Ja, het was koud vandaag. Maar het was ook een van de mooiste dagen van het jaar. Het scherpe licht, de berijpte velden, de zondagse rust, de kale bomen, de hard bevroren landwegen, de witgemutste paddestoelen, het krakende herfstblad in het Beerzer bos, de ijskristallen op de dennenaalden aan de schaduwkant van de Lemelerberg, het verlaten bos van Vilsteren waar net als in al die andere bossen onbegrijpelijkerwijs geen fietser te bekennen was. En niet te vergeten de biologische kippensoep in de onvolprezen herberg De Klomp waar de voeten weer konden ontdooien, de boerin die op een van de dwaalwegen van Hessum haar eigen adem bewonderde, het late eekhoorntjesbrood van Mataram, ruw in de groei gestuit door de novembervorst en grof geplukt door de passerende fietser, de vriendelijke, praatgrage boswachter in De Horte, waar ik altijd weer verdwaal en altijd weer op dezelfde doodlopende weg, voor hetzelfde hek tot stilstand kom. En de koperen ploert die slechts zelden echt zo'n koperen ploert is als hij vandaag koperen ploertig aan de hemel stond, zonder noemenswaardige warmte af te geven, daarboven in het heiige blauw, de ploert. Maar die dit alles dus wel mogelijk maakt. Dank.
28 november 2010
Vrieskou
Ja, het was koud vandaag. Maar het was ook een van de mooiste dagen van het jaar. Het scherpe licht, de berijpte velden, de zondagse rust, de kale bomen, de hard bevroren landwegen, de witgemutste paddestoelen, het krakende herfstblad in het Beerzer bos, de ijskristallen op de dennenaalden aan de schaduwkant van de Lemelerberg, het verlaten bos van Vilsteren waar net als in al die andere bossen onbegrijpelijkerwijs geen fietser te bekennen was. En niet te vergeten de biologische kippensoep in de onvolprezen herberg De Klomp waar de voeten weer konden ontdooien, de boerin die op een van de dwaalwegen van Hessum haar eigen adem bewonderde, het late eekhoorntjesbrood van Mataram, ruw in de groei gestuit door de novembervorst en grof geplukt door de passerende fietser, de vriendelijke, praatgrage boswachter in De Horte, waar ik altijd weer verdwaal en altijd weer op dezelfde doodlopende weg, voor hetzelfde hek tot stilstand kom. En de koperen ploert die slechts zelden echt zo'n koperen ploert is als hij vandaag koperen ploertig aan de hemel stond, zonder noemenswaardige warmte af te geven, daarboven in het heiige blauw, de ploert. Maar die dit alles dus wel mogelijk maakt. Dank.
24 november 2010
Het God Instinct
Zijn lezing kwam ongeveer hier op neer: doordat wij over 'theory of mind' beschikken (oftewel: bewust cognitief kunnen handelen) kennen wij niet alleen andere mensen een 'theory of mind' toe, maar ook dieren, paddestoelen en niet-levende objecten. En zien we in allerlei natuurverschijnselen symbolen en vormen. Als we niet oppassen kennen we ze nog 'psychological states' toe ook. Daarom denken u en ik dat de wolk op de foto hierboven net een vogel is en die paddestoel hieronder iets anders.
Het 'teleo-functional reasoning' (doel-functioneel denken) dat hier een voortvloeisel van is, is in de loop van de evolutie een zeer succesvolle aanpassing geweest. Iets te succesvol zelfs want het heeft ons met zinloze, grote vragen opgezadeld waar geen antwoord op bestaat, zoals 'Waartoe zijn wij op aarde?' en 'Wat gebeurt er met me na de dood?' (merkwaardig genoeg vond Bering ook de vraag 'Wat moet ik nu doen?' een grote). Enfin, Berings betoog kwam erop neer dat we doelen zoeken die er niet zijn en achteraf (volgens de doel-logica) zin toekennen aan willekeurige gebeurtenissen. En gelukkig, "atheïstst too suffer the illusion of a purposeful life", zei Bering. Het doelgerichte denken zit nu eenmaal evolutionair diep in ons ingebakken.
