Zo'n rondje van zes kilometer heb je na vijf keer wel gezien, dus het was een kort tochtje vandaag. Het was pas mijn tweede natuurijservaring van het jaar. En dat blijft prachtig. Want op de ijsbaan vind je geen warmetenenijs.
13 januari 2010
Veluwemeertocht
Zo'n rondje van zes kilometer heb je na vijf keer wel gezien, dus het was een kort tochtje vandaag. Het was pas mijn tweede natuurijservaring van het jaar. En dat blijft prachtig. Want op de ijsbaan vind je geen warmetenenijs.
12 januari 2010
Fietsen in India
05 januari 2010
File
We zijn op de terugweg van onze skivakantie in het oostelijke puntje van Zwitserland. De route voert door Oostenrijk. En daar moet je dus niet zijn op de eerste zaterdag van het nieuwe jaar. Het wordt koud in de auto. Buiten rennen twee meisjes voorbij. 'Oh the glory when you ran outside', zingt Sufjan Stevens. Nergens politie te zien, geen idee wat er aan de hand is, want aan verkeersinformatie doet men niet in dit deel van Oostenrijk. Daar komt de vrouw met de granieten blik weer langszij. Na elke bocht wordt de hoop op verlossing opnieuw de grond in geboord. Hoe kan dit in vredesnaam, vragen we ons af?
Machteloze woede maakt langzaam maar zeker plaats voor berusting. We krijgen een zetje van de Duitse auto achter ons. Sorry, mompelt de bestuurder verdwaasd. Dit is traditie, vertelt een van de schaarse landgenoten in de file ons uiteindelijk. Duitsers gaan altijd allemaal tegelijk op zaterdag naar huis na hun skivakantie. Sonntag Ruhetag. Waarom weten wij dat niet?
Na zeveneneenhalf uur zijn we de file uit. Nooit meer Oostenrijk.
(Deze post staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden').
23 december 2009
Top 10 van 2009
1. The Beatles Remastered
Voor het gemak maar even als 1 titel gerekend, want anders zou de hele top 5 uit Beatles-cd's bestaan. Briljant klinkend oppoetswerk, waaruit blijkt dat Lennon & McCartney in de jaren zestig toch echt van het niveau Bach waren.
2. Sam Baker Cotton
Zie en beluister deze post.
3. Awkward I I really should whisper
Prachtige cd (van een Groninger) met bijzondere luisterliedjes.
4. Lily Allen Is's not me, it's you
De lekkerste automuziek van het afgelopen jaar.
5. Ponoka Built to fly
Fijne stem, fijne muziek, fijn bandje. Er wordt in Nederland toch echt heel veel goede muziek gemaakt.
Bonus: Peter Fox Stadtaffe
Op speciaal verzoek van vriendin M., die zich geblesseerd door de zomer sleepte op deze muziek.
22 december 2009
Job schaatst ook
Ik ben niet zo van de onverantwoorde risico’s, maar bij natuurijs vergeet ik dat nog wel eens. Zo stond ik begin jaren negentig een keer op het Paterswoldsemeer toen dat nog echt niet kon. Ik was alleen, het begon al wat te schemeren en het ijs golfde bij elke afzet. Stilstaan was geen optie en vallen al helemaal niet. Heel ver weg zag ik nog zo’n gek over het ijs glijden, maar verblind door de euforie van de eerste streken dacht ik geen moment aan het gevaar. Dat kwam ’s avonds pas, toen niemand geloofde dat ik al geschaatst had.
Zondag was het ook nog levensgevaarlijk op het ijs, las ik op internet. Maar wij stelden onszelf gerust met de wetenschap dat het Veluwemeer op de plek waar wij schaatsten niet dieper is dan een halve meter. Nou ja, behalve dan bij dat ene stuk gitzwart wonderijs, dat we aan het eind van de middag ontdekten. Toen de eerste de gok genomen had, volgde de rest. Je krijgt een merkwaardig soort vertrouwen in elkaar dat nergens op gebaseerd is. Maar ja, er lag ijs en het ijs zong onweerstaanbaar.
(Deze post staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'.)
16 december 2009
Idioot
Nu de vorstbarrière is genomen, wordt de vraag of ik mijn voetbalcarrière nog wel moet hervatten weer wat actueler. U moet weten dat ik een potje voetballen met mijn teamgenoten van Gronitas eigenlijk nog leuker vind dan op de racefiets zitten (nou ja, op zijn minst even leuk als bezigheid op een doordeweekse donderdagavaond, tenzij het allemaal te fanatiek wordt). Door problemen met mijn knie is er van voetballen dit jaar nog niet veel gekomen al dacht ik er net weer over om mijn rentree te maken. Door de vorst kan die in ieder geval een maandje worden uitgesteld. En eind januari denk ik waarschijnlijk weer dat ik er misschien maar helemaal mee moet stoppen, want na een week of zes voetballen heb ik doorgaans weer last van mijn knie en dan komt dus de Amstel Gold Race in gevaar.
En zo is er altijd wel wat.
09 december 2009
Fietsen in het donker
08 december 2009
Klimaattop
Zijn we bereid om de bladblazer te laten staan en de hark ter hand te nemen? Zijn we bereid om (veel) minder vlees te eten? Zijn we bereid om ski- en vliegvakanties in te ruilen voor de camping in Limburg? Zijn we bereid om vaker de fiets of het openbaar vervoer te nemen? Zijn we bereid om in de supermarkt verwegproducten als parmaham en Argentijnse biefstukken te laten staan en te kiezen voor lokale varianten? Zijn we bereid om de verwarming thuis een graad lager te zetten? Zijn we bereid om onze oude auto af te rijden in plaats van om de twee jaar een nieuwe te kopen? Zijn we bereid om de nieuwste gadgets te laten voor wat ze zijn? Zijn we bereid om genoegen te nemen met een veel lager welvaartsniveau?
Als ik naar mijn eigen antwoorden kijk, word ik niet erg vrolijk.
(Deze post stond vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'. Geen fiets en geen mopper, 't is niet anders. Mede geinspireerd door het 'Het goede leven', het nieuwe boek van mijn vriend Reinier Sonneveld. Een uiterst confronterend maar steengoed boek. Op christelijke leest geschoeid (of beter gezegd: op Jezus) en gericht op christenen, maar ook een heel heldere en daarom erg vervelende spiegel voor niet- en andersgelovigen. Lees dat belangrijke boek!)
05 december 2009
Eenzame fietser
Misschien ligt het aan mij. 's Zomers, fietsend in het zonnetje met een korte fietsbroek, denk ik altijd: 'Ik kan me niet voorstellen dat ik in het najaar, als er regen dreigt, als het waait, als de lucht loodgrijs is, als het net aan zeven graden is, nog op zaterdagmiddag op de fiets stap.' Blijkbaar denken veel fietsers zo en vergeten ze de gedachte te testen op een grauwe dag als vandaag. Want vanmiddag dacht ik: 'Ik kan me niet voorstellen dat ik dat 's zomers altijd denk.' De loodgrijze luchten hebben hun eigen schoonheid, het maakt de wereld bijna schemerig. Je fiets langs huizen waar het licht brand en dat geeft een merkwaardig soort gezelligheid, zeker als je door een oer-Hollands landschap rijdt als het Vechtdal. Zo van: ha, straks lekker ook onder de schemerlamp, met een boekje op de bank en een glas bokbier binnen handbereik.
