23 december 2009

Top 10 van 2009

Zoals de trouwe Mopperlog-lezer weet, ben ik het doorgaans geheel oneens met de lijstjes met favoriete boeken en cd's die elk jaar verschijnen. Ook dit jaar zijn weer de verkeerde cd's aangeprezen, met als dieptepunt toch wel de hoge positie die Anne Soldaat overal inneemt met In another life. Zoals ik hier al vaker heb gesteld: Jelle Paulusma was het muzikale brein van Daryll-Ann en niet Anne Soldaat (best aardig plaatje hoor, daar niet van, maar mijn lijstje haalt ie niet, ook al was de oogst dit jaar erg mager). Derhalve opnieuw een alternatief lijstje met mijn favoriete popcd's van het afgelopen jaar. Het zijn er slechts vijf, want meer aanraders heb ik niet (in januari volgt mijn top 10 van het eerste decennium van deze eeuw).

1. The Beatles Remastered
Voor het gemak maar even als 1 titel gerekend, want anders zou de hele top 5 uit Beatles-cd's bestaan. Briljant klinkend oppoetswerk, waaruit blijkt dat Lennon & McCartney in de jaren zestig toch echt van het niveau Bach waren.

2. Sam Baker Cotton
Zie en beluister deze post.

3. Awkward I I really should whisper
Prachtige cd (van een Groninger) met bijzondere luisterliedjes.

4. Lily Allen Is's not me, it's you
De lekkerste automuziek van het afgelopen jaar.

5. Ponoka Built to fly
Fijne stem, fijne muziek, fijn bandje. Er wordt in Nederland toch echt heel veel goede muziek gemaakt.

Bonus: Peter Fox Stadtaffe
Op speciaal verzoek van vriendin M., die zich geblesseerd door de zomer sleepte op deze muziek.

22 december 2009

Job schaatst ook

Ik ben dus zo’n idioot die ondanks een weeralarm en waarschuwingen van de politie toch het ijs op gaat. Zondagmiddag glibberden we met zijn zevenen over besneeuwde weggetjes naar het Veluwemeer. Bij het gehucht Noordeinde kon geschaatst worden, hadden we gehoord. We parkeerden de auto’s op de dijk, ploegden door de opgewaaide sneeuw over een weiland naar de rietkraag, en jawel: er waren mensen op het ijs! Niet meer dan vijf, maar er werd geschaatst. De zon brak door, het witte land lichtte op, en na een paar slagen hoorden we het geklapwiek van een viertal zwanen vlak boven ons hoofd. Het was magistraal.
Ik ben niet zo van de onverantwoorde risico’s, maar bij natuurijs vergeet ik dat nog wel eens. Zo stond ik begin jaren negentig een keer op het Paterswoldsemeer toen dat nog echt niet kon. Ik was alleen, het begon al wat te schemeren en het ijs golfde bij elke afzet. Stilstaan was geen optie en vallen al helemaal niet. Heel ver weg zag ik nog zo’n gek over het ijs glijden, maar verblind door de euforie van de eerste streken dacht ik geen moment aan het gevaar. Dat kwam ’s avonds pas, toen niemand geloofde dat ik al geschaatst had.
Zondag was het ook nog levensgevaarlijk op het ijs, las ik op internet. Maar wij stelden onszelf gerust met de wetenschap dat het Veluwemeer op de plek waar wij schaatsten niet dieper is dan een halve meter. Nou ja, behalve dan bij dat ene stuk gitzwart wonderijs, dat we aan het eind van de middag ontdekten. Toen de eerste de gok genomen had, volgde de rest. Je krijgt een merkwaardig soort vertrouwen in elkaar dat nergens op gebaseerd is. Maar ja, er lag ijs en het ijs zong onweerstaanbaar.

(Deze post staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'.)

16 december 2009

Idioot

Vandaag ben ik definitief toegetreden tot het illustere gezelschap van de fietsidioten. Ik ben op de racefiets gestapt terwijl het vroor, er sneeuw voorspeld werd alsmede een kleine kans op ijzel, en strooizout 's Heren wegen wit deed uitslaan. Het was eigenlijk best lekker. Ik was met vijf lagen warm genoeg gekleed, mijn handen kwamen na bevriezingsverschijnselen vanzelf op temperatuur, en alleen mijn voeten werden kouder en kouder, ondanks de pantykousjes van vriendin M. Alleen moet je dus niet halverwege foto's gaan maken, want dan krijg je het echt koud. Zeker als het zo waait als vandaag. Mijn tellertje gaf dan wel niet meer dan -1 graad Celsius aan, door de stevige wind was de gevoelstemperatuur Siberisch. De Hel van '63 was, vergeleken met het Vechtdal van vanmiddag, een knappend haardvuurtje, zoals u ook aan bijgaande foto kunt zien, gemaakt na een plaspauze op een landweggetje in het Vilsterse veld.
Nu de vorstbarrière is genomen, wordt de vraag of ik mijn voetbalcarrière nog wel moet hervatten weer wat actueler. U moet weten dat ik een potje voetballen met mijn teamgenoten van Gronitas eigenlijk nog leuker vind dan op de racefiets zitten (nou ja, op zijn minst even leuk als bezigheid op een doordeweekse donderdagavaond, tenzij het allemaal te fanatiek wordt). Door problemen met mijn knie is er van voetballen dit jaar nog niet veel gekomen al dacht ik er net weer over om mijn rentree te maken. Door de vorst kan die in ieder geval een maandje worden uitgesteld. En eind januari denk ik waarschijnlijk weer dat ik er misschien maar helemaal mee moet stoppen, want na een week of zes voetballen heb ik doorgaans weer last van mijn knie en dan komt dus de Amstel Gold Race in gevaar.
En zo is er altijd wel wat.

