Is er een verschil tussen wielrenners en fietsers? Natuurlijk, als je de sport in wedstrijdverband uitoefent, ben je een wielrenner ('Marijn fietst' is dus technisch gezien een onjuiste blognaam). Maar als je zelf, in je strakke pakje, recreatief op de racefiets zit, fiets je dan of wielren je? Bij toertochtjes in groepsverband lijkt het antwoord me ook duidelijk: kop over kop tegen de wind in stoempen doen alleen echte wielrenners. Maar wat als je, zoals ik gisteren, in het Vilsterse veld een landweggetje in fietst en, gezeten in het gras aan een slootkant, een kwartier tussen de boterbloemen en de libelle's naar de wolken aan de hemel staart? Ben je dan nog een wielrenner? Ik ben een eenzame fietser/wielrenner. Tegen de wind in mag ik graag aanpikken bij een groepje omdat dat nu eenmaal veel makkelijker fietst (nog liever rij ik in het zog van een tractor, zoals gistermiddag tussen Ommen en Hardenberg; moeiteloos rij je dan boven de 40 km per uur tegen de wind in, waardoor je je onmiddelllijk wielrenner voelt...). Maar over het algemeen fiets/wielren ik het liefst alleen. Je ziet veel meer van de omgeving (toch meer een fietser dus), het geeft je bij een zware tocht een heroischer gevoel (toch wielrenner), en je wordt helemaal teruggeworpen op jezelf. Het is een kwestie van karakter, denk ik: je hebt eenzame helden en helden die bij voorkeur in groepsverband opereren. Ik ben meer het type poor lonesome cowboy. Maar of ik daarmee nu meer fietser en minder wielrenner ben dan de keuvelaars die hun tochtjes bij voorkeur met medefietsers/-wielrenners maken...
31 mei 2009
Wanneer wordt fietsen wielrennen?
Is er een verschil tussen wielrenners en fietsers? Natuurlijk, als je de sport in wedstrijdverband uitoefent, ben je een wielrenner ('Marijn fietst' is dus technisch gezien een onjuiste blognaam). Maar als je zelf, in je strakke pakje, recreatief op de racefiets zit, fiets je dan of wielren je? Bij toertochtjes in groepsverband lijkt het antwoord me ook duidelijk: kop over kop tegen de wind in stoempen doen alleen echte wielrenners. Maar wat als je, zoals ik gisteren, in het Vilsterse veld een landweggetje in fietst en, gezeten in het gras aan een slootkant, een kwartier tussen de boterbloemen en de libelle's naar de wolken aan de hemel staart? Ben je dan nog een wielrenner? Ik ben een eenzame fietser/wielrenner. Tegen de wind in mag ik graag aanpikken bij een groepje omdat dat nu eenmaal veel makkelijker fietst (nog liever rij ik in het zog van een tractor, zoals gistermiddag tussen Ommen en Hardenberg; moeiteloos rij je dan boven de 40 km per uur tegen de wind in, waardoor je je onmiddelllijk wielrenner voelt...). Maar over het algemeen fiets/wielren ik het liefst alleen. Je ziet veel meer van de omgeving (toch meer een fietser dus), het geeft je bij een zware tocht een heroischer gevoel (toch wielrenner), en je wordt helemaal teruggeworpen op jezelf. Het is een kwestie van karakter, denk ik: je hebt eenzame helden en helden die bij voorkeur in groepsverband opereren. Ik ben meer het type poor lonesome cowboy. Maar of ik daarmee nu meer fietser en minder wielrenner ben dan de keuvelaars die hun tochtjes bij voorkeur met medefietsers/-wielrenners maken...
27 mei 2009
De Burg. Honcooplaan is geen Alpe d'Huez
Nee, natuurlijk niet, Maar dankzij Alpe d'Huez ging ik vandaag wel makkelijk omhoog. Even voor Hattem gaat hij de Veluwe op, vlakbij een weide, de Burgemeester Honcooplaan. Als het echt omhoog gaat, rij je het bos in. Dankzij mijn nieuwe hoogtemetertje met percentages ontdekte ik dat de laatste vijfhonderd meter van de klim constant 5 % stijgt. Totale hoogteverschil: 31 meter. Nee, dan de Alpe d'Huez. Vorige week donderdag was het zover na een rustdag. Eerst koffie op een terrasje in Bourg d'Oisans en daarna meteen, de spieren nog koud, de berg op.
Alpe d'Huez, 13,3 km, 8,1 % gemiddeld.
Het is 12.43 uur als ik met William over de rotonde rij; voor me Symen en John, achter me Geert-Jan en Stefan. Harm is z'n handschoentjes vergeten en moet terug naar het terras. William stopt even voor de klim begint ('even iets rechtdoen', zegt hij). Ruud heeft Les Deux Alpes gedaan als voorbereiding en pikt aan bij Harm als die opnieuw naar de voet van de alp rijdt, nu met handschoentjes.
We zijn begonnen: John en Symen voor me, Geert-Jan haalt me in, ik schakel meteen terug naar mijn kleinste verzet (30-25). Dit is het moeilijkste stuk. Ik haal Geert-Jan weer in, maar zie John en Symen van me wegrijden. Zoals verwacht. Maar de benen zijn opmerkelijk goed, merk ik al snel. Ik rij moeiteloos 11 km per uur op het steilste stuk. Na een paar bochten heb ik Symen al te pakken. "Je kunt nog een tandje kleiner", zeg ik tegen hem als ik hem voorbij fiets. Een paar honderd meter voor me rijdt John. 'De Klepper' is de beste klimmer van ons groepje (na Ruud natuurlijk, maar die startte later). Een aangenaam rustpunt. Het gaat lekker, al vraag ik me wel af waar de anderen blijven. Symen reed hier, net als John, ooit binnen het uur omhoog, Harm had 1 uur 20 staan en Geert-Jan 1.10. Mijn doel vandaag: binnen anderhalf uur. Dus waar blijven ze?
Na een bocht of acht komt John steeds dichter bij. Wat gebeurt hier? Niemand die me inhaalt. Valt erg mee die klim, denk ik. Maar het is warm. Elke bocht drink ik wat. Volgens mij heb ik vandaag superbenen! Iets voor de helft haal ik John in. "Maak je niet ongerust", zeg ik tegen hem. "Ik stort nog wel in elkaar." Want dit kan niet goed blijven gaan, denk ik. Ik rij moeiteloos 12 km per uur, zie ik op mijn tellertje. En dat kan ik helemaal niet op zo'n klim.
Maar ik kan het vandaag wel. Niemand die me voorbijkomt, zelfs Ruud niet. Als ik de laatste bocht voor het dorp neem kan ik een paar bochten naar beneden kijken: niemand te zien. Geen John, geen Ruud, geen Harm, geen Geert-Jan. William was even daarvoor wel langszij gekomen. Bij Eric in de auto, opgegeven na twee bochten. Ik ga winnen! En ruim ook! Ik duik het tunneltje in maar heb geen flauw idee waar ik nu heen moet. Het is nog ongeveer een kilometer naar de finish weet ik, dus ik neem een weg omhoog. Na een paar helse bochten nadert het einde van het dorp. Ik herken het niet, maar hier zal het wel ongeveer zijn. Ik stop op een parkeerplaats. Het is 13.53 uur. In 1 uur en 10 minuten naar boven gereden met een gemiddelde van bijna 12 km per uur. Wonderen bestaan.