Het is ook de eenzaamheid die fietsen in deze tijden zo aantrekkelijk maakt. Ik heb al eens uitgelegd dat ik een eenling ben op de racefiets. En dat gevoel wordt natuurlijk alleen maar sterker als je niemand tegenkomt. Maar raar is het wel, die rust, want je stuit aan het eind van de herfst op heel andere dingen dan 's zomers. Vanmiddag zag ik tijdens een tochtje van 50 kilometer bijvoorbeeld: een dode haas, heel veel paarden in de wei (zonder roodgemijterde Spanjolen overigens), kale, zeer welriekende bomen, een enkele gek geworden koe, mooie stukken boomschors, en heel veel paddenstoelen. Zoals de fel oranje spons hierboven. Ik heb hem niet terug kunnen vinden in mijn paddenstoelengids.
29 november 2009
Over misbruik gesproken
Onzin? Vergezocht? Lees het boek Over misbruik gesproken van mijn goede Dagblad-collega Paul Bosman en u zult de komende nachten niet zo gerust meer slapen. Als een getuige je mijlenver van de plaats van delict zogenaamd herkend heeft via een compositietekening waar je in geen eeuwen op lijkt, dan kun je bij het Nederlandse OM zomaar de lul zijn. Ik kende Pauls verhaal al grotendeels. Maar toen ik dit weekeinde het boek las dat hij schreef over het kafkaëske juridische gevecht dat zijn leven twee jaar beheerste, was ik opnieuw verbijsterd. Leugens, bedrog, gedraai, gekonkel en vooral nooit fouten toegeven, ook al is het zonneklaar dat je de ene blunder op de andere hebt gestapeld - zo werkt het Openbaar Ministerie in Groningen blijkbaar. En het OM wordt gedekt tot op het hoogste niveau (de Procureurs-Generaal) dus blijkbaar is liegen, bedriegen, draaien en konkelen normaal bij de OM's in Nederland.
Even kort het verhaal: Paul kreeg in december 2006 door het OM in Groningen het stempel 'pedo' op zijn voorhoofd gedrukt toen hij een oproep kreeg om als verdachte voor te komen in een kindermisbruik-zaak op het Duitse waddeneiland Norderney. Er was geen onderzoek gepleegd door de politie, Paul was nooit gehoord, er was geen bewijsmateriaal en er was geen gelijkenis met de compositietekening die van de dader was gemaakt. Wel waren er twee getuigen die Paul op het moment van het delict gezien en gesproken hadden, kilometers verderop bij een sportwedstrijd. Er was dus wel een perfect alibi. Later, veel later, bleek ook nog dat Paul voor de Duitse justitie nooit verdachte is geweest. Maar omdat de officier van justitie hardnekkig volhardde in een lachwekkende vertaalfout - "Meneer Bosman, ik heb het zinnetje nog eens laten vertalen en 'Er kommt als Tatverdächtiger in Betracht' betekent 'Hij is een verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan'" (blz. 111) - veranderde zijn leven, en dat van zijn gezin, twee jaar in een hel. Voortdurend liep hij op tegen de gepantserde, ontmenselijkte muren van het OM en de arrogantie van de macht.
Ik schaam me dat ik Paul in die periode niet wat vaker gevraagd heb hoe het met hem ging en hoe de zaak er voor stond. Want hoe langer zijn strijd tegen het OM duurde, hoe eenzamer hij zich voelde. Ik realiseer me na lezing van dit boek pas echt hoe razend Paul twee jaar lang is geweest, en hoe wanhopig hij zich gevoeld heeft. En hoe ongelofelijk smerig en schandalig het OM heeft gehandeld door hem zonder enige concrete aanleiding (en dat geeft het OM ook nog gewoon toe!) het stempel 'pedo' op te drukken, middels een onwettige, maar blijkbaar vaker toegepaste, juridische constructie.
Over misbruik gesproken: lees dat boek (het is een klassieke pageturner), huiver en word vooral heel boos. Want morgen kunnen u of ik aan de beurt zijn.
(P.S. Bijgaande foto heb ik met de zelfontspanner gemaakt in het bos waar ik stond te pissen. Als er ergens in Nederland gisteren een meisje is verkracht door een fietsende klootzak met zulke kleding aan, dan vertoon ik dus gelijkenis met de dader. Net zoals Paul, omdat hij Duits met een Nederlands accent sprak, gelijkenis vertoonde met die smeerlap op Norderney. Want dat was de reden waarom de Duitse justitie hem heel even als 'mogelijke verdachte' aanmerkte. 'Er kommt als Tatverdächtiger in Betracht' betekent namelijk niks anders dan dat.)
24 november 2009
Bladblazers
Een tweede reden is de verstorende werking van de bladblazer op de natuur. Niet alleen wordt de isolerende en grondvoedende werking van een mooi bladerdek verpest (blad beschermt uw kwetsbare plantjes heel goed tegen de vorst, bladblazende tuinbezitters, en rottend blad verhoogt de grondkwaliteit), maar denk ook eens aan al die vogels, egeltjes en veldmuizen die met een gehoorbeschadiging uw tuin ontvluchten. Of die arme mollen! Niet alleen blind, maar dankzij uw blowjob nu ook nog stokdoof. Maar de belangrijkste reden voor een onmiddellijk verbod is natuurlijk dat die bladblazers milieuvervuilend zijn: ze stinken (de benzinevarianten dan) en verbruiken heel wat meer energie dan de gemiddelde gloeilamp.
En dan nog even dit: wat is er mis met een hark?
(Deze post stond vandaag als column in Dagblad van het Noorden. Met dank aan het eerder postje van mijn vriendin M. De foto is vlakbij de tuin genomen met de bladblazende mevrouw, bij een van die prachtige Saksische boerderijen in de buurt van Hoonhorst.)
22 november 2009
Synchronie
Het is een wonderlijk soort synchronie, dat automatisch in je hoofd wordt opgeroepen. Ik ben er nog niet achter waar het door komt. Het is niet alleen het landschap, want bochten langs bosranden heb je overal en betonfietspaden zoals die langs de Lemelerveldseweg ook. Maar de omgeving speelt wel een rol. Ook bij Een fiets je langs een bos in de verte en heb je een bomenrij rechts van de weg en lichte glooiingen in het land. Maar misschien is het ook wel de geur of de stand van de zon (ik heb die synchronie-gevoelens vooral bij zonnig weer). Lopen die wegen bij Een en het Lago d'Orta soms precies parallel, nadat je een correctie hebt toegepast voor de andere ligging ten opzichte van de stand van de zon? Wie het weet, mag het zeggen.