09 december 2009

Fietsen in het donker

Niet doen als je in het donker fietst: 1. lek rijden (gelukkig had ik mijn leegloper in de schemering en was er nog net genoeg licht om een nieuw bandje te steken), 2. schrikken als je eigen schaduw je in rap tempo voorbijkomt bij het passeren van een lantaarnpaal, 3. aan overstekende herten en zwijnen denken als je dertig fietst over een smal paadje door een donker bos (en zeker niet als je een half jaar eerder een hert voor de auto hebt gehad), 4. auto's tegenkomen die groot licht voeren, 5. bijna tegen burgerfietsers aanrijden die zonder licht de wegen tussen Hoonhorst en Wythmen befietsen terwijl je dat dus niet ziet, 6. steeds harder gaan fietsen omdat je niet meer op je tellertje kunt kijken vanwege de duisternis. Wordt vervolgd.

08 december 2009

Klimaattop

Het klimaat dus. Ik weet allang niet meer wat ik ervan moet vinden. Even leek het erop dat de onheilsprofeten het pleit beslecht hadden en kooldioxide definitief vijand nummer 1 van de wereldvrede was. Maar de sceptici zijn weer met een flinke inhaalrace bezig. Afwachten dus wie de komende weken de wedstrijd wint. Kopenhagen uit, altijd lastig. Eerlijk gezegd denk ik dat het resultaat er niet zoveel toe doet als we niet tegelijkertijd bereid zijn om naar onszelf te kijken. En dan bedoel ik niet onze regeringen, de bankiers of de multinationals, maar u en ik. Want hoe groot of klein de invloed van die kooldioxide ook is, met de energiecrisis, de voedselcrisis, de armoede en ondervoeding, de uitputting van landbouwgronden, de afnemende biodiversiteit, de overbevolking en al die andere crises, is het zonneklaar dat het zal moeten beginnen bij onszelf, de grootverbruikers van de aarde.
Zijn we bereid om de bladblazer te laten staan en de hark ter hand te nemen? Zijn we bereid om (veel) minder vlees te eten? Zijn we bereid om ski- en vliegvakanties in te ruilen voor de camping in Limburg? Zijn we bereid om vaker de fiets of het openbaar vervoer te nemen? Zijn we bereid om in de supermarkt verwegproducten als parmaham en Argentijnse biefstukken te laten staan en te kiezen voor lokale varianten? Zijn we bereid om de verwarming thuis een graad lager te zetten? Zijn we bereid om onze oude auto af te rijden in plaats van om de twee jaar een nieuwe te kopen? Zijn we bereid om de nieuwste gadgets te laten voor wat ze zijn? Zijn we bereid om genoegen te nemen met een veel lager welvaartsniveau?
Als ik naar mijn eigen antwoorden kijk, word ik niet erg vrolijk.

(Deze post stond vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'. Geen fiets en geen mopper, 't is niet anders. Mede geinspireerd door het 'Het goede leven', het nieuwe boek van mijn vriend Reinier Sonneveld. Een uiterst confronterend maar steengoed boek. Op christelijke leest geschoeid (of beter gezegd: op Jezus) en gericht op christenen, maar ook een heel heldere en daarom erg vervelende spiegel voor niet- en andersgelovigen. Lees dat belangrijke boek!)