26 mei 2009
De Franse Alpen, deel 2: Col de la Croix de Fer
Col de la Croix de Fer vanaf Allemont; 27,5 km, 4,7 % gemiddeld (tussen km 12 en 14 gemiddeld ruim 11%)
Op de tweede dag (vorige week dinsdag) belandden we tussen de marmotten op de Croix de Fer. Fantastische klim! Loodzwaar in het begin door de hitte in de bossen, waarna een fijn terras wachtte bij de creperie van Rivier d'Allemont. Daarna de prachtige kronkel in de vallei, met een steile afdaling en een steile klim naar het stuwmeer en vervolgens vergezichten, sneeuw en marmotten in de 'eenvoudige', laatste kilometers naar 2057 meter.
25 mei 2009
De Franse Alpen, deel 1: Col de Sarenne
Col de Sarenne via Mizoen; 12,8 km, 7,8 % gemiddeld met een piek van 13,5 %
Op de eerste dag in de Alpen (vorige week maandag) dachten we te beginnen met een rustige beklimming door Alpe d'Huez 'van de makkelijke kant' te doen. Wie dat 'makkelijk' erbij bedacht had, weet ik niet meer, maar na de koffie in Freney d'Oisans (bereikt via een klim met 250 hoogtemeters die ook al aardig in de benen sloeg) begon een helse klim over vooroorlogse wegen. Ik schreef er de volgende column over voor Dagblad van het Noorden:
Col de Sarenne
Waarom doe je dit, denk je voor de tiende keer. Je hoort een donderslag in de verte en zet nog maar eens aan. Je fietst in de bergen, de handen losjes op het stuur, zweet druppelt van je gezicht op je tellertje. Het stijgingspercentage loopt weer op naar tien procent, zie je tot je verbazing. Dit zou toch een rustig ritje worden om te wennen aan de alpencols? Maar er zit nog tempo in: 10,8, 11,0, 10,8, 11,2 km per uur zegt het apparaat op je stuur, ook al barst je hart bijna uit elkaar.
Om je heen een desolaat landschap. Overal rotsen en kale hellingen, en geen mens te zien. Dit is een col uit de oertijd, schiet door je heen. Steenlawines hebben gaten in het wegdek geslagen en overal liggen rotsblokken en stenen waar je tussendoor slalomt. En je denkt: waar is die top in godsnaam? Toch niet bij die masten, die je vanuit je ooghoek een paar honderd meter hoger op een bergkam ziet staan? Opeens zie je honderd meter onder je een van je fietsmaatjes languit naast de weg liggen, uitgeput. Maar teruggaan is geen optie: nergens een plek om te schuilen als het noodweer losbarst.
Waarom doe je dit, denk je weer. Maar als je eenmaal boven staat tussen de sneeuw, bij die masten, en de koude wind om je oren suist op 1999 meter hoogte, weet je het weer. Bergop fietsen is een oerinstinct, een mythische reis naar het onbekende. Je wordt gedreven door dezelfde drang die je voorouders tienduizenden jaren geleden Afrika deed verlaten.
En je gaat weer verder in je eigen heldenverhaal. Over rampzalig slechte wegen naar beneden, door een riviertje heen, tot je bent afgedaald naar Alpe d'Huez en de weg weer glad wordt. En je denkt: weer een berg veroverd op de wereld.
Naschrift. Ik heb een theorietje: wielrennen is geen sport, maar een verhaal; het is geen spelletje, maar een afspiegeling van het leven zelf. Dat maakt het tot de mooiste sport (ook al is het dat dus niet) op aarde, zowel in wedstrijdverband als recreatief. Bij wedstrijden gaat het verhaal over winnaars en verliezers, helden en hun helpers, verslagenen, strijd, bedrog en complotten. De toerfietser schrijft zijn eigen oerverhaal. Elke tocht is een queeste, waarin de toerfietser de wijde wereld in trekt om zijn horizonten te verbreden. Zoals de held in een verhaal zijn vertrouwde wereld verlaat en op zoek gaat naar datgene wat de verstoring van de orde in zijn thuiswereld kan herstellen, zo verlaat de toerfietser keer op keer zijn huis om zijn verstoorde innerlijke orde te herstellen (of zichzelf terug te vinden) tijdens zijn tochten. En zoals je een goed verhaal steeds kunt herlezen (of een goed liedje wel honderd keer kunt beluisteren) kun je ook best steeds hetzelfde tochtje maken, want je vindt steeds iets nieuws (een veld boterbloemen of een verloren herinnering, bijvoorbeeld) of je hervindt je verloren rust. En denk nu niet meteen: 'Wat een gezwets!' Ik ben ervan overtuigd dat wielrennen aan een diep menselijk oerinstinct appelleert. Later meer hierover.
16 mei 2009
Boterbloemen langs de IJssel

M. en ik fietsen (heel zelden) ook wel eens samen. Zoals vanmiddag, een rondje Kampen via de dijkjes aan weerszijden van de IJssel. Dat is mijn zomeravondrondje van 40 kilometer, dat onder meer door Wilsum voert, met zijn kerkje uit 1050 (de op drie na oudste van Nederland). Vanmiddag overheerste het geel: de dijkjes waren bezaaid met boterbloemen, met tussendoor ook wat korenbloempaars, zuring en paardenbloempluisjes. Erg fraai allemaal natuurlijk maar ik moest vooral op M. letten. M. is aan het herstellen van een zware val, twee weken geleden. Ik kan u melden: het herstel verloopt voorspoedig. Op de heenweg moest ik haar heel even uit de wind zetten, maar op de terugweg werd ik bij Zalk alweer ouderwets gelost. Het was een laatste test voor mijn knie, alvorens ik morgen met collegae naar de Alpen vertrek. Voorlopig blijft het hier dus even stil. Over anderhalve week wachten u heldenverhalen over de beklimming van de Galibier, Alpe d'Huez, Les Deux Alpes en (o gruwel) de Collet de Vaujany (10 km, 9,5 % gem). Als de knie het houdt dus. Anders zult u het moeten doen met leesverslagen van Johan Fabers Alpe d'Huez en De brief aan de Romeinen van Karl Barth. Ook buitengewoon interessant natuurlijk.
13 mei 2009
De geur van vroeger
De geur is terug. Dat is een van de voordelen van de stijgende voorjaarstemperaturen. Als je 's winters fietst, ruik je veel minder. Vandaag, tussen Hardenberg en Beerze, bracht de geur van pas gemaaid gras op de velden tussen de bossen, me weer even terug naar een bergflank in Zweisimmen, waar ik als zesjarige 's zomers een keer een skistok vond. Daar rook het ook zo. Maar als ik langs het kanaal bij Vroomshoop weer heel sterk pas gemaaid gras ruik, komen andere beelden op. Raar fenomeen, geur. Dat werkt blijkbaar toch in combinatie met wat je ziet. Of misschien was die geur langs het kanaal door het nabije water toch net even anders. Bij de houtzagerij in het Rechterense Veld rook het naar zo'n klein stationnetje met een tandradtreintje. Ook een beeld uit het Zwitserland van mijn jeugd. Het zal wel een of ander impregneermiddel zijn.
