14 november 2012

Verblind door het licht

Verblind door het licht fiets je weg uit Zwolle en je voelt de warmte op je rechterarm, terwijl je rechteroog begint te tranen en je zonnebril nat wordt: verblind door het licht.

Verblind door het licht voel je de euforie opkomen en je voelt het welbehagen in je lichaam, terwijl je hersens langzaam uitgeschakeld worden: verblind door het licht.

Verblind door het licht voel je de gedachten toch weer terugkomen en je voelt het paradijs tussen je vingers wegglippen, terwijl je nadenkt over  de lucht, de herfst en de zon: verblind door het licht.

"Blinded by the light", zingt Bruce, "cut loose like a deuce, another runner in the night" en je weet dat dit niet de juiste tekst of het juiste liedje is voor dit moment, hoe mooi ook.

Verblind door het licht zie je opeens spinrag op het gras en je voelt de warmte op je rug, terwijl twee oude mensen passeren en je een groet uitwisselt op deze uitzinnig heldere middag: verblind door het licht.

"Blinded by the light", zingt Bruce in je hoofd. En je denkt: ja, verblind door het licht.

11 november 2012

Van schildpad naar paddenstoel

De overgang was vrij groot: van mountainbiken in schildpaddenreservaat Shete Boca op Curaçao naar mountainbiken in paddenstoelenparadijs Mataram in het Salland. Goed, er waren overeenkomsten: de zon scheen, het licht was scherp en herfstig, zowel op Curaçao als in het Salland was er geen schildpad te zien en de paddenstoelen waren op beide locaties schaars.
Maar de verschillen waren groter: de rode gravelgrond zat vanmiddag alleen nog aan mijn schoenen en vulkanisch gesteente is er niet in De Horte of bij Huis Den Berg en Den Aalshorst. De singletracks in de tropische jungle van de Westpunt, met zijn doornenstruiken, cactussen en honingbosjes vol zoemende kolibries en krijsende parkieten hadden plaatsgemaakt voor modderige, eeuwenoude landwegen, omzoomd door statige beuken en eiken die bevolkt worden door mezen en merels.
Hier geen oceaan als horizon, maar grasland en verkleurende bossen, geen dreigend kijkende warawara's maar bange buizerds, geen stenige heuvels maar zanderige rivierduinen, geen springerige Antilliaanse jeugd als medefietsers maar knoestige, oude mannen - en het was dus 25 graden kouder.


02 november 2012

Roadkill #13: Gedroogde leguaan

'Gedroogde leguaan in Shete Boca, Curaçao', november 2012, 5 x 65 cm (huid, hitte, wind en botten)

07 oktober 2012

05 oktober 2012

Roadkill #12: Eekhoorntjesbrood

'Eekhoorntjesbrood (Steinpilze, Funghi porcini, Cèpes) ergens bij Zwolle', oktober 2012, 670 gram (paddenstoelen in schaal, klaar voor bereiding)

22 september 2012

Roadkill #11: Egelpannenkoek

'Egelpannenkoek op de Berkendijk, net voor Heino', september 2012, 5 x 7 cm (egelstekels, zand en ongedierte)

31 augustus 2012

Roadkill #10: Jonge kokmeeuw

'Jonge kokmeeuw bij Voskuil', juli 2012, 30 x 22 cm (veren op gras, met lucht, vliegen en wolken)

29 augustus 2012

Roadkill #9: Pad (?)

'Pad (?) tussen Hoonhorst en Lenthe', juli 2012, 10 x 6 cm (bloed, organen, vlees en huid op asfalt)

12 augustus 2012

Geweld is een dode mus

Geweld in Nederland is een dode mus. Of beter: twee dode mussen. Ze lagen een meter of vijf van elkaar verwijderd op de straatstenen in Boerhaar, een mannetje en een vrouwtje. Plat waren ze, met de pootjes onbeholpen uiteengedreven. De vleugels, die nooit meer lucht in de veren zullen voelen, waren geknakt. Hoorden ze bij elkaar? Hadden ze dit voorjaar nog een nest jongen grootgebracht? Er waren geen andere mussen te bekennen in Boerhaar, alleen deze twee, roerloos op straat, op een stille zondagmiddag. Geschapen om te vliegen, geschept door een auto, geplet door de wielen van het verkeer.

