29 januari 2012

Romanyà de la Selva

Er klopte iets niet op de klim naar Romanyà de la Selva. Het waaide ongelofelijk hard. Er reden meer dan tien auto's omhoog. Halverwege liepen er opeens twee honden midden op de weg, met belletjes om hun nek. Even verderop was een vrouw hout aan het sprokkelen tussen de kurkeiken. Twee tapuiten vlogen honderd meter met me mee. En vlak onder de top begon het te sneeuwen. Ik keek op mijn tellertje en zag dat het 2,6 graden Celsius was. Vreemd.

24 januari 2012

Calella de Palafrugell

Alleen de naam al: Calella de Palafrugell. Dat roept meteen Rabelais in gedachten, maar reuzen heb ik niet ontmoet. Wel zwemmers, want het was warm in het windstille baaitje. Op het terrasje heb ik een cappuccino gedronken, die alhier helaas met slagroom wordt geserveerd. Calella de Palafrugell. Ik moest aan de balgstuw bij Ramspol denken. En aan Kadoelen bij Barsbeek. De volgende bestemming wordt Ultramort, bij Ullastret.

17 januari 2012

Coll de la Ganga

Als col stelt de Coll de la Ganga niks voor. Vanuit Calonge overbrug je ongeveer 160 hoogte-meters in 3,5 kilometer. Iets minder dan 5 procent gemiddeld dus. Maar bovenop bloeit de brem en schijnt de zon. En het enige dat je hoort zijn zoemende bijen.

14 januari 2012

Erithacus rubecula

Dan vlieg je dat hele eind naar Spanje, ben je er eindelijk, je kleine lichaampje koesterend in de winterzon, verlangend naar een welverdiend maal na gedane vliegarbeid, en dan zet je de achtervolging in op dat smakelijke insectje, dat zoemend heen en weer schiet en dan opeens de weg tussen Santa Grau en Llagostera kruist, waar misschien twee keer per uur een auto langskomt, en net op het moment dat jij overvliegt en toe wilt happen...

13 januari 2012

De top 5 van 2011

U heeft nog mijn geheel subjectieve, niet-representatieve top 5 over het jaar 2011 te goed. In de lijstjes van de specialisten zullen onderstaande titels wel weer ontbreken.

1. Mickey Newbury, American Trilogy
Okay, een geremasterde heruitgave van veertig jaar oud, maar wel een heel erg mooie. En dan vooral Looks Like Rain. De ontdekking van het jaar, wat mij betreft.
2. Paulusma, Up on the roof
Zie hier en de links aldaar.
3. Ron Sexsmith, Long Player Late Bloomer
Zie hier en de links aldaar.
4. Spinvis, Tot ziens, Justine Keller
5. Tsja, even vergeten.

En zo ontbreekt zomaar Hout Moet van Daniël Lohues waarvan ik in februari nog dacht dat het het beste album van 2011 zou worden... En ook het prachtige album Brik van De Kift staat er niet bij. Nou ja, dat loopt dan even zo. 't Was een rijk jaar, 2011.

24 december 2011

Verblind door het licht

Het was hoog water in de IJssel, vandaag. En er liep zon over de dijk tussen Kampen en Zwolle.

21 december 2011

Het rechte pad

Ik zoek het rechte pad.
Het rechte pad, zeg je?
Ja, zoals altijd.
Maar wat is recht?
Recht zit in de kromming naar nergens.
Nou, dat helpt.
Waarheen, zeg je?
Naar Dalfsen, naar Hoonhorst.
De weg naar huis, bedoel je?
Ik zie een gat in de wolken.
Het is het licht. De lucht draait.
Het waait, zeg je?
Ja, naar nergens.
Naar het rechte pad.
God dus.
Heb je hem ook weer.
Of haar.
Ja, laten we naar haar toe gaan.
Tastbaar en warme liefde.
Of het.
Het rechte pad?
Echt.
Of '...'.
Wat zeg je?
Ik prefereer het grote zwijgen.
Laten we dan maar ophouden.

