15 juli 2008

Column DvhN: Riccardo Riccò

We kunnen natuurlijk wel doen alsof er belangrijker zaken zijn, maar het leven draait deze weken uiteraard maar om één ding: de Tour de France. Gelukkig is wielrennen nog een échte sport en geen schaamlap voor carnavaleske zuippartijen zoals de grote voetbaltoernooien. We worden – de Heer zij geprezen – dus niet dagelijks lastiggevallen door oranje gekken en al te overdreven aandacht in de media.
Daarvoor moeten we trouwens ook de Rabobank danken, want wat zou er gebeurd zijn als Robert Gesink wel had meegedaan aan de Tour? Onze oranjegekleurde landgenoten grijpen tegenwoordig immers elke gelegenheid aan om hun onlesbare feestdorst te bevredigen en na de etappe naar Hautacam is het zonneklaar dat Gesink zomaar de Tour had kunnen winnen. Waren al die vervloekte welpies weer uit hun holen gekropen! Wetenschappelijk onderzoek heeft overigens inmiddels aangetoond dat het bij oranjegekte gaat om een zeer kleine, maar zeer nadrukkelijk in de media aanwezige groep mensen, die allen behoren tot een zeer recent geëvolueerde, enigszins gedegenereerde ondersoort van de homo sapiens sapiens, de zogenoemde homo sapiens ludens neerlandensis. Maar dit geheel terzijde.
Dankzij de typisch Nederlandse lafheid en misplaatste voorzichtigheid van Erik Dekker en consorten kunnen we nu heerlijk rustig van deze Tour genieten, want ook voor successen van Thomas Dekker hoeven we immers niet te vrezen.
Nu alleen nog even ophouden met dat eeuwige gezanik over doping. Die demarrage van Riccardo Riccò op de Aspin! Dát is het leven!

21 mei 2008

Column DvhN: Computers

De computer is de vloek van de moderne mens. Sinds dit helleapparaat massaal zijn intrede heeft gedaan in het dagelijks leven is het welbevinden van de mensheid met rasse schreden achteruitgehold. Weigerende machines, programma’s die vastlopen, schermen die plots zwart of blauw worden en ongehoord ingewikkelde nieuwe software nopen tot veelvuldig schelden en tieren in huiskamers en op de werkvloer. Technologische vernieuwingen willen qua hardware nog wel eens voordelen opleveren, maar qua software blijft de altijd weer beloofde efficiencyslag steevast uit door ‘aanloopproblemen’, ‘bugs’, ‘gebruikersfouten’ of andere wegmoffeleufemismen. In het bedenken dáárvan zijn computertechneuten namelijk aanzienlijk sterker dan in het daadwerkelijk verbeteren van hun satanswerk.
Door ons lot middels allerlei netwerken aan computers te verbinden hollen we en masse onze ondergang tegemoet. Het is slechts een kwestie van tijd voor de eerste wereldwijde storing het maatschappelijk leven volledig lam legt. En over een jaar of twintig zal een explosieve groei van rsi-achtige aandoeningen onder jonge dertigers helaas bewijzen dat het menselijk lichaam na 200.000 jaar evolutie nog lang niet geschikt is voor een leven achter het toetsenbord.
Tot nu toe heb ik welgeteld één nuttige computertoepassing ontdekt, te weten: de buienradar op internet. Alvorens op de racefiets te stappen en het leven in alle eenzaamheid ongestoord te kunnen overpeinzen, kun je nu van tevoren zien welke route je moet fietsen om droog te blijven. Om vervolgens weer door die vervloekte fietscomputer te worden opgejut om toch vooral die honderd omwentelingen per minuut te halen.

Oude column DvhN: Tapuit

Dan rijd je over de IJsseldijk richting Kampen, terwijl het lentegroen bijna pijn doet aan je ogen – ja, het leven kan mooi zijn –, en plotseling denk je dat je gek wordt. Eindelijk weer in je korte broek op de racefiets, zweef je dwars door het ontbottende land. Woeste sapstromen hebben het landschap omgetoverd in een feest der zinnen en de zon zingt in je hoofd van zorgeloos geluk. Je bandjes zoeven over het asfalt, waarvan het zwart – net als het groen – ook al intenser van kleur lijkt, alsof het jaargetijde je waarneming verscherpt. En dan daarbij de luchten – ach, die luchten… Alsof je door een Bruckner-symfonie fietst.
Maar dan is daar dus opeens dat vogeltje dat met je mee vliegt. En je denkt dat het niet waar kan zijn, wat nu gebeurt. Ze kijkt je aan met haar zwartgestreepte ogen, terwijl ze in haar zacht golvende vlucht naast je zweeft, van paaltje naar paaltje, kilometers lang. Natuurlijk, ze vliegt veel sneller dan jij fietst, maar steeds weer wacht ze, wippend op een paaltje links van de dijk, tot je langszij komt. Het hoofd wiegend, lonkend de ogen. En dan vliegt ze weer op, en kijkt je zijwaarts aan, als in een paringsdans. En je denkt, met tranen in je ogen, dat dit niet bestaat. Tot het moment dat er opeens geen paaltjes meer zijn, links van je, en ze opeens is verdwenen, naar links zwenkend richting de uiterwaarden.
Alsof er zonder paaltjes geen liefde meer mogelijk is tussen fietser en vogel.