Door al die geuren - de bossen ruiken ook weer zo lekker houtig! - ga je heel associatief denken. We denken wel dat we logisch handelende wezens zijn (en heel soms zijn we dat ook), maar voor ons welbevinden is associatief denken veel belangrijker. Ik voelde me intens gelukkig toen ik vanmiddag die bergflank rook en ik zou niet weten waarom.
En waarom besloot ik in Lemele opeens rechtsaf te slaan waar ik dat nog nooit eerder had gedaan? Niet omdat ik wist dat me aan het eind van het weggetje een prachtig uitzicht op de omgeploegde flanken van de Lemelerberg wachtte. Misschien rook ik het onbewust wel...
(Ik zat dus weer op de fiets vandaag. Mijn knie is nog een beetje dik, maar erg veel last had ik er niet van. En denk niet dat ik enorme afstanden heb afgelegd. Vroomshoop klinkt ver weg, maar dat is het niet als je vanuit Zwolle eerst met de trein oostwaarts rijdt naar Gramsbergen vanwege een straffe oostenwind. Mietje? Nou ja, 't is niet anders.)
Door al die geuren - de bossen ruiken ook weer zo lekker houtig! - ga je heel associatief denken. We denken wel dat we logisch handelende wezens zijn (en heel soms zijn we dat ook), maar voor ons welbevinden is associatief denken veel belangrijker. Ik voelde me intens gelukkig toen ik vanmiddag die bergflank rook en ik zou niet weten waarom.
En waarom besloot ik in Lemele opeens rechtsaf te slaan waar ik dat nog nooit eerder had gedaan? Niet omdat ik wist dat me aan het eind van het weggetje een prachtig uitzicht op de omgeploegde flanken van de Lemelerberg wachtte. Misschien rook ik het onbewust wel...
(Ik zat dus weer op de fiets vandaag. Mijn knie is nog een beetje dik, maar erg veel last had ik er niet van. En denk niet dat ik enorme afstanden heb afgelegd. Vroomshoop klinkt ver weg, maar dat is het niet als je vanuit Zwolle eerst met de trein oostwaarts rijdt naar Gramsbergen vanwege een straffe oostenwind. Mietje? Nou ja, 't is niet anders.)
11 mei 2009
Lichamelijke geschiktheid: ok
Denk nu niet: 'O jee, die kop heb ik eerder gezien; hij gaat toch niet ook...'. Nee, ik ga geen - ik herhaal: geen - topsportcarriere beginnen ook al stond dit inderdaad ook boven een van M.'s eerste bijdrages. Maar, toegegeven: ik heb vandaag ook een sportmedische keuring ondergaan. Dat heb ik echter gedaan met het oog op het komende weekje fietsen in de Alpen. Ik wilde gewoon even weten hoe groot de kans was dat ik dood neer zou vallen halverwege de beklimming van de Glandon of de Alpe d'Huez. Vorig jaar, tijdens de beklimming van de Grosse Scheidegg (16,4 km; 7,7 % gemiddeld; pieken tot 20 %) had ik namelijk - zoals wel vaker tijdens het fietsen - ook al het idee dat mijn hart het zou begeven.
En dus zat ik vanmiddag in het ziekenhuis met ontbloot bovenlichaam op de fiets, zuignapjes op mijn lijf, een mondkapje voor en trappen maar, steeds meer watt. Het begon bij 150 en bij 250 begon het zwaar te worden. Bij 275 watt had ik normaal gesproken opgegeven, maar door de aanmoedigingen van de arts, de assistent en de technische man bleef ik doorgaan en hield ik ook nog een minuut 300 watt trappen vol. Maar toen brak ik gelukkig mentaal (zoals gebruikelijk). Geen bloed geproefd, maar het zweet stroomde van mijn lijf.
De resultaten. Vetpercentage: 12,8 ('erg laag meneer!', zei de sportarts), maximale hartslag: 192 ('erg hoog voor uw leeftijd meneer!'), wattage: 4,2 per kilo lichaamsgewicht ('erg hoog voor een recreatieve sporter'). Conclusie: 'U bent prima in conditie!' Even daarvoor hadden maar liefst drie artsen naar het vocht in mijn rechterknie gekeken (de reden dat u een week heeft moeten wachten op deze bijdrage) met als uitkomst: de Alpen in en snel een beetje. En als de knie dikker wordt gewoon iboprufen slikken tegen de zwelling. Ik heb geen excuses meer.
En dus zat ik vanmiddag in het ziekenhuis met ontbloot bovenlichaam op de fiets, zuignapjes op mijn lijf, een mondkapje voor en trappen maar, steeds meer watt. Het begon bij 150 en bij 250 begon het zwaar te worden. Bij 275 watt had ik normaal gesproken opgegeven, maar door de aanmoedigingen van de arts, de assistent en de technische man bleef ik doorgaan en hield ik ook nog een minuut 300 watt trappen vol. Maar toen brak ik gelukkig mentaal (zoals gebruikelijk). Geen bloed geproefd, maar het zweet stroomde van mijn lijf.
De resultaten. Vetpercentage: 12,8 ('erg laag meneer!', zei de sportarts), maximale hartslag: 192 ('erg hoog voor uw leeftijd meneer!'), wattage: 4,2 per kilo lichaamsgewicht ('erg hoog voor een recreatieve sporter'). Conclusie: 'U bent prima in conditie!' Even daarvoor hadden maar liefst drie artsen naar het vocht in mijn rechterknie gekeken (de reden dat u een week heeft moeten wachten op deze bijdrage) met als uitkomst: de Alpen in en snel een beetje. En als de knie dikker wordt gewoon iboprufen slikken tegen de zwelling. Ik heb geen excuses meer.
03 mei 2009
NK wielrennen voor journalisten
Over een a-typische fietservaring, die tenminste nog een beetje aansluit bij Marijn fietst, maar waarin ook de verschillen meteen genadeloos duidelijk worden.
Om meteen maar inconsequent te beginnen (zie vorige blog) een wedstrijdverslag. Gemiddeld 1 keer per jaar fiets ik namelijk ook een wedstrijd. Vorig jaar was dat de Oog op Morgen Bokaal, afgelopen zaterdag maakte ik mijn debuut op het NK voor journalisten. In de B-categorie wel te verstaan. Vooraf was ons aardbeien met slagroom beloofd en dus togen we (Stentor-collega C. en ik) naar het Brabantse Zundert.
Eenmaal aangekomen bleken de aardbeien op de akker tegenover het mobiele erepodium nog in volle bloei te staan, dus in die aardbeien geloofde ik al niet meer. In een goede wedstrijd trouwens ook niet. Tijdens een prachtig soloritje door het Vechtdal op Koninginnedag (even buiten Zwolle, in Herfte, waande ik me al in het buitenland op de schitterende slingerweggetjes, en toen 50 kilometer later bij Hankate zowaar een heuvel naast de weg oprees, jubelde mijn hart: Engeland! ik wil naar Engeland! (maar dit alles natuurlijk geheel terzijde)) had ik al zoveel last van mijn rechterknie, dat ik niet zwaarder kon trappen dan 39-19 (voor wie dit niks zegt: met zo'n verzet win je nog niet bij de kleuters). Bij het inrijden op het rondje van 3,5 km even buiten Zundert (achter een kleine rimpel in het landschap zag je nog net de kerktoren liggen) speelde de knie meteen op.