11 december 2011

Waarom je fietst

Het is de zoete pijn, zegt Spinvis in een mooi interview in de Volkskrant. Pijn die bestaat uit 'iets wat er misschien niet eens is, een heimwee naar ergens waar je nooit was, een zelfbedacht verlangen naar iets wat niet bestaat'. En je herkent de aflopende graden van onzekerheid, van het hoopvolle 'misschien' via een onbezocht 'ergens' naar het ontkennende 'niet'. En je denkt: hij heeft gelijk en toch ook niet. Maar die gedachte komt pas achteraf.
Het is niet Spinvis die in je hoofd zit als je eerder die middag over de Vechtdijk fietst, maar Mickey Newbury. 'Write a song a song, write a song about her', zingt hij en je zingt hardop mee. En hoewel je het nog niet beseft, word je overvallen door de euforie. En je denkt: wat is dit?
Het zijn de diagonale strepen in de wolken en daarachter de zon die probeert door te breken.
Het zijn de knipperende lichten van de spoorwegovergang, met elektriciteitsmasten op de achtergrond, die even later blijken te zingen.
Het zijn de slingers in de Vechtdijk, die verlaten door het land kronkelt.
Het is de techno-roep van de fazant die opgeschrikt wegrent.

'Hum a tune a tune, hum a tune, you miss her', zing je met Mickey Newbury. En je denkt: ja, misschien draagt dat er op een kromme, onbegrijpelijke manier ook wel aan bij. En je fietst bijna juichend verder, een met de wereld en wat daar in is, tot je weer denkt: wat is dit?
Het is de zwaan, die argwanend door het water glijdt.
Het zijn de omgeploegde, kale akkers, en de oude Sallandse boerderijen, want je wist al voor je op de fiets stapte dat het vandaag niet op de Veluwe was te vinden.
Ja, het is zelfs de koude tegenwind.
Het is het gevoel van lamswollen zooltjes op je voeten.
Het is vooral het decemberlicht.
Het is de stilte.
Het is het besef dat het vandaag zondag is, de dag dat we er van oudsher ontvankelijk voor zijn.

'Yesterday's newspaper forecasts no rain for today', zingt Mickey Newbury in je hoofd. 'But yesterday's news was old news, the skies are all grey'. En even plotseling als de euforie kwam, is ze weer verdwenen en vlakt je stemming af naar een aangename vrolijkheid. En terwijl je langs Dalfsen fietst, naar Rechteren, en later langs het Overijsschels Kanaal, waar je ooit iets soortgelijks beleefde, denk je na over wat het was. Je voelt heimwee naar wat net voorbij is en probeert het tevergeefs weer op te roepen. Je realiseert je dat zo gauw je het benoemt de euforie, of hoe je het ook wilt noemen, achter de woorden verdwijnt. En dat dan ook meteen de twijfel komt of het er wel echt was, of je het niet allemaal achteraf verzonnen hebt. En je voelt de zoete pijn, het besef dat het onstuitbare verlangen om alles in woorden (of beelden of muziek) te vangen, de ervaring mogelijk maakt, maar tegelijkertijd in de weg staat. Dat de euforie er is en niet is -- onkenbaar voor altijd.

En dat dát het is waarom je fietst (en zingt -- en schrijft -- en foto's maakt -- en leest -- en ...)

28 november 2011

Skiën in november

Het afgelopen weekeinde was ik in Ischgl voor de opening van het wintersportseizoen. Voor het Dagblad van het Noorden schreef ik daar de volgende reportage over, die goed past in de serie '...in november'.