31 maart 2008

Van oude menschen... Alles gaat voorbij

Onderstaand verhaal verscheen in de Boekenweek-bijlage van Dagblad van het Noorden.

Het motto van de boekenweek, ‘Van oude menschen’, is ontleend aan het meesterwerk van Louis Couperus uit 1906. Kunstredacteur Job van Schaik herlas het boek en concludeerde, niet voor het eerst, dat de roman uit 1906 het beste Nederlandse boek is dat hij kent.

Ik zal een jaar of zeventien zijn geweest toen ik Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan… voor het eerst las. Wat ik er als tiener van vond, weet ik niet meer. Merkwaardig genoeg zie ik mezelf nog wel met de roman van Louis Couperus, een lelijke, goedkope uitgave met een blauw omslag en gemoderniseerde spelling, op een stoel in de huiskamer van mijn ouderlijk huis zitten. En, zo merkte ik bij elke herlezing, de beelden die het boek in mijn hoofd oproept, zijn altijd hetzelfde gebleven. De bovenkamer van het huis van de stokoude mevrouw Dercksz aan de Nassaulaan in Den Haag, met in zijn stoel bij het raam haar minnaar van vroeger, de oude meneer Takma, ziet er in mijn hoofd nog net zo uit als die eerste keer.
Daar heeft zelfs de televisieserie van Van oude menschen, die ik verschillende keren heb gezien, geen verandering in kunnen brengen. Volgens mij komt dat door de enorme beeldende kracht van Couperus’ taal. Ik ken geen andere schrijver, Tsjechov wellicht uitgezonderd, die zo krachtig een situatie kan neerzetten of zo fraai een mens kan typeren. Het impressionistische taalgebruik van Couperus, met zijn vele neologismen (vaak werkwoordelijk gebruikte bijvoeglijke of zelfstandige naamwoorden), werkt enorm concretiserend. Hij is als een schilder die bestaande woorden mengt tot nieuwe begrippen, die – zonder dat je precies wéét waar ze voor staan – je wel onmiddellijk doen begríjpen waar ze op duiden. Neem de beschrijving van dokter Roelofsz, de partner in crime van de oude Takma en Ottilie:

Dercksz: – Zoo-zoo-zoo, murmelde de oude dokter. Hij zat, difforme massa van waterzuchtige zwaarlijvigheid, gezakt over een stoel; zijn eene stijve been hield hij strak vooruit, en de golving van zijn buik hing daar schuin overheen; zijn geheel geschoren, maar van rimpels verknoeid gezicht was als dat van een heel oude monnik; zijn dun grijs haar scheen, weggevreten door mot, nog in rafels aan zijn schedel te hangen, die als een globe was, met aan den slaap éen ader, zwaar en-relief rivierende; hij lispte en murmelde uitroep na uitroep; achter gouden bril zwommen zijn wateroogen. – Zoo-zoo-zoo, Ottilie, gaat jou Lot eindelijk trouwen…

De tweede keer dat ik Van oude menschen las, was tijdens mijn studie Nederlands, nu bijna twintig jaar geleden. Aanleiding was het beroemde proefschrift, Verhaal en lezer, van W. Blok over Couperus’ meesterwerk, dat ik moest bestuderen. Ik herinner me nog goed mijn conclusie van toen: als er ooit in de geschiedenis van de mensheid een roman is geschreven die stilistisch en compositorisch perfect in elkaar zit, dan is het Van oude menschen.
Toen ik onlangs de roman voor de derde keer las, kwam ik erachter dat die conclusie toch wel erg gestuurd was door de studie van Blok. Ik geloof inmiddels ook niet meer zo in het belang van perfectie van stijl en compositie in literatuur (en de kunsten in het algemeen). Vakmanschap blijft bewondering afdwingen, maar het moet wel in dienst staan van het gevoel dat een kunstwerk probeert over te brengen of de ervaring die het wil oproepen. En wat dat betreft is Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan… na ruim honderd jaar nog steeds heel actueel en, naar mijn mening, onovertroffen in de Nederlandse letteren. Het meeslepende verhaal over oude mensen en hun worsteling met een misdaad, die zestig jaar voordien in Nederlands-Indië is gepleegd, gaat vooral over liefde, haat, vergankelijkheid en de betrekkelijkheid van een mensenleven. Universele thema’s, maar ongelofelijk knap door Couperus ingebed in zijn beschrijvingen van het alledaagse leven van een gegoede Haags-Indische familie rond de vorige eeuwwisseling.
Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan… confronteert je (naast nog heel veel meer) onverbiddelijk met je eigen sterfelijkheid; de angst voor de ouderdom ("O God… o God… zoó oud te worden, zóó af te wachten, zoo langzaam de dingen te zien voorbijgaan…"), de last van het verleden ("En dan dat verleden dat je meêzeult, meêzeult… Iederen dag gooit er het zijne bij, onverbiddelijk. Wij, arme muilezels, trekken maar voort, tot we niet meer kunnen, en er bij doòd vallen…") en de dood als bevrijding, die tegelijk een zinloos einde is van een nietig leven.