20 november 2009
De Dellen, een hand en een oude vriend
Onderweg, op landgoed Tongeren, zie je een hand die grijpt naar het onvatbare. Maar in zijn machteloosheid wordt het grijpen wijzen: zie het blauw en het eerste wolkenwit dat voor de zon kruipt. En je denkt: het wit zal grijs worden en zwart, en regen valt in de duisternis op de vingers en druppelt uit haar starre greep. Zoals alles wat je wilt vastpakken je ontglipt en onherkenbaar verandert. Nee, dan heb je meer aan oude vrienden.
17 november 2009
Eetbaar of niet?
En denk nu niet dat ik na elk fietstochtje een bidon vol paddestoelen mee naar huis neem. Ik ben weliswaar niet gek maar wel bang.
15 november 2009
Nattigheid van onder
11 november 2009
Georg Elser
Waarschijnlijk zou Duitsland ten onder zijn gegaan aan een interne machtsstrijd en zou de Holocaust nooit hebben plaatsgevonden. De Muur zou nooit gebouwd zijn en misschien zou Stalin van de chaos gebruik hebben gemaakt om Duitsland binnen te vallen, en daarna Nederland. Ik ben benieuwd hoe de communist Albert Schwertman uit Finsterwolde (ook in de krant van zaterdag) dan had teruggekeken. Als een Held van het Nederlandse Volk? Of zou hij rücksichtlos zijn weggezuiverd?
En hoe zouden wij nu terugkijken op Georg Elser? Zouden we in de krant een bijlage hebben besteed aan De Aanslag, in plaats van aan De Muur? Waarschijnlijk niet. Ik denk dat Elser als een soort Volkert van der G. voortgeleefd zou hebben, als een eenzame gek die een omstreden politicus vermoordde. Hitler moest zijn grote gruwelwerk immers nog beginnen. Misschien dat in Israël een straat naar hem vernoemd zou zijn. Alhoewel, ook Israël zou dan waarschijnlijk nooit gesticht zijn.
Als het verhaal van Georg Elser ons iets leert dan is het wel dat het verleden net zo onvoorspelbaar is als de toekomst. We moeten het doen met het heden. Het kan geen kwaad om ons dat eens wat vaker te realiseren.
(Deze post stond gisteren als column in 'Dagblad van het Noorden'. Met fietsen heeft het niks te maken, maar dat geldt ook voor het weer van de laatste dagen.)
04 november 2009
Verslaafd
Om tien over vier zag ik en streepje blauw in de lucht en besloot ik toch maar te gaan, ook al is het tegenwoordig om vijf uur bijna donker en gaf de buienradar nog steeds overal buien aan. Eenmaal op het zadel veranderde mijn humeur op slag. Ik werd euforisch! Toen ik de Veluwe naderde jubelden hart en benen een loflied op de fiets, ook al was het 8 graden, hing rechtsboven een vervaarlijk donkere wolk en was mijn kont al zeiknat van al het water op de weg. Toen het donker werd (moeders, wees gerust: ik had lichtjes mee), steeg mijn stemming nog steeds. Geweldig, die Veluwe in de schemering! Ik ga goede lampen kopen en een klik-reflector! En zo'n fluorescerend hemd! En dan ga ik 's avonds fietsen! En ook 's nachts! Waarom heb ik dat niet eerder ontdekt, fietsen in het donker?
27 oktober 2009
Herfstvuur
Er lijkt geen einde te komen aan de overweldigende zee van stervend blad, die alle denkbare tinten rood en oranje in zich herbergt. En je denkt: wonderlijk, dat de naderende dood het leven zoveel kleur geeft. Alsof het stokken van de sapstromen een voorheen ongekende passie oproept, en de bomen en het struikgewas pas in hun jaarlijkse doodsstrijd alle registers opentrekken. Maar als je even stopt om het herfstvuur van dichtbij te bekijken, zie je dat de strijd eigenlijk al gestreden is: in de grote bladeren aan de struiken zijn gaten gevallen, het vuur vreet zichzelf van binnenuit op.
Een paar kilometer verderop dooft de vlammenzee langzaam maar zeker uit en verschijnen kleinere bladeren aan de bomen, met zachtere kleuren van verval. Links van de weg zie je plotseling een klein, vergeten maïsveldje, ontkomen aan het hakselgeweld, dat elders kale, zwarte velden heeft gecreëerd met vale kruisen als overblijfsels van het machinaal geknakte leven. Maar het slappe, vaalgele loof oogt futloos, alsof het niet weet hoe het op eigen kracht moet sterven. En je fietst verder en denkt: het einde komt voor alles en iedereen anders.
(Deze half-mislukte, melodramatische post zonder clou staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'. 't Is niet anders. En de foto geeft ook al niet weer wat ik bedoel. En ja, dat van dat 'machinaal geknakte leven' heeft u al eerder gelezen, maar de 'Dagblad'-lezers nog niet. Zoals mijn oud-collega Ger van Gelder in dergelijke gevallen altijd zei: Dat loopt dan even zo.)
25 oktober 2009
Zuurstokje en ik
21 oktober 2009
In Georgië wordt niet gefietst
Ik geef toe: het is een leeg leven, maar je moet toch wat zonder racefiets.
18 oktober 2009
Lopers en fietsers
Die haas is nu al zeven jaar mijn vriendin en loopt sinds enkele weken weer hard. Maar ook zij deed zondag niet mee. Zij loopt hard om in het voorjaar beter te kunnen fietsen. Ik zelf heb na die 13de oktober 2002 nooit meer hardloopschoenen gedragen. In de week na die 4 Mijl van 2002 bleek mijn knie namelijk behoorlijk naar de kloten, zoals wij wielrenners dat zeggen. Ik heb in de jaren erna nog wel een boek geschreven over een Groningse hardloper die op zondag 22 oktober 1916 een solomarathon liep (deels over dezelfde route als de 4 Mijl) en in zijn eentje net zoveel toeschouwers trok als de 17.500 lopers van zondag samen, maar dat is een ander verhaal. Ik fiets tegenwoordig en, beste 4 Mijl-lopers, dat is veel leuker en gezonder dan hardlopen.
Je komt verder, je gaat harder, je ziet meer en je gewrichten blijven langer heel (als je niet valt). Op de racefiets heb ik nooit last van mijn knie. Sterker nog: als ik een paar weken niet fiets dan begint die zeven jaar oude 4 Mijl-blessure weer op te spelen. Jammer alleen dat die haas van me ook op de racefiets veel te snel voor me is.
(Deze post stond dinsdag als column in 'Dagblad van het Noorden'. De wellicht wat merkwaardige foto is het uitzicht vanuit mijn hotelkamer in Tbilisi, waar ik afgelopen week verbleef: de reden dat deze post wat verlaat is gepubliceerd.)