Skiën op geelbruine alpenhellingen
Het is een bizar gezicht: kilometers lange witte linten kronkelen door de bergen, terwijl er op de toppen alleen wat zomerse sneeuwvelden liggen. De omringende alpenhellingen zijn geelbruin, maar op de witte sneeuwbanen krioelt het van de skiërs en snowboarders; vrijdag zevenduizend stuks, zaterdag veertienduizend. Welkom in Ischgl: sneeuwzeker, ook als het niet gesneeuwd heeft.
"Vier weken zon, hoge temperaturen en geen vlok sneeuw", vat Hannes Parth de situatie samen. Parth is de baas van de skipistes in Ischgl en zo extreem als dit jaar heeft hij het nog niet eerder meegemaakt. Maar het dorp heeft bijna duizend sneeuwkanonnen en daardoor ligt er ruim 80 kilometer piste, terwijl in heel veel andere wintersportplaatsen de seizoensopening is uitgesteld. Pas eind deze week wordt er verse sneeuw verwacht in de alpen.
"Zeshonderduizend kubieke meter water hebben we dit jaar tot nu toe verwerkt", zegt Parth. Goed voor anderhalf miljoen kuub kunstsneeuw, een hoeveelheid die de afgelopen jaren gemiddeld in een heel seizoen werd verbruikt. Kosten: 4,5 miljoen euro. "We hebben gelukkig nog wat geld over van vorig seizoen", zegt Parth. Maar veel langer moet de droogte niet duren, geeft hij toe. "Water is er genoeg, maar we mogen per jaar maar 1,1 miljoen kubieke meter omzetten in kunstsneeuw."
Het openingsweekend is heel belangrijk voor Ischgl, dat zich de afgelopen jaren met grote popconcerten tot een populair feestdorp in de Oostenrijkse Alpen heeft ontwikkeld. Het succes begon met het Top of the Mountain Concert van Elton John in 1995. Daarna kwamen grootheden als Sting en Rihanna naar Ischgl voor gratis popconcerten in de winterse buitenlucht. Dit seizoen staan er maar liefst drie op het programma: aan het begin van het seizoen, met Pasen en bij de seizoensafsluiting op 30 april.
"Het is altijd leuk in Ischgl", zegt een Nederlands stel, dat zaterdag in een stoeltjeslift geniet van de zon. Dat ze skiën in een onwerkelijk, kunstmatig landschap deert ze niet. "Vorig jaar waren we hier ook in het openingsweekend. Toen was er heel veel sneeuw, maar het vroor 15 graden. Dan liever dit." Geen moment hebben ze erover gedacht om de reis af te zeggen wegens het ontbreken van echte sneeuw.
De strakke show van de Zweedse popgroep Roxette is zaterdagavond de aftrap voor een avond ongelimiteerd feesten. Uren later zwalken dronken, kotsende mensenmassa’s door de straten, die plakken van de drank en bezaaid liggen met gebroken glas en andere rotzooi.
Slechts weinigen staan zondagmorgen vroeg alweer op de zonovergoten pistes om nog een dag te genieten van de opvallend goede sneeuw. "Zolang we ons dit soort idiotie nog kunnen veroorloven, valt het wel mee met de crisis in Europa", merkt een van hen lachend op. Want bizar blijft het wel, skiën in de geelbruine bergen.

20 november 2011

Boterbloemen in november

Langs de IJssel,
op de de dijk,
in het felle herfstlicht,
onder een blauwe hemel met witte strepen.

Daar stonden ze.

09 november 2011

Paardenbloemen in november

Het was een weiland vol, even voor Hoonhorst: uitgebloeide paardenbloemen. Zoveel als in april waren het er niet en ze stonden verspreid alsof ze net afscheid van elkaar hadden genomen en uiteen waren gegaan. Het water kwam van links.

08 november 2011

F. Springer

Maandag is F. Springer overleden. Toen ik het nieuws vanmiddag hoorde moest ik denken aan vroeger. Ik was ontroerd. Voor mij is F. Springer de grootste Nederlandse schrijver van zijn generatie. Maar op de tv is meer aandacht voor Joe Frazier. Daarom op deze plek dan maar onderstaand verhaal, dat ik schreef voor Dagblad van het Noorden, naar aanleiding van Springers laatste roman. Rust zacht, oude vriend.