Column (licht belegen): Postkantoor

Donderdagavond om acht uur vergadert de Tweede Kamer op aandringen van de SP over de sluiting van de postkantoren. Dat wordt dus nog een klein berichtje in de krant van vrijdag of zaterdag en verder kraait geen haan er meer naar. Onbegrijpelijk. Toen vorige week bekend werd dat TNT Post binnen vijf jaar de laatste 250 postkantoren gaat sluiten, dacht ik dat er een storm van protesten zou opsteken. Klanten die zich vastketenen aan postkantoren, aanslagen op brievenbussen, demonstraties van Afghaanse parlementariërs, etcetera.
Maar nee hoor, niks van dat alles. We maken ons liever druk over een onbenullig filmpje, waarvan we de strekking allang kennen. Dat er 1850 banen verdwijnen en Nederland over vijf jaar het eerste land ter wereld is zonder postkantoren, kan niemand blijkbaar wat schelen. Hoe leg je dat straks uit aan een toerist? ’Het postkantoor? Nee, sorry, hebben we niet; maar u kunt wel naar het servicecentrum in die drogisterij daar.’
Ik weet ook wel dat de tijden veranderen. Mijn vriendin en ik wonen nota bene in een oud postkantoor; zo’n fraai, klassiek exemplaar van de Groninger architect C.H. Peters. Op de plek waar vroeger de sorteerruimte was, zijn nu appartementen gebouwd. Maar beneden ons zit godzijdank nog steeds één van de 250 hoofdpostkantoren.
De directeur retail van TNT Post maakte het nieuws bekend. Zo’n functie zegt al genoeg. Weer een monumentale instelling die wordt geofferd aan de ptimaliseringsdrift van het grootkapitaal. Misschien toch maar weer eens SP stemmen bij de volgende verkiezingen.

Column DvhN (belegen): Vloeken

Persoonlijk hou ik niet zo van vloeken. Maar als er dan een keer eentje (heel zachtjes natuurlijk) uitfloept, dan is het wel een authentieke, oud-Hollandse krachtterm en niks met ’shit’ of ’fuck’. Volgens onderzoek dat vorige week verscheen, is de vloek waarin de naam des Heren en zijn Naaste Verwanten wordt gebruikt echter op zijn retour. Wij Nederlanders vloeken liever internationaal verantwoord. Maar het allerliefste wensen we elkaar een dodelijke ziekte toe, zo wees de vloekstudie uit.
Het stemt treurig, zo’n onderzoek. Hoe moet dat verder met deze maatschappij, nu de voortschrijdende verloedering ook het vloeken al heeft aangetast? Want laten we wel wezen: het is toch een stuk sympathieker om een flinke vloek van een Opperwezen over jezelf af te roepen, dan om je medemens de kanker of de tering toe te wensen.
Bovendien zijn de meeste oud-Hollandse God-, Jezus- en Maria-verwensingen in feite schietgebedjes. Etymologisch gezien vraag je in de vloek der vloeken God namelijk niet om jezelf te verdoemen, zoals de Bond tegen het Vloeken ons wil doen geloven, maar om je te verlossen uit de situatie die de krachtterm uitlokt (oftewel: ’God verdoem het’). Maar los daarvan blijft de conclusie van de vloekstudie een bittere: het Nederlandse volk is nu echt van God los en ook anderszins op het verkeerde pad beland.
Ik zie maar één oplossing en ik hoop op de steun van de Bond tegen het Vloeken: het repertoire van kapitein Haddock uit Kuifje moet de nieuwe vloeknorm worden. De kapitein beschikt over een zeer uitgebreide collectie met voor elke situatie meerdere fraaie varianten. De grote kraakvogel mag me kraken als het niet lukt.

Column DvhN (oud): Dikke boeken

Ja beste mensen, hij leeft nog hoor! Hoe lang nog is helaas maar de vraag: vanmorgen in het ziekenhuis een uitgebreid longonderzoek gehad en je weet het maar nooit tegenwoordig, met die ziekenhuizen... Affijn: hier een tijdloze column van vorige week, getiteld 'Dikke boeken.
"Eind vorige eeuw kondigde de even eloquente als arrogante Duitse literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki het einde aan van de dikke roman. In zijn literatuurtalkshow op de Duitse zender ZDF (ja, dat waren nog eens tijden, lieve lezertjes: toen waren er nog televisieprogramma’s waarin op prime time over literatuur werd gediscussieerd...) betoogde de toen al oude en inmiddels hoogbejaarde literatuurpaus dat het leven te snel zou worden voor romans van meer dan 200 bladzijden. De westerse mens zou het geduld en de rust er niet meer voor kunnen opbrengen.
Reich-Ranicki kon schrijvers maken en breken, maar de toekomst voorspellen ging hem (zoals vele, vele anderen) minder goed af. Zelden verschenen er zoveel dikke boeken als tegenwoordig. En ze worden gelezen. Ik heb zelf net Het lot van de familie Meijer van Charles Lewinsky uit (667 blz.) en het gaf alleen maar rust en diepe voldoening. Andere dikke boeken die ik recentelijk tot mij heb genomen: De opwindvogelkronieken van Haruki Murakami (schitterende roman, 891 blz.), Boetekleed van Ian McEwan (507 blz.; veel beter dan de film), De Rotters club (423 blz.) en De gesloten kring (463 blz.) van Jonathan Coe, die tezamen een prachtig beeld oproepen van het moderne Engeland. En last but not least: Q van Luther Blisset (719 blz.): fabelachtige roman over de uiterst geweldadige begintijd van de Reformatie, verplichte kost voor alle evangelische christenen. En dan heb ik het nog niet eens gehad over mijn vriendin M. die net alle Harry Potters heeft herlezen (3567 blz.).
Reich-Ranicki hoor je er inmiddels niet meer over. Zijn talkshow is helaas al jaren ter ziele. Zelfs de toekomst kun je het best aan romanciers over laten, weet hij nu ongetwijfeld. Hij zal immers ook Wolkenatlas van David Mitchell (540 blz.) wel hebben gelezen...