08 juli 2012

Fietsen met Higgs

Higgs-deeltjes vergezelden me vrijdag (waarschijnlijk) op mijn fietstocht. Ik voelde ze (waarschijnlijk) in de regendruppels op mijn gezicht, bij Eikelhof. Ze zaten (waarschijnlijk) op de modder die aan mijn banden kleefde bij Boerhaar. Ze hielden (waarschijnlijk) mijn lichaam bijeen en ook mijn fiets, terwijl ik Broekland naderde. Ze maakten (waarschijnlijk) ook de weg die in Middel onder mijn wielen doorschoot mogelijk en (waarschijnlijk) eveneens de wind die in mijn gezicht blies, vlak voor Heino. Ook de zonnestralen, de paddenstoelen in het bos, de vogels in de lucht en de bloemen langs de weg waren er (waarschijnlijk) dankzij de Higgs-deeltjes. Net als de limonade in mijn bidons, de pijn in mijn armen en de gedachten in mijn hoofd.
Het bestaan van het elementaire deeltje dat materie massa geeft is dus (waarschijnlijk) aangetoond. Zonder het Higgs-deeltje zouden volgens de standaardtheorie alle andere deeltjes met de snelheid van het licht kriskras door elkaar vliegen en is de vorming van materie niet mogelijk.
Nu wil ik het belang van de theoretische fysica niet onderschatten, maar ik heb zo'n vermoeden dat we ook zonder de ontdekking van het Higgs-deeltje gewoon zouden kunnen blijven fietsen. We hebben het als mensen immers al zo'n twee miljoen jaar zonder Higgs gedaan. En een aardig tijdje daarvoor was er ook al heel wat andere materie gevormd.
In de media is het '(waarschijnlijk)' allang geschrapt, terwijl de natuurkundigen zich alweer achter het hoofd krabben: zijn er niet meerdere soorten Higgs-deeltjes? Is het standaardmodel niet te simpel? Het wachten is op een aanpassing, waarna we weer op zoek kunnen naar het volgende deeltje dat de puzzel compleet maakt.
Toen ik langs Windesheim fietste, waar de vlierbes (waarschijnlijk) mede dankzij het Higgs-deeltje uitbundig bloeide, moest ik aan wetenschapsfilosoof Karl Popper denken. Want is het niet een beetje een rare manier van wetenschap bedrijven? Volgens de deeltjestheorie waar we nu met zijn allen in geloven moet er een bepaald soort deeltje bestaan, dus bouwen we een installatie van een paar miljard waarmee dat deeltje wellicht is aan te tonen. We treffen het (waarschijnlijk) aan. Hoera! Theorie bewezen. Alhoewel. Etcetera.

Vroeger, in de goede oude tijd, nam een wetenschapper iets waar, probeerde dat te verklaren met een theorie en deed vervolgens experimenten om te kijken of de theorie wel klopte. Volgens Popper moest je experimenten verzinnen die de theorie juist zouden kunnen 'falsificeren'. Als dat niet lukte had je een sterke theorie.
Popper, dacht ik terwijl ik Zwolle naderde, zou zich in zijn graf omdraaien als hij de deeltjesfysici bezig zou zien, die de omgekeerde weg bewandelen: eerst een theorie opstellen en vervolgens experimenten verzinnen die waarnemingen zouden kunnen opleveren die de theorie ondersteunen. 'Kwakzalverij', zou hij getergd uitroepen, vrees ik.
Maar de theoretische natuurkunde van vandaag de dag is misschien wel te ingewikkeld geworden voor Popperiaanse wetenschapsbeoefening. Het is (vrees ik) een soort van religie aan het worden, met de Grote Fysici als hogepriesters. Daarbij moeten steeds grotere bokkensprongen genomen worden om de verschijnselen in een theoretisch kader te kunnen dwingen. Sommige wetenschappers hebben het geloof in de Theorie van Alles inmiddels opgegeven, maar de meeste fysici zijn zover nog niet. Nederigheid is een gave die niet iedereen gegeven is.
Misschien dat de vondst van het graviton - nog zo'n heilige graal uit de deeltjesfysica - de Grote Fysici ooit nog eens met beide benen op de grond zet. Maar ik vermoed dat ze altijd blijven zweven, ver boven ons gewone stervelingen, op zoek naar nieuwe vergezichten.
En misschien is dat maar goed ook.