Schepper van voorbije werelden
"Ik was bang dat we elkaar ontgroeid waren, F. Springer en ik. Onze relatie begon eind jaren zeventig, toen ik op de middelbare school verplicht de verhalenbundel Zaken Overzee moest lezen. Voor de meeste van mijn klasgenoten was Springer niet meer dan een passant, en misschien waren we als pubers ook wat te jong voor de weemoed, de milde ironie en het verlangen naar verloren paradijzen en voorbije werelden waar Springers boeken van doordrenkt zijn. Maar bij mij zat de nostalgie er blijkbaar al vroeg in. Ik vermoed dat ik een van de eerste middelbare scholieren was met vier boeken van F. Springer op zijn leeslijst Nederlands.
Jarenlang was vooral het oude werk van de diplomaat/schrijver me dierbaar. Of beter: decennialang. Want na Sterremeer, het wat tegenvallende Boekenweekgeschenk van 1990, werd onze band iets minder hecht. Elke keer als er in de jaren die volgden een nieuwe Springer verscheen, hoopte ik op de magie van meesterwerken als Quissama en Bougainville. Maar vaak volgde lichte teleurstelling. Niet dat ze slecht waren, boeken als Bandoeng-Bandung of Kandy, zeker niet. Maar het was mijn Springer niet meer. Ik heb me vaak afgevraagd waar dat aan lag en ik vermoed dat Springer me wat te serieus was geworden, het persoonlijke overstemde de ironie. En dus herlas ik zijn oudere werk om onze relatie te bestendigen. Gelukkig is er nu Quadriga – Een eindspel, de jaren geleden al aangekondigde Berlijnse roman, die door een ernstige ziekte vertraging opliep.
Springer (echte naam: Carel Jan Schneider) groeide op in Nederlands Indië. In zijn literaire werk keert hij terug naar plekken uit zijn jeugd en de landen waar hij als diplomaat werkzaam was. Zijn romans en verhalen spelen zich doorgaans af in verre oorden, zoals Nieuw-Guinea, New York, Bangladesh, Angola en Teheran, en slechts zelden in Nederland. In Quadriga is Oost-Berlijn, waar Springer van 1986 tot 1989 ambassadeur was, de plaats van handeling. De roman, genoemd naar het vierspan op de Brandenburger Tor, vertelt het verhaal van journalist en weduwnaar Robert Somers die in de jaren voor de Wende in Oost-Berlijn verliefd wordt op Monika Rittner, de gids die hem tijdens zijn bezoekjes aan de DDR begeleidt. Tien jaar later keert Somers terug naar Berlijn, in de hoop de laatste liefde uit zijn leven terug te vinden maar tegelijkertijd bang dat zijn zoektocht slaagt.