05 december 2009

Eenzame fietser

Ik ben tegenwoordig vaak de enige racefietser op de weg. Vanmiddag kwam ik zelfs geen mountainbiker tegen. Ik heb ze geteld: drie gewone fietsers (waaronder een heel oude man), vier paardenmeisjes (inclusief paarden), twee wandelaars (in het bos) en verder alleen maar auto's. En zelfs daarvan waren er maar weinig. Toen ik het Rechterense veld naderde vanuit de richting van Heino was het zo stil op de weg dat ik even dacht dat er wat mis was met de wereld.
Misschien ligt het aan mij. 's Zomers, fietsend in het zonnetje met een korte fietsbroek, denk ik altijd: 'Ik kan me niet voorstellen dat ik in het najaar, als er regen dreigt, als het waait, als de lucht loodgrijs is, als het net aan zeven graden is, nog op zaterdagmiddag op de fiets stap.' Blijkbaar denken veel fietsers zo en vergeten ze de gedachte te testen op een grauwe dag als vandaag. Want vanmiddag dacht ik: 'Ik kan me niet voorstellen dat ik dat 's zomers altijd denk.' De loodgrijze luchten hebben hun eigen schoonheid, het maakt de wereld bijna schemerig. Je fiets langs huizen waar het licht brand en dat geeft een merkwaardig soort gezelligheid, zeker als je door een oer-Hollands landschap rijdt als het Vechtdal. Zo van: ha, straks lekker ook onder de schemerlamp, met een boekje op de bank en een glas bokbier binnen handbereik.
Het is ook de eenzaamheid die fietsen in deze tijden zo aantrekkelijk maakt. Ik heb al eens uitgelegd dat ik een eenling ben op de racefiets. En dat gevoel wordt natuurlijk alleen maar sterker als je niemand tegenkomt. Maar raar is het wel, die rust, want je stuit aan het eind van de herfst op heel andere dingen dan 's zomers. Vanmiddag zag ik tijdens een tochtje van 50 kilometer bijvoorbeeld: een dode haas, heel veel paarden in de wei (zonder roodgemijterde Spanjolen overigens), kale, zeer welriekende bomen, een enkele gek geworden koe, mooie stukken boomschors, en heel veel paddenstoelen. Zoals de fel oranje spons hierboven. Ik heb hem niet terug kunnen vinden in mijn paddenstoelengids.

29 november 2009

Over misbruik gesproken

Ik fietste vanmiddag door het Rechterense veld, bij Dalfsen, toen ik even stopte om te pissen. Ik zette mijn fiets tegen een bankje en liep een klein stukje het bos in. Na gedane zaken liep ik terug naar mijn fiets en net op dat moment kwam er een auto voorbij. Ik dacht bij mezelf: stel nu dat er vanmiddag in de bossen bij Hattem, een kilometer of dertig verderop, aan de andere kant van de IJssel, een meisje is verkracht door een racefietser die net als ik een rode jas droeg en een lange zwarte broek aan had, dan is het niet uit te sluiten dat ik binnenkort verdachte ben in een rechtszaak waarin ik beschuldigd word van kindermisbruik, gepleegd op een plek waar ik aantoonbaar niet geweest ben. Want zo werkt het Openbaar Ministerie in Nederland.
Onzin? Vergezocht? Lees het boek Over misbruik gesproken van mijn goede Dagblad-collega Paul Bosman en u zult de komende nachten niet zo gerust meer slapen. Als een getuige je mijlenver van de plaats van delict zogenaamd herkend heeft via een compositietekening waar je in geen eeuwen op lijkt, dan kun je bij het Nederlandse OM zomaar de lul zijn. Ik kende Pauls verhaal al grotendeels. Maar toen ik dit weekeinde het boek las dat hij schreef over het kafkaëske juridische gevecht dat zijn leven twee jaar beheerste, was ik opnieuw verbijsterd. Leugens, bedrog, gedraai, gekonkel en vooral nooit fouten toegeven, ook al is het zonneklaar dat je de ene blunder op de andere hebt gestapeld - zo werkt het Openbaar Ministerie in Groningen blijkbaar. En het OM wordt gedekt tot op het hoogste niveau (de Procureurs-Generaal) dus blijkbaar is liegen, bedriegen, draaien en konkelen normaal bij de OM's in Nederland.
Even kort het verhaal: Paul kreeg in december 2006 door het OM in Groningen het stempel 'pedo' op zijn voorhoofd gedrukt toen hij een oproep kreeg om als verdachte voor te komen in een kindermisbruik-zaak op het Duitse waddeneiland Norderney. Er was geen onderzoek gepleegd door de politie, Paul was nooit gehoord, er was geen bewijsmateriaal en er was geen gelijkenis met de compositietekening die van de dader was gemaakt. Wel waren er twee getuigen die Paul op het moment van het delict gezien en gesproken hadden, kilometers verderop bij een sportwedstrijd. Er was dus wel een perfect alibi. Later, veel later, bleek ook nog dat Paul voor de Duitse justitie nooit verdachte is geweest. Maar omdat de officier van justitie hardnekkig volhardde in een lachwekkende vertaalfout - "Meneer Bosman, ik heb het zinnetje nog eens laten vertalen en 'Er kommt als Tatverdächtiger in Betracht' betekent 'Hij is een verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan'" (blz. 111) - veranderde zijn leven, en dat van zijn gezin, twee jaar in een hel. Voortdurend liep hij op tegen de gepantserde, ontmenselijkte muren van het OM en de arrogantie van de macht.
Ik schaam me dat ik Paul in die periode niet wat vaker gevraagd heb hoe het met hem ging en hoe de zaak er voor stond. Want hoe langer zijn strijd tegen het OM duurde, hoe eenzamer hij zich voelde. Ik realiseer me na lezing van dit boek pas echt hoe razend Paul twee jaar lang is geweest, en hoe wanhopig hij zich gevoeld heeft. En hoe ongelofelijk smerig en schandalig het OM heeft gehandeld door hem zonder enige concrete aanleiding (en dat geeft het OM ook nog gewoon toe!) het stempel 'pedo' op te drukken, middels een onwettige, maar blijkbaar vaker toegepaste, juridische constructie.
Over misbruik gesproken: lees dat boek (het is een klassieke pageturner), huiver en word vooral heel boos. Want morgen kunnen u of ik aan de beurt zijn.