12 februari 2008

Column DvhN (vers): Alpensterren

Daar sta je dan weer, hoog in de Alpen, je hoofd in de nek, de blik omhoog. In de vriesnacht ontvouwt zich boven je een immens spektakel van licht en vormen. Het zwart van de hemel is bezaaid met sterren die samensmelten tot de meest uiteenlopende figuren. Natuurlijk, thuis pik je de steelpan er op een heldere nacht ook wel uit, maar dat puntslofje was je nog niet eerder opgevallen, of dat kleine groepje sterren dat je nauwelijks ziet als je er naar kijkt maar dat opeens duidelijk oplicht in je ooghoeken als je je blik afwendt. In de bergen zie je pas echt hoeveel licht de nachtelijke hemel bevat.
En je loopt nog wat verder, richting de skipistes even buiten het dorp, helemaal aan het uiteinde van dit afgelegen dal in Graubünden. Hier verstoren alleen nog een paar straatlantaarns in de verte het zicht op het oogverblindende hemellicht, dat majestueus wordt omlijst door de besneeuwde bergtoppen. En je kijkt achter de talloos veel miljoenen sterren boven je nog verder terug in de tijd en ruimte waar de lichtpuntjes zijn vervaagd tot vreemd kronkelende lichtwolken die je doen denken aan de geest uit Aladins wonderlamp.
Zoals altijd bij de winterse confrontaties met de Alpensterren rest uiteindelijk slechts verbijstering over die ongelofelijke hoeveelheid hemellicht, even vanzelfsprekend als onbegrijpelijk. En ondergedompeld in dit overweldigende universum, besef je weer even hoe klein en onbeduidend en tijdelijk en onwetend je eigenlijk bent.

Column DvhN (zeer verlaat): The Girls

Nee, ik ben dit jaar niet op Noorderslag geweest. Dat kwam zo: een week eerder was ik in Hoogeveen bij een concert van The Girls. Heel leuk bandje, hoor. Die jongens uit Meppel gaan het dit jaar maken. Luister maar eens naar hun liedjes op www.myspace.com/thegirlsnl. Maar ’levend’ klinkt de meeste popmuziek tegenwoordig vaak toch heel anders, helaas. Een enorme bak teringherrie was het in Het Podium, en een enorme bak teringherrie bleef het het hele concert. De geluidsman in Hoogeveen ging frontaal in de aanval op de verzamelde gehoororganen. Dat had hij blijkbaar al veel vaker gedaan, en met groot succes, want de meeste aanwezigen bleven gewoon zonder oordopjes vooraan vrolijk meedansen, terwijl ik af en toe de zaal moest onvluchten omdat de tsunami aan geluid onverdraaglijk werd.
Of het op Noorderslag beter was, weet ik dus niet. Ik zat zaterdagavond lui op de bank naar de tv-registratie te kijken. Niet dat ik daar nou erg vrolijk van werd (volgens de NOS draait Noorderslag blijkbaar volledig om de uitreiking van de Popprijs, wat eigenlijk een niet serieus te nemen bijnummertje is; dat de beste Nederlandse band aller tijden, Daryll-Ann, die prijs nooit heeft gewonnen, zegt voldoende – maar dit geheel terzijde), maar op de tv zit tenminste een volumeknop.
Er zat vandaag op kantoor wel iemand tegenover me met één nasuizend oor. Die was dus wel op Noorderslag geweest. En naast me zat een andere Oosterpoort-bezoeker die ook al klaagde over interne naherrie. Laat zo’n Wilders zich daar eens een keer druk om maken.