Het 'teleo-functional reasoning' (doel-functioneel denken) dat hier een voortvloeisel van is, is in de loop van de evolutie een zeer succesvolle aanpassing geweest. Iets te succesvol zelfs want het heeft ons met zinloze, grote vragen opgezadeld waar geen antwoord op bestaat, zoals 'Waartoe zijn wij op aarde?' en 'Wat gebeurt er met me na de dood?' (merkwaardig genoeg vond Bering ook de vraag 'Wat moet ik nu doen?' een grote). Enfin, Berings betoog kwam erop neer dat we doelen zoeken die er niet zijn en achteraf (volgens de doel-logica) zin toekennen aan willekeurige gebeurtenissen. En gelukkig, "atheïstst too suffer the illusion of a purposeful life", zei Bering. Het doelgerichte denken zit nu eenmaal evolutionair diep in ons ingebakken.Bering lardeerde zijn betoog met veel onderzoeksresultaten en aardige voorbeelden. Autisten en andere sociaal-cognitief ongezonde mensen, zo is bijvoorbeeld gebleken, hebben veel minder last van het illusoire doeldenken. Het is een functie die het groepsverband dient en daaruit is voortgekomen. Wat heeft dit alles met God en/of religie te maken? Welnu, Bering heeft een nogal beperkt godsbeeld dat neerkomt op de persoonlijke God met grijze baard, die vanuit de hemel alles bestiert. Die God (of Allah) bepaalt onze levensloop en onze levensdoelen, geeft zin aan ons bestaan en stuurt af en toe een tsunami op ons af om ons een lesje te leren (teleo-functional reasoning in action). Toegegeven, dat is een nogal overheersend godsbeeld, vandaag de dag, maar het is natuurlijk niet het hele verhaal.
Toen een meisje na afloop Bering bedankte voor zijn lezing en zei dat ze nu gelukkig niet meer bang was dat er later bij de hemelpoort een God over haar daden zou oordelen, meende ik toch een kleine tegenwerping te moeten maken. Helaas ben ik verbaal niet zo sterk in het Engels, dus mijn vraag - 'denkt u niet dat godsbesef en de behoefte aan religie ook te maken zou kunnen hebben met de beperktheid van de cognitieve vermogens van de mens?' - kwam niet geheel binnen bij Bering.
Ik denk dat Bering op het goede spoor zit met zijn evolutionaire verklaring van het teleo-functionele denken, maar volgens mij gooit hij iets te veel weg door God en religieuze gevoelens alleen als uitvloeisels daarvan te zien. Misschien komt de religieuze gevoeligheid van mensen daarnaast ook wel voort uit het (al dan niet onbewuste) besef dat we iets kwijt zijn geraakt, toen we op een gegeven moment symbolen gingen gebruiken. Of uit het (al dan niet onbewuste) besef dat we als mensen maar heel beperkt zijn in ons waarnemingsvermogen en talloos veel zaken ons ontgaan en altijd zullen blijven ontgaan omdat onze zintuigen nu eenmaal op de behoeften van onze soort zijn toegesneden.
Daarnaast trapt Bering, net als heel veel andere wetenschappers, in de val van het superrationalisme: 'als iets niet rationeel te verklaren is', denken de superrationelen, 'is het een illusie'. Dat is een merkwaardige geestesgesteldheid die ook nog eens anti-evolutionair is. Rationeel denken is een heel recente cognitieve strategie, zoals bijvoorbeeld Merlin Donald (een andere cognitieve psycholoog) in zijn prachtboek A Mind So Rare betoogt. Voor ons menszijn zijn oudere cognitieve strategieën, vooral de pre-talige, veel belangrijker. Rationeel denken is een heel recent neveneffect van de 'enculturation' (wie geeft me een goed Nederlands woord?), die twee miljoen jaar geleden begon bij Homo erectus. Een neveneffect dat voor de mens waanzinnig succesvol is gebleken, maar toch: een neveneffect.
Oftewel: dat iets rationeel onzinnig of illusoir is, wil nog niet zeggen dat het ook echt onzinnig of illusoir is.