10 oktober 2009
Droog
07 oktober 2009
Mossels op de dijk
29 september 2009
Zakdoekjes
Nou, da’s dus mooi twee dagen te laat. De NS deelt sinds gisteren papieren zakdoekjes uit tegen de Mexicaanse griep, maar bij mij sloeg het noodlot zaterdag al toe. Keelpijn, hoofdpijn, ontstuitbare snotstromen, spierpijn en ga zo maar verder. De definitieve diagnose is nog niet gesteld (koorts heb ik nog niet of nauwelijks), maar het zou zomaar eens zover kunnen zijn. Eindelijk, zou ik bijna zeggen, zowaar een voorspelling die uitkomt. Nu nog een flinke golf Mexicaantjes in mijn naaste omgeving erover heen en je zou al die economie- en klimaatprofeten ook nog bijna gaan geloven. Maar laten we niet te vroeg juichen, want het kan natuurlijk ook een gewoon verkoudheidje zijn (toegegeven: ik heb zaterdag een fietstochtje naar de Holterberg gemaakt met iets te weinig kleren aan en ’s avonds ook nog tot elf uur in de tuin gezeten).
Niet dat die zakdoekjes overigens veel geholpen zouden hebben, maar het gaat om het idee. Papieren zakdoekjes laat je makkelijker slingeren dan die katoenen (21 procent van ons schijnt die nog te gebruiken; ik ken eerlijk gezegd maar één iemand: mijn vader), waarmee de verspreiding van dat virus eindelijk eens goed op gang kan komen. Hoe dan ook: dat half miljoen zakdoekjes is natuurlijk slechts een afleidingsmanoeuvre, net als die zogenaamde zorg van de NS om de Mexicaanse griep. Kijk maar eens naar de bomen: de blaadjes gaan binnenkort vallen en dan weet je het wel weer. Zoals elk jaar wachten ons treinreizigers gladde rails en vertragingen van iets minder dan een half uur (dan hoeft de NS namelijk niks te vergoeden).
Helaas is dat zo’n voorspelling waarvan je wél zeker weet dat hij uit gaat komen.
(Deze post stond vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'. Zonder die foto, natuurlijk. Voor de niet-Holterbergkenners onder u: de Motieweg is een stukje Alpe d'Huez in Nederland. Zaterdag naderde ik hem via een landweggetje met de toepasselijke naam 'Helhuizerweg'. Merkwaardig genoeg zie je vanaf daar die hele Sallandse Heuvelrug niet liggen, tot je linksaf, de Motieweg op fietst. En zelfs dan lijkt het niet echt omhoog te gaan. Maar na 200 meter gaf mijn tellertje toch echt 6% aan en na 300 meter 9%. Het is een echte heuvel.)
27 september 2009
Herfstbegin
De kastanjes zijn gevallen, de snijmaïs wordt gehakseld en zorgt voor kale, zwarte velden met vale kruisen als overblijfsels van het machinaal geknakte leven.
39 x 17, je benen malen.
De eerste modder bevlekt de weg, kastanjeschillen zorgen voor vrees voor lekke banden en koude handen - je huivert en ritst je jasje dicht.
39 x 17, je benen malen.
Op het land wordt het gras voor de laatste keer gemaaid en gedroogd, en in de bossen wachten, verscholen achter het dof geworden groen, het eerste rood en bruin en geel geduldig op hun kans.
39 x 17, je benen malen.
Paddenstoelen zo groot als kolenschoppen knallen de grond uit en bij de boerderijen die je passeert zijn de honden massaal op kuitenjacht - de tijd voor fietsers is nu toch echt voorbij is, blaffen ze, maar:
39 x 17, je benen malen.
Je fiets begint te piepen als de 5000 kilometer bereikt is, maar in de felle zon van het herfstbegin wil je doorgaan tot het donker wordt - want je weet dat de jacht op die vogel van licht en lucht nooit stopt.
39 x 17, je benen malen.
(Voor de niet-wielrenners onder u: 39 x 17 is mijn favoriete verzet - 39 tandjes voor, op dat grote tandwiel (mijn middelste) en 17 tandjes achter, op die kleine (mijn op vier na kleinste). Bij honderd omwentelingen per minuut, rij ik 29,6 kilometer per uur en meestal maal ik met een trapfrequentie van tussen de negentig en de honderd.)
De Grôte DaikBoekel
Het tactische plan was sluitend en volmaakt. Ik zou M. ongeveer vijf kilometer voor de finish zogenaamd naar voren loodsen. Op het moment dat we op kop van de koers zouden komen, zou de grote favoriete opeens links omhoog de lucht in wijzen en de kreet slaken: 'Kijk, een giraffe!' Gebruikmakend van de algehele verwarring zou ik er vervolgens op zijn Zoetemelks tussenuit piepen, want een splijtende demarrage heeft er helaas nooit in gezeten. En voordat de overige DaikBoekelaars van de schrik zouden zijn bekomen, zou ik triomferend de handen in de lucht kunnen steken voor mijn eerste en enige wieleroverwinning ooit. Maar helaas. Al na vijf kilometer wedstrijd was het voorbij. 'Morgen wordt het ook mooi weer en dan wil ik graag nog even fietsen', schoot door mijn hoofd, toen de koers na 120 kilometer en groupe net was vrijgegeven. 'Forceren zou zonde zijn.' 'Voel ik daar mijn kuit niet?' 'Misschien kan M. het maar beter zelf afmaken.' Drie van zulke gedachtes verder was ik gelost.
De volgende dag bleek die kuit helaas realiteit, waardoor ik in het Vechtdal een paar pauzes in moest lassen. Zoals bij de schaapskooi aan de Bosweg, aan de rand van het Rechterense Veld. Ik zat op een hekje en kauwde op een banaan, met alleen wat vogels om me heen. En ik realiseerde me dat ik nooit een wedstrijd zou winnen omdat die momenten me meer waard zijn dan welke zege ook.
(Voor wie toch benieuwd is naar de uitslag, hier het persbericht dat de directie van De Grôte DaikBoekel uit deed gaan: 'De Grôte Daikboekel is een koers over 141 kilometer voor 24 mannen en één vrouw, en aan het eind wint Marijn de Vries.')
16 september 2009
Luurt
Vorig jaar juni ben ik, meteen nadat ik de eerste versie van mijn boek Hardloper Huizenga - Het verhaal van een vergeten wonderatleet had afgerond, op de racefiets gesprongen en naar het graf van mijn weerbarstige held gefietst (de ondertitel was destijds trouwens nog 'De man die sneller was dan de trein'). Dat fietstochtje naar Ruinerwold was voor mijn gevoel een mooie afronding van het wordingsproces. Daar kwam bij dat het die maandagmiddag prachtig weer was en ik verlangde na drie weken schrijven hevig naar een ritje zonder woorden aan mijn kop.