In een superieure stijl – korte zinnetjes met veel tussenvoegingen, licht-ironisch, energiek: typisch Springer dus – doet Somers verslag van zijn eerste reizen naar de DDR en zijn latere zoektocht naar Monika. Zijn relaas is luchtig (soms iets te), bij vlagen hilarisch, maar tegelijkertijd ook bijna pijnlijk intiem. De spanning tussen enerzijds het grimmige leven in de DDR – Springer weet uitstekend de sfeer van een film als Das Leben der Anderen op te roepen – en anderzijds het oude-jongens-krentenbroodwereldje van buitenstaanders als Somers, de wat louche historicus Behrman met zijn goede contacten in de communistische partij en de olijke Raaf (de Nederlandse ambassadeur in Oost-Berlijn), is schrijnend.
Terwijl Somers uitgebreid over zijn verliefdheid neuzelt, heeft zijn gids wel wat anders aan haar hoofd. ’Frau Monika’ (getrouwd met een hooggeplaatste ’Genosse’) zit volledig verstrikt in het web van de dictatuur, waar in elke bloemenvaas een microfoontje kan zitten (‘Feind hört mit!’) en iedereen een verklikker of Stasi-medewerker kan zijn, inclusief zijzelf trouwens. Voor haar is de journalist uit Nederland hooguit een affaire van een nacht of een schim van een verliefdheid. Als de Nederlandse sterverslaggever in november 1989 zijn journalistieke werk veronachtzaamt en zelfs de val van de Muur laat schieten door zijn obsessie voor zijn mooie gids, probeert Monika Rittner zich wanhopig het vege lijf te redden in een wereld waar alle zekerheden wegvallen.
Het is razend knap hoe Springer de historische gebeurtenissen vermengt met de persoonlijke beslommeringen van zijn personages en de verschillende stemmen in de roman tot een eenheid weet te smeden. De combinatie van melancholie en onderhuidse ironie, waar Springer het patent op heeft, komt tot volle glorie in Somers’ verslag van zijn zoektocht naar Monika, ruim tien jaar na de Wende. En natuurlijk gaat het in Quadriga ook weer over de betrouwbaarheid van herinneringen, een bekend Springer-thema.
Het verhaal eindigt met een briljante zin, waarvan ik de inhoud niet zal verraden omwille van de plot. In een paar woorden weet Springer Robert Somers’ herinnering aan een liefde, die misschien wel helemaal geen liefde was, tegelijkertijd samen te ballen en uiteen te laten spatten. Het zoveelste al dan niet denkbeeldige paradijs is vervluchtigd en opgegaan in de werkelijkheid van alledag. Voor mij is het de mooiste zin die ik de laatste jaren gelezen heb.
Springer is nu 78 jaar oud. Een eindspel luidt de ondertitel van Quadriga en dat is op meerdere manieren op te vatten. De roman speelt zich af in de tijd dat het communistische regime in de DDR zijn laatste zetten doet. Het is ook de weerslag van een laatste, grote liefde. Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het ook het eindspel is van een oeuvre. Een waardig eindspel van een schrijver, die mij – ondanks enkele minder aansprekende werken – dierbaarder is dan de Grote Drie samen. Een schepper van voorbije werelden die, hoewel ongekend, door zijn boeken een persoonlijke vriend is geworden. Ik blijf de komende jaren hopen op een laatste zet."

22 oktober 2011

Jelle Paulusma

Dat de beschaving zoals wij die kennen op haar einde loopt, mag inmiddels als algemeen bekend worden verondersteld (niet dat het ook daadwerkelijk door de meeste mensen zo gezien wordt, maar dat is nu juist weer een teken van het feit dat het wel zo is, en dergelijke). Hoe dan ook: soms word je er weer eens hardhandig mee geconfronteerd. Afgelopen weken bezocht ik twee concerten van Paulusma, de band van Jelle Paulusma, de vroegere frontman van Daryll-Ann. In Leeuwarden waren er bij het voorprogramma welgeteld vijf mensen in de zaal aanwezig. Onder hen ook Jelle Paulusma zelf. Later druppelden er nog wat bezoekers binnen, maar meer dan vijftig werden het er niet, ook niet toen Paulusma op het podium stond.
Aan de prijs (vijf euro, wat op zich al een belediging is voor een band als Paulusma) lag het niet. Nee, het was puur de hiervoor reeds genoemde ineenstuikende beschaving. In Zwolle was het namelijk van hetzelfde laken een vers gesteven pak. Laten we wel wezen, beste mensen: Jelle Paulusma (ik schreef al eerder over hem) is het neusje van de zalm van de Nederlandse popmuziek, een grootheid, de beste liedjessmid die Nederland ooit heeft voortgebracht. En die trekt dus niet meer publiek dan vijftig man, terwijl de zalen volstromen voor beschimmelde eenheidsworst als al die winnaars van zogenaamde talentenjachten in televisieshows, die in het beste geval over een aardige stem beschikken (maar ook niet meer dan dat) en die allemaal na een paar jaar weer in de anonimiteit verdwijnen waar ze thuishoren.
We rennen van hype naar hype, altijd aan de oppervlakte, bang om eens de diepte in te duiken en te zoeken naar kwaliteit. Een heel enkele keer komt er in programma's als DWDD nog wel eens iets bovendrijven dat er op lijkt, dat dan meteen weer tot Neerlands hoop in bange dagen wordt opgeblazen (neem zo'n Tim Knol: best aardig hoor, maar vergeleken met het werk van zijn gitarist Anne Soldaat - die andere ex-Daryll-Ann-frontman - en Jelle Paulusma, stelt het toch echt niet zoveel voor).
Ik werd uitermate gedeprimeerd van mijn concertervaringen in Leeuwarden en Zwolle, terwijl Jelle Paulusma beide avonden opmerkelijk welgemoed bleef. Alleen toen hij in Zwolle de prachtige, oude Daryll-Ann-ballad Friends zong, schoot hij mild uit de slof ("mijn laatste single; niet dat ze hem op de radio draaien..."). Parels voor de zwijnen zijn het. Zijn laatste cd heet Up on the roof. Koop die plaat!