28 december 2007

Column DvhN (verlaat): Grondwak

Nu dus echt veel te laat, want inmiddels hebben we al op natuurijs gestaan, maar ja, wat is nieuw? Grondwak derhalve:
"Het leven is er sinds afgelopen weekend een stuk mooier op geworden. Want of de vorst nu wel of niet doorzet, we kunnen eindelijk weer echt schaatsen. Zondagmiddag was ik op de vijf kilometer lange kunstijsbaan van Flevonice, bij Biddinghuizen. Het was prachtig, fantastisch, schitterend, heerlijk, geweldig en nog zo wat meer. Het vrije uitzicht over het polderland, de windmolens in de verte, de gure tegenwind, de eindeloze schaduwen van de schaatsers, het hobbelige werkijs – het waren oud-Hollandse taferelen die door het scherpe novemberzonnetje in een prachtig licht werden gezet. En toen de schemer naderde en het avondrood de hemel en de vlakte kleurde, was het aardse paradijs even heel nabij.
Godzijdank was er geen muziek langs het slingerende ’slootje’ van vijf meter breed, alleen het schrapen van ijzers, de wind om je oren en – later op de middag – in de verte het geluid van een verdwaalde Zamboni. Want al die oud-Hollandse sentimenten zijn leuk en aardig, maar een beetje innovatie van het schaatsplezier kan natuurlijk geen kwaad. Zo maakten we zondag ook kennis met het grondwak. Het was op een derde van de baan: een hoekje ijs, afgezet met oranje pilonnetjes, waar de ondergrond doorheen kwam.
Natuurlijk, niet alle vernieuwingen zijn even geslaagd: de lelijke buiskragen die de kunstmatige vorst voeden, schijnen nog te worden weggewerkt in riet en het is ook even wennen dat de weg annex skeelerbaan net zo hoog ligt als het ijs. Maar wat dondert het: eindelijk kun je weer ouderwets in je slag komen en volgt niet na elke 100 meter die vervloekte bocht naar links. Het schaatsen heeft in de Flevopolder het ritme van het leven hervonden."

08 december 2007

Column DvhN (vertraagd): Edwin

Edwin dus. Donderdag krijgt RTL-paragnoste Sonia Pereira de naam door van gene zijde in De Oosterpoort in Groningen en prompt vliegt zaterdagochtend een deel van bioscoop Images in de fik. Dat kan geen toeval zijn. Images- directeur Peter Bon geeft kraker Pino de schuld. Dankzij Sonia weten we wel beter: de brandstichter in ’t Zandt heeft zijn werkgebied uitgebreid. Al kan het natuurlijk ook zijn dat Pino eigenlijk Edwin heet en Images gebruikte als uitvalsbasis.
Ondertussen zitten alle Edwinnen uit ’t Zandt en wijde omgeving op hete kolen. En ook ver daarbuiten, overigens. RTV Noord-verslaggever Edwin Pasveer overweegt zijn baard te laten groeien uit angst voor herkenning en oud-voetballer Edwin Vurens wordt door diverse media al genoemd als hoofdverdachte. Ondertussen blijft Anneke Grönloh (u weet wel, zij van Brandend Zand) in alle toonaarden ontkennen dat ze een zoon heeft die Edwin heet, terwijl Edwin de Roy van Zuydewijn al een schadevergoeding heeft geëist van Sonia. In Manchester wordt Edwin van de Sar lastig gevallen door de paparazzi en paparazzo Edwin Smulders ervaart nu zelf aan den lijve hoe het is om te worden achtervolgd.
Ik denk eerlijk gezegd dat het allemaal op een interpretatiefoutje berust. Het kan namelijk ook zijn dat de brandstichter van ’t Zandt een spijkerbroek van het merk Edwin droeg. Want zo duidelijk zijn die boodschappen van gene zijde doorgaans niet. Dat verandert de zaak natuurlijk drastisch. Zelfs ík heb nog een Edwin-spijkerbroek in de kast liggen.
En dan mogen we God nog op onze bloten knieën danken dat Sonia Pereira niet de naam Mohammed doorkreeg.

20 november 2007

Column DvhN: Great Lake Swimmers

En dan sta je daar weer, oog in oog met Tony Dekker. "I am part of a large family", zingt hij, terwijl zijn gezicht gevangen wordt in een lichtstraal, die de hoekige kaaklijn van extra reliëf voorziet. En je denkt niet meer, maar gaat op in die wonderschone falsetstem, breekbaar als het dunste glas. "I said my piece, I said peace", zingt de stem.
Even later merk je hoe stil het is om je heen. Alsof dit geen popconcert in Hedon is, maar een eredienst. Honderdvijftig toeschouwers die opgaan in de hypnotiserende altcountry van Great Lake Swimmers en vergeten er doorheen te praten. En ja, frontman Tony Dekker heeft wel wat van Jezus, met dat ingevallen, bebaarde gezicht. Dezelfde gepijnigde blik, dezelfde boodschap van liefde.
En je denkt terug aan de eerste keer dat je Tony Dekker zag, twee jaar geleden in een klein kroegje in Groningen. Onderweg van Parijs naar Denemarken, op zoek naar onderdak voor de nacht, gaf hij een concert. "Oh wake me please when this is over", zong hij en iedereen dronk en praatte er doorheen. De breekbare stem gebroken, totdat langzaam maar zeker iedereen toch zweeg. "Moving pictures, silent films."
En nu, in Hedon, staat hij daar weer, nog altijd onhandig bewegend, stuntelige danspasjes, onzeker, verlegen. Dezelfde muziek van eenvoud en simpele gebaren. En als hij zingt, denk je: ja, er zijn nog helden. En later, als je na anderhalf uur met je dierbaren Hedon verlaat, weet je weer even zeker dat God bestaat. "I never saw you, never heard you. But I knew that you were there. Everywhere I could feel you all around me."