Deze week, een half jaar nadat Hardloper Huizenga is verschenen, heb ik een boek naar Luurts graf gebracht. De wind waaide uit de goede richting en op het moment dat ik de begraafplaats betrad begon de zon te schijnen. Ik had een exemplaar meegenomen, ingepakt in plastic en met een persoonlijke opdracht voor de kale botten van de legendarische hardloper. Het ligt nu ergens bij de grijze grafsteen van Luurt Huizenga en zijn vrouw Aaltje Huizenga-Tinholt. Dat leek me een mooie afsluiting van mijn Huizenga-jaar, want eerlijk gezegd heb ik er zo ondertussen wel genoeg van. Een bestseller zal het boek niet worden, ondanks alle aandacht die het heeft gekregen. Maar het is goed zo. Ik schrijf deze week nog een verhaal over de vergeten volksheld voor het historische tijdschrift Stad & Lande en dat is het dan.
15 september 2009
Sam Baker
Een jaar geleden vroeg mijn buurman Klaas me of ik zin had om mee te gaan naar een concert in Deventer. Daar zou ene Sam Baker optreden en dat zou heel bijzonder worden, vertelde Klaas. Ik had nog nooit van Sam Baker gehoord. Nou is Klaas een van de beste mondharmonicaspelers van Nederland en zit het doorgaans met zijn muzieksmaak wel snor, dus ik stemde zonder aarzelen toe. Het weekend voordat we naar het Burgerweeshuis zouden gaan, leende Klaas me de cd Mercy, zodat ik me een beetje kon voorbereiden.
Eerlijk gezegd was ik niet meteen onder de indruk. Goede americana, dat zeker; mooie liedjes ook en ijzersterke teksten. Maar die krassende spreekstem van de Texaanse singer-songwriter – ik vroeg me af of ik dat anderhalf uur zou volhouden.
’Wel een bijzondere stem’, zei ik tegen Klaas. ’Geweldig hè’, vond Klaas, dus ik hield me maar wat op de vlakte. Soms moet muziek in je hoofd groeien.
In het Burgerweeshuis betraden drie mannen het podium. Ze stonden op een smoezelig Perzisch tapijtje, met op een tafeltje vlak achter hen vier flesjes bier. In het midden een grijzende vijftiger, met lang, krullend haar en een gitaar. Dat was Sam Baker. Toen hij begon te zingen was het onvoorstelbaar hartverscheurend mooi. Tussendoor vertelde hij over de bomaanslag van Lichtend Pad, in een trein in Peru, waardoor zijn linkerhand verminkt was, waardoor hij doof werd aan één oor en een hersenbeschadiging opliep die zijn spraakvermogen aantastte.
Het was een van de meest indrukwekkende optredens die ik ooit heb bijgewoond. De breekbaarheid van een mensenleven omgezet in muziek. Morgenavond staat Sam Baker in De Oosterpoort in Groningen. Klaas en ik zijn present.
(Dit niet-fiets blogje staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden')
07 september 2009
Dood
Om nog even bij Prediker te blijven: "Niet meer dan de dieren zijn ze, want mensen en dieren treft hetzelfde lot. Zoals een dier sterft, zo sterft ook een mens; ze delen dezelfde adem. Dat is hun beider lot." Het lot van deze egel, die ik zondag zag liggen op de IJsseldijk bij Welsum, kan ook de fietsende mens treffen. Vandaag werd ik daar weer eens mee geconfronteerd op een landweggetje, vlakbij Windesheim. Een gedegenereerde randdebiel kwam me daar in zijn Volvo met ongeveer 120 kilometer per uur tegemoet razen en meende op de hooguit zes meter brede weg zelfs nog even gas bij te moeten geven vlak voor hij me passeerde. Het gebeurde te snel en ik was te verbijsterd om zijn kenteken te noteren, want anders had u dat van me gekregen. En daarbij mijn zegen om de koplampen, alsmede de spiegels, met grof geweld aan gruzelementen te slaan als u de auto ergens zou aantreffen. Maar helaas. Ik meende de achterlijke trekeend achter het stuur - nee, het was geen allochtoon en ook geen jongere; het was een wat oudere, grijze man - zelfs even te zien lachen toen hij me voorbijreed, maar dat kan suggestie zijn geweest. "Niemand heeft macht over de dag waarop hij sterft, geen mens ontvlucht het slagveld van de dood", zegt Prediker. Maar dan toch liever niet op de bumper van zo'n Geert Wilders-stemmende polder-Basjibozoek.
De dood fietst mee bij elke tocht die je maakt. Daar kun je moeilijk over gaan doen of bang van worden (en thuis blijven), maar je kunt het ook gewoon aanvaarden. Het leven op de racefiets is te mooi om lang bij de dood stil te staan. Om nog een laatste keer Prediker aan te halen: "Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet op elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven."
Gereformeerde luchten
Het zal de dag wel geweest zijn (zondag), en die merkwaardige naam op de kaart (Tempelberg, vlak voor Elshof), en die film die ik vrijdagavond zag (De uitverkorene), en die boerderij met voor alle ramen alleen maar sanseveria’s. Maar het was vooral het licht: dreigende wolkenmassa’s legden een oudtestamentisch blauwsluier over het oer-Hollandse landschap tussen Liederholthuis en Middel. Ik fiets daar om wind-technische redenen bijna nooit, dus ik was extra opmerkzaam; dat zal ook meegespeeld hebben. Ik zag in zondagsrust gehulde landerijen, uitgestrekt en platgedrukt door het machtige, grauwe hemelgeweld. Hier hebben bergen geen schijn van kans en zijn kerken de enige opwaartse tendensen die geduld worden. En ik dacht: gereformeerde luchten.
Heel af en toe brak de zon magistraal door als een kortstondige openbaring van hoop op het uitverkorenschap. En ik zag mezelf in alle nietigheid voortrazen over de smalle wegen, tussen de wateren en het strenge, vruchtbare land. Niks anders om me heen dan lucht en leegte. Waarom doe ik dit eigenlijk, vroeg ik me af, terwijl ik het antwoord al wist: ijdelheid en het najagen van wind.
31 augustus 2009
Viva Drenthe!
We stonden bij Witteveen en zagen het peloton voorbijflitsen in de scherpe bocht aan de voet van de Monte Relus. We waren te laat, de kopgroep was al gepasseerd en na tien seconden was de Vuelta alweer voorbij. Ik herkende nog net Karsten Kroon en mijn vriendin had zowaar Tom Boonen op de foto staan. We stapten op onze racefietsen en bedwongen in de chaos van vertrekkend publiek zelf de platste heuvel op aarde: ruim een kilometer klimmen met een gemiddeld stijgingspercentage van 0 % en pieken tot zeker 0,1 %. We groetten Relus, links van de weg, en liepen bovenop de col vast in de feestvierende massa van Turba Blanca. We draaiden om, daalden af en bedachten pas later dat we een stukje van het bruine plakband dat de top markeerde als souvenir mee hadden moeten nemen.