17 oktober 2011

Biefstukzwam

"Oene Epe biefstukzwam, Oene Epe biefstukzwam, Oene Epe biefstukzwam, Oene Epe biefstukzwam." Ik fietste vanmiddag tussen Epe en Oene en opeens kreeg ik het zinnetje niet meer uit mijn hoofd: "Oene Epe biefstukzwam, Oene Epe biefstukzwam." Dat krijg je er dus van als je besluit om een keer alle paddenstoelen te negeren. Ik zag eekhoorntjesbrood vlakbij De Dellen en fietste door. Ik zag cantharellen bij het Soerel en fietste door. Ik zag gele stekelzwam bij Vierhouten en fietste door.
Ik had me voorgenomen om alleen voor biefstukzwam te stoppen (ik gokte erop dat ik die toch niet zou tegenkomen) en slaagde zowaar in mijn opzet. Toegegeven, het scheelde dat ik geen mesje of rugzak had meegenomen en eindelijk weer eens 90 kilometers maakte zodat ik beide bidons nodig had voor de vloeibare vulling waarvoor ze bedoeld zijn. Heerlijk om weer eens te fietsen zonder afgeleid te worden door die kabouterhuisjes.
Maar goed, dat zinnetje kreeg ik niet meer uit mijn hoofd. Ook niet toen ik de Veluwe had verlaten en achter een vriendelijke agrariër op een trekker langs het Apeldoornse kanaal freewheelde met 35 km per uur. Eenmaal terug in Zwolle besloot ik daarom mijn paddenstoelenobsessie toch maar tegemoet te komen met een inspectietochtje langs mijn wonderpaddenstoelenlaan (nee, ik zeg niet waar). Normaal gesproken staat het daar vol met heksenboleten en eekhoorntjesbrood, maar vanmiddag was de wegrand kaal en verlaten.
Tot ik opeens een enorme rode boomzwam in mijn ooghoek zag. "Het zal toch niet...", dacht ik. Wel dus: biefstukzwam! En nog mooie jonge exemplaren ook, want het rode sap liep eruit. Helaas had ik niks om ze in te doen en omdat biefstukzwammen nogal nattig zijn, leek het me geen goed idee om ze in de zak van mijn jasje te duwen.
Gelaten en in de geest van de paddenstoelloze middag liet ik ze dus maar staan. Even later werd ik op mijn wonderlaan beloond met een prachtige, jonge eikhaas die ik wel in mijn jas durfde te proppen. En hij smaakte (gebakken in roomboter met een uitje en knoflook, op de pasta, en wat parmezaanse kaas erover) ook nog goed! Maar je gaat er helaas wel scheten van laten.

09 oktober 2011

De rationaliteit van de Altostratus


Altostratus-wolken ontstaan doorgaans als een verdikking van hoge Cirrostratus-wolken, als een groot gebied van warme lucht tegen een gebied van koude lucht aandrukt. In tegenstelling tot de Cirrostratus produceert de Altostratus geen halo als de zon door de wolk heen schijnt; er ontstaat eerder een soort matglas-effect. Maar dat alles kwam geen moment in me op toen zich vanmorgen tussen Wythmen en Hoonhorst aan mijn rechterzijde deze wonderschone zondaghemel ontvouwde.

23 september 2011

Lekke band


Het was op de Dellen
in het najaar van 2009.

De paddenstoelen naast het bankje
bij de afslag naar Epe kende ik nog niet.

Met verkleumde vingers zuchtte
en vloekte ik in de herfstzon.

Elfduizend kilometer geleden
had ik voor het laatst een lekke band.