01 juli 2012

Snelheidsrecord: 56,7

Toegegeven, het stelt niks voor: 56,7 kilometer per uur. Maar sneller heb ik bij mijn weten nog niet eerder op het vlakke gefietst. Ja, in de bergen, daar natuurlijk wel.
Het was vlak voor Marle en het waaide niet eens zo hard. Die 56,7 had ook 60,7 kunnen zijn, maar er kwam een bocht aan. Erg veel sneller dan dat was me niet gelukt; mijn zwaarste verzet is namelijk 46 x 12. Categorie 'oma' - het is niet anders.
De koeien keken er niet van op.

06 juni 2012

In de Nederlandse bergen

Hoe zal die vliegende mier, of wat voor schepsel het ook was, het ervaren hebben toen ik hem dooddrukte, dwars door mijn wielershirt heen, daar in de Nederlandse bergen op de Utrechtse Heuvelrug? En wat ging er door hem heen toen hij even daarvoor zijn angel in mij stak?
Hoeveel we als mensen ook weten over onszelf, de wereld om ons heen en de verste uithoeken van het heelal, de ervaringswereld van de vliegende mier zullen we nooit kennen. Net zomin als die van de bloem op deze foto, de grasspriet daarachter, de merel in de tuin, de kat op de bank of de schimmel op de kaas in de koelkast. We kunnen er hooguit naar gissen, maar zijn daarbij altijd gebonden aan en beperkt door onze eigen, menselijke ervaringswereld. We kunnen niet buiten onszelf treden.
Het vreemde is dat we voortdurend doen alsof we dat wel kunnen, vooral in de wetenschap. Daar is op zich natuurlijk niks mis mee, want als je jezelf en je briljante inzichten voortdurend zit te relativeren, dan zakt de moed je al snel in de schoenen. Maar af en toe stilstaan bij de fundamentele, biologische beperkingen van ons menselijk perspectief op de wereld zou geen kwaad kunnen.
Neem dat prachtige, fascinerende college over de oerknal dat Robbert Dijkgraaf laatst gaf in DWDD. Het was nog mooier en indrukwekkender geweest als Dijkgraaf besloten had met de nuancering, dat we ons natuurlijk wel moeten blijven realiseren dat al deze prachtige oorsprongsverhalen en -theorieën slechts het menselijk perspectief op de zaak belichten en alleen voor ons relevant zijn. Helaas liet hij dat na, terwijl hij even daarvoor wel heel fraai de oneindige nietigheid van de mens in het perspectief van het heelal en de eeuwigheid had laten zien.