Meteen na de start ging het tempo rap richting de 45 km/pu en wonder boven wonder werd ik niet meteen gelost. Dat voelde al als een overwinning. Maar in de tweede ronde sloeg de twijfel toe: Waarom doe ik dit? Voel ik die knie nou of niet? Ik ga over twee weken met collega's in de Alpen fietsen en zit ik me nu niet te forceren? Hee lul, kijk uit, je drukt me van de weg! Enfin (om ook maar eens in de geest van Martin Bril te schrijven, dat schijnt erg hip te zijn): na een kwartier vond ik het wel goed en liet ik me uitzakken naar een volgend groepje.
Conclusie: geen wedstrijdmentaliteit. 't Is niet anders. Even later sloot ik aan bij mijn collega W. en reed ik de wedstrijd uit met een lekker vaartje van ongeveer 32 km/pu (wat al zo'n 7 km boven mijn normale tempo ligt). Door even achter een vrachtwagen te stayeren, die ons vlak daarvoor de weg had versperd waardoor we ook nog gedubbeld werden, kon ik zowaar nog als beste loser finishen. Twintigste plek, nauwelijks gezweet, geen last van de knie. Ik ben tevreden.
Om meteen maar inconsequent te beginnen (zie vorige blog) een wedstrijdverslag. Gemiddeld 1 keer per jaar fiets ik namelijk ook een wedstrijd. Vorig jaar was dat de Oog op Morgen Bokaal, afgelopen zaterdag maakte ik mijn debuut op het NK voor journalisten. In de B-categorie wel te verstaan. Vooraf was ons aardbeien met slagroom beloofd en dus togen we (Stentor-collega C. en ik) naar het Brabantse Zundert.
Eenmaal aangekomen bleken de aardbeien op de akker tegenover het mobiele erepodium nog in volle bloei te staan, dus in die aardbeien geloofde ik al niet meer. In een goede wedstrijd trouwens ook niet. Tijdens een prachtig soloritje door het Vechtdal op Koninginnedag (even buiten Zwolle, in Herfte, waande ik me al in het buitenland op de schitterende slingerweggetjes, en toen 50 kilometer later bij Hankate zowaar een heuvel naast de weg oprees, jubelde mijn hart: Engeland! ik wil naar Engeland! (maar dit alles natuurlijk geheel terzijde)) had ik al zoveel last van mijn rechterknie, dat ik niet zwaarder kon trappen dan 39-19 (voor wie dit niks zegt: met zo'n verzet win je nog niet bij de kleuters). Bij het inrijden op het rondje van 3,5 km even buiten Zundert (achter een kleine rimpel in het landschap zag je nog net de kerktoren liggen) speelde de knie meteen op.
Meteen na de start ging het tempo rap richting de 45 km/pu en wonder boven wonder werd ik niet meteen gelost. Dat voelde al als een overwinning. Maar in de tweede ronde sloeg de twijfel toe: Waarom doe ik dit? Voel ik die knie nou of niet? Ik ga over twee weken met collega's in de Alpen fietsen en zit ik me nu niet te forceren? Hee lul, kijk uit, je drukt me van de weg! Enfin (om ook maar eens in de geest van Martin Bril te schrijven, dat schijnt erg hip te zijn): na een kwartier vond ik het wel goed en liet ik me uitzakken naar een volgend groepje.
Conclusie: geen wedstrijdmentaliteit. 't Is niet anders. Even later sloot ik aan bij mijn collega W. en reed ik de wedstrijd uit met een lekker vaartje van ongeveer 32 km/pu (wat al zo'n 7 km boven mijn normale tempo ligt). Door even achter een vrachtwagen te stayeren, die ons vlak daarvoor de weg had versperd waardoor we ook nog gedubbeld werden, kon ik zowaar nog als beste loser finishen. Twintigste plek, nauwelijks gezweet, geen last van de knie. Ik ben tevreden.
Job fietst ook
Beste lezer! Mopperlog wordt (tijdelijk) uitgebreid en aangevuld met het blog 'Job fietst ook'. Dit naar aanleiding van het blog Marijn fietst van mijn lieve vriendin M. De nieuwe ondertitel van mijn blog ('Het andere wielrennen') geeft al aan dat u hier geen wedstrijdverslagen, hartslagfrequenties en andere topsportachtige zaken zult aantreffen. Hier zal het gaan om de schoonheid van het Vechtdal, mediteren op stapelwolken en steeds verder wegzakkende gemiddelde snelheden. En nu even niks, want het regent. En Job fietst dus niet als het regent...
28 april 2009
Column DvhN: Laguna
Eén van mijn collega’s op de redactie van deze onvolprezen krant (u mag zelf raden wie) verwisselt vaker van auto dan van onderbroek. Hij is pas 34 jaar, maar heeft al 128 auto’s versleten. Ik heb niks met auto’s. Zo lang het ding rijdt, een beetje comfortabel zit en niet te vaak problemen oplevert, ben ik tevreden. Zo komt het dat ik inmiddels al acht jaar in een Renault Laguna rij, mijn tweede auto ooit. Ik kocht hem toen hij al 110.000 kilometer had gereden.
Na een paar maanden ontdekte ik stukjes glas in de stoelzitting, littekens van een moeilijke jeugd. Inmiddels staan er bijna 280.000 kilometer op de teller. Dat schijnt vrij bijzonder te zijn voor een auto met een benzinemotor. Mijn Laguna en ik hebben samen heel Nederland gezien, we raasden over de Duitse Autobahn en overleefden smalle autosnelwegen in Italië; hij bracht mij over vele bergpassen, startte zonder aarzeling bij -22 graden Celsius en weigerde in al die jaren slechts één keer dienst door een klein ongemakje (terwijl de Laguna bij de Wegenwacht toch bekend staat als een notoir probleemgeval). De laatste jaren heeft mijn trouwe vierwieler zelfs spontaan enkele kwaaltjes zelf opgelost. Een lek in het koelsysteem was vorig jaar opeens weer dicht en een raar geluid bij de uitlaat verdween op even wonderbaarlijk wijze.
Ik heb helemaal niks met auto’s, maar de band met mijn Laguna wordt steeds sterker naarmate het afscheid dichterbij komt. Vanmorgen bracht ik hem naar de garage voor misschien wel zijn laatste bandenwissel. Bij het afscheid gaf ik hem een bemoedigend klopje op het dashbord. Sterkte jongen, zet hem op.
Na een paar maanden ontdekte ik stukjes glas in de stoelzitting, littekens van een moeilijke jeugd. Inmiddels staan er bijna 280.000 kilometer op de teller. Dat schijnt vrij bijzonder te zijn voor een auto met een benzinemotor. Mijn Laguna en ik hebben samen heel Nederland gezien, we raasden over de Duitse Autobahn en overleefden smalle autosnelwegen in Italië; hij bracht mij over vele bergpassen, startte zonder aarzeling bij -22 graden Celsius en weigerde in al die jaren slechts één keer dienst door een klein ongemakje (terwijl de Laguna bij de Wegenwacht toch bekend staat als een notoir probleemgeval). De laatste jaren heeft mijn trouwe vierwieler zelfs spontaan enkele kwaaltjes zelf opgelost. Een lek in het koelsysteem was vorig jaar opeens weer dicht en een raar geluid bij de uitlaat verdween op even wonderbaarlijk wijze.