Nee, dat is geen geluk of toeval.

Gewoon een kwestie van op tijd
een nieuwe buitenband steken.

En niet te veel in de regen fietsen.

14 september 2011

Ron in je hoofd

Opeens is-ie er weer: Ron Sexsmith. Je fietst van Hasselt over de dijk naar Zwolle en plotseling hoor je flarden van Strawberry Blonde: "She was not the girl next door but the..." en weg is de tekst. Maar de melodie zingt door en als vanzelf begin je mee te neuriën. Terwijl je schuin tegen de wind in hangt, nestelt Ron zich in je bewustzijn en je moet denken aan de breinwormen waar Oliver Sacks over schreef in Musicofilia: melodieën die tot gekmakens toe dagenlang in je hoofd doorzeuren.
Maar Ron is een welkome gast van binnen. En dat hij zich in je hoofd verborgen heeft en zich wat vaker meldt dan anders is niet zo raar. Zaterdag zag je hem op Take Root een perfecte set spelen, je iPod draait al dagenlang zijn liedjes en gisteravond ging je speciaal naar Nijmegen om Ron nog een keer te horen (en weer was het wonderschoon, ook al speelde hij een compleet andere set).
Net voorbij Gunne verandert de melodie bijna ongemerkt naar Fallen en je zingt mee: "And the leaves have lost hold of the branches as always, which leaves us with gold and wine colored pathways..." Maar als je wordt aangevlogen door een vlinder, die neerdwarrelt op het asfalt, is Ron zomaar uit je hoofd verdwenen. Gelukkig blijkt de atalanta niet dood te zijn en even later spreidt hij voorzichtig zijn vleugels en vliegt weg.
Je vervolgt je weg en even later is Ron er weer, maar nu met een ander liedje. "Under every sky of baby blue is an undercurrent of rain...", zingt hij, waarna je de tekst weer verliest en de melodie er met je aandacht vandoor gaat. "............", zingt de Ron in je hoofd. En je moet denken aan een andere melodische flard van Ron Sexsmith, die met tekst en al in je geheugen zit opgeslagen: "I'm not about to lose this feeling that I've found."

09 september 2011

'Levensvlek'

Levensvlek, compositie van beton en veldmuis, 45 x 26 cm, (gecombineerde techniek van fietsbandprofilering, wegenbouw en broedsel van Microtus arvalis). Prijs: onbetaalbaar (wel gratis te downloaden voor glansprint). Copyright: Mopperlog/IJsseldijk bij Wilsum, 2011

20 augustus 2011

Bulgarije

Dit is ons voorland, dacht ik toen ik vanmorgen in buslijn 84 zat, van het centrum van Sofia naar het vliegveld. Zo ziet een beschaving die ten onder gaat eruit. Dit is de eindfase van het kapitalisme. Ik ben drie dagen in Bulgarije geweest, in havenstad en toeristische trekpleister Varna aan de Zwarte Zee, en vanmorgen tussen twee vluchten door zes uur in Sofia. Ik weet het: onzinnig om dan aan te komen met eindtijdprofetieën. Maar toch, een alomvattend gevoel van dreigend onheil overheerste. Geen wielrenner gezien trouwens in die drie dagen, terwijl ik na terugkeer in Nederland, in de bus vanaf vliegveld Eindhoven naar CS de ene na de andere voorbij zag komen. Ook zoiets.

Ik zag in Bulgarije wel oude, smerige communistische flats die nauwelijks nog worden onderhouden, braakliggend terrein en de opstand van het onkruid, dat de stoepen en straten aan het terugveroveren is op de mens, zwerfhonden die auto's aanvielen (al zijn de meeste Bulgaarse zwerfhonden opmerkelijk vriendelijk) en een jong stel dat de afvalcontainers afstruinde. Ik zag de nieuwe, spiegelende gebouwen van het grootkapitaal en de met hoge hekken afgezette paleizen van de nieuwe rijken, als oases in steeds verder oprukkende stadswoestijnen, waar de gewone man zijn leven leeft. Zo goed en zo kwaad als dat gaat, in een wereld waarin alles verkapitaliseerd is.