Wat Dijkgraaf had kunnen zeggen is dit:
"We moeten wel altijd blijven beseffen dat wij alles zien en verklaren vanuit onze menselijke ervaring van tijd en ruimte, die ook nog eens historisch bepaald is. Een schaap, om maar wat te noemen, kent geen tijdservaring. Zij leeft volledig in het heden. Verleden en toekomst komen in haar ervaringswereld niet voor. De ruimte-ervaring van een bij (of de bloem hierboven) is totaal anders dan hoe wij de wereld om ons heen beleven. Wij mensen kunnen alleen verklaren wat we vanuit ons eigen menselijke ruimte/tijd-perspectief waarnemen.
In de snaartheorie worden dappere pogingen gedaan om (theoretische) dimensies toe te voegen, maar ook die worden door mensen bedacht en zijn dus altijd beperkt tot het menselijk perspectief, dat maar een van de vele miljoenen (of misschien wel miljoen miljarden) perspectieven is.
Het simpele feit dat we ons überhaupt druk maken over problemen als de oerknal en de samenstelling van het heelal heeft te maken met een historisch zeer recente uitbreiding van het menselijk perspectief op de wereld: de wetenschappelijke blik. Tot de introductie van de landbouw, 12.000 jaar geleden, was het tijdsbesef van mensen 150.000 jaar lang (of twee miljoen jaar als we Homo erectus meerekenen) vermoedelijk voornamelijk cyclisch van aard, in plaats van lineair. Voor onze voorouders waren dit soort vragen totaal irrelevant omdat zij de tijd (vermoedelijk) op een fundamenteel andere manier ervoeren: niet als een rechte lijn van begin tot eind, maar als een cirkel waarin begin en einde in elkaar vervloeiden. Vanuit dat perspectief bestaan problemen als 'wat was er voor de oerknal?' helemaal niet. Zoals heel veel toekomstige problemen en vragen op dit moment voor ons nog niet bestaan, omdat ze irrelevant zijn vanuit ons hedendaagse perspectief en (nog) buiten ons menselijke blikveld liggen.
Concluderend: We weten oneindig veel meer niet dan wel en dat zal altijd zo blijven. We zijn nu eenmaal mensen."
Maar dat zei Dijkgraaf dus niet.

Er zijn overigens genoeg wetenschappers die zich wel zeer bewust zijn van de beperktheid van de menselijke blik, maar onder hen zijn helaas maar weinig natuurkundigen. Een heel mooi boekje over de ruimte/tijd-ervaring van andere dieren, vanuit Kantiaans perspectief, is trouwens Streifzüge durch die Umwelten von Menschen und Tieren van de bioloog Jakob von Uexküll. Dit heel toegankelijke en fraai geïllustreerde werkje is een fraaie oefening in nederigheid voor iedereen die de waarheid in pacht meent te hebben.

P.S. Wil degene aan wie ik dat boekje van Von Uexküll heb uitgeleend zich even melden, want ik wil het terug. En dat geldt ook voor degenen aan wie wij de eerste twee seizoenen van The Soprano's hebben uitgeleend en de dvd-box van The Wire.



16 april 2012

Geen zomer

Vanmiddag heb ik bij Genne de eerste zwaluwen gezien. Ook de paardenbloemen bloeien overal. En de dijk naar Kampen was zachtpaars van de pinksterbloemen. Maar het is nog geen Pinksteren en ook geen zomer; het is zelfs nauwelijks lente.
Het was zeven graden en er woei een najaarsstorm.

23 maart 2012

Boze geesten

Ondanks het mooie weer was het woensdag een dag voor boze geesten. Ik kwam er drie tegen tijdens mijn eerste voorjaarsrit.

1. "Daar heb je weer zo'n bosvernieler", zei een oude mevrouw in Boswachterij Staphorst tegen me.
Ze stond een paar meter verderop. Ik had haar niks gevraagd.
Terwijl ik op mijn kaart keek, kwam er een mountainbiker aangefietst. Hij reed keurig op het fietspad dat ik nu juist wilde vermijden: zand en steentjes, niet geschikt voor racefietsers.
"Ze maken alles kapot. Maar je moet ze eens horen als er een hond losloopt in het bos!"
De oude vrouw draaide zich mismoedig om. Ik zag geen hond, maar vermoedde dat er een blafapparaat ergens onaangelijnd tussen de bomen rondzwierf.
"Sommige mensen zijn bang voor honden, mevrouw", zei ik tegen haar.
 "Als je je hond los laat lopen krijg je meteen een boete. Ze zouden die bosvernielers eens een bekeuring moeten geven!"
Ze klonk verongelijkt.
"Die meneer op zijn mountainbike reed keurig over het fietspad, mevrouw."
"Puur toeval", zei ze. "Bosvernielers zijn het."
Ze werd steeds kwader. Ik vouwde mijn kaart op en stapte op mijn racefiets.
"Een prettige middag nog mevrouw", zei ik toen ik haar passeerde. Ze keek me aan met een argwanende blik in haar ogen en zei niks terug.