We fietsten door Wezuperbrug en zagen fenomenale, oer-Nederlandse wolkenpartijen en een verlaten zondagmiddagland waar de Vuelta een verre droom leek. Maar bij Odoorn vonden we de Ronde van Spanje terug, uren voordat het peloton voorbij zou komen. We reden naar boven en belandden in de Boswachterij Exloo op een helse, kilometerslange kasseienstrook die helaas niet in het parkoers was opgenomen. Met geklutste organen bogen we af naar Ees, waar we aangemoedigd door de honderden wachtende toeschouwers, het korte strookje kinderkopjes opfietsten dat wel in Drents Spanje lag. Aan het eind stond een auto van AG 2R tussen de bomen, in afwachting van onheil.
We reden door Exloo en werden op de Hoofdstraat massaal toegejuicht vanaf de terrassen. En we jakkerden door, voor het peloton uit, richting Emmen en we dachten: Viva Drenthe!
(Deze post staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'.)
26 augustus 2009
Bramen
Fietsen appelleert aan onze oerinstincten - ik heb het al vaker geconstateerd. Vandaag roerde de jager/verzamelaar in mij zich. Toen ik over De Dellen reed, kreeg ik ineens een onbedwingbare drang om bramen te plukken. Hup, water uit het bidon, struiken zoeken en plukken maar. Het kostte me twee uur, maar toen was een bidon van 800 ml gevuld. Rode handen, krassen op de enkels, m'n gemiddelde snelheid ver onder de 25, maar de oogst was binnen. Thuis bleek de bramenmassa enigszins ingezakt, maar het was toch nog 500 gram. Zachtjes garen in eigen sap, een halve kilo suiker erbij, aan de kook brengen en - hopla! - twee potten bramenjam klaar. En dat alles uiteraard nog steeds in fietskledij.
25 augustus 2009
Piesporter Berg
Over de Mosel gesproken: ik heb mijn belofte van lang geleden nog niet ingelost. De Monte Beigua en de Mont Ventoux zijn afdoende behandeld, maar de Piesporter Berg nog niet. Dat klimmetje heb ik in de tweede week van juli een paar keer gedaan. Hij is mooi: nadat je in het dorp Piesport de brug over de Mosel bent gepasseerd, schiet ie meteen de lucht in. Vier kilometer en vijf klassieke haarspeldbochten verder ben je boven. Gemiddeld stijgingspercentage: 6,3 %, en hij loopt mooi. Boven wachten prachtige vergezichten over de Hunsrück, dat wonderlijke, uitgestrekte Heimat-land van hoogvlaktes, smalle landweggetjes en uitgestrekte bossen aan de andere kant van de rivier. Een oeroud gebergte dat iets dreigends heeft, alsof er vergeten krachten huizen uit lang vervlogen tijden.
Veel zwaarder dan de Piesporter Berg waren trouwens de klimmetjes in ons vakantieoord Neumagen: de Nuhkopf en de Kapelstrasse. Beide slechts iets meer dan een kilometer klimmen, maar wel tegen gemiddeld 10 %. En wat erger was: met pieken tot (ver) boven de 20 %. Vooral de Kapelstrasse verdient roem. Na een klein afdalinkje halverwege, fiets je opeens tussen de wijnranken tegen een muur van asfalt aan, waarbij je goed voorover op je fiets moet blijven zitten omdat anders je voorwiel los van de grond komt. Na zo'n klim lach je om de Keutenberg.
22 augustus 2009
Fietsen met M.
Vandaag voor het eerst sinds De Val weer eens met mijn lieve vriendin M., de topsportster, gefietst. Nou ja, afgezien van die tochtjes langs de Mosel in de vakantie dan. Maar die tellen eigenlijk niet mee, want toen reed M. met een arm in een mitella, op een fiets met terugtraprem. Ze vroeg in Duitsland zelfs een paar keer, licht chagrijnig, of ik niet zo hard wilde fietsen. Dat bestaat natuurlijk niet in de echte wereld.
Maar goed, vandaag gingen we via De Dellen naar Elburg en vandaar langs het randje van de Noordoostpolder naar Kampen. Op dat randje had ik nog nooit gefietst. Het bleek zowaar een mooi fietspad te zijn met veel bos en nog redelijk wat afwisseling. Dat was niet in overeenstemming met mijn beeld van de polder tot nu toe: lange rechte wegen met eeuwige wind tegen. "Wat fiets je hard", zei M. op een gegeven moment. "We rijden gemiddeld 29 per uur!" Het was me zelf ook al opgevallen. Ik rij dit jaar weer wat harder dan vorig jaar. Dat zal wel door al die bergen en kilometers komen.
Elk jaar ga ik gemiddeld een kilometer per uur harder. Als die progressie zich voortzet, word ik op mijn 62ste toch nog wereldkampioen bij de profs.
19 augustus 2009
4000 kilometer
Op 25 januari zat ik voor het eerst in 2009 op de racefiets. Het was steenkoud en ik maakte de fout om meteen 70 kilometer te gaan fietsen. Ik herinner me dat ik op de terugweg langs het Apeldoornse kanaal mijn voeten bijna niet meer voelde. Vandaag rondde ik de kaap van 4000 kilometer tijdens een prachtige tocht van 126 kilometer van Zwolle, naar Wezep, via Oldebroek naar Elburg, langs het Veluwemeer naar Harderwijk, via Heerden, Leuvenem, Garderen, Elspeet, Vierhouten en Gortel de Veluwe over en vervolgens door naar de IJssel via Emst, Nijbroek en Welsum. Bij Veessen met het pontje naar Wijhe en vervolgens terug naar Zwolle. Ja, je leert je land wel kennen als je op de racefiets zit.
In Garderen was de 4000 bereikt (een persoonlijk fietskilometerrecord) en ik staarde in het water bij het kasteel om even stil te staan bij het heuglijke feit. Alhoewel, wat bezielt een mens om zoveel op de fiets te zitten? Okee, het kan erger: J. reed vorig jaar in twee maanden 8000 kilometer, maar hij had een duidelijk doel. Wat is mijn doel? Is het ondertussen geen verslaving aan het worden? Of een obsessie? Afgelopen zondag was het mooi weer en ik voelde me bijna schuldig dat ik niet ging fietsen, terwijl ik de twee dagen ervoor twee keer 80 kilometer had gefietst. Idioot.
Column DvhN: Griep
Het is zo langzamerhand wel te hopen dat die Mexicaanse griep ook daadwerkelijk flink gaat toeslaan. Zo niet, dan krijgen we volgend jaar ongetwijfeld ook nog een parlementair onderzoek naar de honderden miljoenen die in de farmaceutische industrie zijn gepompt onder het mom van voorzorgsmaatregelen. Ik word zo langzamerhand een beetje moe van die griep (nee, geen zorgen: nog geen koorts of spierpijn). Vooralsnog is het niet meer dan een zomerhype. Maar wat niet is kan nog komen, natuurlijk. Dat is doorgaans het probleem met de toekomst; die laat zich nu eenmaal niet voorspellen. Dat blijkt niet alleen uit de steeds veranderende inschattingen rond de risico’s van de Mexicaanse griep. De wekelijks wisselende voorspellingen over wat de economische crisis ons brengen moge, vormen momenteel de meest lichtende voorbeelden van de onzinnigheid van het koffiedik kijken.