16 november 2010
Mexicaanse griep
Zoals bekend ben ik geen columnist meer bij het Dagblad van het Noorden. 't Is niet anders. En natuurlijk is het uitermate kinderachtig om je gelijk te halen, zeker voor iemand die altijd beweert dat alle uitspraken over de toekomst onzin zijn. Maar toch: vorig jaar, op 18 augustus, schreef ik deze column, getiteld 'Mexicaanse griep':Het is zo langzamerhand wel te hopen dat die Mexicaanse griep ook daadwerkelijk flink gaat toeslaan. Zo niet, dan krijgen we volgend jaar ongetwijfeld ook nog een parlementair onderzoek naar de honderden miljoenen die in de farmaceutische industrie zijn gepompt onder het mom van voorzorgsmaatregelen. Ik word zo langzamerhand een beetje moe van die griep (nee, geen zorgen: nog geen koorts of spierpijn). Vooralsnog is het niet meer dan een zomerhype. Maar wat niet is kan nog komen, natuurlijk. Dat is doorgaans het probleem met de toekomst; die laat zich nu eenmaal niet voorspellen. Dat blijkt niet alleen uit de steeds veranderende inschattingen rond de risico’s van de Mexicaanse griep. De wekelijks wisselende voorspellingen over wat de economische crisis ons brengen moge, vormen momenteel de meest lichtende voorbeelden van de onzinnigheid van het koffiedik kijken.
Verbazingwekkend genoeg blijven we al die profetieën steeds maar weer uiterst serieus nemen, ook al blijken een week later de feiten toch weer net even anders te liggen. Volgens mij komt dat omdat we tegenwoordig, in onze hoogontwikkelde westerse wereld, niet meer willen accepteren dat we niet overal grip op hebben. Terwijl we in vroeger tijden ons lot in handen legden van de voorzienigheid – al dan niet met een hoofdletter – is nu de maakbaarheidsgedachte de dominante levenshouding. We denken alles te kunnen rationaliseren, oplossen en voorspellen, of het nu om de griep, de economie of het klimaat gaat. Ook al blijkt dat keer op keer een illusie en stuiten we steeds weer op onze beperktheid.
Misschien was het idee van de V/voorzienigheid toch zo gek nog niet. Het is in elk geval een stuk goedkoper en bespaart ons een hoop onzin.
Kijk naar Nieuwsuur van vanavond en trek uw conclusies. Wijze woorden, al zeg ik het zelf (wie zegt het anders).
Als troost een foto van een apparaat waarvan ik wel met zekerheid (nou ja, kernrampen e.d. voorbehouden) kan voorspellen dat hij er volgend jaar ook weer is. En die dan samen met vele soortgenoten in mijn koekenpan zal belanden: het onvolprezen eekhoorntjesbrood, de lekkerste paddestoel op aarde!
10 november 2010
03 november 2010
Tot de hemel in je hoofd zit
27 oktober 2010
Bittere pied-de-mouton
Ruim twee ons schapenvoetjes had ik gevonden. Mountainbiken is tegenwoordig verworden tot paddestoelen zoeken. Nog geen veertig kilometer gefietst in vier uur. 't Is niet anders. Ook een half pond grote sponszwam gescoord, die helemaal niet zo zeldzaam is als in de gidsen staat. Plus nog wat boleten. Dat zou smullen worden. Was het idee. Maar helaas. De pied-de-mouton was te oud en dus scherpbitter. En twee boleten waren wormstekig. Bleef de sponszwam over. In principe de lekkerste. Schiet bij de bereiding de peperbus uit. Zit je dan met brandende lippen. Gelukkig is er bokbier.
23 oktober 2010
Veluwe Classic
09 oktober 2010
Biefstuk met Grote sponszwam
Toen ik vanmiddag twee brokken Grote sponszwam in de achterzak van mijn fietsjasje had gedaan dacht ik: Wat zijn we eigenlijk ver afgedwaald van onze evolutionaire wortels. Waar is de jager/verzamelaar in ons gebleven? Het is nog maar 10.000 jaar geleden dat we overstapten op de landbouw en in die relatief korte periode is ongelooflijk veel kennis verloren gegaan. Wie weet nu nog welke paddestoelen eetbaar zijn en welke niet? Heel weinig mensen, werd me vanmiddag duidelijk. Want de Grote sponszwam, waar ik een paar stukken vanaf scheurde, stond gewoon langs de weg in Hattem. We betalen zonder problemen twintig euro voor bijzondere paddestoelen bij de delicatessenzaak, terwijl er momenteel in de Veluwse bossen voor tienduizenden euro's aan eetbare paddestoelen dreigen weg te rotten. Wat een waanzin! En voor bramen en andere vruchten des lands geldt hetzelfde: slechts een enkeling plukt ze, alle anderen betalen er geld voor in de supermarkt.