2. Ik was voor de zoveelste keer vandaag verdwaald. Vlak daarvoor was ik nog vloekend en tierend Meppel binnen gefietst, toen mijn telefoon ging.
"Job, met G. Stoor ik?"
"Nee hoor", zei ik. Ik had weer eens een verkeerde afslag genomen en was in westelijke richting afgedwaald, terwijl ik naar het Zuiden moest, naar IJhorst.
G. had nieuws waar ik nog chagrijniger van werd. Met de pest in het lijf fietste ik door De Wijk en IJhorst. Ik was moe en had geen zin meer, maar het was nog zeker dertig kilometer naar Zwolle.
Toen ik bij de boze mevrouw wegfietste, vroeg ik me af waarom ik zelf eigenlijk zo boos was geweest, even daarvoor. Waarom maken we het onszelf soms zo moeilijk? Het was mooi weer en vijf kilometer extra op de racefiets is geen straf als je van huis bent vertrokken voor een ritje van tachtig kilometer. 'Als je niet moe wilt worden, moet je niet gaan fietsen', hield ik mezelf voor. Met de boosheid verdween ook de vermoeidheid. Dat de wind was gedraaid, en net als op de heenweg schuin in de rug waaide, hielp ook.

3. Ik had het graf van mijn hardloper bezocht, in Ruinerwold. Volgende week gaat het toneelstuk in première, dat Jan Veldman van mijn boek maakte. Reden genoeg om weer eens bij hem langs te gaan.
"Hoe is het, ouwe", vroeg ik, terwijl ik op het bankje zat, vlak naast de kist met botten.
Geen antwoord natuurlijk. Ook boze geesten zwijgen als ze dood zijn. Bijna veertig jaar is Luurt Huizenga al niet meer onder ons. Rondom hem liggen genoeg Drenten begraven die minder lang op aarde hebben rond gelopen. Het zal wel inbeelding zijn geweest, maar ik meende nog steeds de boosheid te kunnen voelen die zijn leven zo heeft verzuurd.
Nochtans was het was fijn mijmeren aan het graf, terwijl de vogels het voorjaar toezongen. Het was warm in de zon en mijn benen voelden vol aan. Na een half uur waren we uitgepraat.
"Nou, ouwe, het ga je goed." Met de fiets aan de hand verliet ik het kerkhof om even later een verkeerde afslag te nemen.

(Mooi boek trouwens, Boze geesten, geschreven door de meest boze geest uit de Russische literatuur. Heel actueel ook, in deze tijd waarin boosheid onze natuurlijke levenshouding lijkt te worden.)

13 maart 2012

Namen

Haerst.
Genne, Holten, Streukel, Zuideindigerslag.
Zwartewaterklooster.
De Velde, Veldiger buitenland, Kievitsnest.
Nadorsterlanden, Boven Jutjesriet.
Genne-Overwaters, Zuidelijk Jutjesriet.
Frankhuis.

Nee, de zon scheen niet.

25 februari 2012

Kijken naar de Omloop

Job fietst even niet. Dat komt omdat hij wat teveel geschaatst heeft. De spieren, pezen en aanhechtingen op zijn scheenbenen zijn al wekenlang van slag. Maar vandaag keek Job wel naar het fietsen, net als deze vader en zoon. In België werd het wielerseizoen geopend met de Omloop Het Volk die tegenwoordig abusievelijk Omloop Het Nieuwsblad wordt genoemd. Marijn fietst fietste daar namelijk. Het was prachtig weer en Job verlangde hevig naar zijn fiets. Hij was na de finish van de vrouwen graag samen met vader en zoon weer opgestapt voor nog een ritje in het Vlaamse land.