(P.S. Bijgaande foto heb ik met de zelfontspanner gemaakt in het bos waar ik stond te pissen. Als er ergens in Nederland gisteren een meisje is verkracht door een fietsende klootzak met zulke kleding aan, dan vertoon ik dus gelijkenis met de dader. Net zoals Paul, omdat hij Duits met een Nederlands accent sprak, gelijkenis vertoonde met die smeerlap op Norderney. Want dat was de reden waarom de Duitse justitie hem heel even als 'mogelijke verdachte' aanmerkte. 'Er kommt als Tatverdächtiger in Betracht' betekent namelijk niks anders dan dat.)

24 november 2009

Bladblazers

Wie in een tuinrijke omgeving woont, heeft het natuurlijk allang gemerkt: 2009 is het jaar van de Grote Doorbraak van de bladblazer. Voorheen zag je vooral gemeenteambtenaren met deze apparaten in de weer en bleef de ellende beperkt tot parken, plantsoenen en een enkele particuliere tuin. Maar deze herfst zie je ze overal. En je hoort ze. Allemachtig, wat hoor je die krengen! Zaterdag fietste ik in een landelijke omgeving langs een mevrouw die in haar zeer riante tuin oorverdovend aan het blazen, zuigen dan wel hakselen was (ja, die dingen kunnen helaas alles). Onbewust wijk je voor die orkaan van takkeherrie toch wat uit naar links (komt ook door de te ver weggeblazen bladeren die de weg spekglad maken) en het scheelde niet veel of ik werd geschept door een auto die me net op dat moment passeerde. Die had ik dus niet gehoord. Een eerste reden om die apparaten te verbieden: levensgevaarlijk!
Een tweede reden is de verstorende werking van de bladblazer op de natuur. Niet alleen wordt de isolerende en grondvoedende werking van een mooi bladerdek verpest (blad beschermt uw kwetsbare plantjes heel goed tegen de vorst, bladblazende tuinbezitters, en rottend blad verhoogt de grondkwaliteit), maar denk ook eens aan al die vogels, egeltjes en veldmuizen die met een gehoorbeschadiging uw tuin ontvluchten. Of die arme mollen! Niet alleen blind, maar dankzij uw blowjob nu ook nog stokdoof. Maar de belangrijkste reden voor een onmiddellijk verbod is natuurlijk dat die bladblazers milieuvervuilend zijn: ze stinken (de benzinevarianten dan) en verbruiken heel wat meer energie dan de gemiddelde gloeilamp.
En dan nog even dit: wat is er mis met een hark?

(Deze post stond vandaag als column in Dagblad van het Noorden. Met dank aan het eerder postje van mijn vriendin M. De foto is vlakbij de tuin genomen met de bladblazende mevrouw, bij een van die prachtige Saksische boerderijen in de buurt van Hoonhorst.)

22 november 2009

Synchronie

Gisteren had ik het weer eens, op het fietspad langs de Lemelerveldseweg, vlak voor Heino. Ik heb het altijd als ik daar fiets op het stuk weg na de flauwe bocht naar rechts: opeens komen heel sterke herinneringen op aan een fietspad bij het dorp Een in Drenthe. Daar kwam ik vijftien jaar geleden regelmatig, tijdens mijn eerste racefietsperiode, toen ik nog in Groningen woonde en op een Peugeot Champagne Noord-Groningen en Drenthe befietste. Vrijdag had ik het trouwens ook op de Veluwe, bij de rotonde bij landgoed Tongeren. Altijd als ik daar de afslag neem naar Tongeren, komen beelden in me op van een fietstochtje rond het Lago d'Orta, waar vriendin M. en ik vierenhalf jaar geleden op vakantie waren. Het gaat om een bocht van hooguit twintig meter, meer is het niet: maar als ik die bocht langs de bosrand neem, verschijnt steevast een soortgelijke bocht uit Italië voor mijn geestesoog.
Het is een wonderlijk soort synchronie, dat automatisch in je hoofd wordt opgeroepen. Ik ben er nog niet achter waar het door komt. Het is niet alleen het landschap, want bochten langs bosranden heb je overal en betonfietspaden zoals die langs de Lemelerveldseweg ook. Maar de omgeving speelt wel een rol. Ook bij Een fiets je langs een bos in de verte en heb je een bomenrij rechts van de weg en lichte glooiingen in het land. Maar misschien is het ook wel de geur of de stand van de zon (ik heb die synchronie-gevoelens vooral bij zonnig weer). Lopen die wegen bij Een en het Lago d'Orta soms precies parallel, nadat je een correctie hebt toegepast voor de andere ligging ten opzichte van de stand van de zon? Wie het weet, mag het zeggen.