Verbazingwekkend genoeg blijven we al die profetieën steeds maar weer uiterst serieus nemen, ook al blijken een week later de feiten toch weer net even anders te liggen. Volgens mij komt dat omdat we tegenwoordig, in onze hoogontwikkelde westerse wereld, niet meer willen accepteren dat we niet overal grip op hebben. Terwijl we in vroeger tijden ons lot in handen legden van de voorzienigheid – al dan niet met een hoofdletter – is nu de maakbaarheidsgedachte de dominante levenshouding. We denken alles te kunnen rationaliseren, oplossen en voorspellen, of het nu om de griep, de economie of het klimaat gaat. Ook al blijkt dat keer op keer een illusie en stuiten we steeds weer op onze beperktheid.
Misschien was het idee van de V/voorzienigheid toch zo gek nog niet. Het is in elk geval een stuk goedkoper en bespaart ons een hoop onzin.
Verbazingwekkend genoeg blijven we al die profetieën steeds maar weer uiterst serieus nemen, ook al blijken een week later de feiten toch weer net even anders te liggen. Volgens mij komt dat omdat we tegenwoordig, in onze hoogontwikkelde westerse wereld, niet meer willen accepteren dat we niet overal grip op hebben. Terwijl we in vroeger tijden ons lot in handen legden van de voorzienigheid – al dan niet met een hoofdletter – is nu de maakbaarheidsgedachte de dominante levenshouding. We denken alles te kunnen rationaliseren, oplossen en voorspellen, of het nu om de griep, de economie of het klimaat gaat. Ook al blijkt dat keer op keer een illusie en stuiten we steeds weer op onze beperktheid.
Misschien was het idee van de V/voorzienigheid toch zo gek nog niet. Het is in elk geval een stuk goedkoper en bespaart ons een hoop onzin.
16 augustus 2009
Dreuge boonties
Het is weer de tijd van de kalebassen. Een grote voor 1,50 of drie kleintjes voor een euro. Langs de wegen verschijnen de eerste rekjes met de oogst van particuliere kwekers. Het is ook de tijd van het manshoge snijmaïs. Het landschap verandert er door en niet louter ten goede. Want door die maïs gaat alles op elkaar lijken. Gisteren fietste ik met storm in de rug door het Vechtdal, bij Dalfsen omhoog naar Pieperij, vandaar naar Nieuw Moscou, en daarna verder omhoog naar Sleen. Landschappelijk passeer je dan heel verschillende streken maar door de eeuwige maïsvelden is de aarde overal bedekt met dezelfde groene gloed.
Bij aankomst in Sleen merkte ik dat het ook weer tijd is voor dreuge boonties. Althans: de boontjes worden weer gepunt aan draadjes geregen om op zolder te drogen. Zodat we in december weer aan de dreuge boonties kunnen, met grote stukken vet spek en sappige dikke worst. De maïs is dan allang tot veevoer vermalen, maar voor fietstochtjes van Zwolle naar Sleen is het dan helaas te koud. En zo is er altijd wel wat.
11 augustus 2009
Nederland
Nederland is het meest Nederlandse stukje Nederland. Ik was er zondagmiddag voor het eerst in mijn leven. De maximumsnelheid is er dertig kilometer per uur en je mag er niet parkeren, zag ik toen ik op de racefiets Nederland binnenreed. Verder kan ik u melden dat er een kunstenaar in Nederland woont, er is een rietdekkersbedrijf, er staan een paar prachtige oude boerderijen en er woont iemand die erg van hortensia’s houdt. Ook staat er binnen de grenzen van Nederland een ooievaarsnest. De vermoedelijke bewoner daarvan zag ik net buiten Nederland in een weiland naar voedsel zoeken.
In Nederland en omgeving is erg veel water, waarin momenteel de lelies welig tieren. Er zijn ook erg veel bruggen, die zondag om de haverklap openstonden. De pleziervaart is in Nederland namelijk heel populair, zoals overigens ook het wandelen en fietsen. Gevoetbald wordt er op zondagmiddag gelukkig niet zodat er een weldadige rust heerste tijdens mijn korte bezoek. Het was wel donker in Nederland, door de dreigende luchten waaruit heel af en toe een enkele druppel viel. Het kon de pulletjes in het slootje naast de rietschoven niet deren, net zomin als de jonge katjes die even verderop over een erf dartelden.
Nederland - u komt er door bij Nijeveen richting De Weerribben te gaan - is een bijzonder oord. Het is het enige buurtschap in Nederland met oranje letters op de plaatsnaamborden. En taalkundig gezien voorziet Nederland de meervoudsvorm in onze koninkrijksnaam van een logische basis. Zonder Nederland geen Nederlanden.
(Deze post stond vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden')
05 augustus 2009
De Heuvel van Hankate
Even voorbij Hankate, in de richting van Hellendoorn, doemt links van de weg een mysterieuze heuvel op. Momenteel is hij begroeid met maïs, maar 's winters ligt hij dreigend zwart een heuvel te wezen. Elke keer als ik er langs fiets verbaas ik me weer over die heuvel en vraag ik me af welke verhalen er in de volksmond de ronde doen over deze puist in het landschap. Ik vermoed dat er op de top ooit heksen zijn verbrand en het zou me erg tegenvallen als er niet eens iemand vermoord is of anders toch op zijn minst verkracht. De vrouwen van Hankate, Elen en het buurtschap Rhaan fietsen altijd zonder omkijken hard door want die eeuwenoude duivelsheuvel brengt bij sommige mannen onbedwingbare oerdriften naar boven... Nou ja, zoiets dus. Vanmiddag ben ik er gestopt om een foto van die duivelsheuvel te maken. Er graasde een koe op het weilandje voor de klim en door het maïs liep een pad naar de top (toegegeven, de hoogte komt er niet echt uit op de foto). Op de kaart zag ik dat het niet de Heuvel van Hankate of de Duivelsheuvel heet maar de Rhaanderesch. Hij is 19,5 meter hoog. Ik vind Rhaan maar een rare naam.
En nu iets heel anders
De Mopperlog-lezers (waren het er nou vier of vijf?) zijn gewend om hier ook de columns die ik voor Dagblad van het Noorden schrijf terug te vinden. En die gaan niet altijd over fietsen, zoals deze, die onder het kopje 'Tomtom' gisteren in de krant stond:
"Grote afwezige bij de opsomming van vakantie- ergernissen, zaterdag in deze krant, was natuurlijk de Tomtom. Lange tijd heb ik dit helleapparaat uit de auto weten te weren, maar begin dit jaar kwam het navigatiemonster op uitdrukkelijk verzoek van mijn vriendin dan toch aan boord. Helaas bracht een Vlaams sprekende dame ons inderdaad een paar keer op de plek van bestemming, zodat ik vergat wegenkaarten mee te nemen toen we begin juli op vakantie gingen. Dat hebben we geweten.
