verboden blijft of vrijgegeven wordt, zal daar weinig invloed op uitoefenen.
Er is een tijd geweest dat zelfs trainen voor een sportwedstrijd ter discussie stond. En de discussie over de professionalisering van de sport (tot in de jaren tachtig mochten alleen amateurs meedoen aan de Olympische Spelen) ligt nog vers in het geheugen. Over een aantal jaren zal doping ook niet meer ter discussie staan en is topsport puur amusement geworden. Of we blij moeten zijn met al deze ontwikkelingen is weer een heel andere vraag. Maar het gaat niet aan om ons heiliger voor te doen dan we zijn, zoals nu in de discussie over dopinggebruik maar al te vaak het geval is.

Job van Schaik

NASCHRIFT
Denk nu niet: 'O, die vriendin van hem slikt dus ook'. Want de hierboven genoemde rationele overwegingen leiden er voor mij allerminst automatisch toe om te zeggen: Slik er maar lekker op los, allemaal. Het artikel is slechts een kader waarbinnen de discussie volgens mij op een meer zinvolle manier gevoerd kan worden. Ik heb de oplossingen ook niet voorhanden.

09 mei 2010

Een Twingo in het water

Het begon met een foto van een Renault Twingo die als een Jezus-auto op het water stond. Raar, dacht je. En: wat een mooi beeld, zo'n zeeblauwe auto in/op een meertje tussen de bomen. Een korte zoektocht op internet leidde naar de website van het kunstenaarsduo Peter Veen en Saskia Boelsums uit Nieuw-Schoonebeek. Daar stond dat de Twingo onderdeel was van de installatie Lekker thuis die deel uitmaakte van het kunstproject Out of Space in natuurgebied Rottige Meente, in Nijetrijne.
Maar, zo waarschuwden Veen en Boelsums in hun begeleidende tekstje, ga vooral niet kijken naar ons kunstwerk: 'Blijf lekker thuis, maak het gezellig. Leer desnoods je buren kennen.' Want omdat we al overal met die ellendige auto's naartoe gaan, wordt het steeds drukker in Nederland, zelfs in natuurgebieden, waarschuwden ze. En daar hadden ze een punt. Maar ja, de buren kenden we al. Dan maar met de trein naar Wolvega, racefiets mee en door de wind naar Nijetrijne ploegen. Het eerste dat opviel, was de enorme drukte op de N351, in het verder lege Friese land. En dat op een frisse, bewolkte zondagmiddag.
Ook de parkeerplaats van Staatsbosbeheer bij Rottige Meente stond vol met auto's. Daar zat je dan op je fiets, met je goede bedoelingen. Vanaf de weg zag je de Twingo alleen in de verte, dus ploeterde je door de modder op je wielrenschoentjes naar de auto op het water. Daar stond-ie dan. Een van de velgen was al een paar centimeter onder het wateroppervlak verdwenen. Zou dat niet gaan roesten? "Kijk, de auto van Jezus", riep een mevrouw die langsliep. Toch maar even bellen met Peter Veen.
Nee, aan Jezus hadden ze niet gedacht. "Bedenk oplossingen voor de toenemende druk op de openbare ruimte", vertelde de kunstenaar. Dat was de opdracht die de organisatie van de kunstroute de deelnemers had mee gegeven. Ontregelen wilden ze met hun beeld. "We kunnen wel blijven zeuren over files, maar als we overal met de auto naartoe blijven gaan wordt het probleem nooit opgelost", vond hij. Daarom had hij zijn auto voor een half jaar op het meertje bij Nijentrijne geparkeerd en dwaalde hij daarna langs het riviertje de Linde lopend terug naar huis.
"Wonderlijk, de andere rol die je als wandelaar hebt, in zo'n landschap", constateerde hij. "Je bent heel zichtbaar en kwetsbaar." De tocht terug legde hij vast op film. En ja, ze hebben nóg een auto. "In Nieuw-Schoonebeek kun je niet zonder", vertelde hij. Jammer, maar je begreep het wel. En je ploegde terug naar de N351, stapte op de racefiets en ging langs drukke wegen ook terug naar huis. Met in je hoofd de tekst, die op het informatiebord bij de Twingo stond: 'Wat zou het een ruimte geven als we allemaal lekker thuis zouden blijven'.

(Deze post staat vandaag als reportage in 'Dagblad van het Noorden'. Op de terugweg naar Zwolle verliet ik gelukkig al snel de drukke N351 voor de prachtige dijkweg naar Ossenzijl, waarna het erg smalle en zeer bruggige fietspad tussen Ossenzijl en Kalenberg volgde en andere verlaten wegen door de Weerribben. Pas in Blokzijl werd het weer druk.)

05 mei 2010

Het land van de landskampioen

Zo ziet het er dus uit, Twente, het land van de landskampioen. Een gele zee van paardenbloemen (de pinksterbloemen zijn alweer uitgebloeid), ruimte en wolken. Gemeente Twenterand, vlakbij Den Ham. Bevrijd van de Randstad, ook op 5 mei. Aangename streek.

01 mei 2010

Wolkenverzamelaar

Sinds een jaar ben ik een wolkenverzamelaar. Toen kocht ik namelijk het prachtboek The Cloud Collector's Handbook van Gavin Pretor-Pinney. Daarin staat hoe je een wolkenverzameling kunt aanleggen. Hoe bijzonderder de wolk, hoe meer punten je ervoor krijgt. Ik moet me nog inschrijven bij de Cloud Appreciation Society maar dat gaat binnenkort gebeuren. Eerst nog even de verzameling uitbreiden. Op bijgaande foto - gistermiddag genomen vanaf de dijk bij Hattem - ziet u een fraaie combinatie van cirrus fibratus-wolken(goed voor 15 punten), met wat gewone stratocumulusjes (slechts 10 punten). Niks bijzonders, zal de ervaren wolkenverzamelaar meteen opmerken, maar door het halo-effect van de zon ken ik mijzelve een bonus van 25 punten toe. Dat zal Cloud Appreciation Society wellicht niet goedkeuren, maar dat is dan even niet anders.