20 november 2009

De Dellen, een hand en een oude vriend

Je fietst het bos uit en voor je doemen de zachte rondingen van De Dellen op in het scherpe licht. Het rode vuur is gedoofd, de eerste storm heeft de herfstkleuren weggeblazen. Wat rest zijn zwarte, kale sprieten. In de gevelde stammen gloeit het nog fel oranje na, als een laatste kramp van hartstochtelijk leven, postuum bewijs van de sapstromen die een zomer lang voor warmte zorgden. En je streelt troostend haar gladde, vochtige huid met liefdevolle omwentelingen. 'Ga maar', zoemen de banden in hun soepele wieling, 'slaap zacht, trek de deken over je heen, eerst de bladeren, dan de regen, en dan de sneeuw'. En als je verder glijdt langs haar gewelfde rug, voel je de Knobbel opkomen in je benen. Een machtige borst, als een kroon op het hoofd van de Dellen. Maar je laat hem rechts liggen en steekt over: je moet door want een oude vriend verwacht bezoek.
Onderweg, op landgoed Tongeren, zie je een hand die grijpt naar het onvatbare. Maar in zijn machteloosheid wordt het grijpen wijzen: zie het blauw en het eerste wolkenwit dat voor de zon kruipt. En je denkt: het wit zal grijs worden en zwart, en regen valt in de duisternis op de vingers en druppelt uit haar starre greep. Zoals alles wat je wilt vastpakken je ontglipt en onherkenbaar verandert. Nee, dan heb je meer aan oude vrienden.
Je fietst een brugje over en daar ligt hij, rustig wachtend. Strak spiegelt hij als begroeting je bewegingen op het asfalt. En je denkt: lang niet gezien en verzint excuses. De wind stond niet goed, mompel je zacht tegen het water links van je. Drie zwanen zwemmen zwijgend naar de rietkraag. Pas als je omkijkt, zie je het antwoord terug in de sluierwolken die voor de zon schuiven. De Vecht trekt 's zomer nu eenmaal meer, probeer je nog. Maar uitvluchten zijn overbodig. De wind blaast je naar huis, over de rechte lijn met zachte bochten. En je denkt: eigenlijk ben ik al thuis.

17 november 2009

Eetbaar of niet?

Wie in deze tijd van het jaar nog paddestoelen in de supermarkt koopt is gek of bang. Overal schieten oesterzwammen de grond uit en eekhoorntjesbrood is beschikbaar in hoeveelheden vergeleken waarmee de wonderbaarlijke vermenigvuldigingen in het niet vallen. En dan heb je nog tal van andere al dan niet eetbare soorten. Want dat is natuurlijk het probleem: welke is eetbaar? Is het gezwel dat uit bovenstaande boom steekt geschikt voor consumptie? Zo ja, dan moet u even naar De Dellen rijden waar ik dit exemplaar vanmiddag aantrof. Er groeiden vier van deze houtige joekels aan deze ene stam, dus dat is zeker een kilo eiwitrijk voedsel als het hier een lekkere paddestoel betreft.
En die dakjes hiernaast? Delicatesse of puur vergif? Te vinden naast het fietspad tussen Epe en Heerde, een stukje bosinwaarts. Ik heb even mijn paddestoelenboekje geraadpleegd en ik vrees dat het bij de exemplaren op bijgaande foto's gaat om een tonderzwam en dennenmoorder. Bij het kopje 'eetbaarheid' staat bij beide soorten vermeld 'ongenietbaar'. Niet giftig derhalve, maar dus ook niet erg smakelijk. De tonderzwam (linksboven) werd volgens mijn gidsje vroeger wel gebruikt om vuur mee te maken, dus als u een open haard heeft dan moet u toch even op de racefiets springen: hij schijnt een 'aangename, fruitige geur' te verspreiden.
En denk nu niet dat ik na elk fietstochtje een bidon vol paddestoelen mee naar huis neem. Ik ben weliswaar niet gek maar wel bang.

15 november 2009

Nattigheid van onder

Een groot nadeel van fietsen in de herfst is de nattigheid. De nattigheid van boven is dankzij de buienradar nog tot aanvaardbare proporties terug te brengen, maar de nattigheid van onder is onontkoombaar. De wegen blijven nat, plassen gaan niet meer weg, modder spat op bij elke omwenteling. Gevolg: na elk tochtje een gore fiets en enorm smerige kleren. Vanmiddag lukte het weer om de nattigheid van boven geheel te ontlopen, maar na een klein rondje van 33 kilometer langs Herfte, Lenthe (helaas met h), Hoonhorst, Dalfsen, Emmen en Wythmen zaten ik en mijn rijwiel onder de modder. Toch maar eens spatborden aanschaffen.