23 februari 2012

Frits Staal

Aan het sterven van zijn helden merkt een mens dat hij ouder wordt. Afgelopen zondag is Frits Staal overleden. Staal was een taalkundige, logicus en filosoof waar ik voor het eerst van hoorde, toen ik heel lang geleden in Leiden Sanskriet studeerde. Aangezien ik nergens een behoorlijke necrologie van Staal heb gelezen, hier wat persoonlijke notities.
Frits Staal was een rationalist pur sang. Hij is bekend geworden door zijn boeken over mystiek en rituelen. Vooral zijn theorie over het ontstaan van taal vanuit mantra's (betekenisloze, gestructureerde klanken, vergelijkbaar met vogelgezang) en de syntaxis van het ritueel heeft me altijd gefascineerd. Heel kort samengevat: voordat onze voorouders taal gingen gebruiken, zongen en prevelden ze mantra's. Toen ze op een zeker moment aan de mantra's betekenis gingen hechten ontstond taal. Staal ontdekte dat de syntaxis van talen grote overeenkomsten vertoont met de regels van het ritueel, dat een pretalig verschijnsel is en ook bij dieren voorkomt.
Staal kende als sanskritist als weinig anderen de rijke Indiase taalfilosofische traditie, die in de vijfde eeuw na Christus al verder was dan de westerse taalfilosofie ooit zou komen en die hem op het spoor van het ritueel zette (grappig voorbeeldje, dat ik terugvond in mijn aantekeningen: "dat wat gezegd wordt onzegbaar te zijn wordt door die onzegbaarheid zelf gezegd en is dus gezegd en zegbaar", aldus Bhartṛhari).
Staal bestudeerde in 1975 een uitvoering van het zeker 3000 jaar oude Agnicayana-ritueel, waarvan de rituele handelingen maar liefst twaalf dagen duurden (er zijn overigens theoretische, rituele constructies bekend uit de Vedische literatuur, die meer dan 1000 jaar duren...). Volgens Staal ontstond complex ritueel handelen, zoals het Agnicayana, toen de mens zich bewust werd dat de wereld om hem heen beïnvloedbaar was door handelend op te treden (de fase die Merlin Donald - een andere held, die gelukkig nog in leven is - de mimetische cultuur noemt en die begint met Homo erectus (2 miljoen jaar geleden) en die bij het verschijnen van de moderne mens (200.000 jaar geleden) wordt aangevuld met een volgende cultuurlaag, waarin taal de hoofdrol speelt).
Volgens Staal is het ritueel een in zichzelf besloten vorm van fysiek handelen, zonder extrensieke betekenis, zin of functie: in de handeling zelf ligt de betekenis. Het ritueel is volgens hem een uitbeelding van volmaakt handelen.
Naar aanleiding van zijn dood heb ik het ruim drie uur durende marathoninterview dat Max Pam in 1992 had met Staal nog eens beluisterd. Mooiste uitspraken (vrij geciteerd):
"Er is geen vooruitgang in de filosofie: filosofen draaien altijd rondjes om dezelfde vragen. Alle gebieden in de filosofie waarop echt vooruitgang is geboekt zijn wetenschap geworden."
"Ik ben meer geïnteresseerd in de achterliggende structuren en de geschiedenis dan in de actualiteit. Wie alleen het nieuws volgt, is als iemand die een biertje bestelt, de schuimkraag opdrinkt en als het schuim op is meteen een nieuwe bestelt."

18 februari 2012

Carnaval

Het is carnaval in Zwolle. Vreemd genoeg begint men hier eerder, zuipt men hier meer, gaat men hier 's nachts langer door en maakt men hier meer herrie dan in de gebieden waar carnaval thuishoort. Niet-katholieken die carnaval vieren: zelden toont het leven zich van een treuriger zijde. Gelukkig was het bij Zalk, langs de ingezakte ijsvlaktes op de uiterwaarden van de IJssel, geen carnaval.