Ik heb helemaal niks met auto’s, maar de band met mijn Laguna wordt steeds sterker naarmate het afscheid dichterbij komt. Vanmorgen bracht ik hem naar de garage voor misschien wel zijn laatste bandenwissel. Bij het afscheid gaf ik hem een bemoedigend klopje op het dashbord. Sterkte jongen, zet hem op.
14 april 2009
Column DvhN: God als gat
"God is het gat in onze kennis", zei de Groningse filosoof Coen Simon zaterdag in deze krant. Ik vond het een mooie uitspraak om in het paasweekeinde wat op te herkauwen. Met Pasen herdenken we immers de opstanding van Jezus, de mensgeworden God (dit even voor degenen onder u die dat niet weten; u schijnt met velen te zijn; tenminste, dat beweerde deze krant vrijdag). Veel christenen beschouwen de opstanding als een vaststaande, historische waarheid. Als kennis dus. Zoals EO-coryfee Andries Knevel, die zaterdag in de Volkskrant bijna een pagina de ruimte kreeg om die visie met rationele argumenten kracht bij te zetten.
Voortbordurend op Simon zou je Jezus ook kunnen zien als het mensgeworden gat in onze kennis. Jezus’ leven, zijn lijden, zijn sterven en zijn opstanding, zoals beschreven in de evangeliën, worden dan (bijvoorbeeld) een metaforische openbaring van onbegrijpelijke, alomvattende liefde en onbaatzuchtigheid, die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. En dat is weer een fijne inspiratiebron voor meditatie, gedachtenexperimenten, je eigen ethische handelen of desnoods een mystieke ervaring. Enfin, het houdt je van de straat.
Ik combineerde het herkauwen op Simons uitspraak met het lezen van De Bijbel van Karen Armstrong. Daarin laat de Britse godsdiensthistorica zien op welke uiteenlopende wijzen de bijbel in de loop der eeuwen geïnterpreteerd is. Het is een zeer verhelderend boek, waaruit onder meer blijkt dat Simons ’God als gat’-gedachte een veel langere traditie kent dan de rationalistische benadering van de bijbel die Knevel en de zijnen (onder wie de creationisten) voorstaan. Die is namelijk nog geen 150 jaar oud.
Voortbordurend op Simon zou je Jezus ook kunnen zien als het mensgeworden gat in onze kennis. Jezus’ leven, zijn lijden, zijn sterven en zijn opstanding, zoals beschreven in de evangeliën, worden dan (bijvoorbeeld) een metaforische openbaring van onbegrijpelijke, alomvattende liefde en onbaatzuchtigheid, die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. En dat is weer een fijne inspiratiebron voor meditatie, gedachtenexperimenten, je eigen ethische handelen of desnoods een mystieke ervaring. Enfin, het houdt je van de straat.
Ik combineerde het herkauwen op Simons uitspraak met het lezen van De Bijbel van Karen Armstrong. Daarin laat de Britse godsdiensthistorica zien op welke uiteenlopende wijzen de bijbel in de loop der eeuwen geïnterpreteerd is. Het is een zeer verhelderend boek, waaruit onder meer blijkt dat Simons ’God als gat’-gedachte een veel langere traditie kent dan de rationalistische benadering van de bijbel die Knevel en de zijnen (onder wie de creationisten) voorstaan. Die is namelijk nog geen 150 jaar oud.
10 april 2009
Column DvhN (oud maar weer actueel): The Passion of the Christ
Hij is vijf jaar oud maar kan nog best mee, deze column van vijf jaar geleden (de film is op paaszaterdag te zien op tv):
Toeschouwers die ter plekke dood neervallen; neonazi's die na afloop huilend van berouw naar het politiebureau rennen; extatische bekeringsverhalen en heftige demonstraties buiten de bioscoopzalen. De wereldwijde ophef rond The Passion of the Christ, maakt nieuwsgierig. Dus ik hollend naar de bioscoop. Ik was zestien jaar toen het geloof mij definitief ontviel. God bestaat, concludeerde ik destijds, maar alleen in de gedachten van mensen. Het duurde even, maar uiteindelijk werd mijn leven er een stuk aangenamer op.
De interesse in geloofszaken ben ik echter nooit verloren. En ik ben een blijmoedig mens en sta open voor alles. Dat viel dus tegen. Twee uur lang heb ik verveeld toegekeken. Het eerste uur vanwege de saaiheid van de film (dat krijg je als je de scènes en teksten al letterlijk van buiten kent); het tweede uur vanwege de al snel afstompende orgie van bloed en geweld. En het vermeende antisemitisme van de film dan? Ja hallo, dan zijn de bijbel en Bachs Matthäus Passion ook antisemitisch.
Door de volledige concentratie op het fysieke lijden van Jezus in The Passion, dringt zich - als je een beetje door de bloedspetters heenkijkt - wel nadrukkelijk de vraag op wat één dag extreem lijden nu eigenlijk zo bijzonder maakt? Een beetje politiek gevangene in een schurkenstaat heeft het tegenwoordig al zwaarder, om nog maar te zwijgen van het jarenlange lijden in de concentratiekampen. En voor zover ik weet, is daar nog nooit iemand na drie dagen weer uit de dood opgestaan met slechts gaten in handen en voeten. Maar ik geloof niet dat het filmmaker Mel Gibson daarom te doen was.
Toeschouwers die ter plekke dood neervallen; neonazi's die na afloop huilend van berouw naar het politiebureau rennen; extatische bekeringsverhalen en heftige demonstraties buiten de bioscoopzalen. De wereldwijde ophef rond The Passion of the Christ, maakt nieuwsgierig. Dus ik hollend naar de bioscoop. Ik was zestien jaar toen het geloof mij definitief ontviel. God bestaat, concludeerde ik destijds, maar alleen in de gedachten van mensen. Het duurde even, maar uiteindelijk werd mijn leven er een stuk aangenamer op.
De interesse in geloofszaken ben ik echter nooit verloren. En ik ben een blijmoedig mens en sta open voor alles. Dat viel dus tegen. Twee uur lang heb ik verveeld toegekeken. Het eerste uur vanwege de saaiheid van de film (dat krijg je als je de scènes en teksten al letterlijk van buiten kent); het tweede uur vanwege de al snel afstompende orgie van bloed en geweld. En het vermeende antisemitisme van de film dan? Ja hallo, dan zijn de bijbel en Bachs Matthäus Passion ook antisemitisch.
Door de volledige concentratie op het fysieke lijden van Jezus in The Passion, dringt zich - als je een beetje door de bloedspetters heenkijkt - wel nadrukkelijk de vraag op wat één dag extreem lijden nu eigenlijk zo bijzonder maakt? Een beetje politiek gevangene in een schurkenstaat heeft het tegenwoordig al zwaarder, om nog maar te zwijgen van het jarenlange lijden in de concentratiekampen. En voor zover ik weet, is daar nog nooit iemand na drie dagen weer uit de dood opgestaan met slechts gaten in handen en voeten. Maar ik geloof niet dat het filmmaker Mel Gibson daarom te doen was.