11 november 2009

Georg Elser

Zaterdag stond er een verbijsterend verhaal in deze krant. Het ging over Georg Elser die in 1939, helemaal in zijn eentje, de wereldgeschiedenis bijna een totaal andere wending had gegeven. Maar de bom waarmee de Duitse timmerman Adolf Hitler had willen doden, ging acht minuten te laat af. Hitler had die avond haast en daardoor overleefde hij de aanslag. Acht minuten! Ik kende het verhaal nog niet, maar het zette je automatisch aan het denken: wat als het Elser was gelukt?
Waarschijnlijk zou Duitsland ten onder zijn gegaan aan een interne machtsstrijd en zou de Holocaust nooit hebben plaatsgevonden. De Muur zou nooit gebouwd zijn en misschien zou Stalin van de chaos gebruik hebben gemaakt om Duitsland binnen te vallen, en daarna Nederland. Ik ben benieuwd hoe de communist Albert Schwertman uit Finsterwolde (ook in de krant van zaterdag) dan had teruggekeken. Als een Held van het Nederlandse Volk? Of zou hij rücksichtlos zijn weggezuiverd?
En hoe zouden wij nu terugkijken op Georg Elser? Zouden we in de krant een bijlage hebben besteed aan De Aanslag, in plaats van aan De Muur? Waarschijnlijk niet. Ik denk dat Elser als een soort Volkert van der G. voortgeleefd zou hebben, als een eenzame gek die een omstreden politicus vermoordde. Hitler moest zijn grote gruwelwerk immers nog beginnen. Misschien dat in Israël een straat naar hem vernoemd zou zijn. Alhoewel, ook Israël zou dan waarschijnlijk nooit gesticht zijn.
Als het verhaal van Georg Elser ons iets leert dan is het wel dat het verleden net zo onvoorspelbaar is als de toekomst. We moeten het doen met het heden. Het kan geen kwaad om ons dat eens wat vaker te realiseren.

(Deze post stond gisteren als column in 'Dagblad van het Noorden'. Met fietsen heeft het niks te maken, maar dat geldt ook voor het weer van de laatste dagen.)

04 november 2009

Verslaafd

Het heeft even geduurd voor het besef doordrong, maar vandaag ontdekte ik dat het toch echt zo is: ik ben verslaafd. Ik kan niet meer zonder de racefiets. De hele dag heb ik naar buiten zitten kijken of ik al kon. Maar het regende en regende en regende. Een impulsieve aankoop van de complete, geremasterde Beatles hielp ook al niet (maar wat zijn ze mooi, die afgestofte opnames!). Het bleef knagen en ik werd steeds chagrijniger. Het verlangen naar de fiets drukte alles weg. Ik ben momenteel drie buitengewoon interessante boeken aan het lezen (Karl Barth, De brief aan de Romeinen; Augustinus, De Stad van God; Adrienne Mayor, The First Fossil Hunters), maar ook daar kon ik me niet toe zetten.
Om tien over vier zag ik en streepje blauw in de lucht en besloot ik toch maar te gaan, ook al is het tegenwoordig om vijf uur bijna donker en gaf de buienradar nog steeds overal buien aan. Eenmaal op het zadel veranderde mijn humeur op slag. Ik werd euforisch! Toen ik de Veluwe naderde jubelden hart en benen een loflied op de fiets, ook al was het 8 graden, hing rechtsboven een vervaarlijk donkere wolk en was mijn kont al zeiknat van al het water op de weg. Toen het donker werd (moeders, wees gerust: ik had lichtjes mee), steeg mijn stemming nog steeds. Geweldig, die Veluwe in de schemering! Ik ga goede lampen kopen en een klik-reflector! En zo'n fluorescerend hemd! En dan ga ik 's avonds fietsen! En ook 's nachts! Waarom heb ik dat niet eerder ontdekt, fietsen in het donker?

27 oktober 2009

Herfstvuur

Je fietst door het bos en opeens lijkt de wereld in brand te staan. Even geen naaldbomen meer langs de kant van de weg. En ook het lieflijke, geelgroene bladerdek dat net nog opvallend sappig en vol van leven oplichtte in de scherpe najaarszon is verdwenen. Het is nu alles fel oranje en diep donkerrood boven je en naast je. De zon geeft de bladeren een ongekende intensiteit en de weg verandert in een spoor van as in het brandende bos. Je denkt zelfs even te voelen dat het echt warmer wordt, maar de thermometer op je fietstellertje geeft nog steeds 15 graden aan.
Er lijkt geen einde te komen aan de overweldigende zee van stervend blad, die alle denkbare tinten rood en oranje in zich herbergt. En je denkt: wonderlijk, dat de naderende dood het leven zoveel kleur geeft. Alsof het stokken van de sapstromen een voorheen ongekende passie oproept, en de bomen en het struikgewas pas in hun jaarlijkse doodsstrijd alle registers opentrekken. Maar als je even stopt om het herfstvuur van dichtbij te bekijken, zie je dat de strijd eigenlijk al gestreden is: in de grote bladeren aan de struiken zijn gaten gevallen, het vuur vreet zichzelf van binnenuit op.
Een paar kilometer verderop dooft de vlammenzee langzaam maar zeker uit en verschijnen kleinere bladeren aan de bomen, met zachtere kleuren van verval. Links van de weg zie je plotseling een klein, vergeten maïsveldje, ontkomen aan het hakselgeweld, dat elders kale, zwarte velden heeft gecreëerd met vale kruisen als overblijfsels van het machinaal geknakte leven. Maar het slappe, vaalgele loof oogt futloos, alsof het niet weet hoe het op eigen kracht moet sterven. En je fietst verder en denkt: het einde komt voor alles en iedereen anders.