Natuurlijk, vroeger was het leven hier ook geen eeuwigdurend feest. Maar hoe lelijk de flatgebouwen uit de communistische periode ook zijn, het zijn wel overblijfselen van een opbouwtijd (hoe rampzalig en onderdrukkend ook). Nu zie je overal verval tussen de laatste oprispingen van het systeem dat ons de welvaart heeft gebracht en in ons land nog redelijk functioneert, maar dat hier toont hoe het er in zijn rauwste vorm en in zijn essentie uitziet. (Ja ja, grote woorden, ik weet het). Wie een beetje geld heeft, probeert krampachtig mee te doen. Wie geen geld heeft, probeert te overleven.

Ik moest heel erg denken aan The Road, de verfilming van de apocalyptische roman van Cormac McCarthy, die naar ik vrees een tamelijk accuraat beeld schetst van de uiterste consequentie van het neoliberale denken dat een geperverteerde vorm van neodarwinisme propageert, de nieuwe valse leer die door de inquisitie van het kapitalisme helaas niet verketterd wordt maar aanbeden. Het zijn dezelfde beelden die je ook ziet in de metropolen in Afrika en Azië: steeds meer mensen, steeds minder middelen, steeds smeriger leefgebieden. Als de kapitalistische zeepbel echt uit elkaar spat - en er geen geld meer is om de verworvenheden van de christelijke naastenliefde en de sociaal-democratie overeind te houden - zullen ze ook bij ons te zien zijn, vrees ik.

Het gaf hoop om te zien dat in Bulgarije de orthodoxe priesters nog steeds even mooi zingen als vroeger, dat opera's hier nog wél onverminderd volle zalen trekken. En dat de oude volkscultuur gekoesterd wordt door fenomenale zangeressen als Christina Lyutova. Maar wat overheerste was de nieuwe, protserige rijkdom die kitsch verwart met kunst. En de proleten die het hedonisme vieren en die een pornografisch modebeeld dicteren, met ultrakorte rokjes, afgrondelijke decolletés en felgekleurde sportschoenen. Wie de afkeer van moslimextremisten van de westerse leefwijze wil begrijpen, moet hier een keer gaan kijken. Want ik zag ook een orthodoxe priester in de straten van Varna, die met zijn zang als een straatmuzikant geld verdiende. Ik zag kerken vol kitscherige iconen, die je in de winkeltjes in het schip kon kopen voor 5 of 10 leva. Ik zag een priester die in de kerk in zijn mobiele telefoon stond te tetteren, onderwijl de giftenschaal nauwlettend in de gaten houdend. En ik zag kruizen van muntstukjes op de graftomben in het rotsklooster van Aladzha, alsof genade met geld is af te smeken.

Ik zag ook een oude, Bulgaarse vrouw die buslijn 84 instapte met een blik op haar gezicht die aangaf dat zij alles al leek te weten en het lot van de wereld op haar schouders droeg. Ze had een diep gegroefd gelaat dat een intense droefenis uitstraalde. Maar misschien was het allemaal wel projectie, want mijn blik is momenteel wat somber gekleurd en ernstig vernauwd door het dreigende failliet van het financiële systeem en ons politieke bestel.

Gelukkig is er nog de troost van het besef dat de toekomst altijd weer anders is dan we denken. Dat er altijd weer dingen gebeuren waar we ons met onze beperkte denkkaders geen voorstellingen van kunnen maken. Dat wat nu logisch en onafwendbaar lijkt, morgen totaal anders kan zijn.

25 juli 2011

Raar

Ook tijdens mijn fietstochtjes in Zwitserland kwam ik veel dode dieren tegen. Langs de kant van de weg lagen: een piepklein, nog blind muisje, een felgroene sprinkhaan, een vers aangereden marter, div. insecten, et cetera. Maar het meest bijzondere schepsel was toch wel deze forel. Hij lag langs de kant van de drukke weg rond de Zürichsee, in het plaatsje Stäfa. Raar.