22 maart 2009
Hardloper Huizenga - Het verhaal van een vergeten wonderatleet
Het is eindelijk zover: mijn boek over de legendarische Groningse hardloper Louwe Huizenga is klaar en ligt in de winkels. Hardloper Huizenga - Het verhaal van een vergeten wonderatleet is verschenen bij LJ Veen en kost 17,50 euro (174 blz.; dat is dus slechts tien cent per bladzijde). Er is ook een website over het boek met laatste nieuws, recensies, reacties en dergelijke: www.hardloperhuizenga.nl. Koop dat boek!
18 maart 2009
Column DvhN: Topsport
Het is nu tweeënhalf jaar geleden dat mijn vriendin en ik nieuwe racefietsen kochten. Mijn oude barrel was na vijftien jaar trouwe dienst hoognodig aan vervanging toe en het leek M. ook wel leuk om af en toe eens een rondje mee te fietsen. Ik had beter moeten weten. M. had toen al de gewoonte ontwikkeld om elke dag op mijn oude mountainbike naar haar werk te gaan. Op zich niks bijzonders, ware het niet dat de afstand tussen haar woon- en werkplek ruim 20 kilometer bedroeg. Het kwam regelmatig voor dat M. enigszins verbaasd opmerkte dat andere fietsers zo langzaam reden. "En ik haal ook af en toe racefietsers in", voegde ze er achteloos aan toe.
Al tijdens onze eerste fietsvakantie in Italië – we hadden die racefietsen net twee weken – werd ik elke dag door M. naar de kloten gereden, zoals dat in algemeen beschaafd wielerjargon heet. Ze begon er steeds meer lol in te krijgen en ging bij een toerwielerclubje rijden. Maar ook daar ging het M. zelfs bij het snelste mannengroepje al gauw te langzaam. Ze bleek in de wieg gelegd voor fietsen, al kwam ze daar helaas pas na ruim een kwart leven achter.
Vorige zomer reed M. haar eerste wedstrijdje en sinds drie maanden volgt ze serieuze trainingsschema’s. Ze is nu 30 en gaat proberen alsnog de top te halen. Afgelopen weekeinde mocht ze meetrainen met de ploeg van Leontien van Moorsel; ze kon moeiteloos meekomen. Ik leef opeens samen met een topsporter.
Al tijdens onze eerste fietsvakantie in Italië – we hadden die racefietsen net twee weken – werd ik elke dag door M. naar de kloten gereden, zoals dat in algemeen beschaafd wielerjargon heet. Ze begon er steeds meer lol in te krijgen en ging bij een toerwielerclubje rijden. Maar ook daar ging het M. zelfs bij het snelste mannengroepje al gauw te langzaam. Ze bleek in de wieg gelegd voor fietsen, al kwam ze daar helaas pas na ruim een kwart leven achter.
Vorige zomer reed M. haar eerste wedstrijdje en sinds drie maanden volgt ze serieuze trainingsschema’s. Ze is nu 30 en gaat proberen alsnog de top te halen. Afgelopen weekeinde mocht ze meetrainen met de ploeg van Leontien van Moorsel; ze kon moeiteloos meekomen. Ik leef opeens samen met een topsporter.
06 maart 2009
Column DvhN: De Omloop
Ik kan natuurlijk nog een keer gaan uitleggen waarom Charles Darwin (wetenschap – theorie – kennis) en Genesis 1 (religie – verhaal – ervaring) prima met elkaar te verenigen zijn. Of betogen dat we elkaar dankzij de pseudo-wetenschappelijke toekomstvisioenen van allerhande economen en andere onheilsprofeten in recordtempo naar de verdoemenis aan het praten zijn. Maar gelukkig zijn er sinds zaterdag weer belangrijker zaken om ons druk over te maken: het is weer koers. Het wielerleven begint elk jaar, zoals bekend, met de Omloop Het Volk. Daar kunnen de Ronde van Quatar, de Ronde van Californië en al die andere rare wedstrijden ver weg niks aan veranderen. (En dat de Omloop Het Volk tegenwoordig de Omloop Het Nieuwsblad wordt genoemd – ach, Donar schijnt ook Capitals te heten…)
Het was een prachtige seizoensopening, zaterdag. De Rabobank was machtiger dan ooit tevoren (wat natuurlijk meteen weer stof tot nadenken biedt), maar Erik Dekker toonde zich gelukkig net zo’n slechte ploegleider als Erik Breukink. Dus we kunnen nog dagenlang napraten over hoe onbenullig onze oranjehelden de kansen op een vroege overwinning nu weer hebben verprutst. Aangestoken door al die wielrenners op de Vlaamse heuvels, heb ik zelf zondag voor het eerst dit jaar de Sallandse Heuvelrug opgezocht, met onder meer de gruwelijke beklimming van de Motieweg. Laat die Alpe d’Huez maar komen! Gelukkig was ik op tijd thuis om te zien hoe Karsten Kroon weer eens net niet won, in Kuurne. Nu nog even het eerste dopinggeval en we zitten er weer helemaal in.
Het is koers. Het leven is weer begonnen.
Het was een prachtige seizoensopening, zaterdag. De Rabobank was machtiger dan ooit tevoren (wat natuurlijk meteen weer stof tot nadenken biedt), maar Erik Dekker toonde zich gelukkig net zo’n slechte ploegleider als Erik Breukink. Dus we kunnen nog dagenlang napraten over hoe onbenullig onze oranjehelden de kansen op een vroege overwinning nu weer hebben verprutst. Aangestoken door al die wielrenners op de Vlaamse heuvels, heb ik zelf zondag voor het eerst dit jaar de Sallandse Heuvelrug opgezocht, met onder meer de gruwelijke beklimming van de Motieweg. Laat die Alpe d’Huez maar komen! Gelukkig was ik op tijd thuis om te zien hoe Karsten Kroon weer eens net niet won, in Kuurne. Nu nog even het eerste dopinggeval en we zitten er weer helemaal in.
Het is koers. Het leven is weer begonnen.
20 februari 2009
Column DvhN: Charles Darwin
Charles Darwin was vroeger bij ons thuis een naam die niet hardop werd uitgesproken. De evolutietheorie was een gevaarlijke dwaalleer, die te vuur en te zwaard bestreden moest worden en de bedenker ervan gold als de verpersoonlijking van het Kwaad. Wij geloofden dat de Bijbel van kaft tot kaft letterlijk waar was en gelukkig hadden we Willem Ouweneel. Deze bioloog, filosoof en theoloog gold tijdens mijn jeugd in evangelische kringen als een briljante wetenschapper die in zijn boeken en in het tijdschrift Bijbel & Wetenschap korte metten maakte met de evolutietheorie. Alle twijfel over de letterlijke waarheid van Genesis 1, werd bij ons thuis – vaak met een beroep op Ouweneel – de kop ingedrukt. Fossielen van vroege mensachtigen?
Die waren door de Satan zelve in de aardlagen geplaatst om ons in verzoeking te brengen. De koolstof-14-dateringsmethode, die erop leek te wijzen dat de aarde toch echt ouder was dan zesduizend jaar, was ook zo’n hot issue. Maar de creationisten hadden overal een antwoord op.
Ouweneels opvattingen zijn tegenwoordig een stuk genuanceerder. Al veel eerder dan Andries Knevel zag hij de onhoudbaarheid in van het creationisme, zoals wij dat als kinderen kregen ingepeperd. Hij is erachter gekomen dat evolutietheorie en geloof elkaar helemaal niet uitsluiten en profileert zich nu nederig als een ’ontstaansagnost’, iemand die gelooft dat het ontstaan van het leven onkenbaar is. Dat lijkt me een zeer gezonde opvatting. De ironie wil dat het tegenwoordig de diehard-volgelingen van Charles Darwin zijn die op hun beurt dogmatisch volharden in hun godloochening.