12 november 2007

Column DvhN: Post

Russische en Oekraïense vrouwen willen mij ontmoeten. Erwin de Vries geeft op 18 november een concert in De Oude Remise in Nieuweschans. Als ik toevallig een penisvergroting overweeg, dan moet ik dat niet doen: er zijn nu pillen voor, meldt Marinangeli Hong. Volgens collega Martin van der Kooij van de internetredactie moeten we op maandag wat meer berichten op de website zetten. Arthouse heeft een dvd uitgebracht van de opera Don Pasquale van Donizetti. Tamara Bowers heeft een legale versie van Adobe Encore DVD 2.0 voor me, voor slechts 49,95 dollar. Met Wondercum spuit je meer, harder en langer en wordt de smaak sterk verbeterd, zegt Brianne Jesenia. Christie’s veilt opnieuw 99 schilderijen van Toon Hermans. Within Temptation wint een World Music Award. Vriendin M. stuurt een foto van haarzelf met baby Liva op schoot. Misschien moet ik haar maar eens vragen of mijn penis haar poesje wel echt bevredigt, vraagt Wallart Lacy zich af. In het filmhuis van bioscoop Movie Unlimited in Meppel draait deze week Ten Canoes. De chef van de beeldredactie meldt dat we grote moeite hebben om dit jaar binnen het fotobudget te blijven. Jan Smit staat op nummer één in de Top 100. Volgens Wilma Mars loopt het storm bij de kaartverkoop voor het bluesfestival in Hoogeveen. In Haren gaat in januari de cursus Actief Muziekbeluisteren weer van start. Ze zal je de kleren van het lijf scheuren als je je pik vergroot, belooft Jonathanater Perino. Volgens de Nederlandse Vereniging van Journalisten keren we terug naar de tijden van de DDR.
Ziedaar, de oogst van een uurtje e-mail op de kunstredactie van deze krant. De bijbelse plagen vallen erbij in het niet.

26 oktober 2007

Column DvhN: Arnon en ik

Tot mijn grote spijt en ergernis word ik wel eens met 'Arnon' aangesproken. Dat komt doordat ik, net als Arnon Grunberg, een kop met warrige, donkerblonde krullen heb, een bril draag en van vergelijkbaar statuur ben. In de tijd dat Grunberg nog voornamelijk werd gezien als de auteur van het telefoonboek kon ik de grap nog wel verdragen. Maar nu Grunberg zich steeds meer als de nieuwe Mulisch gaat profileren, wordt het allemaal wat pijnlijk.
Ik houd niet van Grunberg. Ik heb twee keer geprobeerd een boek van hem te lezen en beide keren kwam ik niet verder dan bladzijde dertig. Het is niet slecht geschreven hoor, maar het bloedeloze geneuzel sprak me in het geheel niet aan: cynische mooischrijverij, stilistisch zo dood als een pier. Bijna net zo erg als het quasi- filosofische geouwehoer van De Neus, al zit daar tenminste nog leven in. Om Mulisch kan ik me kwaad maken, terwijl Grunbergs pseudo- intellectualistische gezever meer werk is voor opgetrokken schouders.
Maar goed, dit is natuurlijk slechts de bescheiden mening van uw columnist en die weet heel goed dat meningen over literatuur voor 90 procent een kwestie van smaak zijn. Het vervelende van schrijvers als Grunberg en Mulisch is echter dat ze zichzelf zo enorm goed vinden, dat ze hun eigen bagger als de maat der dingen hanteren. Zo meent Grunberg regelmatig zijn collegae over de hekel te moeten halen, zoals recentelijk weer A.F.Th. van der Heijden. Het is zielige aandachttrekkerij, waar Jan Wolkers (die merkwaardig genoeg wel van Grunberg hield) in zijn laatste dagen uitbundig om gelachen zal hebben.
Morgen toch maar weer eens naar de kapper.

Naschrift: Kijk, een mens kan dus van mening veranderen. Sterker nog: mensen (ik dus, in dit geval) moeten hun meningen niet zo snel en zeker niet zo onbehouwen de wereld in slingeren. Want sinds zijn doorgaans briljante Voetnoten in de Volkskrant verschijnen, vind ik Grunberg erg goed. Zijn boeken lees ik nog steeds niet, maar de manier waarop hij in luttele zinnen zijn (en vaak ook mijn) mening messcherp en zo nodig vilein weet te formuleren is verbijsterend knap. Ik houd nu dus wel van Grunberg. 