(Deze half-mislukte, melodramatische post zonder clou staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'. 't Is niet anders. En de foto geeft ook al niet weer wat ik bedoel. En ja, dat van dat 'machinaal geknakte leven' heeft u al eerder gelezen, maar de 'Dagblad'-lezers nog niet. Zoals mijn oud-collega Ger van Gelder in dergelijke gevallen altijd zei: Dat loopt dan even zo.)

25 oktober 2009

Zuurstokje en ik

Vanmiddag rond 16.15 uur fietsten zuurstokje en ik allebei tussen Wapenveld en Hattem. Alleen maar toch samen: zonder het te weten reed ik een paar minuten voor haar uit. Zij kwam uit Deventer, ik uit Heerde. Maar we zagen allebei het gat in de lucht boven de IJsselcentrale. En we stopten allebei om een foto te maken. U mag kiezen welke u het mooiste vindt.

21 oktober 2009

In Georgië wordt niet gefietst

Vorige week was ik voor mijn werk in Georgië. Prachtig en fascinerend land met een zeer rijke geschiedenis, maar geen land om een fietsvakantie te houden. Men houdt er daar andere rijgewoontes op na, dat is de voornaamste reden. Als je wilt zien hoe je met een bus op een tweebaansweg een vrachtwagen kunt inhalen, terwijl een volop lichtende tegenligger op hetzelfde moment ook wordt ingehaald door een Audi A6, moet je een autootje huren en van Tbilisi naar Kutaisi rijden. Daar wil je als fietser niet ook nog bij (fietspaden? wat zijn dat?), alhoewel ik juist op die weg toch nog twee fietsers zag rijden (Georgiërs, dat wel). In een week tijd geen ongeluk gezien, overigens. Zoals ik al zei: een fascinerend land.
Een andere reden waarom Georgië geen fietsersparadijs is, zijn de wegen. Nu zagen die er niet allemaal zo uit als nevenstaand straatje in het oude centrum van Tbilisi, maar erg veel onderhoud is er niet meer gepleegd sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. De staat van de meeste straten kwam overeen met die van de huizen en die zagen er bijna allemaal zo uit als op de foto linksboven: prachtig mooi, maar grotendeels vervallen. In downtown Tbilisi zijn maar een paar straatjes vers betegeld. Dat is de 250 meter Sionistraat waar de restaurants en café's voor toeristen staan (maar die komen niet meer sinds de oorlog in Zuid-Ossetië) en de kasseienstrook (minstens 20% stijgingspercentage!) naar het Narikalafort (gebouwd in de 4de eeuw na Christus), waarvan het begin helaas onverhard (en nog steiler) is.
Verval levert mooie plaatjes op, dat wel. Veel mooier dan dat aangeharkte landje van ons, waar een weg wordt afgezet als er ook maar een steentje scheef ligt. In Tbilisi gebruiken ze een gat in het asfalt gewoon als vuilnisbak. Een weekje in een land als Georgië leert je dat wij het onszelf wel erg moeilijk maken met al die overbodige regeltjes. Ik vrees dat volgens onze normen zo'n 70% van de huizen in het oude centrum van Tbilisi onbewoonbaar verklaard zou worden. En dat is dus onzin, wijst de Georgische praktijk uit. Improviseren is een gave die wij helaas verleerd lijken te zijn.
Maar wat doet een mens als hij niet kan fietsen? Overleven en mooie kleren aandoen, naar het badhuis gaan met heerlijk stinkende zwavelbaden, op de president schelden die een protserig paleis neerzette op de hoge oever van de Mtkvari met uitzicht op een Disneylandachtig verlichte tv-toren, met je auto door de stad scheuren, bedelen, lekker eten, wijn drinken die al negenduizend jaar in eigen land wordt gemaakt, een kruis slaan (maar wel van rechts naar links) en bidden in een kerk uit de zesde eeuw na Christus, 2500 jaar oude, gouden sieraden opgraven in Vani, of schedels van mensachtigen van twee miljoen jaar oud in Dmanisi, een luipaard bekijken in de woestijnachtige gebieden in het zuidoosten van Georgië, de 5000 meter hoge reuzen van de Kaukasus beklimmen of op zijn minst zelfgebrouwen bier drinken bij de bergbewoners die iedere gast onthalen alsof hij door God gezonden is, een boerderij drijven op een millennia oud tempelcomplex, aan het strand liggen van de Zwarte Zee omdat het eind oktober nog 29 graden is, geïnterviewd worden door de Georgische televisie.
Ik geef toe: het is een leeg leven, maar je moet toch wat zonder racefiets.