Die waren door de Satan zelve in de aardlagen geplaatst om ons in verzoeking te brengen. De koolstof-14-dateringsmethode, die erop leek te wijzen dat de aarde toch echt ouder was dan zesduizend jaar, was ook zo’n hot issue. Maar de creationisten hadden overal een antwoord op.
Ouweneels opvattingen zijn tegenwoordig een stuk genuanceerder. Al veel eerder dan Andries Knevel zag hij de onhoudbaarheid in van het creationisme, zoals wij dat als kinderen kregen ingepeperd. Hij is erachter gekomen dat evolutietheorie en geloof elkaar helemaal niet uitsluiten en profileert zich nu nederig als een ’ontstaansagnost’, iemand die gelooft dat het ontstaan van het leven onkenbaar is. Dat lijkt me een zeer gezonde opvatting. De ironie wil dat het tegenwoordig de diehard-volgelingen van Charles Darwin zijn die op hun beurt dogmatisch volharden in hun godloochening.
03 februari 2009
Column DvhN: Kwakzalverij
Eigenlijk is het verbijsterend dat de Vereniging tegen Kwakzalverij zich nog nooit op de economische en sociale wetenschappen heeft gestort. Oké, directe gevolgen voor onze gezondheid hebben alle voorspellingen van deze hooggeleerde dames en heren niet. Maar de onheilstijdingen waarmee economen en aanverwante maatschappijkundologen ons de laatste tijd overspoelen, zijn heel wat gevaarlijker dan een onschuldig pilletje van een homeopathische huisarts of een handoplegging door deze of gene aardstraaldeskundige.
Nu is er weer de voorspelling van de Groningse hoogleraar vastgoedontwikkeling Ed Nozeman dat de huizenmarkt het komende jaar met 20 procent gaat zakken als het consumentenvertrouwen niet herstelt. Dat is net zoiets als een meteoroloog die voorspelt dat de gemiddelde jaartemperatuur gaat stijgen als het dit jaar twee graden warmer wordt dan vorig jaar. Met dit verschil dat een meteoroloog er niks aan kan doen als het inderdaad warmer wordt, terwijl de voorspelling van Nozeman de parameter ’consumentenvertrouwen’ juist in hoge mate beïnvloedt.
Het trieste is dat politici, consumenten en de media zich laten meevoeren door de stroom zichzelf versterkende onheilsboodschappen van wetenschappers die nog niet eens in staat zijn gebleken om een megacatastrofe als de kredietcrisis te voorspellen en hun theorieën voortdurend moeten aanpassen aan de actualiteit. Ik heb groot nieuws: de toekomst is niet te voorspellen! Met het oog op de geestelijke volksgezondheid zou er dan ook onmiddellijk een verbod moeten komen op toekomstprofetieën.
Nu is er weer de voorspelling van de Groningse hoogleraar vastgoedontwikkeling Ed Nozeman dat de huizenmarkt het komende jaar met 20 procent gaat zakken als het consumentenvertrouwen niet herstelt. Dat is net zoiets als een meteoroloog die voorspelt dat de gemiddelde jaartemperatuur gaat stijgen als het dit jaar twee graden warmer wordt dan vorig jaar. Met dit verschil dat een meteoroloog er niks aan kan doen als het inderdaad warmer wordt, terwijl de voorspelling van Nozeman de parameter ’consumentenvertrouwen’ juist in hoge mate beïnvloedt.
Het trieste is dat politici, consumenten en de media zich laten meevoeren door de stroom zichzelf versterkende onheilsboodschappen van wetenschappers die nog niet eens in staat zijn gebleken om een megacatastrofe als de kredietcrisis te voorspellen en hun theorieën voortdurend moeten aanpassen aan de actualiteit. Ik heb groot nieuws: de toekomst is niet te voorspellen! Met het oog op de geestelijke volksgezondheid zou er dan ook onmiddellijk een verbod moeten komen op toekomstprofetieën.
21 januari 2009
Top 10 pop 2008
Zoals beloofd nu eindelijk dan toch nog mijn beste tien (pop)cd's van 2008, die zoals gebruikelijk (bijna) allemaal weer eens in alle andere lijstjes ontbraken.
1. Paulusma iRecord
Zie paar blogjes verderop (hieronder).
2. Daniel Lohues Allenig II
Sympathieke teksten, prachtige muziek met een paar juweeltjes voor de eeuwigheid.
3. De Kift Hoofdkaas
De beste Kift-cd sinds Koper met als hoogtepunt Heisa-ho-joechei.
4. Adele 19
Merkwaardig vaak vergeten door de andere lijstjesmakers. De enige nieuwe souldiva die met Amy kan wedijveren.
5. The Girls We make love not songs
Vergeet The Arctic Monkeys en luister naar deze jongens uit Meppel. Grijs gedraaid (bij wijze van spreken dan) tijdens mijn zomervakantie.
6. Giant Sand Provisions
Prachtige americana van Howie Gelb. Fabelachtig geluid (ongelofelijke productie).
7. Ron Sexsmith Exit Strategy of the Soul
Lang niet de beste van Ron, maar ook een mindere Ron is nog altijd steengoed.
8. Lambchop Ohio
Is a woman is nog altijd een van mijn meest dierbare cd's. De albums die erna kwamen vielen altijd een tikje tegen, maar op Ohio komt Kurt Wagners fijne fluisterzang weer in de buurt.
9. Tindersticks The hungry saw
Altijd fijn. Luister vooral naar het liedje Yesterdays tomorrows.
10. Unbunny Snow tires
Eigenlijk al wat ouder, maar pas in 2008 in ons land uitgebracht. Om de top-10 rond te maken zeg maar, want dit doet op zijn beste momenten soms denken aan Darryl-Ann (en dan ben je dus automatisch echt goed).
1. Paulusma iRecord
Zie paar blogjes verderop (hieronder).
2. Daniel Lohues Allenig II
Sympathieke teksten, prachtige muziek met een paar juweeltjes voor de eeuwigheid.
3. De Kift Hoofdkaas
De beste Kift-cd sinds Koper met als hoogtepunt Heisa-ho-joechei.
4. Adele 19
Merkwaardig vaak vergeten door de andere lijstjesmakers. De enige nieuwe souldiva die met Amy kan wedijveren.
5. The Girls We make love not songs
Vergeet The Arctic Monkeys en luister naar deze jongens uit Meppel. Grijs gedraaid (bij wijze van spreken dan) tijdens mijn zomervakantie.
6. Giant Sand Provisions
Prachtige americana van Howie Gelb. Fabelachtig geluid (ongelofelijke productie).
7. Ron Sexsmith Exit Strategy of the Soul
Lang niet de beste van Ron, maar ook een mindere Ron is nog altijd steengoed.
8. Lambchop Ohio
Is a woman is nog altijd een van mijn meest dierbare cd's. De albums die erna kwamen vielen altijd een tikje tegen, maar op Ohio komt Kurt Wagners fijne fluisterzang weer in de buurt.
9. Tindersticks The hungry saw
Altijd fijn. Luister vooral naar het liedje Yesterdays tomorrows.