14 oktober 2007

Column DvhN: Oordopjes

Afgelopen zaterdag tijdens Take Root was het weer eens zover. Terwijl de anderen in de grote zaal van De Oosterpoort in Groningen zo te zien zorgeloos feest vierden, moest ik na nog geen dertig seconden de zaal uitvluchten. Het geluid bij het afsluitende concert van Southside Johnny was zo godsgruwelijk hard dat ik het fysiek niet kon verdragen. Het voelde letterlijk alsof mijn trommelvliezen begonnen in te scheuren.
Ik verbaas me wel vaker over het geluidsvolume bij popconcerten. Ik heb vorig jaar drie concerten van Johan, één van mijn favoriete bands, in het clubcircuit bijgewoond en drie keer was het niet om aan te horen: met een afgrijselijke orkaan van geluid werden alle prachtliedjes volledig overstuurd de zaal in geslingerd en vakkundig om zeep geholpen.
"Ja, hallo! Doe dan ook oordopjes in, sukkel", kreeg ik gisteren te horen, toen ik weer eens mijn beklag deed bij één van mijn collega's die ook op Take Root was. Nou nee dus. Je moet toch wel compleet van de pot gerukt zijn om serieus te overwegen oordopjes in te doen als je naar muziek wilt luisteren! Helaas wordt tegenwoordig door alle betrokken instanties het gebruik van oordopjes bij concerten aangeraden - het zoveelste bewijs van de debilisering van onze maatschappij. Want feitelijk is dat natuurlijk hetzelfde als in de bioscoop een film vertonen met het zaallicht nog aan en tegen klagers zeggen dat ze maar een zonnebril moeten opzetten als ze last hebben van al dat extra licht. Tip: je kunt ook gewoon het zaallicht uitdoen, oftewel: het geluid zachter zetten.
Noem me gerust een zeikerd; dat ben ik vast ook. Maar wel eentje zonder gehoorbeschadiging.

Column DvhN (vertraagd): Referendum

Vandaag beslist de PvdA-fractie of ze een referendum wil over het gewijzigde verdrag voor de Europese Unie. Een advies van een niet-PdvA'er: Zeg in godsnaam nee! Ik beloof bij deze plechtig dat ik dan bij de eerstvolgende verkiezingen PvdA stem. En de laatste keer dat ik dát gedaan heb, was Joop den Uyl nog partijleider. Toen we in 2005 moesten stemmen over de Europese Grondwet heb ik blanco gestemd. Ondanks alle folders, discussies en aandacht in de media, had ik niet het idee dat ik genoeg kennis had om te bepalen of ik voor of tegen moest zijn. Maar mijn blanco-stem destijds was vooral een proteststem (zonder nut overigens: blanco- stemmen werden niet eens geregistreerd).
Veel politici doen de laatste jaren alsof referenda het summum van democratie zijn. Volslagen onzin. Een referendum is een zwaktebod van volksvertegenwoordigers die hun verantwoordelijkheid afschuiven. In een vertegenwoordigende democratie als de onze kies je eens in de zoveel tijd volksvertegenwoordigers. Die nemen de beslissingen en als je het niet met ze eens bent, stem je ze bij de volgende verkiezingen weg. Dat is de basis van onze staatsvorm, en die wordt door referenda uitgehold.
Het zal wel door de terreur van de opiniepeilingen komen dat er tegenwoordig zo snel om referenda wordt geroepen. Het schijnt dat 61 procent van Nederland een EU-referendum wil, dus dan moet dat er komen. Terwijl we eigenlijk de buffer tussen de doorgaans oerconservatief brallende vox populi en onze volksvertegenwoordigers (die ervoor betaald worden om met verstand van zaken te oordelen over dit soort kwesties) juist zouden moeten koesteren.
En wie toch al die referenda wil, kan altijd nog naar Zwitserland emigreren of D66 stemmen.

23 september 2007

Lang leve Mopperlog!

Lieve lezertjes! Ben ik mij daar helemaal vergeten de eerste verjaardag van dit blog te vieren. Afgelopen vrijdag was het zover, dit heuglijke feit. En dat op dezelfde dag dat Mopperjob zijn 42ste verjaardag vierde en zijn tiende (!) bezoeker mocht begroeten! Ja ja, ooit zal alles goed toch komen met deze, onze wereld. Nu nog eens een reactie posten op de prachtcolumns op mopperlog en Mopperjob is helemaal tevreden. Al realiseer ik me ook wel dat er weinig toe te voegen valt aan de briljante analyses van de condition humaine alhier, te mopperlog...

22 september 2007

Gouden oude mopper DvhN: Verjaardag

Van vier jaar geleden, maar helaas nog steeds actueel:

Afgelopen zondag was het weer zover, de jaarlijks terugkerende dag der gruwelen. Mijn 38ste verjaardag (Ja, ja: 42 inmiddels). Weer een jaar dichter bij de dood, waarmee ik dan ook van harte werd gefeliciteerd! Waanzin is het. Alsof ik blij ben dat de aftakeling toeslaat en het herstel na een potje voetballen steeds langer duurt. Dat je als kind graag een partijtje geeft, okee. Maar na het bereiken van de stemgerechtigde leeftijd zou een verjaardag een dag van rust, rouw en bezinning moeten zijn.
Ik begrijp ook niks van mensen die elk jaar weer uitgebreide feesten geven. Sinds vele jaren vier ik mijn verjaardag in beperkte kring. Vriendin (indien voorhanden), ouders, broer en zussen plus een enkele oom en tante. Geen vrienden. Die weten niet dat ik jarig ben of volstaan met een kaartje of sms'je. Dat ik het überhaupt nog vier, is alleen omdat mijn moeder het zo leuk vindt om op bezoek te komen.
Maar dan nog. Ook voor tien gasten moet je in de rij staan bij de bakker voor de verplichte taart. Daarna wacht de supermarkt voor toostjes, tapenade, kaas, chips en drank. Vervolgens door naar de visboer om daar weer tien minuten in de rij te staan voor een lading haring. En altijd nog een keer vloekend terug naar de supermarkt omdat je iets vergeten bent.
Vervolgens ben je een dag gasten aan het voederen, draait het espressoapparaat overuren (waarmee ook de dood van die prachtmachine met rasse schreden naderbij komt), vernielen neefjes en nichtjes onderdelen van het interieur en ben je na afloop gebroken.
Verjaardagen. Een grotere kwelling van geest en lichaam is nauwelijks denkbaar. Gelukkig is er nog de troost van marsepeingebak.