18 oktober 2009

Lopers en fietsers

Zeven jaar geleden liep ik voor het laatst de 4 Mijl van Groningen. Mijn tijd was 30 minuten en 49 seconden. Als u een goed geheugen heeft voor nutteloze feitjes herinnert u zich dat misschien nog. Ik schreef destijds namelijk voor deze krant een verhaal over mijn zoveelste mislukte aanval op de dertig-minutenbarrière. Daar stond onder meer in dat ik, net als in de jaren daarvoor, weer eens ongetraind aan de start was verschenen. En dat ik liep op twintig jaar oude loopschoenen, die veerden als een loden deur, maar wel met een heuse haas in een oranje broek die helaas een stuk sneller was dan ik.
Die haas is nu al zeven jaar mijn vriendin en loopt sinds enkele weken weer hard. Maar ook zij deed zondag niet mee. Zij loopt hard om in het voorjaar beter te kunnen fietsen. Ik zelf heb na die 13de oktober 2002 nooit meer hardloopschoenen gedragen. In de week na die 4 Mijl van 2002 bleek mijn knie namelijk behoorlijk naar de kloten, zoals wij wielrenners dat zeggen. Ik heb in de jaren erna nog wel een boek geschreven over een Groningse hardloper die op zondag 22 oktober 1916 een solomarathon liep (deels over dezelfde route als de 4 Mijl) en in zijn eentje net zoveel toeschouwers trok als de 17.500 lopers van zondag samen, maar dat is een ander verhaal. Ik fiets tegenwoordig en, beste 4 Mijl-lopers, dat is veel leuker en gezonder dan hardlopen.
Je komt verder, je gaat harder, je ziet meer en je gewrichten blijven langer heel (als je niet valt). Op de racefiets heb ik nooit last van mijn knie. Sterker nog: als ik een paar weken niet fiets dan begint die zeven jaar oude 4 Mijl-blessure weer op te spelen. Jammer alleen dat die haas van me ook op de racefiets veel te snel voor me is.
(Deze post stond dinsdag als column in 'Dagblad van het Noorden'. De wellicht wat merkwaardige foto is het uitzicht vanuit mijn hotelkamer in Tbilisi, waar ik afgelopen week verbleef: de reden dat deze post wat verlaat is gepubliceerd.)

10 oktober 2009

Droog

Ook op een dag dat er volgens de weersverwachting 90 % kans is op regen en maar 10 % kans op zon, kun je prima een lekker tochtje in de zon maken. Dat bleek vanmiddag. De weg was weliswaar nat en smerig (de hoezen zijn weer uit de kast gehaald), maar ik heb toch 47 kilometer gefietst (met een profwielrenner) zonder een drup te voelen. Ik heb het dit jaar sowieso nog droog gehouden, wat met 5100 kilometers onder de wielen toch eigenlijk wel bijzonder is. Alleen van het weekje in mei in de Alpen kan ik me een buitje herinneren, maar dat stelde weinig voor. Lang leve de buienradar!

07 oktober 2009

Mossels op de dijk

Op de IJsseldijk, even buiten Zwolle, lagen vanmiddag her en der gebroken mosselschelpen op het fietspad. Die had ik daar nog niet eerder gezien. Nu heeft het water nog niet zo hoog gestaan dit jaar en mossels zijn bij mijn weten niet recentelijk tot landdieren geëvolueerd, dus er was iets anders aan de hand. De meeste mosselschelpen waren verlaten door hun bewoners. Dat zou kunnen duiden op een spectaculaire vorm van versnelde evolutie. Maar hoe goed ik ook keek, nergens zag ik opeens weekdieren op pootjes door het gras kruipen. Het vertrek uit de warme, veilige schaal was niet vrijwillig, zo werd me al snel duidelijk. Er vlogen namelijk opmerkelijk veel kraaien rond de IJsseldijk. Ook zag ik twee torenvalken, een buizerd en een blauwe reiger rondscharrelen. Hier was sprake van een ordinaire schranspartij. Het duurde dan ook niet lang of ik zag dertig meter voor me op het fietspad een kraai die een mossel naar binnen schrokte. Klaarblijkelijk hadden de beesten de mossels uit de IJssel gevist (of waarschijnlijker: uit het slib aan de oevers) en vervolgens van grote hoogte op het fietspad kapot laten vallen om het smakelijke maaltje eenvoudig naar binnen te kunnen werken. Wij mensen mogen dan de enige dieren zijn die zelf gereedschappen kunnen maken, kraaien zijn niet te beroerd om gebruik te maken van onze verworvenheden. Het fietspad als moordwapen, dat getuigt alleen van slimheid maar ook van filosofisch inzicht.