10. Unbunny Snow tires
Eigenlijk al wat ouder, maar pas in 2008 in ons land uitgebracht. Om de top-10 rond te maken zeg maar, want dit doet op zijn beste momenten soms denken aan Darryl-Ann (en dan ben je dus automatisch echt goed).
Column DvhN: Raffelen
Na het swaffelen hebben we nu dus het slimmen. En we hadden al het wappen en het rimmen. De aantrekkingskracht van de korte a en i op onze jeugdige taalvernieuwers is op zich al een studie waard, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Voor wie het gemist heeft: slimmen is een uit Amerika overgewaaide, nieuwe manier van dronken worden via een in wodka gedrenkte tampon, die vaginaal of anaal wordt ingebracht. Klinkt smerig, maar kijk mij er niet op aan; ik heb het niet verzonnen. Ook niet geprobeerd trouwens. Maar het schijnt goed te werken, al is het niet erg gezond.
We kunnen natuurlijk zedenmeesterig deze nieuwerwetse praktijken ernstig gaan veroordelen, maar dat zal het kabinet binnenkort wel doen. En aangezien het mode is om te gruwen en schreeuwerig schande te spreken van het ouderwetse, degelijke burgerfatsoen en de bijpassende regelcultuur (zie de discussie rond het roken in kroegen), is een creatievere benadering van het slimmen wellicht effectiever. Kortom: wat valt er anaal of vaginaal nog meer in te brengen met maximaal effect?
Dan denk je natuurlijk meteen aan nicotine. Slimmen biedt dé uitkomst voor al het gedoe rond het rookverbod. Ik zou alle rokers willen voorstellen om het zogenaamde raffelen eens te proberen. Met sigaretten of shag zal het wat lastig gaan maar met nicotinekauwgum of -pleisters moet het lukken. Het heeft alleen maar voordelen: de kick is groter (directe opname in het bloed) en dus zal die unieke rokersgezelligheid er alleen maar bij winnen, terwijl de niet-raffelaars geen gezondheidsbedreigende overlast meer ondervinden.
P.S. Voor wie de superieure woordgrap is ontgaan (iedereen, vrees ik): raffelen is een bestaand woord en betekent onder meer 'kletspraat uitslaan'.
We kunnen natuurlijk zedenmeesterig deze nieuwerwetse praktijken ernstig gaan veroordelen, maar dat zal het kabinet binnenkort wel doen. En aangezien het mode is om te gruwen en schreeuwerig schande te spreken van het ouderwetse, degelijke burgerfatsoen en de bijpassende regelcultuur (zie de discussie rond het roken in kroegen), is een creatievere benadering van het slimmen wellicht effectiever. Kortom: wat valt er anaal of vaginaal nog meer in te brengen met maximaal effect?
Dan denk je natuurlijk meteen aan nicotine. Slimmen biedt dé uitkomst voor al het gedoe rond het rookverbod. Ik zou alle rokers willen voorstellen om het zogenaamde raffelen eens te proberen. Met sigaretten of shag zal het wat lastig gaan maar met nicotinekauwgum of -pleisters moet het lukken. Het heeft alleen maar voordelen: de kick is groter (directe opname in het bloed) en dus zal die unieke rokersgezelligheid er alleen maar bij winnen, terwijl de niet-raffelaars geen gezondheidsbedreigende overlast meer ondervinden.
P.S. Voor wie de superieure woordgrap is ontgaan (iedereen, vrees ik): raffelen is een bestaand woord en betekent onder meer 'kletspraat uitslaan'.
16 januari 2009
Column DvhN: Paulusma
De lijstjestijd is voorbij, maar mijn nummer één van 2008 op popgebied ben ik nergens tegengekomen: 'iRecord' van Paulusma. Dat ligt natuurlijk aan mij. Op één of andere manier kom ik altijd weer bij de muziek van Jelle Paulusma terecht. Daryll-Ann, zijn vorige band, is een anker in mijn leven. Dat klinkt misschien overdreven, maar zo ervaar ik het nu eenmaal. Als ik 'Weeps' opzet, mijn favoriete popalbum aller tijden, dan valt alles op zijn plaats.
Waarom? Ik heb er lang en vaak over nagedacht. Maar veel verder dan dat ik me heel erg thuisvoel in deze muziek kom ik niet. Waar ik wel achter ben gekomen, is dat Daryll- Ann (en popmuziek in het algemeen) bij mij een andere emotie oproept dan klassieke muziek. Bach – mijn andere held – gaat dieper, maar Paulusma is persoonlijker. Op één of andere manier past zijn muziek perfect bij de grondhouding waarmee ik in het leven sta. Ik vermoed dat het vooral veel te maken heeft met de bitterzoete melancholie van Paulusma’s melodieën. En dat het Nederlandse muziek is, speelt ook een rol: extreme emoties ontbreken, het is bijna burgerlijk.
Paulusma’s muziek roept een gevoel van bijna-harmonie op. Alsof de oplossing steeds nét om de hoek ligt, dichtbij maar voorgoed onbereikbaar – wat natuurlijk de condition humaine is. Het ademt een sfeer van verloren paradijzen, net als de boeken van F. Springer, ook zo iemand bij wie ik me helemaal thuisvoel. Enfin, luister er eens naar, zou ik zeggen. Met woorden kom je domweg niet ver als het over muziek gaat.
P.S. Binnenkort op dit blog mijn top 10 van pop-cd's van 2008. Vergeet alle andere lijstjes maar. Wat betreft de klassieke muziek: dé cd van 2008 is Ralph van Raats uitvoering van 'The People United Will Never Be Defeated!' van Frederic Rzewksi. Een Naxos-cd, dus kost geen drol. Kopen!
Waarom? Ik heb er lang en vaak over nagedacht. Maar veel verder dan dat ik me heel erg thuisvoel in deze muziek kom ik niet. Waar ik wel achter ben gekomen, is dat Daryll- Ann (en popmuziek in het algemeen) bij mij een andere emotie oproept dan klassieke muziek. Bach – mijn andere held – gaat dieper, maar Paulusma is persoonlijker. Op één of andere manier past zijn muziek perfect bij de grondhouding waarmee ik in het leven sta. Ik vermoed dat het vooral veel te maken heeft met de bitterzoete melancholie van Paulusma’s melodieën. En dat het Nederlandse muziek is, speelt ook een rol: extreme emoties ontbreken, het is bijna burgerlijk.
Paulusma’s muziek roept een gevoel van bijna-harmonie op. Alsof de oplossing steeds nét om de hoek ligt, dichtbij maar voorgoed onbereikbaar – wat natuurlijk de condition humaine is. Het ademt een sfeer van verloren paradijzen, net als de boeken van F. Springer, ook zo iemand bij wie ik me helemaal thuisvoel. Enfin, luister er eens naar, zou ik zeggen. Met woorden kom je domweg niet ver als het over muziek gaat.
P.S. Binnenkort op dit blog mijn top 10 van pop-cd's van 2008. Vergeet alle andere lijstjes maar. Wat betreft de klassieke muziek: dé cd van 2008 is Ralph van Raats uitvoering van 'The People United Will Never Be Defeated!' van Frederic Rzewksi. Een Naxos-cd, dus kost geen drol. Kopen!
Abonneren op:
Posts (Atom)