Het begon al in Duitsland toen het apparaat ons 88,7 kilometer voor de plaats van bestemming de Autobahn af wilde hebben terwijl ik toch bijna zeker wist dat onze eerste pleisterplaats náást de snelweg lag. Maar goed, zo’n ding zal het wel beter weten, denk je dan en dus tuften wij vele kilometers over smalle weggetjes door de Vulkaaneiffel met de ene wegopbreking na de andere. Toen we later doorreisden naar Italië stond er een file voor de Gotthardtunnel dus dachten we: we gaan gewoon de pas over. Helaas dacht Tomtom – wie heeft trouwens die belachelijke naam verzonnen? – daar anders over. Die liet ons afbuigen naar de Furkapas en stuurde ons vervolgens naar de autotrein onder de berg door, in de richting van een enorm drukke, bochtige tweebaansweg in het Rhônedal, waarbij we om de vijf kilometer door een dorpje kwamen waar je maar vijftig mocht.
Dat we daarna ook nog ónder de Simplonpas door moesten, verbaasde me allang niet meer. Ik had mijn luidruchtige woordenwisselingen met de Vlaamse dame allang gestaakt, volledig murwgeslagen. Wat we later in Italië nog meemaakten met Tomtom zal ik u besparen. Maar het is een wonder dat we nog leven."
"Grote afwezige bij de opsomming van vakantie- ergernissen, zaterdag in deze krant, was natuurlijk de Tomtom. Lange tijd heb ik dit helleapparaat uit de auto weten te weren, maar begin dit jaar kwam het navigatiemonster op uitdrukkelijk verzoek van mijn vriendin dan toch aan boord. Helaas bracht een Vlaams sprekende dame ons inderdaad een paar keer op de plek van bestemming, zodat ik vergat wegenkaarten mee te nemen toen we begin juli op vakantie gingen. Dat hebben we geweten.
Het begon al in Duitsland toen het apparaat ons 88,7 kilometer voor de plaats van bestemming de Autobahn af wilde hebben terwijl ik toch bijna zeker wist dat onze eerste pleisterplaats náást de snelweg lag. Maar goed, zo’n ding zal het wel beter weten, denk je dan en dus tuften wij vele kilometers over smalle weggetjes door de Vulkaaneiffel met de ene wegopbreking na de andere. Toen we later doorreisden naar Italië stond er een file voor de Gotthardtunnel dus dachten we: we gaan gewoon de pas over. Helaas dacht Tomtom – wie heeft trouwens die belachelijke naam verzonnen? – daar anders over. Die liet ons afbuigen naar de Furkapas en stuurde ons vervolgens naar de autotrein onder de berg door, in de richting van een enorm drukke, bochtige tweebaansweg in het Rhônedal, waarbij we om de vijf kilometer door een dorpje kwamen waar je maar vijftig mocht.
Dat we daarna ook nog ónder de Simplonpas door moesten, verbaasde me allang niet meer. Ik had mijn luidruchtige woordenwisselingen met de Vlaamse dame allang gestaakt, volledig murwgeslagen. Wat we later in Italië nog meemaakten met Tomtom zal ik u besparen. Maar het is een wonder dat we nog leven."
03 augustus 2009
De wijde blik
Hoe opener het landschap, hoe wijder de blik. Dat viel me zaterdag weer eens op toen ik een tochtje van 100 kilometer maakte over de Veluwe en langs de IJssel. Op de heenweg, door en langs de bossen, was ik ook in mijn hoofd vooral met fietsen bezig, maar toen ik bij Emst de Veluwe verliet en richting Terwolde fietste, dacht ik vooral na over God. Het kan ook de cadans zijn geweest die de geest verruimde, maar ik denk dat het meer met de open luchten en de weidsheid van het landschap te maken had.
Dat van God zal ik uitleggen. Ik lees momenteel (al een paar maanden trouwens, het is taaie kost) De brief aan de Romeinen van Karl Barth, een van de bekendste theologische werken van de vorige eeuw. Een van de stellingen van Barth is dat God principieel onkenbaar is en radicaal anders. Ons voorstellingsvermogen schiet volledig tekort als het over God gaat. Barths Godsbeeld spreekt me erg aan. Het impliceert namelijk dat wij niks zinnigs kunnen zeggen over God en dat ook de benaming 'God' eigenlijk een zwaktebod is. God breekt hooguit in in ons leven, waardoor we een glimp op kunnen vangen van Hem (of is God Het?, of allebei en geen van beide? God als persoon zien, is ook weer zo'n inkapselende antropomorfisering van het/de Onzegbare, net als al die hoofdletters trouwens).
Geloof jij dan in het bestaan van God, zou u zich nu kunnen afvragen? Nou, ik geloof vooral in de beperktheid van de mens en kan heel slecht tegen mensen die denken de waarheid in pacht te hebben (of die waarheid nu religieus dan wel wetenschappelijk beargumenteerd wordt). Eén van de belangrijkste lessen van de evolutietheorie is volgens mij namelijk de principiële beperktheid van het dier mens. Wij denken wel alles te weten en dat we de wereld naar onze hand hebben gezet en de natuur bijna overal in cultuur hebben gebracht, maar vertel dat maar eens aan de vlieg die u 's nachts uit uw slaap houdt. Hij lacht u vierkant uit (tenminste, als hij een mens zou zijn). Ik wil maar zeggen: insecten zijn in evolutionair opzicht een oneindig meer succesvolle soort dan de mens en zij zullen ons ruimschoots overleven. En ze zijn niet de enige.
Maar wat ik bedoel is dit: er is oneindig veel dat ons begrip te boven gaat. Leven, dood, het begin, de eeuwigheid, de ervaringswereld van de mug, en die ontelbaar veel miljoenen '...'-en waar we niet eens een naam voor hebben omdat we hun bestaan niet waarnemen - we weten er niks van en die zo veelgeprezen Ratio van ons (die overigens ook maar een afgeleide van ons gevoel is, maar die ons toevallig de laatste eeuwen zoveel evolutionaire voordeeltjes heeft opgeleverd dat we hem als God zelve zijn gaan beschouwen) kan ons daar ook niet bij helpen. En voor al dat onzegbare is God nog niet eens zo'n gekke benaming. En laat ik het maar gewoon toegeven: waar ik er lange tijd van overtuigd was dat dit leven en deze wereld vooral een toevallig product van blinde evolutie waren, ben ik daar nu niet zo zeker meer van. De gedachte dat er een sturend 'Iets' is, komt me tegenwoordig toch iets waarschijnlijker voor, al denk ik dus wel dat dat Iets zich radicaal aan ons begripsvermogen onttrekt en we er dus niks zinnigs over kunnen zeggen.
Dat schoot door mijn hoofd in het weidse IJsselland. Maar ik dacht daarnaast natuurlijk ook aan mijn gemiddelde snelheid. Die lag zaterdag namelijk op 28,9 km per uur, wat ongekend hoog is voor mijn doen. Dat is dan de invloed van die Mont Ventoux weer. Enfin, tot zover.
Abonneren op:
Posts (Atom)