Ik ben zelf net zo'n idioot trouwens: wel een beetje die paddestoelen fotograferen, maar ze plukken ho maar. We zijn doodsbang dat we exemplaren oogsten van die paar giftige soorten. Nou kun je je met de Grote sponszwam moeilijk vergissen, dus die gok durfde ik wel aan. En toch dacht ik in de bioscoop bij Io sono l'amore (gaat die vooral zien als u een dutje wilt doen: de slechtste Italiaanse speelfilm ooit gemaakt; ondraaglijk saai vanaf de eerste beelden van een besneeuwd Milaan, de meest melodramatische seksscène ooit (filmisch 'gehijg' à la Lodewijk van Deyssel); pathetische filmmuziek van John Adams en een verhaal van niks): 'Wat voel ik daar in mijn maag? Was ie toch giftig?' Nee dus, hij was geweldig lekker! Ik had ongeveer 50 gram geplukt en bakte dat vanavond in roomboter samen met een enkel uitje en een biologische biefstuk. Pasta erbij, Parmezaanse kaas erover en smullen maar.(De paddestoel op de onderste foto is een Porseleinzwam. Die is ook eetbaar. Dat kleine paddestoeltje rechtsboven, daar ben ik nog niet uit.)
08 oktober 2010
De mooiste van alle
Waarom zoeken we altijd naar nieuwe wegen? Wat is er mis met de bekende? Dat vroeg ik me af toen ik vanmorgen tussen Kalle en Tinholt fietste, in die Heimat. Ik denk niet dat ik er ooit nog eens zal komen. Niet omdat het zo lelijk was, maar omdat de lucht grijswit was en ik me had verheugd op zon, zoals de weermannen hadden beloofd. De zon kwam niet, mijn stemming daalde en ik dacht: Wat doe ik hier, zo ver van huis? Alsof je als fietser, hoe fanatiek ook, ooit meer dan een minieme fractie van alle wegen op aarde kunt befietsen. Alsof er niet miljarden mensen zijn die nooit ook maar een paadje dat ik ooit befietst heb of nog zal befietsen, zullen begaan. Kun je dan nog van 'ontdekken' spreken? Wat stelt het allemaal voor? Heeft het wel wat te betekenen, dat zoeken naar niets? Waar doe je het voor? Waarom niet gewoon de bekende weg begaan?Maar goed, ik had me verheugd op Duitse bossen vol paddestoelen die zich koesterden in de zon met om het uur een aanlokkelijk terrasje waar ik Kaffee mit Kuchen kon drinken. Nou, ook geen terras gezien vandaag in Duitsland. Twee verlepte cafetaria kwam ik tegen op de verlaten wegen tussen Laar, Echteler, Schotheck, Haftenkamp, Egge en Striepe. Er woonden wel degelijk mensen, te zien aan de huizen die er stonden, maar ze lieten zich niet zien. En koffie maken voor zwerver doen ze dus ook niet.
Nog iets dat tegenviel: bijna geen paddestoelen gezien in Duitsland. Die vertoonden zich pas weer toen ik op bekende wegen was aangekomen. In het Rechterense veld fleurde mijn humeur weer op en kwam het toch nog allemaal goed. Op acht kilometer van huis, vlak naast het fietspad dat ik al honderden keren heb befietst, zag ik opeens de mooiste van alle: Grote oranje bekerzwammen. Ik had ze nog nooit gezien, maar ze schijnen algemeen voor te komen. Intens oranje, dat kon ik wel gebruiken op een dag als vandaag. Later, bij Mataram, zag ik ook die paarse knopjes weer (zie paar postjes hieronder). Ze hadden zich open geplooid en inderdaad: het zijn Amathistzwammen. Mooi.