12 september 2007

Gouden oude mopper DvhN: Hinderlijke onderbreking

Nou vooruit dan, op veler verzoek (het regent werkelijk reacties alhier te mopperlog) een toegift van vijf jaar geleden (9 sept 2002). Zoveel is er dus niet veranderd, de laatste vijf jaar.

Verbijsterend eigenlijk. Edgar Davids scoort 1-0 voor Nederland en het doet me helemaal niks. Ik zit voor de tv met voetbalvrienden van Gronitas zaterdag 3 en kijk naar Nederland tegen Wit-Rusland. Het enige waar ik me echt druk over kan maken, zijn mijn kansen bij Kolonisten van Catan. Even voor half negen stond ik op het punt een beslissende slag te slaan in dit prachtspel.
Oranje als hinderlijke onderbreking van een spelletje. Ben ík nou zo diep gezonken? Ik betrap me er zelfs op dat ik stiekem hoop dat Nederland verliest. De Oranje- moeheid, wanneer stak het voor het eerst de kop op? Ik weet het niet meer, maar het heeft alles te maken met een almaar toenemende ergernis over de voetballers van Oranje. Ik vind het erg moeilijk om enthousiast te worden voor een team dat geacht wordt ook mij te vertegenwoordigen, en waar mensen als Edgar Davids en Patrick Kluivert in voetballen. Mishandeling, verkrachting, dood door schuld, denk ik dan automatisch, ook al is het niet allemaal bewezen.
En dan die gezichtsuitdrukkingen. De grenzeloze arrogantie die zelfs zo'n Jaap Stam en Edwin van der Sar tegenwoordig uitstralen. Ik word er kotsmisselijk van. Natuurlijk, als ik zo veel geld zou verdienen en de status van halfgod zou hebben, zou ik me ongetwijfeld ook raar gaan gedragen. Maar daar gaat het dus niet om. Oranje is van óns, en daar hebben die voetballers zich maar naar te gedragen. Ruud van Nistelrooij, de broertjes De Boer en Pierre van Hooijdonk, het zijn zo'n beetje de enige spelers die me nog sympathiek zijn. Maar ja, Van Nistelrooij bakt er niks van, Pierre zit op de bank en Ronald de Boer is niet eens geselecteerd.
Oké, als Kluivert over twee jaar het winnende doelpunt scoort in de EK-finale zal ik weer het hardst juichen van iedereen. En natuurlijk zal ik dan bij hoog en bij laag ontkennen dat ik ooit dit stukje geschreven heb.

Column DvhN: Leuk voetbal

Alweer een verloren avond, was de overheersende gedachte in onze huiskamer na negentig minuten verveling bij Nederland - Bulgarije. Mijn vriendin M. was zaterdagavond weer eens de meest verstandige geweest. Na vijf minuten voetbal had ze het wel gezien en nam ze Harry Potter ter hand. Wat later verdween ze naar de achterkamer om op de sofa in slaap te vallen op het gepruttel van tv-commentator Leo Oldenburger, dat al even saai en nietszeggend was als het gedoe op het veld.
Van ons had M. verder geen last, want wij waren door het geploeter in de Arena al snel zo murw geslagen dat zelfs het doelpunt van Sneijder nauwelijks nog enige opwinding veroorzaakte. "Nou, die zit er in", constateerde mijn zwager B. nog wel. Mijn zus D. was net even naar de keuken gegaan om een espressootje te maken. "Het is 1-0", zeiden we toen ze weer terugkwam. "Ah", zei D., "mooi zo." En we staarden maar weer naar het tv- scherm, waarop de spelers van Oranje opgefokt heen en weer draafden, grossierend in balverlies en tot niets leidende aanvallen. "Hoe is het toch mogelijk dat voetbal zo populair is", vroeg B. zich af.
Maar natuurlijk hadden we het weer eens verkeerd gezien. "Het is positief dat we nu met zijn allen een mooie avond hebben beleefd", verklaarde Ruud van Nistelrooij na afloop. Dat was, als we het ons goed herinnerden, de speler die achttien keer de bal terug of opzij had getikt en één keertje richting doel had geschopt. En de bondscoach, die elke keer weer een nieuwe opstelling poogt te verzinnen en hard op weg is om meer (ex-)Ajacieden op te stellen dan er ooit bij Ajax zelf gespeeld hebben, had ook al genoten van leuk voetbal.
Ach ja. Als je iets maar hard en vaak genoeg roept dan wordt het vanzelf waar.