05 oktober 2010
'Zeer smakelijk'
Helaas, dat wist ik dus niet. "Eetbaar en zeer smakelijk", zegt mijn paddestoelengids over deze Grote Sponszwam. En hij is ook nog eens zeldzaam! En een zo'n beest weegt maar liefst 1 tot 9 kilo en levert dus voor enkele dagen eiwitrijk voer op. Ik kwam hem vanmiddag tegen tijdens het mountainbiken op de Veluwe, maar ik weet helaas niet meer precies waar. Flip Hul, Petrea of het Zwolsche Bos - Joost mag het weten...
01 oktober 2010
Solitaire paddestoelen
Ik heb het hier al eens eerder geconstateerd: mountainbiken is eigenlijk veel leuker dan wielrennen. Vanmiddag ontdekte ik weer allerlei onbetreden paden vlakbij Zwolle. Even voorbij Wythmen verliet ik de geasfalteerde wegen en sloeg linksaf een graspad op, dat volgens mijn kaart een officiële weg moest zijn. Daar zijn nog niet veel fietsers achtergekomen, merkte ik al snel want het gras werd steeds hoger, de plassen steeds dieper en de koeien steeds minder mensenschuw.Maar het was wel degelijk de weg die op mijn kaart stond want via een boerenerf belandde ik uiteindelijk in De Horte. Daarna volgde een dwaaltocht door Mataram waarna prachtige landwegen me naar landgoed Den Berg leidden. Ik geloof dat je als fietser niet 'Den Berg' zelf (een rivierduin, dat ongeveer 12.000 jaar geleden is ontstaan) dient te beklimmen. Maar opeens zag ik links in de diepte - ik schat zo'n 15 meter beneden me - de asfaltweg lopen die ik normaal op de racefiets berijd. Ik had een heuvel beklommen! 't Is wat.
Het enige nadeel van mountainbiken in het bos in dit jaargetijde is dat je vaker stilstaat om een paddestoelen te bekijken dan dat je fietst. Zeker deze herfst: wat een ongelofelijke hoeveelheid! Ik ben er inmiddels achtergekomen dat ik meer houd van solitaire paddestoelen dan van de gebundelde exemplaren of woekerende gezwellen zoals elfenbankjes. Een paar van die apparaten die bij elkaar staan (zoals de drie op de foto) dat gaat nog, maar ze moeten niet aan elkaar vast zitten. Vraag me niet waarom, maar ik hou er niet van.
P.S. Wie weet tot welke soort de drie kleine paarse knopjes behoren, moet dat even melden (ze zijn maar een paar centimeter hoog en veel donkerder paars dan op de foto; ik zag ze pas toen ik al gestopt was voor een andere paddestoel; later zag ik dat er heel veel van in het bos staan). Het probleem met paddestoelen determineren is dat ze er in elke levensfase anders uitzien en mijn gids voorziet slechts in foto's uit de glorietijd. Dat vertekent nogal: een groot deel van die apparaten ligt inmiddels alweer hard weg te rotten; de vliegenzwammen bijvoorbeeld zijn inmiddels flink gebleekt, vergeeld en ingedroogd.
29 september 2010
Zwart asfalt
Vers zwart asfalt is een beetje zoals zwart ijs. Het is maagdelijk, onontgonnen terrein. Je hebt het idee dat je als eerste de nieuwe wegen betreedt, als een pionier op weg naar ongeziene horizonten. Nou ja, 't is wel gewoon aangelegd door mensenhanden natuurlijk, met een duidelijke eindbestemming. En een stuk stroever dan spiegelend zwart ijs. Eigenlijk niks dan surrogaat dus, vanmiddag, op de dijk tussen Wilsum en Zwolle. Maar mooi was het wel.
24 september 2010
Berg en vlakte

Bergop of tegenwind.
Zwartneusschaap of Overijssels dijkschaap.
Naar beneden of voordewind.
Koe met bel of koe zonder bel.
In de wolken of in de mist.
Herfsttijlozen of paddestoelen.
Gele bussen of groene bussen.
Milchkaffee of cappuccino.
20 km per uur of 26 km per uur.
Beinhaus of Thomas a Kempis.

De blik omhoog of de wijde blik.
Bergen of de vlakte.
Lucht en leegte.
De zon komt op, de zon gaat onder.
Alles is vermoeiend.
22 september 2010
Gif in het bos
31 augustus 2010
De blik omhoog
Zaterdag in Groningen, slingerende wegen.
De zon scheen maar buien dreigden.
Plaatsen met namen als Leegkerk en Enumatil.
(Ik moest naar Aduard waar vriendin M. een wedstrijd fietste; 't is niet anders.)
Met de blik omhoog zocht ik mijn weg.
Den Horn, Zuidhorn, Noordhorn, en nergens regen.
De wolken volgden een voorspelbare weg.
Den Ham, Briltil.
Ja, Briltil.
Het bleef droog tot Aduard.
19 augustus 2010
Een levende slang
Ha, een dode slang! Dat dacht ik tenminste toen ik vanmiddag vlak voor Wezep uitweek voor een gekruld schepsel dat roerloos aan de kant van de weg lag. Aangezien ik dode dieren verzamel, keerde ik onmiddellijk om teneinde ook deze vangst voor de eeuwigheid vast te leggen. Om vervolgens te bemerken dat dit beest niet dood was, maar lekker van de warmte aan het genieten was op het asfalt. Hij keek me aan en stak zijn tong een paar keer uit. Of beter: zij. Want de oplettende lezer heeft natuurlijk allang gezien dat het hier om een hazelworm gaat van, gezien de strepen, de vrouwelijke kunne (strikt genomen is het geen slang maar een pootloze hagedis, want dat is zo'n beest nu eenmaal, maar hij ziet eruit en beweegt als een slang).Omdat mevrouw de hazelworm op een nogal gevaarlijk plaats lag - auto's en fietsers bedreigden voortdurend haar leven - probeerde ik de zonaanbidster van de weg af te leiden, maar Hazeltje was tamelijk hardleers. Pas toen ik echt dichtbij kwam met mijn camera trok ze zich tergend langzaam terug van het asfalt en kronkelde ze richting een beschermend dek van afval en rotte bladeren.
11 augustus 2010
De bramen zijn rijp
08 augustus 2010
Stoplichtscène
Nee, doe mij toch maar het Overijsselsch Kanaal met zijn bloeiende Sint Jacobskruid (of wat dat gele spul ook mag wezen).
02 augustus 2010
Terug naar het Hogeland
Oostum, met de klim naar het kerkje, een van de weinige bulten in dit vlakke land. Warfhuizen, waar ik elke keer als ik er doorheen fietste dacht: Hier wil ik ooit wonen. Zoutkamp, waar ik altijd een haring at bij de viskar in het haventje. Kloosterburen, Kruisweg en Kleine Huisjes, waar de katholieken woonden. Ach, Kleine Huisjes... Ooit sprak ik daar Luurt Huizenga, een oomzegger en naamgenoot van mijn hardloper. Hij was al ver in de tachtig en haalde aan het begin van de avond in de tuin van zijn boerderij herinneringen op aan zijn legendarische oom. De rimpels in zijn gezicht kregen extra tekening in het scherpe licht van de ondergaande zon. 'Het waren andere tijden', zei hij, steeds maar weer. Ja, het waren andere tijden.
Zaterdag was ik even terug in Noord Groningen. Ik logeerde in Wehe-Den Hoorn en maakte een rondje op de racefiets. De motregen ging langzaam over in echte regen en bedekte alles met een grijze waas. En toch dacht ik weer: Hier wil ik ooit wonen. Misschien is het de roep van de uitgestrektheid, die alles in perspectief zet. Of de kaarsrechte bomenrijen, die je alleen hier ziet. Hier word je genadeloos geconfronteerd met je eigen nietigheid. En hier is rust. Stilte. Het eerste dat me opviel waren de verschillende gewassen op het land. Bij ons is bijna alles snijmaïs, maar in Groningen wisselen rogge, tarwe, vlas, aardappelen en spelt elkaar af en is maïs in de minderheid. Helaas zijn er ook van die lelijke witte windmolens gekomen, achter de dijk bij Hornhuizen, waar de echte vlakte begint, richting de Wadden. Dit vlakke land was ooit water. Misschien was dat nog wel wat me het meest verbaasde: naast heel veel kraaien vlogen hier ook meeuwen. Afgedwaald, of gelokt door de roep van de in de klei verzonken zee.
20 juli 2010
Moe
Abonneren op:
Posts (Atom)


